De Papoeavrouw die moet bevallen in West-Papoea is haar leven niet zeker. Ook halen veel kinderen in de afgelegen dorpen van de Indonesische provincie hun zesde verjaardag niet. Voor rapportage aan de regering wordt één keer per jaar een dokter ingevlogen.

Na een moeizame tocht over de half overstroomde weg ligt daar dan Kunja: een paar houten huisjes omringd door de wildernis van de binnenlanden. Voor onderzoek naar onder meer kindersterfte ben ik in het district Ayawasi, een afgelegen gebied in de Indonesische provincie West-Papoea.

De vrouw die hier, in de oerwouden van West-Papoea, moet bevallen, is haar leven niet zeker, net als haar baby. De meest basale gezondheidszorg ontbreekt, en de klinieken die hier en daar zijn gebouwd, staan er voor de bühne.

Binnenlanden
De baby- en kindersterfte onder de oorspronkelijke bewoners van West-Papoea bedraagt ongeveer 18,4 procent, dat is driemaal zo hoog als in de rest van Indonesië. Anders gezegd: van de duizend kinderen halen er naar schatting 270 hun zesde verjaardag niet. In Nederland ligt dat cijfer op 4,6 per duizend. En áls iemand die is geboren in de binnenlanden van West-Papoea zijn kindertijd al overleeft, dan wacht hem of haar een zwaar leven, met gebrek aan voedsel en gezondheidszorg en kans op uitbuiting in een verdwijnende traditionele cultuur. De kinderen die in Kunja rondlopen hebben dan ook holle ogen en ontkleurd haar door ondervoeding.

[[{“fid”:”20913″,”view_mode”:”media_original”,”type”:”media”,”attributes”:{“height”:920,”width”:1385,”style”:”width: 300px; height: 199px; float: right;”,”class”:”media-element file-media-original”}}]]Buien
Een dorp is Kunja nauwelijks te noemen. Veel gemeenschappen in West-Papoea zijn opgedeeld in drie of vier huizen en tot dorp verklaard om overheidsgelden binnen te halen. Het resultaat is een lappendeken van heel kleine dorpjes met minimale voorzieningen en zonder enige planning voor de ontwikkeling van het gebied.

Kunja is uitgestorven. De regen van de afgelopen dagen heeft van het dorp een modderpoel gemaakt. Tussen de verlaten gebouwen schuilt Apilius voor de buien. Zijn wandelstok, een stevige tak, ligt voor hem. Hij is een magere vroegoude man van 36 jaar. Bij de vraag waar iedereen is kijkt hij mistroostig. “Bijna iedereen is weggetrokken naar de stad, na alles wat er is gebeurd voelde het hier niet meer goed.”

Zeven baby’s
Met ‘alles wat er is gebeurd ’duidt Apilius op de periode 2006-2007, waarin zeven baby’s en drie moeders in het kraambed stierven. “Mijn vrouw was een van hen. We hadden samen al vier kinderen maar deze zwangerschap was anders, moeizamer. Misschien als ze op controle was geweest dat het anders was gelopen. Maar er was nog geen weg, en de enige kliniek in het district was te ver lopen. Ons zoontje heeft haar niet lang overleefd. Na een paar maanden kreeg hij diarree. Hij stierf binnen een dag.” Apilius staart naar zijn dochter die in de plassen speelt. “Na dat jaar besloten we de regering om hulp te vragen.”

Verpleegkundige
De maatregelen die de regering daarop nam hebben de situatie in Kunja niet verbeterd, ondanks de brieven die dorpelingen schreven, en langsgaan bij een lokaal bestuurskantoortje. Na zes jaar kwam er een verpleegkundige, en afgelopen maand werd een kliniek opgezet. Alleen staat het gebouw nog steeds leeg. Ook heeft de satelliettelefoon die ernaast hangt nog nooit gewerkt. Verpleegkundige Martina heeft sinds haar komst iedere maand een rapport naar de overheid gestuurd met de melding dat er geen medicijnen zijn. Het heeft niets uitgehaald.

Pil voor alle kwalen
De situatie in Kunja is eerder regel dan uitzondering. In het dorp Kokas, op een paar kilometer van Kunja, staat ook een lege kliniek. Een paar dagen geleden kwam er een dokter naar het dorp om te kijken hoe het is gesteld met de gezondheid van de inwoners. De arts stelde enkele diagnoses en deelde wat medicijnen uit. De pillen kwamen uit hetzelfde potje, of het nu ging om een verkoudheid of om een tumor.

