‘Pas als koopkrachtige mensen ergens komen wonen, wordt een buurt opgeknapt.’ Beeld: Anneke Hymmen
Interview

Wooncrisis-expert Cody Hochstenbach: ‘We investeren in stenen, niet in mensen’

Het aantal daklozen verdubbelde in tien jaar tijd en sociale huurwoningen verdwenen als sneeuw voor de zon. ‘Maar pas toen journalisten werden geraakt door de wooncrisis, gingen ze erover berichten.’ Stadsgeograaf Cody Hochstenbach pleit voor nieuwe woonpolitiek.

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
“Daar zat die hippe kaasfonduetent. Er is nu andere horeca voor in de plaats gekomen, ook weer hip.” Stadsgeograaf Cody Hochstenbach (32) oogt zelf ook behoorlijk hip, met zijn baardje en zee-groene chinobroek, linnen tasje nonchalant om een schouder. Hij misstaat niet tussen de nieuwste bewoners – met vintage racefietsen en laptops op schoot op het terras – van de Amsterdamse Javastraat in de oostelijke Indische buurt.

Voorheen stond deze lange straat bekend om de Turkse groentezaken en islamitische slagers, nu zijn daar in korte tijd prijzige koffiezaakjes, gin-tonicbars én bijbehorende dure (koop)woningen en hun veelal witte eigenaren voor in de plaats gekomen. “Zie je die gietijzeren, Franse balkonnetjes?” Hochstenbach, die onderzoekt hoe sociale en economische ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen zich vertalen in de publieke ruimte, wijst naar de twintigste-eeuwse woningen boven de winkels en eetzaakjes. “Die zaten daar oorspronkelijk helemaal niet, die zijn erop gezet om de buurt aantrekkelijker te maken bij mensen met geld.”

Gentrificatie heet het proces dat door bestuurders en ambtenaren wordt verkocht als opwaardering, omdat een financieel arme buurt met duurdere etablissementen meer kapitaalkrachtige bewoners aantrekt. De vraag is: wie heeft daar vooral baat bij? Hochstenbach promoveerde op dit proces in Amsterdam, Rotterdam en de voormalige Berlijnse gastarbeiderswijk Neukölln.

Cody Hochstenbach (Maastricht, 1989) is postdoctoraal onderzoeker en stadsgeograaf aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij zelf cum laude afstudeerde. Zijn boek Uitgewoond, een pleidooi voor nieuwe woonpolitiek, verscheen deze maand. In 2019 sprak OneWorld hem voor dit interview in OneWorld Magazine.

'Elke huurder zou moeten uitzoeken wie zijn huis bezit'

Vaak blijven gesprekken over gentrificatie hangen in geklaag over hipsters en hun ingewikkelde koffie. Is dat het hele verhaal of is het een ernstiger fenomeen?
“Gentrificatie is in het kort de ruimtelijke uiting van klassenongelijkheid. Overheden vinden dat ze moeten ingrijpen in buurten met een concentratie van arme mensen en mensen met een migratieachtergrond. Hun aanwezigheid an sich wordt als een probleem gezien. Ook zou er in zulke buurten een gebrek aan positieve rolmodellen en nuttige sociale netwerken zijn. Terwijl het bewijs voor deze aannames flinterdun is. De problemen in arme wijken zijn juist vaak het resultaat van verwaarlozing, doordat de overheid en woningcorporaties er jarenlang niet investeerden in de openbare ruimte, de woningen en de mensen.

Gentrificatie als beleidsinstrument lost problemen in buurten niet op, maar verschuift kwetsbare bewoners naar andere buurten waar nieuwe concentraties ontstaan. Met gentrificatie wordt niet geïnvesteerd in de levenskansen van mensen, bijvoorbeeld via opleiding of werk, maar in stenen. Woningen worden opgeknapt en verkocht, maar dat komt de oude bewoners nauwelijks ten goede. Pas als koopkrachtige mensen ergens komen wonen, wordt een buurt opgeknapt, met brede stoepen en mooie tegels zoals je die nu in de Javastraat ziet. Alsof de oude bewoners het investeren niet waard zijn. Ik woon hier niet ver vandaan en ben in principe ook een gentrifier, import uit Maastricht.

Op lange termijn vergroot gentrificatie de kloof tussen de duurste en goedkoopste buurten in een stad

Gentrificatie draagt bij aan een sociale, economische en ruimtelijke kloof. De nieuwe bewoners, die meestal kopen, profiteren van de stijgende huizenprijzen. Huurders niet. Dit versterkt de toch al grote vermogensongelijkheid in Nederland. Ruimtelijk zorgt gentrificatie aanvankelijk voor meer diversiteit in de buurt, maar op langere termijn vergroot het de kloof tussen de duurste en goedkoopste buurten in een stad. Daardoor groeien stigma, segregatie en machtsongelijkheid: de problemen van de armere bewoners verdwijnen uit het zicht, terwijl sociale, economische en culturele macht zich concentreren op de centrale plekken.”

Is gentrificatie nou het resultaat van marktwerking of van beleid?
“Het is absoluut een beleidsinstrument. Amsterdam stelde in 2007 in haar Woonvisie dat het te veel betaalbare woningen had en te weinig dure woningen. De stad wilde mensen met een hoog inkomen aan zich binden om de concurrentie aan te gaan met Londen, Parijs en Barcelona. Je kunt je afvragen waarom die concurrentie nodig is, maar overheden zetten er vol op in. Door sociale huurwoningen te verkopen en dure nieuwbouw mogelijk te maken, maar ook door hippe winkels of horeca te steunen, bijvoorbeeld met lage winkelhuren of subsidie uit EU-fondsen.

Buurten met veel bewoners met een laag inkomen en een migratie-achtergrond krijgen een slechte score

Vervolgens worden die hippe winkels gebruikt om de buurt aan te prijzen bij een rijke doelgroep die de prijzen van vastgoed opdrijft. Impliciet zijn kapitaalkrachtige mensen uit de middenklasse ook een vooruitgeschoven post van overheden in arme buurten omdat ze makkelijker bereikbaar en controleerbaar zijn voor de autoriteiten. Je hebt geen omkijken naar ze en ze werken mee, bellen de politie bij onrust. Het angstbeeld voor bestuurders zijn Parijse buitenwijken waar veel sociaal-economische problemen zijn en waar de overheid geen grip op heeft.”

Is het vooral moreel niet in de haak, of kunnen we ook spreken van onderdrukkende of onrechtmatige praktijken?
“Neem de in 2006 aangenomen Rotterdamwet. Die bepaalt dat er in specifieke achtergestelde wijken geen mensen meer bij mogen die geen inkomen uit werk hebben. Dat betekent dat bepaalde mensen niet zelf mogen bepalen waar ze willen wonen. Dat is een discriminerende wet die in buurten kan worden toegepast als de leefbaarheid er aantoonbaar onder druk staat. Dat wordt aangetoond met statistieken zoals de Leefbaarometer, een door commerciële bedrijven gemaakte, gelikte site van de overheid waarop je kunt zien wat goede en slechte buurten in Nederland zijn.

Toen ik onderzoek deed naar de Rotterdamwet was de Leefbaarometer gebaseerd op 49 variabelen, en weet je wat de allerbelangrijkste indicator van leefbaarheid, of eigenlijk ónleefbaarheid, is volgens dat instrument? De aanwezigheid van niet-westerse migranten. Ook het percentage sociale huurwoningen heeft volgens deze meter een negatieve invloed op de leefbaarheid. Betaalbare buurten met veel bewoners met een laag inkomen en een migratie-achtergrond krijgen zo bijna per definitie een slechte score. Woninginbraak was dan weer geen indicator, want dat kwam vooral voor in de ‘goede’ wijken.

Bron: twitter.com

De Rotterdamwet heeft de veiligheid en leefbaarheid niet aantoonbaar verbeterd

Op verzoek van de Eerste Kamer deed ik met collega’s onderzoek naar de effecten van acht jaar lang Rotterdamwet, die inmiddels ook in andere steden is ingevoerd. Er waren geen aantoonbare verbeteringen in veiligheid of leefbaarheid aan te wijzen. Onze resultaten verdwenen vervolgens in een la omdat het niet strookte met het beleid van Stef Blok, de toenmalig minister van Wonen. Rotterdam blijft ook volop doorgaan met gentrificatiebeleid. In de Tweebosbuurt worden bijna 600 sociale huurwoningen gesloopt en vervangen door overwegend dure woningen. Deze sloop staat niet op zichzelf. In Rotterdam zijn tussen 2002 en 2017 in totaal 30.000 corporatiewoningen verdwenen, in Amsterdam ongeveer net zoveel.

Daarbij hebben 1,5 miljoen sociale huurwoningen vocht- en schimmelproblemen omdat er niet genoeg in wordt geïnvesteerd. Zo wordt het recht op betaalbare, zekere, veilige en passende huisvesting geschonden. Dit recht is nota bene opgenomen in de Grondwet en verankerd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.”

Waar komen de oude bewoners van de sociale huurwoningen terecht?
“Die vertrekken naar de rand van de stad of groeikernen in de regio omdat alles te duur is geworden. Mensen uit Rotterdam belanden in Capelle of Vlaardingen, de allerzwakste huishoudens uit Amsterdam belanden in Lelystad. Daar kun je prima wonen, maar het aantal banen dat je kunt bereiken vanuit Lelystad is een zesde van het aantal banen dat je kunt bereiken vanuit Amsterdam. Dit vermindert je baankansen of je wordt gedwongen alsnog in Amsterdam te werken. Zeker als je al een laag inkomen hebt, zijn reiskosten een aanslag op je budget en kunnen ze uiteindelijk zelfs een armoedeval betekenen. Gentrificatie zet arme mensen verder op achterstand.”

Er wordt inmiddels gesproken van een wooncrisis in de grote steden, door het gebrek aan betaalbare woningen. Toch gaan we daar nog niet massaal de straat voor op en breken er geen rellen uit zoals tijdens de woningnood in de jaren 80. Waarom niet?
“De krakersbeweging was in die periode heel groot. In Nederland waren er meer dan 20.000 krakers plus veel sympathisanten, en hun protest was bijzonder succesvol. Veel van hun eisen zijn ingewilligd: kraken werd gelegaliseerd, de buurten waarin zij woonden zijn gespaard van geplande sloop, veel krakers werden uiteindelijk eigenaren en dus de facto onderdeel van het establishment.

Martinus Steijnstraat, Rotterdam. Buurtbewoners protesteren tegen sloop Tweebosbuurt in 2020.Beeld: Joris (talk | contribs)
Als je eenmaal ín het systeem zit, zit je goed. De meeste mensen in Nederland wonen redelijk goed en hebben dus geen reden om te demonstreren. Ik woon in een te dure vrijesectorwoning. Dat is niet de beste deal, maar ik sta niet van vandaag op morgen op straat. Voor mij is er dan ook geen directe noodzaak om de straat op te gaan, maar er zijn genoeg mensen die wél in crisis verkeren.

'Politici 'geschokt' door vele daklozen? Ze hebben het zelf veroorzaakt'

Sinds 2009 is het aantal geregistreerde daklozen in Nederland verdubbeld tot 40.000, volgens Federatie Opvang waren er in 2017 zelfs ruim 70.000 dak- en thuislozen, en ook dat is een conservatieve schatting. 100.000 mensen wonen al dan niet vrijwillig in vakantieparken. Denk aan de starters die noodgedwongen bij hun ouders op zolder wonen en mensen met tijdelijke huurcontracten. Dat is geen coherente groep waarvoor één praktisch haalbare oplossing bestaat. Dat biedt de politiek de mogelijkheid om die mensen tegen elkaar uit te spelen. Statushouders zouden woningen inpikken, de zogeheten scheefwoners 1en expats krijgen ook de schuld van het gebrek aan betaalbare woningen. Overheden blijven ondertussen buiten schot.”
Jouw vader is dakloos geweest, was dat reden om je in het onderwerp wonen vast te bijten?
“Ik wil dat verband niet zo direct leggen, maar ik heb wel van dichtbij gezien wat het betekent als je je zekerheid kwijtraakt. Toen ik een jaar of vijftien was, raakte mijn vader zijn juwelierszaak en zijn woning daarboven kwijt. Hij heeft toen bij het Leger Des Heils en bij kennissen op de bank geslapen. Zoiets werkt heel lang door. Mijn moeder woont in sociale huur in Maastricht, is arbeidsongeschikt en om haar heen zijn bijna alle woningen verkocht, veel aan een buitenlandse belegger. Mijn ouders hebben niet gestudeerd, ik wel. Mijn interesse in klassenongelijkheid en klassenmobiliteit komt dus deels doordat ik daar een voorbeeld van ben. Voor veel Nederlanders is een koopwoning het ticket naar de middenklasse geweest, maar dat geldt niet voor mijn generatie, die niet meer kan profiteren van de combinatie van stijgende lonen, sociale voorzieningen en betaalbare woningen. Zo kan ik geen huis kopen.”

Wanneer wordt de verontwaardiging groot genoeg om in actie te komen?
“In Berlijn heeft een niche van krakers en anarchistische groepen uiteindelijk tienduizenden mensen op de been gekregen om te demonstreren voor betaalbare woningen, omdat gentrificatie echt een negatieve lading kreeg. In Nederland zijn we nog niet zover, hoewel het onderwerp gentrificatie wel veel meer aandacht in de media heeft gekregen.

Huurwoningen van 1000 euro per maand worden als oplossing gezien, terwijl die voor veel mensen onbetaalbaar zijn

Tot 2014 werd de term tien keer per jaar gebruikt in de landelijke kranten en in 2017 130 keer. Daar is volgens mij een simpele verklaring voor: zodra journalisten en mensen in hun omgeving geraakt worden door het gebrek aan betaalbare woningen, gaan ze erover berichten. Daardoor krijgt gentrificatie nu ook hier een negatieve lading, in tegenstelling tot een tijdje geleden. Toen zagen beleidsmakers het als verbetering. Inmiddels zullen ze ontkennen dat ze gentrificatiebeleid voeren. Dat er meer aandacht is voor gentrificatie en de negatieve gevolgen is positief. Een risico is dat als de middenklasse het debat bepaalt, we ook oplossingen voor de middenklasse krijgen die de lage inkomens niet helpen. Dat zien we nu: zogenaamd middeldure huurwoningen van 1000 euro per maand worden gezien als oplossing, terwijl die voor veel mensen simpelweg onbetaalbaar zijn en dus onderdeel van het probleem.”
Kunnen we het tij nog keren?
“Ik denk het wel. Er moet weer een andere kijk komen op wonen. De nadruk op kopen en privébezit als vooruitgangsmodel moet veranderen. Huren moet niet meer worden gezien als weggooien van je geld. We moeten weer trots worden een land te zijn dat betaalbare woningen heeft voor iedereen, dat was de oorspronkelijke gedachte van volkshuisvesting.

Dan moeten we de sociale huurvoorraad weer flink uitbreiden na jaren van afbraak, en de maximale inkomensgrens verhogen zodat middeninkomens ook weer aanspraak kunnen maken op een werkelijk betaalbare woning. Dit komt ook de ruimtelijke menging ten goede, want huishoudens met verschillende inkomens maken dan gebruik van dezelfde sociale huurvoorraad. Zeker als we eindelijk eens betaalbare woningen zouden toevoegen aan de sterk gesegregeerde elitewijken. Dit kost geld, maar is allemaal prima te betalen: er gaan nu al jaarlijks vele miljarden naar de hypotheekrenteaftrek, een subsidie op koopwoningen waar de rijkste huishoudens het meest van profiteren. Het vergt simpelweg bereidheid van de overheid om te investeren in betaalbaar en prettig wonen, een nobel doel lijkt me.”

Dit artikel verscheen eerder in OneWorld-magazine in 2019.

Verjaagd door witte nieuwkomers

Zet de projectontwikkelaar op straat

  1. Mensen met een relatief hoog inkomen in een sociale huurwoning. ↩︎

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

Word abonnee

  • Digitaal + magazine  —   8,00 / maand
  • Alleen digitaal  —   6,00 / maand
Heb je een waardebon? Klik hier om je code in te vullen

Factuurgegevens

Je bestelling

Product
Aantal
Totaal
Subtotaal in winkelwagen  0,00
Besteltotaal  0,00
  •  0,00 iDit is het bedrag dat automatisch van je rekening wordt afgeschreven.

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons