OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

“Een koffiemomentje.” Met een brede lach op zijn gezicht neemt Atiq tegenover mij plaats op de bank. Naast hem zit zijn vrouw Hariwa, een oud-studiegenoot van mij in Leiden. Vijf jaar geleden leerden Hariwa en hij elkaar per toeval kennen in Herat, de culturele hoofdstad van Afghanistan. Ze ontmoetten elkaar toen Hariwa voor de eerste keer terug ging naar Afghanistan. Atiq trotseerde de bureaucratie voor een verblijfsvergunning en slaagde voor het taalexamen voordat hij zich een halfjaar geleden in Nederland mocht vestigen. Hij verruilde zijn geliefde Herat en een goede functie binnen de overheid voor Utrecht en een parttimebaan in het magazijn van de Hema. Atiq is een ‘gezinsmigrant’, zoals buitenlandse partners van Nederlanders officieel heten.

“Heb je je huiswerk gemaakt?” plaag ik Atiq, wijzend naar de stapel boeken en schriften voor hem. “Zal ik je overhoren?” Bladerend door zijn taalboek valt me zijn mooie handschrift in Dari (Farsi) en de vertalingen van de Nederlandse woorden op. Toen Atiq een baan kreeg, heeft hij zich ingeschreven voor inburgeringslessen. Volgens het huidige inburgeringsbeleid zijn gezinsmigranten net als asielmigranten (statushouders) namelijk inburgeringsplichtig; als ze in Nederland willen blijven, dan zullen ze een intensief (en duur) inburgeringstraject moeten volgen.

Meer schulden, minder inburgeringskansen

Met name de hoge kosten, maar ook het gebrek aan informatie over en begeleiding bij de te volgen trajecten en cursussen, waren voor Atiq redenen om niet meteen met zijn inburgeringslessen te beginnen. Maar nu hij eenmaal bezig is, wil hij de cursus zo snel mogelijk afronden. Dat geldt ook voor zijn cursusgenoten: gezinsmigranten en asielgerechtigden uit Indonesië, Afghanistan, Brazilië, Eritrea en Syrië. De meeste deelnemers hebben geld moeten lenen om de cursus te volgen. Halen zij die niet binnen drie jaar na aankomst in Nederland, dan dreigt er een boete, en lopen hun schulden mogelijk nog verder op.

Het huidige inburgeringstelsel heeft honderden malafide taalscholen opgeleverd

Het huidige inburgeringstelsel stamt uit 2013 en is gestoeld op het ideaal van marktwerking. Inburgeringsplichtigen kunnen via de overheidsinstelling Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) een lening aanvragen tot 10.000 euro. Dat heeft honderden malafide taalscholen opgeleverd. ‘Beunhazen’ noemde de voormalige minister Lodewijk Asscher (PvdA, Sociale Zaken) de frauderende cowboys die in ruil voor een laptop of andere extraatjes nieuwkomers tegen een zo groot mogelijke prijs naar hun taalcursus lokken. Hun doel is niet om inburgeraars te helpen om zo spoedig mogelijk het inburgeringsexamen te halen, met schulden en niet-gehaalde examens tot gevolg. In 2017 oordeelde de Algemene Rekenkamer dat het stelsel had gefaald, en de integratiekansen van migranten zelfs had verkleind.

Het kabinet beloofde beterschap. In 2021 moet een nieuw stelsel alle nieuwkomers helpen om snel en volwaardig mee te doen in de Nederlandse maatschappij. Het leenstelsel wordt afgeschaft voor statushouders en gemeenten krijgen regie in de begeleiding van inburgeringsplichtigen. Ook moeten zij gaan zorgen voor het cursusaanbod op alle niveaus. Op basis van een brede intake wordt in het persoonlijke Plan Inburgering en Participatie (PIP) vastgesteld welke taalcursus en welk participatietraject het beste past bij een nieuwkomer, rekening houdend met niveauverschillen en verschillen in leertempo tussen nieuwkomers.

Tweedeling

Sinds 2013 vallen zowel gezinsmigranten als statushouders onder dezelfde regeling. Het door minister Koolmees (Sociale Zaken) beloofde einddoel van het nieuwe inburgeringsstelsel voor 2021 is dat álle nieuwkomers volwaardig en zo snel mogelijk participeren in de Nederlandse samenleving. Want, zo staat te lezen in zijn brief, ‘dat is goed voor Nederland en voor nieuwkomers’. Dit einddoel is geheel in lijn met de geluiden uit de samenleving.

De stelselwijziging zou de situatie voor alle nieuwkomers moeten verbeteren maar zorgt in de praktijk voor een tweedeling tussen inburgeringsplichtigen. Eenmaal in Nederland zijn zowel gezinsmigranten als statushouders verplicht tot hetzelfde inburgeringsexamen en het maatschappelijke doel van snel en volwaardig meedoen. Gezinsmigranten krijgen echter met andere rechten en plichten te maken dan statushouders.

Nederlandse partners van gezinsmigranten kunnen de hoge kosten voor inburgering niet aan

Beide groepen krijgen een Brede Intake en een PIP op maat. Voor statushouders is het nieuwe inburgeringsstelsel een flinke stap in de goede richting. Zij kunnen straks rekenen op financiële steun, advies en begeleiding op maat van de overheid. Gezinsmigranten worden echter aan hun lot overgelaten: zij moeten alles zelf regelen, op eigen kosten, zonder hulp of begeleiding.

De redenering van het ministerie van Sociale Zaken is dat deze groep er zelf voor kiest naar Nederland te komen, en meer ‘doenvermogen’ heeft omdat de partner al uit Nederland komt en het systeem goed zou kennen. Daardoor zouden gezinsmigranten geen begeleiding op maat of financiële steun nodig hebben. De realiteit leert anders: gezinsmigranten en hun partners verschillen van elkaar in achtergrond, vaardigheden, financiële draagkracht en motivatie om naar Nederland te komen (denk aan partners van Nederlandse expats of kennismigranten).

John Erkelens, gedupeerde en officiële woordvoerder van de Facebook-pagina Inburgeraars 2013-2020 met bijna 2000 leden, onderstreept dat het nieuwe stelsel een stap achteruit is voor gezinsmigranten. Erkelens sprak hierover vorig jaar namens de gezinsmigranten en partners met minister Koolmees en bood hem een petitie aan. Zijn boodschap: ‘Door de hoge cursuskosten, verhoogde taaleis en het gebrek aan begeleiding en maatwerk komen gezinsmigranten en hun partners in financiële problemen. Er zijn gezinsmigranten die lessen overslaan omdat ze de reiskosten niet kunnen betalen.’

Anders dan voor statushouders blijft voor gezinsmigranten het leenstelsel van kracht. Ze kunnen aanspraak maken op een DUO-lening, maar de lening is afhankelijk van de hoogte van het eigen inkomen en dat van de partner. Nederlandse partners met een kleine portemonnee kunnen de hoge kosten voor inburgering niet aan. Een maximale lening bij DUO is 10.000 euro, en als een inburgeringsplichtige zijn of haar examen niet binnen drie jaar haalt, volgt er een boete tot 1250 euro. Zeker nu de taaleis wordt verhoogd, zullen er meer boetes volgen. Door de hoge kosten beginnen gezinsmigranten relatief later aan hun inburgering, en door de wildgroei aan taalscholen duurt het langer voordat een school op maat is gevonden.

Uit het oog, uit het hart

Ook de gemeenten en de belangenorganisaties zoals Stichting Civic vinden het onderscheid tussen inburgeraars onwenselijk en onuitvoerbaar. Onwenselijk omdat een deel van dezelfde groep inburgeringsplichtigen zelfstandig de weg moet vinden in het complexe inburgeringsstelsel met zijn wildgroei aan aanbieders. Onuitvoerbaar omdat de meeste gemeenten binnen het huidige stelsel al geen beeld hebben van de voortgang van gezinsmigranten tenzij die aankloppen voor bijstand. Gezinsmigranten hebben echter geen recht op bijstand zolang zij geen zelfstandige verblijfsvergunning hebben.

Gezinsmigranten hebben allemaal een Nederlandse partner die ze de Nederlandse waarden en normen kan uitleggen. Toch zijn gezinsmigranten verplicht om een participatieverklaring af te leggen en het verplichte traject te volgen, en ook nog eens daarvoor te betalen. Erkelens: ‘Ze hebben dat vaak niet nodig, terwijl de meeste gezinsmigranten wel behoefte hebben aan taalondersteuning en inburgering op maat.”

Erkelens pleit voor een systeem waarin gemeenten en gezinsmigranten de mogelijkheid krijgen om samen een integratietraject op maat te bepalen. “Gezinsmigranten verschillen van elkaar in achtergrond, cultuur, vaardigheden en kennis. Daarom zou inburgering op maat veel zinniger zijn dan de huidige eenheidsworst. Je moet inburgeraars geen onnodige trajecten opleggen. Dat is bovendien in strijd met uitspraken die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hierover heeft gedaan: géén onnodige integratiemaatregelen.’

Uit onderzoek en ervaring blijkt dat als migranten onvoldoende ‘participeren’ (dat wil zeggen: sociale contacten leggen, (vrijwilligers)werk doen, onderwijs volgen…) ze op den duur minder taalvaardig worden. Zonder begeleiding op maat vanuit de gemeente beklijft de taalvaardigheid die de gezinsmigranten hebben opgedaan niet. Dit is vooral het geval bij kwetsbare vrouwen – vrouwen met weinig tot geen sociale contacten, alleenstaande moeders of gescheiden gezinsmigranten die niet meer terug kunnen vallen op hun Nederlandse partner.

Bladerend door zijn taalschrift vraag ik aan Atiq wat hij van de Nederlandse taal vindt. “Mooi, maar moeilijk.” Weer de brede glimlach en gelukkig nog steeds verliefd. Veel tijd voor koetjes en kalfjes hebben we niet. Zodra zijn koffie op is, staat Atiq op: “Het momentje is klaar.” Het magazijn van de Hema wacht.

Wat vind je van ons?
Wij vinden jouw mening belangrijk en horen graag wat we kunnen doen om OneWorld te verbeteren.
Vul hier onze enquête in en maak kans op 2 toegangskaarten voor filmfestival IDFA!

pexels-photo-761295

Dit vinden nieuwkomers zélf van het integratiebeleid

'Ik ben een nummer om weg te werken'

Open Arms

‘EU moet voor de rechter om dodelijk migratiebeleid’

Juristen willen dat het Internationaal Strafhof de EU vervolgt.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
_DSC2261 – kopie (2)

Ilias Mahtab

Ilias Mahtab studeerde Internationaal Recht in Leiden en werkte voor onder meer het ministerie van Buitenlandse Zaken en de gemeente …
Profielpagina