Deze werkwijze is een veelgebruikte tactiek van de lokale overheid. Door eens in het jaar een dokter in te vliegen kunnen ambtenaren in hun jaarverslagen noteren dat er wordt gewerkt aan de verbetering van de gezondheidszorg in de rurale gebieden. Het is symboolpolitiek, net als de bouw van klinieken die leeg blijven staan en verstrekking van een paar medicijnen die over hun houdbaarheidsdatum zijn. Ook komt er af en toe een inspecteur foto’s nemen van een kliniek, ook voor het officiële rapport. De omkoopsom heeft hij al op zak voor hij in de jeep stapt.

West-Papoea, Indonesische naam: Papua Barat, is een provincie van Indonesië op het westelijke deel van Nieuw-Guinea. Tot 2007 heette het gebied West-Irian Jaya. Het was een kolonie, die Nederland onder druk van de internationale gemeenschap in 1962 overdroeg aan Indonesië.
De Speciale Autonomiewet uit 2001 geeft de lokale autoriteiten van West-Papoea en Papoea een eigen verantwoordelijkheid om ontwikkelingsplannen uit te voeren voor deze twee provincies. Tegelijk werd de Majelis Rakyat Papua (MRP) in het leven geroepen, een volksraad van etnische Papoea’s, die erop moet toezien dat de inheemse cultuur wordt gerespecteerd en beschermd. Bij het uitvoeren van plannen moeten lokale en nationale (Indonesische) betrokkenen eerst deze raad consulteren. In de praktijk komt daar weinig van terecht.

Grote budgetten
Apilius kan het zich niet veroorloven om er nog kwaad over te worden. Dat kost te veel energie. Hij spreekt gelaten over de corruptie die betere voorzieningen in Kunja tegenhoudt. Apilius: “Shopping noemen ze het, wat de overheidsfunctionarissen doen. Ze zijn alleen bezig met het vullen van hun eigen zakken, of het nu gaat om Papoea’s of om Indonesiërs. Het geld dat voor ons is bedoeld, de grote budgetten van de Speciale Autonomie Wet van Papoea bestemd voor mensen in de binnenlanden, gaat allemaal naar hen. Naar hun nieuwe auto en hun mooie grote huis.”

Eigen dorp eerst
Onlangs is een politicus uit een ander district verkozen als bestuurder van Ayawasi. Sindsdien is het beetje ontwikkeling dat er was stopgezet en zijn de lokale ambtenaren naar huis gestuurd. Zo werkt het nu eenmaal: de Papoea-bevolking bestaat uit honderden kleine stammen, en een aangestelde politicus zal altijd zijn eigen dorp en district bevoorrechten. De banden, die zijn gebaseerd op stamverhoudingen, spelen nog altijd een rol in de hedendaagse politiek. Apilius stelt het als volgt: “Ik heb het gevoel dat ik helemaal geen overheid heb. Al schreeuw ik nog zo hard, niemand hoort me.”

Gewoon drama
Dan klinkt hartverscheurend gehuil. Het nieuws dat in het nabijgelegen dorp een moeder en kind tijdens de bevalling zijn overleden verspreidt zich. In de kleine kliniek van dat dorp had de verpleegkundige geconstateerd dat de baby verkeerd in de baarmoeder lag, en dat de vrouw voor een veilige bevalling naar het ziekenhuis in Sorong had gemoeten. Maar daar was geen geld voor.

De moeder van de overleden kraamvrouw zakt in de regen op de grond en wiegt zachtjes heen en weer. Als Apilius gewoon doorgaat met zijn verhaal dringt het tot me door dat een drama als dit een normale gang van zaken is. Apulius is wel aangeslagen maar vertelt met zachtere stem en doffe ogen toch verder. “Als ik niet zo slecht ter been was en zonder stok kon lopen was ik naar de stad getrokken. Misschien ooit.”

Minderheid in eigen land
Naar de stad vertrekken is Apilius’ ideaal. Daar, denkt hij, is kans op een baan en er is gezondheidszorg. Maar beseft hij dat hoewel er in de stad meer voorzieningen zijn, de discriminatie daar des te erger is?

Sinds West-Papoea en Papoea provincies zijn geworden van Indonesië zijn veel Indonesiërs naar Papoea verhuisd en is de oorspronkelijke bevolking een minderheid in eigen land geworden. In de binnenlanden merkt de inheemse bevolking hier niet zoveel van omdat er bijna alleen Papoea’s wonen, maar in de stad worden Papoea’s met de nek aangekeken en buitengesloten. De kans dat Apilius ooit de stad zal bereiken is klein, maar voorlopig is het zijn enige hoop voor de toekomst van zijn kinderen.

Stella Peters is afgestudeerd in Sociale Wetenschappen met een master Conflict Studies & Human Rights. Ze werkt als Human Rights Advisor bij de Stichting Duurzame Samenleving Papua Barat (SDSP).

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief