Uit eten in Ghana

De Afrikaanse eethuisjes in Nederland hadden grote verwachtingen geschept over het eten in Afrika. In gezellige rieten stoeltjes kon je onder het genot van zachte Afrikaanse muziek banaanbier drinken en samen pannenkoekjes met allerlei kruidige hapjes van een grote schaal eten.

Vergeten oliebol
Dat viel tegen in Ghana. Toen ik de eerste keer uit eten ging kwam ik terecht bij een klein hutje met voor de deur een paar uiterst gammele plastic stoelen waarop je heel voorzichtig moest zitten. Op de tafel stond een fles fluor-groen wasmiddel en een teiltje water. Nu was ik uit mijn studententijd nog wel gewend om eerst af te wassen voor ik kon eten, maar als je uit eten ging vond ik het toch wel apart.

Het water en de zeep bleken echter om je handen te wassen. Vooraf, maar vooral ook achteraf. Alle gerechten bestonden namelijk uit een soort kleffe bal waar je met je handen stukjes van at. Het zag eruit als een oliebol die ze waren vergeten te frituren. Eerlijk gezegd deed de smaak daar ook aan denken. De gezellige pannenkoekjes uit het Afrikaanse restaurantje in Nederland bleken alleen in Oost Afrika te worden geserveerd. Ik was in West Afrika terechtgekomen.

Stukjes hond
De kleffe bal werd geserveerd met een rode, groene of bruine saus. Behalve de kleur was er weinig verschil, alle sauzen druipten van de palmolie, waren zonder uitzondering vreselijk heet en smaakten naar de garnalenblokjes van Maggi die overal aan werden toegevoegd en werkelijk op de meest afgelegen marktjes nog in prachtig opgestapelde piramides te koop aangeboden werden.

Op heldere dagen was het prachtig om onder de sterrenhemel buiten te eten in het donker. Aan de andere kant vond ik het -juist als alles smaakt naar rauwe oliebol met sambal- toch wel prettig om te zien of er nu stukjes geit of stukjes hond naar binnen aan het werken was.

Kitchen nurses
Het vereiste in het donker bovendien grote vaardigheid om het plukje deeg dat droop van de rode vette saus zonder te knoeien in je mond te stoppen. Meestal zag je de volgende ochtend aan de oranje vetvlekken dat toch weer de helft van de rode saus je mouw ingelopen was.

Toen ik een keer met de chauffeur naar de grote stad was gereden nam ik hem mee uit eten in een restaurant voor toeristen. Hij keek zijn ogen uit, niet alleen naar alle gerechten maar vooral ook naar de mensen in de open keuken. ‘Kitchen nurses’ lachte hij, wijzend op de koks in witte koksbuizen.

Toen de serveerster kwam bestelde ik een pizza prosciutto e funghi. Wat heerlijk was het om een keer geen kleffe bal te hoeven eten. De chauffeur bestudeerde nog een keer de kaart met alle gerechten en bestelde…

een ongefrituurde oliebol met sambal.

David van Bodegom

www.davidvanbodegom.nl

 

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

David van Bodegom is een Nederlandse arts en de schrijver van het boek ‘Nood breekt wet’, een boek over een jonge tropenarts …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer