Ooit had ik potentie om Tweede Kamerlid te worden. Op mijn 17de werd ik lid van de SP en ik werd met open armen ontvangen. Ik had namelijk de X-factor, ik ben niet-Westers, hoogopgeleid en een vrouw. Dit zorgde ervoor dat ik op 18-jarig leeftijd voor zowel de deelraad als de gemeenteraadsverkiezingen verkiesbaar stond. Op nummer vier en nummer tien. Ik was heel blij, maar mijn ouders zaten in dubio, zoals ze altijd zijn tijdens verkiezingen. Volgens mij hebben mijn ouders op alles behalve de SGP gestemd. Ze zijn eerste generatie zwevende kiezers. Mijn ouders waren eerst niet zo blij met mijn kandidaatstelling. “Eigenlijk is het de partij van de Koerden”, mompelde mijn moeder een keer, terwijl ik de flyers in mijn tas propte. Het was algemeen bekend dat Turken op de PvdA stemmen en Koerden op de SP.  Nu werden ze gedwongen om op de SP te stemmen, want dat doe je als vader en moeder. Je stemt op je dochter, ook al ben je het helemaal niet eens met de partij of haar achterban.

Mijn partij dacht er toch anders over. Tijdens elke verkiezingen hadden we dezelfde discussies. Moeten wij wel het gezicht van de potentiële vertegenwoordigers op posters drukken of niet? De andere partijen deden het wel. Sterker nog, de flyers van de PvdA werden zowel in het Arabisch als in het Turks gedrukt en verspreid in de buurt door de minderjarige neven en nichten van de gekleurde kandidaten. Bij de SP hoorde dat niet. Nee, volgens de SP moesten de stemmers op de partij stemmen, niet op de mensen. Kandidaten komen en gaan, maar de partij blijft altijd bestaan. Hoe zou je anders de zwevende kiezers kunnen laten gronden? Wij hadden veel discussies, waar ik stilzwijgend bij zat. Intussen voerden mijn ouders volop campagne bij de Turken van de buurt. “Onze dochter staat verkiesbaar, stem op haar!”, riepen ze dan door de telefoon. Dit was geen advies, maar een verzoek. Ik voelde mij haast bezwaard door het enthousiasme van mijn ouders. Met grote macht, komt namelijk grote verantwoordelijkheid. Nog voor de uitslagen voelde ik mij verantwoordelijk voor de verwachtingen van mijn buren. Uiteindelijk stemden meer dan 500 Amsterdammers op mij.

Partijen schieten als paddenstoelen uit de grond, ze passen waarschijnlijk niet eens op één stembiljet

Volgens mij zijn er nog weinig mensen die elke keer stemmen op dezelfde partij, want de politieke grenzen lijken steeds meer te vervagen. Voormalig burgermeester Job Cohen pleit zelfs voor een fusie van de linkse partijen. De trends laten echter het tegenovergestelde zien. Partijen schieten uit de grond als paddenstoelen en passen waarschijnlijk niet op één stembiljet. Dat zou al onze alarmbellen moeten laten rinkelen. Uiteindelijk zijn het mensen die ons vertegenwoordigen. Een partij kan de meest geweldige visie en missie hebben. Ze kunnen vernieuwend zijn of gedurfd. Zolang je geen partijleden hebt die de nodige voelsprieten hebben in de maatschappij, dan zal je als partij zo door de mand vallen. Iets wat ik hoop dat zal gebeuren bij een paar nieuwelingen. Tegelijkertijd lijken wij steeds te vergeten dat wij maar elf niet-westerse Tweede Kamerleden hebben. Dit zou ook alarmbellen moeten laten rinkelen. Op iemand stemmen op basis van zijn of haar achtergrond of geslacht is anno 2016 en binnenkort in 2017 nog steeds een legitieme reden. Als ik naar de verschillende lijsten kijk kan ik ook alleen maar concluderen dat wij nog een lange weg te gaan hebben naar meer diversiteit in de politiek.

Mijn ouders zijn tegenwoordig geen zwevende kiezers meer. De SP is nog steeds een Koerdische partij, de PvdA loopt volgens hen leeg en GroenLinks was altijd te elitair voor ze. Volgend jaar zijn mijn ouders van plan om op DENK te stemmen. Dat hadden ze al besloten vanaf het moment dat Kuzu en Öztürk hun eigen zetels besloten te behouden. Samen keken wij op politiek24 hoe onze twee landgenoten boos de lift in gingen, klaar om een nieuwe stem in het politieke landschap te zijn. Mijn ouders zijn zeker over die stem, ook al hebben zij nog nooit een partijprogramma gelezen en dat zullen zij ook nooit doen. Het feit dat DENK een minderheidspartij is, is al reden genoeg voor hen. Voor mijn ouders laat DENK zien waar politiek echt om draait: vertegenwoordiging van het volk.

Mijn ouders zijn zeker van hun stem, ook al hebben ze nog nooit een partijprogramma gelezen

Zelf heb ik maar van korte duur mijn Turkse buren kunnen vertegenwoordigen. Na een jaartje als duoraadslid in Oost te hebben gewerkt wist ik zeker dat ik niet in de politiek hoorde en ben ik verder gaan studeren. Ik heb mijzelf ook nooit gezien als een politicus. Wel als iemand die de zorgen van mijn buren kon uiten tijdens de fractie- en raadsvergaderingen. Iemand herkenbaar en toegankelijk tijdens de buurtbijeenkomsten en beleidsmiddagen. Achteraf gezien was ik eigenlijk best een goede politicus.

Ik heb ook nog steeds potentie om Tweede Kamerlid te worden, maar nu ik geen lid meer ben van een politieke partij, lijk ik steeds verder te zweven. Ik wil stemmen op iemand die ik graag in de Tweede Kamer wil hebben, ongeacht zijn of haar rang in de partij. Iemand aan wie ik mijn stem toevertrouw en wie mij zal kunnen vertegenwoordigen. En vooral iemand die, zoals Kuzu en Öztürk, mijn ouders hebben aangespoord, ook mij kan aansporen om te stemmen. Mensen aansporen überhaupt mee te doen aan dit politieke schouwspel is tegenwoordig al genoeg een uitdaging.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
PLLRAAK_ESRA_DEDE_HR__24

Over de auteur

Freelance journalist

Esra Dede blogt voor OneWorld over alles wat haar opvalt. Hoewel haar ouders Turks zijn, heeft ze niets met labels als ‘allochtoon’, …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief