OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Op een vrijdagmiddag fiets ik langs ons nieuwe huis. Er staat een grote tankwagen voor, met een luidruchtige pomp. Twee mannen dragen een lange kunststofslurf naar binnen, waarmee ze een dikke grijze massa stortten in de nauwe kruipruimte beneden. ‘Schuimbeton’, zo lees ik op de vrachtwagen. Het begrip zegt me weinig, hoewel er vaag een belletje gaat rinkelen. Beton, dat is gemaakt van cement. De cementindustrie stoot veel CO2 uit, zoveel weet ik. Hoe zat dat dan bij schuimbeton?

Heiligt het doel de middelen?

Terwijl de betonstorter met zijn lieslaarzen aan in de grijze mousse stond te roeren, en zijn bonkige collega met een bezweet voorhoofd tegen me aanbotste bij de voordeur, begreep ik dat dit niet het juiste moment was om ernaar te vragen. Toch hield de vraag me nog dagenlang bezig.

2018-10-01-huis-isolatie-Leontien1

“Waarom hebben we het nooit gehad over onze keuze van isolatiematerialen?”, vroeg ik licht geïrriteerd aan mijn man, niet in de laatste plaats omdat ikzelf glad vergeten was om het aan te kaarten. “Ik weet het niet”, antwoordde hij met een zucht.

Toegegeven, isolatiemateriaal is niet het meest sexy onderwerp om het over te hebben. En in de chaos van een verbouwing ontglipt er gemakkelijk iets aan de aandacht.

“Heb je al op internet gezocht?” Terwijl mijn man ‘schuimbeton’ en ‘duurzaam’ intikte, en de zoekresultaten zich uitrolden op het laptopscherm, zei hij: “Hier staat het: ‘zeer duurzaam’.” Ik klikte op het resultaat en las dat het spul ongevoelig is voor vocht en relatief lang meegaat. Dat is gunstig, maar de alom verwarrende term ‘duurzaam’ kreeg hier de betekenis die het ook bij sommige autobanden heeft: de materialen gaan lang(er) mee. Het zegt niets over de hoeveelheid broeikasgassen die vrijkomen bij de productie.

Met de online speurtocht kwamen we niet veel verder. Toch is het cruciaal om te weten of de productie van het isolatiemateriaal niet méér CO2-uitstoot dan we straks met de energieneutrale isolatiemaatregelen willen gaan besparen

isoleren voorgevel

Geen schapenwol en fluorkoolwaterstof

Het was dan ook enigszins geruststellend toen isolatiedeskundige Marlon Mintjes van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal aan de telefoon uitlegde dat je niet gauw een verkeerde keuze maakt op dit gebied. “De milieubelasting van bijna alle isolatiematerialen wegen niet op tegen de CO2-besparing van de isolatie zelf.” Wel benadrukte ze stellig dat er twee uitzonderingen zijn: “Gebruik geen schapenwol en vermijd PUR-schuim met HFK’s.”

Want hoe milieuvriendelijk schapenwol misschien ook mag klinken, de herkauwers stoten met hun poep en winden behoorlijk wat methaan uit, een broeikasgas dat zo’n 28 keer sterker is dan CO2.

Waarom je polyurethaan (PUR) schuim met fluorkoolwaterstof (HFK’s) moet mijden, toont een rapport van de voorlichtingsorganisatie dat vorig jaar verscheen. Vloerisolatie met gespoten polyurethaan (PUR) die fluorkoolwaterstof (HFK) bevat, boekt pas na zestien jaar klimaatwinst. Geen wonder als je bedenkt dat deze broeikasgassen maar liefst 800 tot 3200 keer sterker zijn dan CO2. Vanaf 2023 zijn gespoten HFK’s overigens verboden.

Schapenwol en fluorkoolwaterstof stonden gelukkig niet in onze isolatieplannen. Wel was het de bedoeling dat de gevel en het dak ter isolatie polyisocyanuraat (PIR) hardschuim spouwplaten van 90 millimeter dikte zouden krijgen. Het idee was dat er een soort houten skelet gebouwd werd, van binnenuit tegen het dak, de muren en plafonds, waartussen de isolatiematerialen kwamen. Omdat hier vrij weinig ruimte was, werd de keuze beperkt tot slanke varianten met een hoge isolatiewaarde. Als we bijvoorbeeld oud textiel tussen de gevels lieten bevestigen, dan nam ook de isolatiewaarde af – gelet op de toepasbare dikte van het textiel – wat weer minder gunstig zou zijn voor het energieverbruik.

Bij de plafonds kwam er glaswol van 90 millimeter dikte. En er zou geen lijm aan te pas komen, waardoor het isolatiemateriaal goed te recyclen is. Het gebruik van recyclebare materialen sluit naadloos aan bij het idee van circulair bouwen, waarin men ervan uitgaat dat alle materialen herbruikbaar zijn. De ambities van het kabinet zijn om Nederland volledig circulair te krijgen in 2050.

isoleren vloer

Een beetje ossenbloed

Binnen circulair bouwen past ook schuimbeton dat volledig te recyclen, zo las ik. Omdat er verder nog wat vraagtekens waren omtrent de duurzaamheid van het product, besloot ik de schuimbetonproducent te bellen. De medewerker legde me uit dat het spul geen gif bevat en biologisch afbreekbaar is. Het wordt vaak ter plekke gemaakt, waardoor er weinig restanten overblijven. En het bestaat vooral uit minuscule luchtbellen: 70 procent is lucht. Verder bestaat ongeveer 19 procent uit water, 6 procent uit cement, 4 procent uit vulstoffen als zand en kalksteen en 1 procent slachtafval zoals, jawel, ossenbloed.

Het was een opluchting nu ik wist dat schuimbeton grotendeels uit lucht en water bestaat, en slechts voor een klein deel uit cement – waar bij de productie ervan heel wat CO2 gemoeid is. Anderzijds, om een ondervloer te leggen heb je wel weer meer materiaal nodig dan wanneer je enkel een houten vloer isoleert met glaswol. En omdat er meer materiaal nodig is, liggen bijvoorbeeld de uitstoot van CO2 en fijnstof per vierkante meter hoger.

Een ander dilemma: de PIR-hardschuim spouwplaten die we gebruiken, zijn tot stand gekomen met fossiele brandstoffen. En met onze energieneutrale en aardgasvrije aspiraties proberen we die juist zoveel mogelijk te vermijden.

De winst van onze materialen zit ‘m vooral in de hoge isolatiewaarden, we komen met onze jarendertigwoning daarmee in de buurt van woningen die vandaag de dag worden gebouwd. En het moet gezegd: de schuimbetonnen vloer isoleert dermate goed, dat we zelfs hoger scoren dan de eisen waaraan vloeren in nieuwbouwhuizen moeten voldoen.

Powerswitch-redacteur Leontien Aarnoudse onderwerpt haar jarendertigwoning aan een duurzame metamorfose. In deze reeks beschrijft ze hoe dat haar vergaat. Dit was deel 3.

seth-doyle-204266-unsplash

De grote duurzame verbouwing: het plan

Hoe maak je een jarendertigwoning energieneutraal en gasvrij? Gekkenwerk of gewoon doen?

geld lenen duurzaam verbouwen

De grote duurzame verbouwing: het prijskaartje

Op naar een energieneutraal en gasvrij huis. Aflevering 2: hoe gaan we dat financieren?

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bewerkt3-

Leontien Aarnoudse

Leontien Aarnoudse is journalist en bij OneWorld redacteur van het PowerSwitch-platform. Ze schrijft vooral over energie, voedsel, landbouw …
Profielpagina

Advertentie

NRC Live – Banner Mobiliteit – OneWorld – 600×500 (002) 6 nov