‘Het idee leefde dat de integratie van Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond verschilde van die van Nederlanders met een westerse migratieachtergrond.’ Beeld: Eblis / iStock
Analyse

‘Westers’ versus ‘niet-westers’ was nooit een onschuldige indeling

Nederlanders met een migratieachtergrond zijn voor het CBS niet langer ‘westers’ of ‘niet-westers’. Critici zijn blij dat de categorieën verdwijnen: ze vinden ze stereotiep en stigmatiserend. Maar daarmee zijn de gevolgen van de indeling nog niet verdwenen. ‘Het aantal niet-westerse bewoners werd een criterium voor hoe slecht het met een wijk gaat.’

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
Wie een migratieachtergrond heeft, wordt niet langer door het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) ingedeeld op ‘westers’ of ‘niet-westers’. Vorige week maakte het CBS namelijk een nieuwe indeling bekend, waarin meer specifieke indelingen zijn opgenomen. Bijvoorbeeld of iemand geboren is in Nederland, en zo niet: of diegene binnen of buiten Europa is geboren. ‘Klassieke migratielanden’ als Turkije, Marokko en Suriname zijn aparte subcategorieën onder de categorie ‘Buiten-Europa’.

Afstappen van de indeling westers/niet-westers lijkt een goede ontwikkeling: behalve breed en nietszeggend was de indeling ook bepaald niet onschuldig, klinkt de kritiek. Onderzoeksjournalist en mediadocent Zoë Papaikonomou vroeg in 2019 al in een interview met een onderzoeker van het CBS wat de oorsprong was van de opdeling. Nadat de onderzoeker diep de archieven in was gedoken, kreeg zij antwoord: “De termen (westers en niet-westers, red.) zijn ooit bedacht om integratie te meten en zijn daarna op allerlei andere beleidsterreinen toegepast. Het zijn makkelijke containerbegrippen geworden die wetenschappelijk niets waard zijn en stigmatiserend zijn.”

Mensen met een uitkering weren

De voorloper van ‘persoon met een migratieachtergrond’ – ‘allochtoon’ wat letterlijk betekent: van een ander gebied – ontstond begin jaren 70, toen arbeidsmigratie op gang was gekomen en er in Nederland behoefte ontstond beleid te maken voor deze groepen. In 1989 publiceerde de WRR de rapportage Allochtonenbeleid, waarna de tweedeling ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’ gangbaar werd. Het CBS begon toen ook meteen met het maken van onderscheid tussen westerse en niet-westerse allochtonen. Volgens Tanja Traag, de CBS-onderzoeker die Papaikonomou sprak, omdat ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’ alleen niet voldeden om integratiebeleid te ontwikkelen. Traag: “Het idee leefde dat de integratie van Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond verschilde van die van Nederlanders met een westerse migratieachtergrond.”

Het aantal 'niet-westerse' bewoners werd een criterium bij de vraag of het goed gaat met een wijk

Zo’n aanname bleek ook de basis voor het maken van beleid. Het aantal bewoners met een ‘niet-westerse migratieachtergrond’ werd bijvoorbeeld een criterium bij de vraag of het goed gaat met een wijk of met een straat. En de omstreden wet die dat bepaalt, ook wel de Rotterdam-wet genoemd, is er bovendien op gericht de ‘samenstelling’ van een wijk te veranderen, lees: het aandeel mensen met een niet-westerse migratieachtergrond te verlagen.

Omdat het tegen de grondwet ingaat, mag migratieachtergrond geen officiële grondslag zijn voor beleid, wat Rotterdam oploste door mensen met een uitkering te weren, want mensen met een niet-westerse migratieachtergrond zijn vaker afhankelijk van een uitkering. Zo werd niet alleen de statistiek misbruikt om te discrimineren, maar werd het succes van het beleid ook mede-beoordeeld door het percentage mensen met een niet-westerse migratieachtergrond in een wijk te meten.

Koloniale blik

In de jaren negentig stak de regering honderden miljoenen guldens in het wegwerken van taalachterstanden onder ‘allochtone’ kinderen. Tot onvrede van de Commissie ‘Allochtone leerlingen’: bij ‘autochtone’ kinderen werd voor het budget gekeken naar het opleidingsniveau van de ouders. bij ‘allochtone’ kinderen werd op voorhand bepaald dat voor hen bijna twee keer zoveel geld uitgetrokken moest worden.

Zoiets kan ook bij het onderscheid ‘westers’ en ‘niet-westers’ misgaan: stel dat kinderen met een ‘westerse migratieachtergrond’ in de statistieken goed op taalvaardigheid scoren en kinderen met een ‘niet-westerse migratieachtergrond’ minder goed. Als daarom alle kinderen met een ‘niet-westerse migratieachtergrond’ extra ondersteuning zouden krijgen, dan zou die hulp ook terechtkomen bij bijvoorbeeld Surinaams-Nederlandse kinderen. Zij vallen binnen de groep ‘niet-westers’ maar spreken van huis uit vaak wel Nederlands. En een kind dat thuis een ‘westerse’ taal spreekt die ver af staat van het Nederlands krijgt dan geen ondersteuning.

Dat Suriname ‘niet-westers’ werd, doet vermoeden dat ook huidskleur meespeelde

De basis voor de indeling ‘westers’ en ‘niet-westers’ was lidmaatschap van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), met als criteria ‘welvaart’ en ‘cultuur’. Zo werden ‘allochtonen’ uit Europese landen, Noord-Amerika, Oceanië en Japan ingedeeld bij ‘westers’. Opvallend genoeg vielen mensen uit Turkije, één van de oprichters van de OECD, erbuiten. Waarschijnlijk op basis van ‘cultuur’ (lees: religie), al valt dat niet helemaal te achterhalen. Indonesië werd ‘westers’, en haar bewoners omschreef het CBS met een koloniale blik als ‘mensen die in het voormalig Nederlands-Indië zijn geboren’. Dat personen uit Suriname dan weer het stempel ‘niet-westers’ kregen, doet vermoeden dat ook andere criteria, zoals huidskleur, golden.

Primitief versus ontwikkeld

Sindsdien zijn de categorieën een eigen leven gaan leiden, zegt Nadia Bouras, historicus en migratie-onderzoeker aan de Universiteit Leiden: “Ook omdat media ze overnamen en ze voor allerlei problematiek gebruikten. ‘Allochtoon’ werd een synoniem voor iemand die er niet bij hoort. Voor ‘niet-westers’ geldt hetzelfde. Het verheft het Westen tot het centrum van de wereld, en mensen die er niet vandaan komen, definieer je naar wat ze níet zijn. Dat is stigmatiserend.”

Leo Lucassen, directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) en hoogleraar sociale geschiedenis aan de Universiteit Leiden, duikt nog wat verder terug in de tijd. “Na de Tweede Wereldoorlog kwam de repatriëring van mensen uit Indonesië op gang. Wie wel of niet op de boot naar Nederland kon stappen, was voor mensen van gemengde afkomst deels afhankelijk van hun ‘oriëntatie’. Daarbij gold een indeling ‘westers of oosters georiënteerd’. Dat was een koloniale, racistische indeling waarin huidskleur, maar ook sociaaleconomische klasse een rol speelde.”

Lucassen doet onderzoek naar de migratiegeschiedenis van Amsterdam. In de archieven vindt hij een indeling uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw van mensen uit ‘geïndustrialiseerde’ en ‘niet-geïndustrialiseerde’ landen. ‘Niet-geïndustrialiseerd’ waren landen rondom de Middellandse Zee, waarvan inwoners ironisch genoeg juist naar Nederland kwamen om in de industrie te werken. Ook die indeling, zegt Lucassen, is dus ontstaan op basis van ‘beschavingsachtige argumenten’.

De indeling tussen ‘westers’ en ‘niet-westers’ reproduceert stereotiepe associaties, zegt Lucassen. “Het gaat steeds om een binaire tegenstelling tussen ‘goed’ en ‘slecht’, ‘primitief’ en ‘ontwikkeld’, ‘hun waarden’ en ‘onze waarden’, waarmee je al snel in racistisch en etnocentrisch drijfzand terechtkomt. Het is goed dat het CBS daarmee ophoudt.”

Afhankelijk van het doel

In april vorig jaar, toen het voornemen bekend werd gemaakt te breken met de indeling ‘westers/niet-westers’, erkende de WRR die schadelijkheid. ‘De tweedeling ‘westers en niet-westers’ is een rangschikking in plaats van een neutrale nevenschikking. Dat speelt in het bijzonder bij de tweede generatie, die in Nederland is geboren en getogen, maar toch als niet-westers wordt gelabeld.’ Bovendien wordt op de gegevens beleid gebaseerd, terwijl de tweedeling volgens de WRR ‘door de toename van de verscheidenheid onder migranten steeds minder zicht biedt op wat er in de samenleving aan de hand is’.

Neem oversterfte als gevolg van het coronavirus: het is duidelijk dát er meer oversterfte is onder ‘migrantengroepen’ dan onder Nederlanders zonder migratieachtergrond, maar om welke groepen het precies gaat is onduidelijk, doordat er geen data beschikbaar zijn die specifieke interventies mogelijk zouden maken. In bijvoorbeeld de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en in Scandinavische landen is die info er wel.

In medisch onderzoek kan statistiek op basis van etniciteit relevant zijn

Ook andere ziektes en aandoeningen komen onder bepaalde bevolkingsgroepen meer voor, zoals diabetes onder Hindoestaans-Surinaamse Nederlanders. In medisch onderzoek kán statistiek op basis van etniciteit dus relevant zijn – maar dan wel zo specifiek mogelijk, vindt ook migratieonderzoeker Bouras. Zij werkt zelf graag met de statistieken van het CBS, maar heeft de categorieën ‘westers’ en ‘niet-westers’ nooit nuttig gevonden. Voor haar wordt statistiek pas interessant als het specifiek is: niet ‘westers’ of ‘niet-westers’, maar waar iemand of iemands familie precies geboren is, om zo migratiebewegingen in kaart te brengen.

Het mooie is: vaak levert het CBS die gegevens óók. In de enorme datasets is gewoon terug te vinden hoeveel mensen er jaarlijks van en naar Turkije verhuizen bijvoorbeeld, hoeveel vluchtelingen uit Syrië er zijn en welke opleiding zij hebben, in welke bevolkingsgroepen obesitas meer dan gemiddeld voorkomt en of het vooral mannen of vrouwen zijn die crimineel gedrag vertonen en op welke leeftijd. ‘De beste manier waarop herkomstlanden kunnen worden geclusterd, als dat überhaupt al nodig is, hangt af van de onderzoeksvraag’, stelt het WRR dan ook in het advies.

Opmerkelijk is overigens dat de WRR in 2016 ook al adviseerde ‘westers’ en ‘niet-westers’ los te laten, net als ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’. Alleen die laatste twee verdwenen toen, (niet-)westers bleef.

Ruwe materiaal blijft bestaan

Volgens Bouras is het een misverstand om te denken dat er nu, met het loslaten van het onderscheid, iets waardevols verloren gaat. “Alleen het ruwe materiaal verandert, en daar kun je nog altijd mee doen wat je wilt. Wat verandert, is het begrippenkader.” Dat je als onderzoeker en beleidsmaker met het ‘ruwe materiaal’ nog altijd kunt doen wat je wilt, betekent ook dat wie dat wil, alsnog allerlei groepen op een hoop kan vegen en zo een eigen ‘niet-westerse migratieachtergrond’-statistiek kan samenstellen. Dat is wat GeenStijl in 2007 deed, met een applicatie waarmee je de bevolkingssamenstelling van wijken kon bekijken. Die applicatie maakte gebruik van openbaar beschikbare data van het CBS. En ook overheidsinstanties, zo blijkt, doen aan etnisch profileren op basis van openbare data.

Hoe de overheid etnisch profileren mogelijk maakt

Coen Gelinck, woordvoerder van het ministerie van SZW, stelt dat de stap van het CBS precies het omgekeerde gaat bewerkstelligen. “Als we bijvoorbeeld onderzoek doen naar leeftijdsopbouw onder bepaalde bevolkingsgroepen en daarbij trends over jaren en decennia willen volgen, zullen we de statistiek over de jaren dat ‘westers’ en ‘niet-westers’ nog wél werden gehanteerd, opnieuw moeten draaien, zoals dat heet. We zullen daar specifiekere groepen uit moeten filteren die overeenkomen met de categorieën waarmee het CBS op verschillende onderzoeksterreinen gaat werken.”

Je kunt in één moeite iets zeggen over een grote groep mensen

Toch speelt er volgens Nadia Bouras en Zoë Papaikonomou meer mee. Bouras: “In het publieke debat gaat het zo vaak over deze groepen, dat het gebruik ervan geïnstitutionaliseerde identiteitspolitiek is geworden. Op basis van vermeende identiteit, want het is opgelegd – ik zou mezelf nooit iemand met een niet-westerse migratieachtergrond noemen, terwijl ik volgens de statistieken in die groep val.”

Papaikonomou besluit: “Het is ook makkelijk hè, om met containerbegrippen te werken, want je kunt in één moeite iets zeggen over een grote groep mensen. Dat het CBS zélf moest zoeken naar de herkomst van de termen, laat zien dat ze volledig ingeburgerd zijn geraakt. Het is echt tijd om ze af te schaffen.”

Een eerdere versie van dit artikel verscheen op OneWorld.nl in april 2021.

Hoe Nederland A.I. inzet voor etnisch profileren

Wie gaat er boeten voor de toeslagenaffaire?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

Word abonnee

  • Digitaal + magazine  —   8,00 / maand
  • Alleen digitaal  —   6,00 / maand
Heb je een waardebon? Klik hier om je code in te vullen

Factuurgegevens

Je bestelling

Product
Aantal
Totaal
Subtotaal in winkelwagen  0,00
Besteltotaal  0,00
  •  0,00 iDit is het bedrag dat automatisch van je rekening wordt afgeschreven.

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons