Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

“Toen de psycholoog me geen verwijzing wilde geven voor een borstverwijderende operatie, knapte er iets in me”, zegt Welmoed Jonas* (hen/hun, 26). “Ik begon te huilen en te schreeuwen dat ik het niet pikte. Toen kreeg ik de verwijzing alsnog, omdat ik zou hebben ‘bewezen’ dat ik het graag genoeg wilde.”

In 2019 doorliep Welmoed Jonas het diagnosetraject bij Amsterdam UMC (zie kader), het grootste zorgcentrum voor mensen met genderdysforie1 in Nederland. Dat traject is nodig om bijvoorbeeld een hormoonbehandeling te krijgen, maar kan de laatste tijd op veel kritiek rekenen. Op het Instagram-account @vugendermistreatment verschenen in enkele weken tijd tientallen ervaringsverhalen van mensen die te maken kregen met misstanden bij het UMC. Psychologen zouden daar bepalen of mensen ‘transgender genoeg’ zijn, terwijl patiënten zelf en hun medestanders pleiten voor meer zeggenschap.

Kennis- en Zorgcentrum Genderdysforie

De genderpoli van het VU Medisch Centrum in Amsterdam – officieel het Kennis- en Zorgcentrum Genderdysforie – was in 1975 een van de eerste plekken ter wereld waar transgender personen terechtkonden voor medische hulp. Het centrum was ook het eerste dat trans jongeren puberteitsremmers verstrekte. Die stellen onomkeerbare gevolgen van de puberteit even uit en geven de jongeren tijd om met psychologen te bepalen of een transitie hun uitkomst biedt.

Inmiddels zijn er meer instellingen in Nederland die transgenderzorg aanbieden, zoals het Genderteam van het UMCG in Groningen en het Radboudumc Expertisecentrum in Nijmegen. Maar Amsterdam UMC, waar het VUmc sinds 2018 onder valt, is nog altijd de grootste en meest gezaghebbende. Vrijwel alle andere zorginstellingen in Nederland namen hun werkwijze over.

Persoonlijke vragen

De verhalen op @vugendermistreatment zijn erg uiteenlopend, maar delen ook veel met elkaar. Mensen worden vaak gemisgenderd (met het verkeerde geslacht aangeduid, wat voor veel trans personen erg pijnlijk is) of met hun oude naam de spreekkamer in geroepen. Ook de wachttijden voor een eerste gesprek, die inmiddels oplopen tot ruim twee jaar, worden genoemd, net als de neiging van de psychologen om te denken in de afgebakende hokjes ‘trans mannen’ en ‘trans vrouwen’. Veel mensen die bij het UMC aankloppen, voelen zich juist niet helemaal thuis in één van die twee hokjes.

Psychologen vragen of je opgewonden wordt van het dragen van kleding van het andere geslacht

“Iedereen met wie ik op de poli sprak was cisgender2”, zegt Welmoed Jonas, “en toch moeten zij beslissen over wie jij bent en over jouw lichaam.” Wie niet voldoet aan het beeld dat de psychologen hebben van transgender personen (ofwel trans man, ofwel trans vrouw) zou veel langer over zijn/haar/hun diagnose doen, of kans lopen helemaal geen hulp te krijgen. Iedereen die in dit artikel aan het woord komt, gaf aan hun uiterlijk en gedrag aan te passen als ze een afspraak hadden, om zoveel mogelijk in dat plaatje te passen.

Zo ook de non-binaire Jeff* (hij/zij/hen, 29), die in 2016 terechtkon bij de Amsterdamse genderpoli. “Ik droeg graag nagellak, maar deed dat niet als ik een afspraak had. De vragenlijsten die ze gebruiken zijn ook ontzettend binair. Het is duidelijk wat het ‘goede’ antwoord is op bijvoorbeeld de vraag of je als kind al met auto’s speelde. Toen ik aangaf dat ik niet veel genderdysforie had tijdens seks, keek mijn psycholoog bezorgd. Ze was opgelucht toen ik zei dat ik soms bovenop mijn partner lag, want dat zag zij als de ‘dominante, mannelijke kant’. En dus kon ze een kruisje zetten.”

Vragen krijgen over je seksleven is niet uitzonderlijk. Éluk* (die/diens, 29), een van de zeven oprichters van @vugendermistreatment, kreeg vragen over hoe die seks had, of die masturbeerde en of die opgewonden raakte van het dragen van mannenkleding. “Ik dacht: ik zeg maar wat ze willen horen.” Hoewel Éluk al een operatie had gehad en via vrienden en via het internet al twee jaar testosteron gebruikte, moest die toch een jaar wachten op een intakegesprek en nog eens maandenlang het diagnosetraject overdoen om diens transitie bij het UMC voort te zetten.

Moeten ‘bewijzen’ dat je transgender bent is inherent transfoob

Ook de gesprekken die Jeff met een gynaecoloog voerde over hun seksualiteit waren weinig invoelend, zegt hen. “Toen ik vertelde dat mijn partner ook transmasculien was, kreeg de arts kortsluiting. Vanaf dat moment heeft die het over ‘lesbische seks’ en een ‘lesbische relatie’ gehad, terwijl wij dus twee mannen met genderdysforie waren.”

Systemische transfobie

Annelijn Wensing-Kruger, voorzitter van het Kennis- en Zorgcentrum Genderdysforie van het ziekenhuis, herkent delen van de verhalen, maar benadrukt dat de zorg in ontwikkeling is. “In de verhalen komen meerdere elementen terug die gelukkig tot het verleden behoren. Het is bijvoorbeeld al vier jaar zo dat we diagnosetrajecten in principe niet overdoen. En onze vragenlijsten zijn voortdurend in ontwikkeling.” Dat er bij Amsterdam UMC geen ruimte zou zijn voor de zorgvraag van non-binaire mensen, is volgens haar onjuist: “Elke gendervraag is bij ons welkom.”

De goede bedoelingen van het Genderteam ten spijt, geven alle ervaringsdeskundigen die we spreken aan dat de mensen die bij het UMC aankloppen niet genoeg zeggenschap krijgen. Storm Vogel (hen/hun, 36), ook een van de oprichters van @vugendermistreatment, ziet er systemische transfobie in: “Dat we aan cis personen moeten bewijzen dat we trans zijn is inherent transfoob.” Hen benadrukt dat het hun niet om individuele artsen gaat, en ook niet alleen om Amsterdam UMC: vrijwel alle zorginstellingen hebben een soortgelijke werkwijze en protocollen (vaak immers gebaseerd op het pionierswerk van het UMC).

Psychologen nemen mensen van kleur en andere minderheden minder serieus

Uit de werkwijze van de psychologen blijkt weinig vertrouwen in iemands eigen inschattingen, ziet Vogel. “Zeker als er nog iets anders ‘mis met je is’ – je hebt een depressie of autisme, bent dik of bent misbruikt – gaan ze moeilijk doen.” Ook daar kan Welmoed Jonas over meepraten: “Ze verwachten dat je al lekker in je vel zit voordat je hulp kunt krijgen. Terwijl juist de worsteling met onze genderidentiteit ervoor zorgt dat mensen zich bijvoorbeeld depressief voelen.”

Poortwachters vs. zelfbeschikking

Vreer verkerke3 (hen/hun, 58), initiatiefnemer van transzorg-waakhond Principle17 en mede-oprichter van Transgender Netwerk Nederland, spreekt van een ‘poortwachtersfunctie’: “Psychologen van Amsterdam UMC beslissen of iemand ‘trans genoeg’ is om in transitie te gaan. Daarbij worden bovendien mensen van kleur en andere minderheden vaak minder serieus genomen.”

Principle17 publiceerde in 2016 al een onderzoek, waaruit bleek dat 43 procent van de respondenten negatieve ervaringen met Amsterdam UMC hadden gehad. “Er lijkt inmiddels, afhankelijk van de psycholoog, iets meer ruimte voor non-binaire mensen, maar verder is er sinds 2016 weinig veranderd”, constateert verkerke. Wensing-Kruger van Amsterdam UMC trekt zich de kritiek aan: “Ik vind het verschrikkelijk als mensen het gevoel hebben dat ze zich bij ons moeten bewijzen. Waar wij voor staan is zorg op maat. Een transitie is een ingrijpend proces en het is belangrijk om mensen goed te leren kennen.”

Als een cisgender vrouw een hormonaal probleem heeft, pakt de huisarts dat ook op

Welmoed Jonas kwam uiteindelijk terecht bij de Trans Health Clinic in Amsterdam, waar trans arts Adrie van Diemen laagdrempelige transgenderzorg biedt en beslissingen vooral aan trans mensen zelf overlaat. “Juist dat zorgde ervoor dat ik bewust ging nadenken over wat ik wilde. Bij het VUmc was ik zoveel bezig met mezelf bewijzen en zorg moeten verdienen, dat het mijn eigen gezonde keuzeproces in de weg stond.”

De werkwijze van Trans Health Clinic wordt wel ‘informed consent’ genoemd: cliënten krijgen informatie en ondersteuning, en nemen vervolgens zélf een beslissing over wat voor hormonen of operaties ze willen. Je kunt psychologische begeleiding krijgen om uit te vinden wat je wilt, maar een psycholoog beslist niet voor jou of je trans genoeg bent. In het buitenland zijn er al grote klinieken die zo werken, bijvoorbeeld CAP Numància in Barcelona en Callen-Lorde in New York. De Trans Health Clinic in Amsterdam richt zich door grote toeloop vooral op gemarginaliseerde groepen als vluchtelingen en sekswerkers.

Verkerke: “Zelfbeschikking zou overal de norm moeten zijn. En de transgenderzorg zou als een normale vorm van zorg behandeld moeten worden. Huisartsen zouden bijvoorbeeld ook hormonen voor moeten kunnen schrijven, en enkel bij complicaties hoeven doorverwijzen. Als een cis vrouw een hormonaal probleem heeft, pakt de huisarts dat ook in eerste instantie op.”

Zorgverlener en patiënt naast elkaar

Voorlopig lijkt een methode als ‘informed consent’ in Nederland ver weg. Vorig jaar stelde de ‘kwartiermaker transgenderzorg’, aangesteld door zorgverzekeraars en het ministerie, nog vast dat psychologen in Nederland niet slechts betrokkenen zijn, maar het voor het zeggen hebben. Diagnosetrajecten duren bovendien lang. Nederland loopt daarin steeds meer achter op het buitenland.

Minister Van Rijn (Medische Zorg) stelde in een reactie dat hij niet gaat over de inhoud van de zorg en dat het aan instellingen en specialisten is om dat te veranderen. Wensing-Kruger van Amsterdam UMC vindt dat dat bij hen al voldoende gebeurt: “Er is een groep die prima af is met een beknopte indicatiestelling en die groep krijgt dat ook al: er is geen standaardprotocol. Maar anderen hebben juist veel zorg en begeleiding nodig. Wij vervullen geen poortwachtersrol: zorgverlener en patiënt moeten altijd naast elkaar gaan staan.”

Wensing-Kruger wil graag in gesprek met mensen die negatieve ervaringen hebben. “We nemen kritiek zeer serieus. We doen ook eigen onderzoek naar hoe de zorg te verbeteren en we hebben een eigen cliëntenraad, maar we kunnen nooit voelsprieten genoeg hebben.” Ze benadrukt dat het grootste deel van de cliënten (redelijk) tevreden is over de zorg die ze krijgen. “Dit zijn belangrijke verhalen, maar ze laten slechts één kant zien. Op onze eigen Instagram-pagina vind je ook positieve ervaringen.” Op dat account is inmiddels ook een oproep verschenen om met het team in gesprek te gaan, naar aanleiding van de kritiek vanuit @vugendermistreatment.

* Jeff, Éluk en Welmoed Jonas wensten uit privacyredenen enkel met hun voornamen genoemd te worden. Hun volledige namen zijn bij de redactie bekend.

hoofdbeeld marte en tammie

‘Échte transgender­verhalen, daar zitten lezers niet op te wachten’

Mensen willen vooral horen over operaties en trauma's.

marie ricardo

Nieuwe COC-directeur: ‘Ik wil meer zwarte, trans en intersekse personen aan de top’

'Zolang er mensen achterblijven, is onze gemeenschap niet vrij.'

  1. Genderdysforie is een gevoel van onvrede met het geslacht dat iemand bij de geboorte is toegewezen en/of de bijbehorende lichamelijke kenmerken. ↩︎
  2. Cisgender wil zeggen dat je je identificeert met en comfortabel voelt bij het geslacht dat je bij je geboorte is toegewezen. ↩︎
  3. Verkerke schrijft hun voor- en achternaam niet met een hoofdletter, tenzij aan het begin van een zin. ↩︎
0UeKowsM_400x400

Over de auteur

Freelance journalist

Kevyn Levie is freelance journalist en schrijft voor OneWorld onder andere over lhbti+-rechten en -issues, duurzaamheid en veganisme.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief