Een bericht van een vriendin met een hulpvraag: haar vriend weigert bij het voorlezen van Jip en Janneke het woord ‘zwarte’ voor ‘piet’ weg te laten. ‘Hij zegt dat hij geen historische literatuur wil censureren. Wat zou jij doen? Het lijkt wel of hij alleen maar koppiger wordt als ik dat soort dingen vraag.’ Het is wel wat veel gevraagd van een 2-jarige, schrijf ik: in een historische context plaatsen dat we Zwarte Piet vroeger heel normaal vonden, maar daar nu vanaf zien.

Ik bepaal op een steeds krampachtigere manier voor mijn dochters wat acceptabel sinterklaasplezier is

Ik ben fervent censureerder. Als feminist en opvoeder leerde ik bijvoorbeeld om de namen van Jip en Janneke om te draaien, zodat het niet altijd weer Janneke is die kralen wil rijgen. Ook wat Zwarte Piet betreft kunnen we beter gelijk goed beginnen, geloof ik. Maar in deze – het lijkt wel eindeloze – overgangsperiode naar roetveegpieten blijkt het verdomd lastig om je kind eenduidig op te voeden zonder racistische stereotypes. Het gepolder met pieten levert een modderige situatie op waarin ik op steeds krampachtiger manier voor mijn dochters bepaal wat acceptabel sinterklaasplezier is.

In YouTube-filmpjes, oud-Hollandse versjes, voorleesverhalen van langer dan twee jaar geleden, in het buurthuis aan de overkant van de straat: overal is Zwarte Piet. Het lijkt bovendien of hij zijn gevoel voor plezier en humor ook langzaamaan verliest. Naar het buurthuis neemt hij een Nederlandse vlag mee, en het algoritme van YouTube lijkt erop ingesteld te zijn om bij de onschuldige zoekterm ‘sinterklaasliedjes’ alleen de meest obscene beelden van dikgelipte zwarte pieten tevoorschijn te trekken. In de commentaren onder de kinderfilmpjes rommelt de cultuuroorlog lekker door met volwassenen die hun liefde voor Zwarte Piet proclameren. Op bezoek bij opa en oma in Groningen blijven we maar gewoon weg van de intocht van Sinterklaas, want daar heeft het gemeentebestuur besloten dat het dit jaar nog 60 procent racisme tolereert.

Jip-en-janneketaal

De roe

Goed. YouTube gaat in de ban en het woord ‘zwarte’ is makkelijk te negeren bij het voorlezen. Maar ik voel me langzaamaan ontsporen wanneer ik niet kan ophouden over de verdacht donkere ‘smeerpiet’, die in het nieuwe roetveeg-pietenarsenaal van Het Sinterklaasjournaal zijn opwachting heeft gemaakt. Het schijnt dat kinderen – het zijn net honden – een soort spons zijn voor de spanning in de ruimte. Ik kan je verzekeren dat de sfeer bij het schoen zetten allesbehalve ontspannen is.

Bovendien blijkt er in mij ook een cultuurnationalist naar boven te borrelen wanneer mijn oudste dochter ineens alleen liedjes kent waar ook (de dreiging van) lijfstraffen uit zijn gesloopt. We botsen wanneer ik vrolijk ‘zijn piet staat te lachen en roept ons reeds toe/wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe’ zing, en zij komt met ‘piet staat te lachen en roept naar de kant/ik heb genoeg lekkers voor heel Nederland’. Censuur? Yes, please! Maar kunnen sommige perverse dingen niet gewoon blijven zoals ze zijn?

Dit artikel verscheen eerder in OneWorld-magazine.

_Marvin_2

‘Zwarte Piet bewijst: racisme heeft vrij spel in Nederlandse media’

Media slaan een subjectieve toon aan als het om Zwarte Piet gaat, schrijft Marvin Hokstam.

Vlees header

‘Deugmensen’ aan de macht: wat als wij onze zin krijgen?

Wat als alle idealen waar OneWorld voor staat, in 2070 werkelijkheid zijn geworden?

bewlg3-0543

Over de auteur

Chef Magazine

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief