Waarom vrouwenquota een prima idee zijn

06-03-2017
Door: Santi van den Toorn
Bron: OneWorld
Foto: Flickr
Actueel – 

Naar aanleiding van de recente aandacht voor ongelijke representatie in de politiek, en helaas ook in het Nederlandse bedrijfsleven, speelt de discussie over de zin of onzin van vrouwenquota weer op. Zo ook in Het Lagerhuis, waar Thierry Baudet en Sylvana Simons een verhitte discussie voerden.

Bij dat debat betoogde een aantal vrouwen fel dat zij gekozen willen worden om hun kwaliteiten, niet omdat zij vrouw zijn. Dit is een drogreden pur sang; vrouwenquota betekenen niet dat een vrouw een baan moet krijgen waarvoor ze niet gekwalificeerd is. Daarnaast kun je het ook omdraaien: hoe frustrerend is het om een baan waarvoor je wel geschikt bent níet te krijgen, louter omdat je vrouw bent? Onderzoek toont steevast aan dat bij gelijke kwalificaties mensen kiezen voor wat ze herkennen; mannen kiezen dus vaak mannen. Slechts 10% van raden van bestuur is vrouw, het systeem houdt zichzelf in stand en zal opzettelijk doorbroken moeten worden. Zoals Simons zei: “ik heb niet nog honderd jaar, mijn dochter van twintig heeft niet nog honderd jaar, er moet nu verandering komen”.

Hoe frustrerend is het om een baan waarvoor je wel geschikt bent níet te krijgen, louter omdat je vrouw bent?

Vrouwenquota in de praktijk

De tegenargumenten zijn talrijk. Zo betoogt Edwin van Sas dat vrouwenquota een slecht idee zijn omdat ze gebaseerd zijn op de aanname dat je niet geaccepteerd wordt vanwege je geslachtskenmerken, terwijl het er volgens hem aan ligt dat kwaliteiten die we aan leiderschap toekennen, vaak als mannelijk worden gedefinieerd. Traditioneel meer vrouwelijke kwaliteiten als zachtheid en empathie spelen vooralsnog een ondergeschikte rol in de definitie van goed leiderschap.

Dat ben ik met hem eens: een meer androgyne opvatting van leiderschap kan een boel opleveren. Wat Van Sas over het hoofd ziet, is dat vrouwenquota daar juist bij kunnen helpen. Immers: vrouwen zijn momenteel in dusdanig kleine getale aanwezig dat zij andermans spel moeten spelen. Zijn er meer vrouwen, dan kunnen zij hun eigen spel spelen en zullen zij makkelijker ruimte vinden om een breder spectrum aan kwaliteiten te vertonen. 

 

Foto: Wikimedia commons

Geforceerde diversiteit is ook diversiteit

Een ander tegenargument luidt: als vrouwen liever verpleegster worden, en mannen liever CEO, moet je dat niet geforceerd veranderen. Alleen zijn er veel vrouwen (en mannen) die weinig ophebben met zulke normatieve beroepen en allerlei zichtbare en onzichtbare barrières tegenkomen wanneer ze een andersoortig beroep ambiëren. Voor hen kan het helpen als er quota komen, zodat werkgevers wel verder moeten kijken dan hun neus lang is. Geforceerde diversiteit is ook diversiteit, ervan uitgaande dat er een divers aanbod is van mensen met de juiste kwaliteiten, en dat kunnen we onderhand niet meer ontkennen. Bovendien is de homogeniteit van de huidige politiek en het bedrijfsleven al evenzeer geforceerd, maar dan afgedwongen door decennia van geïnstitutionaliseerd seksisme. Mensen zijn gemaksdieren: om verandering te bewerkstelligen zul je ze wat moeten opschudden.

Het eeuwige beste-persoon-op-de-beste-plek argument

Al eerder ontkrachtte ik de hardnekkige misvatting dat door vrouwenquota of de oproep op een vrouw te stemmen kwaliteit verloren gaat. Veel respectlozer kan een argument bijna niet zijn; het impliceert immers dat vrouwen per definitie te weinig kwaliteiten bezitten en niet kunnen tippen aan hun mannelijke concurrentie. De optie dat een vrouw even goed zou kunnen zijn als een man of, houd je vast, misschien wel beter, wordt niet meegenomen in de overwegingen.

 

De optie dat een vrouw even goed zou kunnen zijn als een man of, houd je vast, misschien wel beter, wordt niet meegenomen in de overwegingen.

 

Zo is ook Laurence Stassen ervan overtuigd dat een vrouwenquotum zal leiden tot onervaren vrouwen op ongeschikte plekken; zij betoogt dat er op dit moment simpelweg niet genoeg vrouwen zijn met een hoog opleidingsniveau en voldoende ervaring. Daarnaast is volgens haar een werkweek van 60 uur vereist om die ervaring op te doen. De hoge aantallen van Nederlandse vrouwen die in deeltijd werken leidt, zo meent ze, dus per definitie tot een gebrek aan ervaren vrouwen.

Dat legt inderdaad een ander probleem van de Nederlandse werkcultuur bloot. Maar dan niet dat Nederlandse vrouwen kampioen deeltijdwerken zijn, wél dat parttime werk maatschappelijk gezien ronduit slecht geaccepteerd wordt. Dit is een ander probleem dat opgelost kan worden door breed geïntegreerde papadagen, langer vaderschapsverlof en een evenredige verdeling van huishoudelijke taken. Voor dit probleem is een vrouwenquotum geen oplossing, die geef ik Stassen na. Wel bestrijd ik haar argument dat er niet genoeg hoogopgeleide, ervaren vrouwen zijn.

Paardenmiddel

Vrouwenquota zijn absoluut een paardenmiddel, en invoering ervan kan leiden tot scheve blikken. Maar het is aan bedrijven zelf om te selecteren op kwaliteit, zowel in hun eigen belang als in dat van de gekozen vrouw. Wat mij betreft is zo’n quotum het de enige methode om snel resultaat te boeken. Tien procent vrouwen in topfuncties is onverdedigbaar in een zichzelf progressief noemend land.

** Dit hele stuk gaat steeds uit van gender als dichotomie. Alhoewel ik zeker geen fan van die gedachte ben, heb ik het voor de leesbaarheid van dit stuk zo gelaten. Uiteindelijk lijkt het mij noodzakelijk te streven naar een genderneutrale samenleving, waarbij kwaliteiten niet meer als inherent mannelijk of vrouwelijk worden opgevat en waarbij geslacht niet langer als binair wordt beschouwd, sterker nog, er niet meer toe doet.

Meer over vrouwenquota op 8 maart in Pakhuis de Zwijger.

Reacties