Beeld: Links: Pexels. Rechts: Dominic Chavez / World Bank
Opinie

‘Zwarte levens tellen niet in de mode’ (en dat is altijd zo geweest)

De kledingindustrie is geworteld in kolonialisme en slavernij, zegt modejournalist Melissa Watt. En ook vandaag de dag wordt de industrie gedomineerd door witte ontwerpers, witte modeshows en witte CEO’s, terwijl aan de andere kant van de productieketen miljoenen mensen van kleur worden uitgebuit.

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
In de modewereld is racisme dagelijkse kost. Het is een extreem witgekalkte industrie die altijd de voorkeur heeft gegeven aan witte ontwerpers, witte modeshows en witte CEO’s. Maar die voorkeur reikt niet tot de kledingproductie, waarin miljoenen mensen van kleur in slechte omstandigheden werken om onze kleding in elkaar te zetten.

Op het hoogtepunt van de slavenhandel vormde de katoenindustrie een verbinding tussen beide zijden van de Atlantische Oceaan

De mode-industrie zoals we die kennen, is gebaseerd op kolonialisme en slavernij. Vanaf de zestiende eeuw vielen Europese landen Azië, Afrika en Zuid-Amerika binnen op zoek naar producten en goedkope arbeidskrachten. Zelfs formele Europese kleding werd een onderdrukkingsmiddel, dat diende als symbool van status en macht.

Een koloniale erfenis

Katoen was een van de eerste textielproducten die werden geïndustrialiseerd. Op het hoogtepunt van de slavenhandel vormde deze industrie een verbinding tussen beide zijden van de Atlantische Oceaan. Hoewel de slavernij in de Verenigde Staten in 1808 werd afgeschaft, ging deze gang van zaken op de Amerikaanse katoenplantages nog decennialang door, wat rassensegregatie verder in de hand werkte. Aan het begin van de industriële revolutie (1760 – 1840) nam het kolonialisme toe, en daarmee ook het koloniale geweld en de marginalisatie.

Miljoenen textielarbeiders in Bangladesh zitten zonder salaris omdat grote merken weigeren te betalen

Als nalatenschap van deze koloniale tijd onttrekt het huidige economische model van fast fashion nog altijd inheemse bronnen aan het mondiale zuiden, dat daarmee afhankelijk is van de westerse handel. De vraag naar betaalbare kleding en arbeid is onverminderd en concurrerende merken besteden de productie zo goedkoop mogelijk uit om hun winstmarges te vergroten. Moderne slavernij en uitbuiting zijn nog altijd wijdverbreid, en degenen aan de onderkant van de toeleveringsketen worden bij economische instabiliteit het hardst getroffen.

Primark en C&A zetten kledingarbeiders op straat

Nergens is dit duidelijker te zien dan nu in Bangladesh, een van de vele landen waar grote merken weigeren te betalen (#PayUp) voor reeds verwerkte of voltooide bestellingen van kleding. De textielindustrie is goed voor ongeveer 80 procent van de export van Bangladesh, dus de gevolgen zijn rampzalig. Miljoenen textielarbeiders, die zich niet in vakbonden mogen verenigen, zitten zonder salaris en dreigen dakloos te worden en te verhongeren.

Tachtig procent van de wereldwijde textielarbeiders zijn vrouwen van kleur, en velen van hen werken in voorheen gekoloniseerde landen. Dit roept de vraag op welke levens er in de modeketens nu werkelijk toe doen.

Niet-inclusieve industrie

Mode kampt bovendien met een gebrek aan diversiteit. Zonder inclusief leiderschap of representatieve marketing zijn merken gedoemd steeds opnieuw in dezelfde racistische fouten te vervallen. De mode-industrie kent een lange geschiedenis van wegmoffelen van de zwarte cultuur, het uitsluiten van zwarte ontwerpers en stelen van intellectueel eigendom van zwarte ontwerpers.

Daarnaast wordt de industrie gekenmerkt door witte modeshows, zwarte modellen die ‘de exotische Ander’ symboliseren; een gebrek aan representatie op sociale media of in campagnes; gebruik van blackface in advertenties; opdringen van witte Europese schoonheidsnormen; een anti-zwart personeelsbeleid en vooroordelen op de werkplek. In de media die gewijd zijn aan mode gelden dezelfde problemen, zoals de recente verontschuldiging van Anna Wintour heeft laten zien.

Op de moord op George Floyd reageerden modemerken met nietszeggende zwarte vierkanten

Na de moord op George Floyd reageerden veel modemerken met nietszeggende zwarte vierkanten. Zoals Jason Campbell en Henrietta Gallina schrijven op The Business of Fashion: ‘de trage en flauwe reacties van de mode-industrie op raciaal onrecht (…) waren verbluffend teleurstellend. Maar al te vaak bestonden ze uit vage uitspraken en hergebruikte teksten. En zwarte mensen in de modewereld weten maar al te goed dat deze symbolische ondersteuning geen weerspiegeling is van de duistere realiteit die onder de oppervlakte van de industrie borrelt.’

Activisme voor de bühne

Vrijwel alle modemerken deden mee aan dit activisme voor de bühne – ze postten berichten omdat ze zich onder druk gezet voelden en het lucratief achtten, in plaats van dat ze betrokken waren bij wat er speelde. Wat ze niet deden was hun platform gebruiken voor het doorplaatsen van antiracistische bronnen en petities, aanmoedigen van directe donaties of simpelweg hun eigen portemonnee trekken.

Topshop weigert arbeiders te betalen; Gucci verkocht een trui met een soort blackface erop: hun solidariteit met BLM is een publiciteitsstunt

Topshop, dat momenteel weigert te betalen; Gucci, dat een trui met een soort blackface erop verkocht, L’Oreal, dat transgender model Munroe Bergdorf ontsloeg vanwege het aankaarten van racisme en Anthropologie, dat een geheime codenaam gebruikt voor zwarte klanten, betuigden stuk voor stuk hun solidariteit met de Black Lives Matter-beweging. Dit is niets meer dan een publiciteitsstunt.

Het fastfashionmerk In The Style legde een bijzondere obsessie aan de dag om van de crisis te profiteren met de productie van fiscaal aftrekbare liefdadigheidsshirts. Het is al veelzeggend dat de eerste gedachte van dit witte merk was om indirect te kunnen profiteren van een zwarte beweging. Bovendien is het hypocriet om textielarbeiders uit te buiten in naam van antiracisme. Toen ook nog bleek dat het merk in januari voor het laatst een zwart model op hun feed had geplaatst én dat een T-shirtontwerp gestolen bleek te zijn, kon ophef niet uitblijven.

In The Style reageerde door hun oorspronkelijke T-shirtbericht te verwijderen en de reacties op hun #BlackOutTuesday-bericht uit te schakelen. Ondertussen beriep de eigenaar, die werd gevraagd of hij zwarte werknemers in dienst had, zich op Twitter op wit slachtofferschap. Dagen later bracht In The Style een officiële verklaring uit, werden de T-shirts van hun site gehaald en schonk het merk 10.000 pond aan het George Floyd Memorial Fund. Op echte verandering hoeven we niet te rekenen.

Je bent geen duurzaam modemerk als je er onethische en racistische maatstaven op nahoudt

Maar het probleem beperkt zich niet tot fast fashion of luxe labels. Zo nam de CEO van Reformation, Yael Aflalo, onlangs ontslag nadat een voormalig werknemer, Elle Santiago, haar ervaringen binnen een racistische werkomgeving onthuld had. Je kunt niet beweren een duurzaam modemerk te zijn als je er onethische en racistische maatstaven op nahoudt.

Een echt antiracistische koers

Afgezien van de morele verplichting, loont het om inclusief te zijn. Rachel Cernansky schrijft op Vogue Business dat ‘onderzoek heeft aangetoond dat bedrijven met een divers bestuur een betere naleving van milieuwetgeving rapporteren, plus een beter financieel rendement’. Aanpakken van racisme in de mode-industrie vereist dus meer dan een paar posts op sociale media. Het vergt structurele verandering, een volledig antiracistische koers en een beter diversiteitsbeleid.

Zwarte en bruine mensen gaan al eeuwenlang succesvol om milieucrises en zijn gewend aan circulaire processen

Om milieu-educator en duurzame mode-expert Dominique Drakeford te citeren: ‘Uiteindelijk gaat het erom de microfoon door te geven en in te zien dat zwarte en bruine mensen al eeuwenlang succesvol omgaan met milieucrises en al eeuwenlang gewend zijn aan circulaire en herstellende processen. De microfoon moet worden doorgegeven aan degenen die werkelijk bij machte zijn en het draagvlak hebben om de problemen op te lossen. Dat is wat er moet gebeuren. En als ik zeg de microfoon doorgeven, bedoel ik niet doorgeven maar ondertussen de standaard vasthouden. Ik bedoel de microfoon volledig uit handen geven.’ Een duidelijke les voor alle modemerken.

Dit artikel verscheen eerder in de nieuwsbrief Not What It Seams.

'Als je mijn werk 'te zwart’ vindt, waarom huur je mij dan in?'

Time to #PayUp: zo zet jij kledingmerken onder druk

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons