Hoe ga je om met vreemden die ongevraagd aan het haar van je kind zitten? Die vraag stel ik in een besloten Facebookgroep waarin ouders van zwarte kinderen ter inspiratie kapsels en tips over haarverzorging delen. Dat onbeschaamde gewroet overkomt ons namelijk regelmatig. Met ons bedoel ik mijn vierjarige zwarte dochter Ava en mijzelf, haar 35-jarige witte moeder Annegriet.

Uiteraard kende ik de verhalen van vrienden hierover. Maar in de praktijk met je eigen kind meemaken dat mensen ongevraagd aan haar krullen zitten, dat komt binnen. Vanuit een reflex heb ik eens een oudere witte man in de rij van een winkel over zijn kalende en ietwat vettige hoofd teruggeaaid. Maar veel vaker negeer ik het. Omdat mijn dochter dat tot nu toe ook lijkt te doen. Omdat ik mij soms geen raad weet. Omdat, als je er iets van zegt, jij de boeman bent, overgevoelig doet en er iets achter zoekt.

Dit artikel verscheen in de zomer van 2021 in OneWorld Magazine. Inmiddels zijn de kinderen en de moeders ouder, maar omdat de inhoud en de foto’s leeftijdgebonden zijn, hebben we leeftijden niet aangepast.

Grenzen aangeven

Tuurlijk, ook ik ben als kind weleens in mijn appelwangen geknepen door een onbekende ‘oma’. Maar mijn dochter is vier jaar oud en heeft inmiddels vier handen nodig om het aantal aanrakingen van vreemden te kunnen tellen. En daar voel ik mij slecht bij. Want als ik doe alsof het normaal is dat mensen te pas en onpas aan haar zitten, hoe kan ik dan van haar verwachten dat ze leert haar grenzen aan te geven?

Ik kan het mijn man vragen, maar in zijn bijzijn heeft nog nooit iemand een vinger naar onze dochter uitgestoken. Ook vóór corona hielden mensen al anderhalve meter afstand van mijn zwarte echtgenoot. En vragen ouders hem bij een eerste kennismaking – hij werkt in de jeugd- en psychiatrische zorg – of hij écht de begeleider is en daar wel de juiste papieren voor heeft. De eerste keer dat ik hem vertelde dat iemand ongevraagd aan het haar van onze dochter had gezeten, werd hij boos en stelde voor om Ava voortaan nooit meer haar haren los in een afro te laten dragen in de openbare ruimte. “Geef mensen geen reden om aan haar te zitten”, luidt zijn devies. Dat is natuurlijk de omgekeerde wereld, maar tot ze voor zichzelf kan opkomen vooralsnog de beste tussenoplossing.

CMS format mijn liefde alleen is niet genoeg 4
‘Al die keren dat mij in de supermarkt gevraagd wordt of Ava wel écht mijn dochter is.’ Beeld door: Annegriet Renfurm-Wijchers

Dorpsattractie of hond

Benieuwd naar de persoonlijke ervaringen van ‘volwassen Ava’s’ en hoe zij hun grenzen stellen, spreek ik Eunice Ehigiator, een 26-jarige Groningse masterstudent psychologie. Ze heeft net als mijn dochter een zwarte vader en een witte moeder. “De keren dat mensen ongevraagd aan míjn haar hebben gezeten? Niet te tellen”, vertelt Ehigiator. “En ze doen alsof het een compliment is. Zo van: ‘Ik vind het zo mooi: ik moet het gewoon écht even voelen.’ Maar wat denk je? Dat ik een dorpsattractie of een hond ben?” Nu is ze blij met de krullen die op haar schouders vallen, maar dat is een hele ‘journey’ geweest, geeft ze aan. “Ik had tot mijn veertiende nooit mijn haar los. Mijn haar werd ‘onhandelbaar’ genoemd, ik had niet geleerd wat ik ermee kon.”

Ook videobel ik met de 31-jarige Amsterdamse fotograaf Coco Olakunle, eveneens kind van een zwarte vader en witte moeder. Olakunle draagt haar haar in een afro. Ze kwam als kind vaak bij kappers die haar in een stoel plaatsten, een beetje aan haar krullen friemelden en dan tegen een collega zeiden dat ze geen idee hadden wat ze ermee moesten. Ook de herinnering aan de luizenbehandeling op school komt terug. “Ik zag er altijd tegenop omdat ik zoveel haar had en daar altijd wat van gevonden werd. Dat je je bijna schuldig voelt dat het zoveel werk is.”

Shoes by the fireplace for the Dutch holiday Sinterklaas

Hoe bescherm ik mijn zwarte kind op 5 december?

Het is een jaarlijkse uitdaging voor Annegriet Renfurm-Wijchers.

Niet zoals de rest

Olakunle vindt het mooi dat ik dit gesprek met haar aanga, maar laat ook weten dat ze deze traumatische ervaringen lastig vindt om te delen. Om haar belevingen wat inzichtelijker te maken, tipt ze mij de documentaire Fufu met appelmoes, van VPRO Dorst-maker Roziena Salihu. Haar Ghanese vader verliet het gezin toen zij en haar broer nog klein waren, Salihu’s witte Nederlandse moeder voedde hen alleen op in een wit dorp. “Voor mijn gevoel hebben we het nooit over kleur gehad”, werpt Salihu in de documentaire op. Haar moeder antwoordt: “Ik had niet het gevoel dat dat nodig was, denk ik.” Ook bij Olakunle thuis werd vroeger niet veel over kleur gesproken. Ze vindt dat de film op een eerlijke manier laat zien wat valkuilen kunnen zijn voor witte moeders. “Ik ben opgegroeid met de boodschap dat we net zoals de rest zijn. En dat snap ik, want dat wil je ook voor je kind. Maar dat is niet de realiteit.”

Aan de kassa vragen ze of Ava wel echt mijn dochter is

Het doet mij denken aan die keren in de supermarkt waarin mij aan de kassa gevraagd wordt of Ava bij mij hoort, wel écht mijn dochter is. Olakunle verwoordt mijn gevoel daarover heel treffend: “Ik kom uit mijn moeders buik, we horen biologisch bij elkaar en zijn aan elkaar verbonden, maar de maatschappij zet daar iets tussen. Dat vind ik heel pijnlijk.”

CMS format mijn liefde alleen is niet genoeg 3
‘Je moet accepteren dat er dingen zijn die jij als witte moeder niet kunt bieden.’ Beeld door: Annegriet Renfurm-Wijchers

Witte bubbel

Claire van den Heuvel, witte moeder van een geadopteerde Afro-Amerikaanse tweeling van negen jaar, vertelt in de podcastserie Domme vragen bestaan wel van One’sy Muller en Vinny Tailor dat de witte bubbel van haar en haar man aardig uit elkaar is gespat. “Wij dachten: we gooien er een grote bak met liefde overheen en dan komt alles goed.” De eerste drie jaar leek dat te werken en vond iedereen haar zoons ‘supercute’, maar naarmate ze ouder worden, ziet Van den Heuvel de houding ten opzichte van hen veranderen, negatiever worden. Waar ze eerder nog zei dat ze ‘geen kleur ziet’, realiseert ze zich nu dat je daarmee iemands identiteit ontkent. Racisme moet je volgens haar dan ook bespreekbaar maken. “Want jij moet de veilige omgeving zijn waarin zij ook negatieve ervaringen kunnen delen.”

Ehigiator is content met de manier waarop haar moeder haar en haar broer op racisme heeft voorbereid. “‘Jullie hebben een ander kleurtje dan witte mensen en dat betekent iets’, zei ze. Niet om ons bang te maken, maar dat is gewoon de realiteit en daar was zij heel eerlijk in.” Ehigiator kon altijd naar haar toe wanneer ze iets vervelends meemaakte. Zo werden haar broer en zij als kinderen bij het zwembad uit de rij weggeduwd, omdat ‘zwarte kinderen niet van de glijbaan mogen’. Ook nu nog bespreekt ze dingen die altijd sluimerend aanwezig zijn, zoals extra in de gaten worden gehouden in winkels. Onderschat worden qua intelligentie. Mannen ontmoeten die ‘het wel eens met een zwarte vrouw’ willen doen.

Veilige haven

Hoe schep je die veilige haven voor je kind? Ik stuit op een interview met Rhonda Mae Roorda op Adoptie.nl. Roorda, als tweejarige Afro-Amerikaanse in 1971 geadopteerd door witte ouders, is auteur van meerdere boeken over transraciale adoptie. Ze geeft aan dat ouders niet een ‘witte bubbel’ moeten creëren voor hun kind, maar een wereld waarin ze ook omringd zijn door zwarte mensen en zich aan hen kunnen spiegelen.

Olakunle vertelt dat haar moeder kinderboeken uit Engeland en Canada haalde, met tekeningen en illustraties van zwarte kinderen, zodat haar kroost zichzelf in de verhalen kon herkennen. “Je wil graag alles doen en zijn voor je kind”, zegt Olakunle. “Maar je moet accepteren dat er dingen zijn die jij als witte moeder niet kan bieden. Dat betekent niet dat je niets kan betekenen. Als je je kind meeneemt naar plekken waar zwarte mensen het haar van je kind kunnen doen, dan is dat thuiskomen. Iets wat ik gemist heb.”

CMS format mijn liefde alleen is niet genoeg 2
‘Ik besluit vanaf nu mijn mond vaker open te trekken.’ Beeld door: Annegriet Renfurm-Wijchers

Sfeer verpesten

Ondertussen zijn op mijn Facebookvraag over handtastelijke vreemden ruim dertig reacties binnengekomen. Slechts één ouder heeft er geen moeite mee. Het merendeel van de zwarte moeders spreekt de persoon er altijd op aan, anderen geven iemand die (ongevraagd) probeert een hand in het haar te steken resoluut een tik op de vingers.

Ik kijk om mij heen in Ava’s slaapkamer en zie tussen het eenhoorngeweld foto’s van haar met familie in Suriname. Op haar prikbord prijkt de tekst ‘mi lobi yu’, haar bruine pop ligt naast haar kussen en verschillende boekjes waarin zwarte kinderen de hoofdrol vervullen, sieren haar kast. Een basis om zelfverzekerd de wereld in te stappen. Ik besluit mijn mond vanaf nu vaker open te trekken. Raakt de sfeer in de winkel of de speeltuin verpest, dan komt dat niet door mij en mijn dochter, maar doordat de ander ongevraagd aan haar zit. Een balans vinden tussen haar onschuld nog even behouden – vooralsnog noemt ze zichzelf én de hond bruin, haar vader donkerbruin en mij roze – en haar wapenen tegen racisme zal als witte moeder van een zwarte dochter in Nederland nog lang mijn huiswerk zijn.

Shoes by the fireplace for the Dutch holiday Sinterklaas

Hoe bescherm ik mijn zwarte kind op 5 december?

Het is een jaarlijkse uitdaging voor Annegriet Renfurm-Wijchers.

oneworld rosa snijders

Etnisch geprofileerd door de marechaussee: ‘Je kookt vanbinnen’

Etnisch profileren is niet alleen discriminatie, het is ook schadelijk en niet effectief.