Ugandese taboes
Samen met Ugandese onderzoekers en lokale NGO’s  trainde van Reeuwijk jongeren en gezondheidswerkers. Bij deze trainingen interviewde jongeren elkaar. "Dat heeft enorme voordelen, omdat seksuele taboes in Uganda ervoor zorgen dat jongeren vragen van ouderen vaak niet eerlijk beantwoorden. Maar tegen een leeftijdsgenoot durven ze wél te zeggen hoe ze seksualiteit ervaren", vertelt van Reeuwijk.

 “Deze acht pubers waren heel gemotiveerd en vonden het leuk om het gesprek over seks aan te gaan. In de training leren ze hoe je vertrouwen kunt opbouwen, hoe je gevoelige onderwerpen kunt aankaarten en hoe je door kunt vragen.  Jongeren voelen zich door het praten over seksualiteit sterker, maar worden zich ook bewust van de misstanden. Ik zag hen de strijd aangaan met heersende normen en waarden over seks”.

Verschillen in Aziatische en Afrikaanse cultuur
In Bangladesh is het een ander verhaal: hiërarchie in de Aziatische cultuur speelt een veel sterkere rol dan in Afrikaanse landen.  “Volwassenen voelen zich gepasseerd en soms bedreigd als een jongere een ‘baan’ krijgt als onderzoeker. Dit geeft status en door dat aan een jongere te geven, doorbreek je culturele regels voor respectvolle omgang tussen jongeren en ouderen. Dit leidt soms tot weerstand bij organisaties om jongeren in te zetten als medeonderzoekers ”.Volgens Van Reeuwijk geldt dit ook voor Afrikaanse landen, als zijn ze daar pragmatischer en sneller bereid jonge onderzoekers de ruimte te geven als ze zien dat zij iets bereiken.

Zo was er de 17-jarige Bengaalse Mahfuza, die belaagd werd op school omdat ze zich als onderzoeker had opgegeven. Ze stuitte op weerstand van volwassenen, omdat ze zich bezig hield met een ‘slecht’ onderwerp dat haar reputatie zou schaden en daarmee haar kans op een man. “Je wilt niet dat degenen die je helpen in het onderzoek, zelf gevaar lopen. Dat gaat in tegen onze ethiek, wij zijn verantwoordelijk”. Maar gelukkig steunden Mahfuza’s ouders haar en deed ze het goed. “Ze heeft een grote mond, is kritisch en durfde de volwassenen weerwoord te geven”.

Uniek; jongeren als onderzoeker
Is het nieuw dat jongeren worden ingezet als onderzoeker om voorlichting over seks te verbeteren? “Pas sinds een jaar over vijf werken we op deze manier. Dat is echt uniek in de ngo-wereld: jongeren die wetenschappelijke data vergaren. Eerst vooral in de planning, monitoring en evaluatie van activiteiten, later ook in meer diepgaand onderzoek. Deze methode is kostbaar en tijdrovend. De jongeren moet je goed selecteren en vervolgens trainen en dan pas kunnen ze aan de slag. En op een gegeven moment gaan ze verder met hun leven dus je kunt maar ‘beperkt’ gebruik van ze maken”.

Speciaal voor jongerenwerkers ontwikkelde Rutgers WPF een toolkit voor het trainen van jongeren bij onderzoek.

Toch zijn jongeren cruciaal bij het vergaren van data over keuzes, ervaringen, vragen en taboes rondom seks. Door dit te laten onderzoeken door de doelgroep zelf, ontstaat nieuwe wetenschappelijke kennis, zonder (voor)oordelen van volwassenen ertussen.
 

Rwandese verandert abortuswet
Dat jongeren voor verandering kunnen zorgen bewees de 23-jarige Chantal uit Rwanda. In haar Oost-Afrikaanse land staan strenge straffen op het ondergaan van een abortus. Van Reeuwijk: “Chantal deed mee met de trainingen die Rutgers WPF met lokale ngo’s opzette. Samen met andere vrijwilligers van de Rwandan Youth Action Movement, besloten ze te strijden voor legaliseren van veilige abortus”.

De jongeren verzamelden cijfers over het aantal onveilige abortussen in Rwanda, interviewde jonge vrouwen die in de gevangenis waren gekomen vanwege een abortus, organiseerden debatten in het land, en betrokken de media bij hun initiatief door een petitie op te stellen voor hervormingen in de abortuswetgeving. Samen met een ngo, tal van vrouwenorganisaties en enkele politici maakten ze een lobbyplan.

Hoopgevend
Al deze inspanningen zorgden ervoor dat de abortuswet in 2012 grondig werd aangepast in Rwanda. Abortus is nu legaal voor vrouwen die slachtoffer zijn van verkrachting, incest of gedwongen huwelijk, of als de zwangerschap een gevaar vormt voor haar gezondheid. Van Reeuwijk: “Ik zie dit als een stap in de juiste richting en vind het hoopgevend dat jongeren zoveel gedaan kunnen krijgen”.

Miranda van Reeuwijk is senior onderzoeker bij Rutgers WPF, een kenniscentrum dat in Nederland, Afrika, Azië en Zuid-Amerika werkt aan de verbetering van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Van Reeuwijk promoveerde op hoe kinderen in Tanzania tussen 10 en 16 jaar beslissingen nemen over hun eerste keer seks.

670

Over de auteur

Kari Postma is global communications consultant en freelance journalist. Ze schrijft voor OneWorld Love over vrouwenrechten, gender en …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief