Aan welke vermaledijde diersoort we het coronavirus te danken hebben is nog niet zeker, maar we weten wel hoe dier X ons pad heeft gekruist: we maken het leefgebied van dieren kleiner. Doordat we exotische beesten verhandelen op een ‘natte’ markt. Doordat we vruchteloos blijven zoeken naar een natuurlijk afrodisiacum in het schild van heremietkreeften, in tijgerpoten en neushoornhoorns. In Nederland moeten we ons nog eens achter de oren krabben over al die ‘productiedieren’ die we vol antibiotica spuiten waardoor bacteriën resistent worden.

Wat is speciësisme?
Vind je een kitten schattig en een varken vies? Eet je wel vis maar geen andere dieren? En zijn dierenlevens volgens jou minder waard dan mensenlevens? Dat alles is speciësisme: de levensovertuiging van de mens dat de levens en ervaringen van andere dieren inferieur zijn aan die van mensen simpelweg omdat ze van een andere soort zijn.

Maar dan ben je er nog niet, zeggen de mensen die graag speciësisme als ‘de kern van onderdrukking’ toevoegen aan het rijtje racisme, seksisme, antisemitisme. Juist nu is het tijd om het mens-centrale kijken naar de wereld opzij te zetten, en het valse onderscheid tussen ons en andere dieren te laten vervallen. Het onderscheid dat ervoor zorgt dat we miljoenen dieren laten lijden. Zolang we onszelf buiten of boven 99,9 procent van de wereldbevolking – de natuur en al zijn inwoners – plaatsen, kunnen we niet spreken van een rechtvaardige samenleving. Drie visies op speciësisme.

Ines Kostic

Ines Kostic is Statenlid voor de Partij voor de Dieren in Noord-Holland. Ze stelde via Twitter voor dat OneWorld speciësisme als onrecht zou opnemen in ons manifest, naast racisme, seksisme, validisme, antisemitisme, trans- en homofobie. Volgens haar valt er een kaartenhuis van onrecht en leed in elkaar wanneer we erkennen dat dieren geen producten zijn, maar kwetsbare en voelende wezens, net als wij.

“Ik maak er een punt van om in debatten over onszelf als menselijke dieren te spreken. Ik blijf erop hameren dat wij niet boven andere dieren staan. Wanneer je dat erkent, is het industrieel houden van dieren dus niet meer mogelijk. Dan komen er enorme hoeveelheden grond vrij en kunnen we het hongerprobleem aanpakken. We hoeven geen bossen meer te kappen en het leven van oorspronkelijke bewoners niet langer onmogelijk te maken. We lossen gelijk een groot deel van het klimaatprobleem op. Industrieel slachten houdt ook op, evenals de trauma’s bij de medewerkers in die industrie, ongezond en goedkoop vlees, vervuiling van onze leefomgeving.

Ik doe altijd beleidsvoorstellen die positief moeten uitpakken voor iedereen: menselijke dieren en niet-menselijke dieren. Wanneer je een voorstel benadert vanuit het welzijn van álle dieren, valt ook de valse tegenstelling van het aan de praat houden van onze ‘economie’ versus gezondheid, leven, natuur, welzijn weg. In Nederland hebben we weliswaar de Wet dieren, die zegt dat dieren een intrinsieke waarde hebben. Maar die wet kent allerlei uitzonderingen voor wat we zo typisch ‘productiedieren’ noemen. Dan gaan onze smal gedefinieerde economische belangen vóór.

Sinds corona verschijnen er artikelen die terecht de link leggen tussen de manier waarop we met dieren omgaan en infectieziekten, maar het is niets nieuws: een economie gebaseerd op onhoudbare modellen van oneindige economische groei, waarin dieren worden gebruikt als product, betekent altijd al een systeem waarin we de middelen die letterlijk van levensbelang zijn verkwanselen: schone lucht, water, bodem en biodiversiteit. Als we vanuit die waarden hadden geregeerd, was de Formule 1 in Zandvoort bijvoorbeeld nooit toegestaan.

Mensen vinden het altijd eng als je ze vraagt om niet meer vanuit zichzelf naar de wereld te kijken

Andere groene partijen zie je daarom schipperen. Bij GroenLinks zitten politici ook nog vast in het menscentrale denken en slagen ze er niet in hun groene denken goed naar de praktijk te vertalen. Wanneer de mens een weg of een boerderij nodig heeft, dan moet je nadenken over hoe dat impact heeft op alles wat kwetsbaar is. En dus niet steeds compromissen sluiten die de basisvoorwaarden voor ons bestaan in gevaar brengen. Dan word je uiteindelijk een grijze middenpartij, een soort D66.

thumbnail_1
Beeld door: Shutterstock

Jullie zeggen het bij OneWorld zelf: alle onrecht is verbonden. Speciësisme staat daarvan aan de basis. We hoeven niet te kiezen wie we redden, we zijn slim, ervaren en rijk genoeg om voor iedereen te zorgen. Je ziet dat slimme en goede dierenrechtenorganisaties de dwarsverbanden leggen. Zoals Bite Back, die ook meeloopt in antiracismeprotesten. Dat soort organisaties zijn zich ook bewust van ander onrecht: mensen die in slachthuizen werken hebben vaak trauma’s en hebben het ook economisch zwaar.

Mensen vinden het altijd eng als je ze vraagt om niet meer vanuit zichzelf naar de wereld te kijken. Maar ik denk dat het de morele verschuiving is die onze generatie gaat doormaken. Het gaat immers om de omgang met de bevolking die 99,9 procent van de wereld uitmaakt.”

Sander Bauer

Sander Bauer specialiseerde zich tijdens zijn master in bos- en natuurbeleid aan de Wageningen Universiteit in de dimensies van mens-dierinteracties. Als bestuurslid van gifkikkervereniging Dendrobatidae Nederland ziet hij dat onze goede zorgen voor dieren in Nederland maar al te vaak afhangen van vooringenomen, discriminerende labels.

“Speciësisme, of onderscheid zien tussen diersoorten, is niet per definitie slecht. Alle diersoorten hebben andere eigenschappen en dus andere behoeften, het is juist goed om die te kennen. Een hondeneigenaar doet er goed aan om te weten dat als zijn hond om zijn bek likt, dat geen teken van dorst is, zoals vanuit onszelf gezien logisch lijkt, maar van stress.

Waar ik tegen in het geweer wil komen, is dat we sommige dieren op willekeurige manier als ‘behorend tot de maatschappij’ bestempelen: wijzelf, honden, katten, konijnen. Op dezelfde willekeurige manier categoriseren we dieren die er niet bij horen: slangen, bepaalde vissen, kakkerlakken.

Dieren zijn dan slachtoffer van een menselijk verzonnen label. Poezen zijn lief, met hun bolle kopje, grote ogen, zachte pootjes. Duiven zijn ‘vliegende ratten’, met hun poep en veren op straat. Het idee ‘U behoort tot deze soort, en bent daarmee een bron van ellende’ werkt ook bij dieren zwart-wit denken en marginalisatie in de hand. De categorisering is dus niet onschuldig, want er wordt – misschien onbewust – beleid op gemaakt. In het boek The Global Pidgeon legt milieuwetenschapper Colin Jerolmack uit hoe we die als smerig weggezette duiven flink ‘handhaven’, terwijl daar enkel in onze fantasie een aanleiding toe bestaat. Over de rol van onze huiskatten in het verlagen van de Nederlandse vogelstand, waar veel bewijs voor is, schrijven media dan weer liever niet.

En die willekeurige labels veranderen ook steeds, zonder dat zo’n dier daarom gevraagd heeft. Diezelfde duiven waren ooit geliefde onderdelen van de samenleving, als postduif en huisdier. Nu behoren ze tot de categorie ‘overlast’. Zo schreef het Utrechtse Centre For Sustainable Animal Stewardship laatst nog over alle labels voor ratten: huisdier, proefdier, ongedierte. Een rat die gehouden wordt als proefdier is ‘vies’ zodra hij ontsnapt en de gang op rent, en verschuift zo van proefdier naar nutteloos dier, en dan wordt hij afgemaakt. Logisch.

Mensen die met ‘vreemde diersoorten’ worden geassocieerd, plaatsen we in dezelfde negatieve categorie

Ook de media zetten een bepaalde trend. Laatst las ik nog in De Telegraaf een artikel over een zogenaamd gevaarlijke ‘zwarte weduwe’ die ergens was gevonden. Wel twaalf keer werd er met het woord ‘giftig’ gegooid. Terwijl het uiteindelijk bleek te gaan om een doodnormale Nederlandse koffieboonspin. Met onze vereniging stichtten wij het eerste gifkikkerreservaat, want ook kikkers zijn bedreigde diersoorten. Het heeft ons enorme veel energie gekost om het belang daarvan uit te leggen.

Het interessante is dat we soms ook mensen die met deze ‘vreemde diersoorten’ worden geassocieerd, in dezelfde negatieve categorie plaatsen. De Indiase wetenschapper Yamini Narayanan onderzocht hoe het kastesysteem in India wordt gebruikt om minderheden uit te sluiten in politieke besluiten en stedelijk beleid. Bepaalde kasten delen hun leefomgeving (noodgedwongen) met varkens. Zij worden in het straatbeeld verbonden aan deze diersoort, en vervolgens impliciet en expliciet weggezet als ‘net zo smerig’. In Nederland bestempelen we mensen die het leuk vinden om kakkerlakken te houden als raar en vies. Kortom, sommige dieren zijn toch ‘more equal than others’.”

Emma-Lee Amponsah

Emma-Lee Amponsah is promovendus aan de Universiteit Gent en medeoprichter van videoplatform Black Speaks Back. Zij legt graag uit dat onze minachtende houding tegenover dieren dezelfde oorsprong heeft als racisme.

“Er was op Facebook heel wat te doen rond de suggestie die door twee Franse artsen werd gedaan om coronavaccins op mensen in Afrika te testen. Ik viel daar zelf ook over. Het is niets nieuws; mensen in niet-geïndustrialiseerde landen worden al heel lang tegen lage betaling gebruikt als proefkonijnen, terwijl er weinig toezicht is op hun veiligheid en welzijn. Nu er maar zo weinig gevallen van corona bekend zijn in Afrika, komt dat idee al helemaal een beetje uit de lucht vallen.

Menselijkheid en dierlijkheid ontstonden in dezelfde periode als het onderscheid tussen witte mensen en mensen van kleur

3
Beeld door: Shutterstock

Maar toen zei iemand op mijn tijdlijn: ‘Wat denken die artsen wel niet, Afrikanen zijn toch geen dieren?’. Daar gaan een paar dingen mis. Je zegt dat de enige reden dat het niet oké is om op mensen in Afrika te testen is, dat ze ‘geen dieren’ zijn. Dat is een vorm van geïnternaliseerd racisme, want er zijn wel betere redenen aan te dragen dat Afrikanen eigenaarschap over hun lichaam zouden mogen hebben. Je strijdt voor een soort menselijkheid die weinig met menselijkheid te maken heeft.

Daarmee suggereer je ook dat er niets mis is met het testen op niet-menselijke dieren. Ik denk dat het belangrijk is om te begrijpen dat het onderscheid tussen menselijkheid en dierlijkheid in dezelfde periode is ontstaan als het onderscheid tussen witte mensen en mensen van kleur. Het verlichtingsdenken en de bijbehorende rassenleer zijn direct verbonden aan het idee dat mensen buiten de natuur staan, dat mensen bovenaan de piramide van het natuurlijke leven staan, of er zelfs volledig buiten staan. Maar ook dat sommige mensen minder mens zijn dan anderen.

Je kunt speciësisme niet lostrekken van racisme en kolonialisme

Op basis van deze ideeën over menselijkheid en dierlijkheid is onze sociale orde ingedeeld, is kolonialisme vergoelijkt en slavernij aanvaard. Dat het ooit mogelijk was om zoveel mensen als slaven te verhandelen, is omdat zwarte Afrikanen buiten de menselijke wereld werden geplaatst door allerlei wetenschappers die het normaal vonden dat de natuur in bezit genomen en verhandeld kon worden. Op die manier kun je speciësisme niet lostrekken van racisme en kolonialisme. In zo’n Facebookdiscussie zie je dat er gewoon een nieuwe lijn getrokken wordt tussen mens en dier die moet bepalen wie een zogenoemde ‘humane’ – ook zo’n woord – behandeling verdient en wie niet, terwijl de wortel van zulk kwalijk denken overeind blijft.

Het vreemde is dat witte mensen nu ook nog eens doen alsof zij aan kop gaan in de anti-speciësismebeweging. Alsof begaan zijn met dierenleed en zorgen voor de natuur een ding is voor witte mensen. De geschiedenis toont anders aan. Bovendien zijn veganisme en dierenwelzijn ankerpunten van veel niet-witte culturen en bewegingen, waaronder die van de rastafari.”

Dit artikel verscheen eerder in OneWorld Magazine.

We leven in onzekere tijden door het coronavirus. Er is behoefte aan betrouwbare informatie én verdieping. We hopen dat je dit bij ons vindt en wil bijdragen aan onze onafhankelijke journalistiek.

Dit kan je doen door te doneren of je te abonneren op ons magazine. Alvast bedankt!

animal_farming_animals_farm_farmer_farming_nice_pig_pigs-997582.jpg!d

‘Waarom vechten we tegen corona zonder de oorzaak te bespreken?’

Stoppen met dieren eten, schrijft Armanda Govers.

AtenDieren

‘Ooit, nog niet zo lang geleden, aten we dieren’

Gaan we een toekomst van veganisme tegemoet?