OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Van ontruiming naar kraak, naar ontruiming, naar kraak – dit verhaal van We Are Here kennen we inmiddels uit verschillende media. Maar de groep vluchtelingen, die ‘de situatie van afgewezen maar onuitzetbare vluchtelingen in Nederland aan de kaak te stellen’, werd de laatste jaren niet alleen door journalisten in de gaten gehouden, maar ook bestudeerd door verschillende universitair onderzoekers. Onder meer juristen, politicologen, antropologen en sociologen raakten geïnspireerd door de acties van het collectief.

Een aantal academici zocht contact met de WAH-leden, interviewden hen en trokken conclusies die ook voor andere asielzoekers en migranten gelden. Op 17 oktober kwamen de WAH-activisten en de onderzoekers voor de eerste keer samen in het Amsterdamse academisch-cultureel centrum Spui 25. Dit gebeurde op initiatief van Jo van der Spek, directeur van een stichting Migrant 2 Migrant en Sander Mensink, een promovendus aan de Universiteit van Amsterdam. De aanwezige academici wilden vertellen waar ze de vergaarde informatie voor gebruiken en van WAH-leden horen wat het onderzoek kan betekenen voor het collectief.

Uit de ontmoeting zijn drie belangrijke lessen te trekken:

1. Een huis is een huis, en daar mag de overheid niemand zomaar uit wegjagen, zelfs al is dat huis gekraakt
‘Het recht om met rust gelaten te worden door de regering’, was een van de uitgangspunten van het juridische onderzoek van Lieneke Slingenberg, dat ze in 2017 afrondde. Deze jurist en universitair hoofddocent Staats- en bestuursrecht en Migratierecht aan de Vrije Universiteit, onderzocht informele nederzettingen van migranten in Calais en Amsterdam en het recht op respect voor het eigen huis (art. 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens EVRM). Slingenberg merkte op basis van een rechtszakenanalyse dat Nederlandse rechters zelden rekening houden met dat recht. “Als er al een beroep op wordt gedaan, dan wordt het slechts oppervlakkig besproken”, vertelt ze tijdens haar presentatie in Spui 25. “Wettigheid is bovendien maar één aspect dat de rechtbank in overweging zou moeten nemen bij het maken van een uitspraak. Er zijn ook andere zaken die meespelen, zoals beschikbaarheid van woningen.” Dat is precies de kern van het probleem voor de afgewezen mensen die onuitzetbaar zijn: ze kunnen niet rekenen op de steun van de staat om een woning te vinden.

DSC01445
Lieneke Slingenberg

Volgens Slingenberg moet de staat bij uitzettingen ook meer rekening houden met de verblijfsduur van de bewoners. Want ook al is er sprake van een huis dat op een onrechtmatige manier werd betrokken, dan nóg blijft het een huis dat moet worden gerespecteerd. In dat opzicht worden de gekraakte panden van WAH maar ook het kamp van Calais ook als huis beschouwd. Dat wil echter niet zeggen dat de staten en steden geen actie moeten ondernemen om de situatie van die migranten te verbeteren.

Wat Slingenberg met haar onderzoek probeert te doen is meer aandacht vestigen op de mogelijkheden die artikel 8 kan creëren. Ze organiseert lezingen en workshops voor advocaten, rechters en ngo’s, wel beseffend dat een toenemend gebruik van het artikel de toekomstige uitzettingen niet zal voorkomen. Welke impact kan het dan wel hebben? Het onderzoek wijst uit dat het artikel 8 ‘de nodige bescherming aan migranten biedt. Deze bescherming is van procedurele en inhoudelijke aard. De rechter zou in elk geval de proportionaliteit van de uitzetting of vernietiging moeten beoordelen en hierbij rekening houden en een voldoend gewicht toekennen aan de relevante factoren die zijn vastgelegd in de jurisprudentie van het EHRM’. Een bijzondere aandacht van de rechters zou moten gaan naar de timing en manier waarop de uitzettingen worden uitgevoerd. Deze bescherming krijgen migranten in Amsterdam en Calais niet van de rechters.

2. Uitzettingsbeleid heeft een menselijke kant
‘Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van het terugkeerbeleid, geniet een reputatie hard en direct te zijn in het behandelen van niet gereguleerde migranten. Zowel in het deportatieveld als in de Nederlandse samenleving in een ruimere zin.’ Dat staat te lezen in het onderzoek van antropoloog en universitair hoofddocent Barak Kalir, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij nam voor zijn onderzoek de uitvoering van gedwongen uitzettingen onder de loep. Hij interviewde zowel medewerkers van de DT&V als ‘maatschappelijk geëngageerde organisaties waarbij vrijwilligers en betaalde medewerkers het uitzettingsbeleid aanvechten en afgewezen migranten ondersteunen op grond van menselijke, fundamentele of universele rechten’.

Voor de buitenwereld lijken dit twee gescheiden werelden. Kalir ontdekte dat er achter de ‘ontvlammende retoriek’ van het uitzettingsbeleid toch vaak een menselijke kant schuilt. Zo zouden de ambtenaren die met ethische dilemma’s bij het uitzetten van migranten worstelen, de uitzetting tenminste op ‘een menselijke manier willen uitvoeren’.

DSC01448
Barak Kalir

Dit neemt niet weg dat bepaalde aspecten van het uitzettingsbeleid, zoals de duur van detentie, fel bekritiseerd worden. Maar we kunnen niet elke ‘storing’ in het systeem op bureaucratie steken, vindt Kalir. “Die is namelijk onmisbaar om organisaties draaiende te houden. Bureaucratie is overal. Zelfs WAH heeft er een. Het is gewoon een technologie om dingen bij elkaar te krijgen.”

3. Detentie moet minder repressief
Het onderzoek van socioloog Arjen Leerkes toont aan dat de psychische en fysieke gezondheid van migranten belangrijk is bij het werken aan de terugkeer, want dat ‘vergroot de kans dat vertrekbereidheid tijdens de detentie toeneemt’. Universitair hoofddocent Sociologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam Leerkes vindt dat het detentieregime daarom minder repressief moet worden. Bovendien zorgt meermalige detentie (meer dan vier keer) ervoor dat mensen minder bereid zijn om te vertrekken. “Waarschijnlijk omdat ze detentie als onderdeel van hun levens zijn gaan zien”, vertelde Leerkens in 2014 aan NRC Handelsblad na de publicatie van zijn onderzoek. Tijdens de bijeenkomst in Spui 25 is Leerkens stellig: detentie werkt niet. “Bovendien krijgen sommige mensen na jaren toch een verblijfsvergunning.” Dat illustreert de aanwezige woordvoerder van WAH, Khalid Jone, die na zestien jaar in Nederland uiteindelijk toch een status kreeg.

Toch wordt het regime in detentiecentra alsmaar strenger, zoals de in het publiek aanwezige coördinator van Meldpunt Vreemdelingendetentie, Revijara Oosterhuis, vertelt. Hier schreef OneWorld onlangs ook over.

fence-2163951_1920

Geen papieren en geen misdaad, maar toch in detentie

Nederland sluit regelmatig ongedocumenteerden op.

Wat heeft WAH aan het onderzoek?

De wetenschappers hopen dat hun onderzoek uiteindelijk tot structurele veranderingen binnen het migratiesysteem zal leiden. Het is WAH tot nu toe namelijk nog niet gelukt: hoewel honderd WAH-leden een verblijfsvergunning kregen, blijven de wetten vooralsnog zoals ze zijn. Zoals Kalir het stelt: “Ik doe dit onderzoek niet om voor iemand een kwartiertje extra frisse lucht tijdens diens verblijf in een detentiecentrum te regelen, maar om beleidsmakers, de mensen aan de macht, te confronteren en het hen zo ongemakkelijk te maken.”

We-Are-Here-Joris-van-Gennip-

Op bezoek bij We Are Here

OneWorld gaat langs bij vluchtelingencollectief We Are Here: "Vrienden? We zijn familie!"

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ula Idzikowska

Redacteur Movement

Ula is storyteller en blogger. Zij heeft literatuur en onderzoeksjournalistiek gestudeerd en schrijft graag over migratie en …
Profielpagina