Als een lhbti-stel een kind krijgt, kan het na de geboorte wel meer dan een jaar duren voordat beide ouders ook juridisch als zodanig worden aangemerkt. Ook al vervul je dan in de praktijk alle taken van een ouder – je geeft het kind liefde, verzorgt het en voedt het op –, de wet erkent je niet als zodanig.

Voor lhbti-stellen betekent een kinderwens eigenlijk standaard een lang juridisch proces. En dat is wettelijke ongelijkheid, vindt Desiree Maes, die als ‘Roze Advocaat’ lhbti-stellen bijstaat in zaken rond ouderlijk gezag en echtscheiding. Zo’n speciale advocaat is nodig, besloot Maes zo’n vijf jaar geleden, omdat het Nederlandse familierecht zich nog altijd richt op het traditionele huwelijk tussen man en vrouw en het biologisch moederschap. Voor stellen die niet in dit traditionele gezinsplaatje passen, liggen zaken als ouderlijk gezag en echtscheiding daardoor een stuk ingewikkelder. “Cliënten zijn soms anderhalf jaar bezig om dezelfde ouderlijke rechten te krijgen die een heterostel vanzelfsprekend heeft.”

Cliënten zijn soms anderhalf jaar bezig om dezelfde ouderlijke rechten te krijgen als een heterostel

In 2008 werd Maes met deze ongelijkheid geconfronteerd, tijdens haar eerste echtscheidingszaak tussen twee vrouwen. “Ik ben nu vijftien jaar advocaat, gespecialiseerd in familierecht. Voor lhbti-familierecht bestaat geen aparte cursus of opleiding, maar door de specifieke wetten is het eigenlijk een apart rechtsgebied.”

Waarin zit de wettelijke ongelijkheid precies?
“De juridische processen die een lesbisch of homoseksueel stel moet doorlopen om überhaupt voor beide ouders ouderlijk gezag te krijgen, zijn tijdrovend en kosten veel geld. Een getrouwd heteroseksueel stel heeft daarentegen van rechtswege ouderlijk gezag, en hoeft dus niets te doen. Dat is per definitie al ongelijk. In elk scenario zijn er twee biologische ouders: een man en een vrouw. De wet respecteert dit. Een duomoeder krijgt dus niet zomaar alle rechten, omdat er altijd ergens een biologische vader is en je hem die rechten niet zomaar kan ontnemen.

De duomoeder heeft bij erkenning nooit de zekerheid dat zij altijd moeder blijft

Ook een homoseksueel stel wordt bij draagmoederschap niet van rechtswege ouder, omdat de draagmoeder altijd mag besluiten het kind te houden. Dat man-vrouwdenken is heel zwart-wit. Zou je de wet verruimen, dan kom je uit bij meerouderschap, wat ook problemen met zich meebrengt. De wet kan pas écht gelijk worden getrokken als er geen tussenkomst van een derde persoon meer nodig is om een kind op de wereld te zetten.”

Het familierecht is in de basis ongelijk omdat wetten zijn ontworpen rondom biologie en traditionele waarden, zoals dat een gehuwde man en vrouw samen een kind krijgen. De biologische ouders hebben in de wet dan ook de sterkste positie. En het huwelijk werd in het familierecht lang gezien als een betrekking tussen man en vrouw.

Sinds de wet Lesbisch Ouderschap (2014) kunnen ‘meemoeders’1 het kind erkennen.2 Daarvóór konden zij enkel adopteren. Wat is het verschil?
“Door deze wet kan de meemoeder het kind erkennen, net zoals een ongehuwde heterovader dat kan. Maar adoptie is een veel sterker recht dan erkenning, aangezien erkenning door de rechter vernietigd kan worden. Het kind kan dat bijvoorbeeld laten doen als het meerderjarig is. In theorie kan de erkenning ook worden vernietigd als een biologische ouder tóch in het leven van het kind wil komen – er kunnen immers maar twee ouders zijn.

Dus de duomoeder heeft bij erkenning nooit de zekerheid dat zij altijd moeder blijft en die rechten behoudt. Wanneer je adopteert, ligt dat wél vast. Adoptie kan is heel moeilijk ongedaan te maken. De donor doet bij adoptie afstand van zijn rechten en is hiermee buiten beeld. Dus ongeacht wat er gebeurt, bijvoorbeeld een scheiding, blijven beide vrouwen in dat geval moeder.”

Vóór 2014 kon de duomoeder alleen via adoptie ouderlijk gezag over het kind krijgen. Sinds 2014 geldt de Wet lesbisch ouderschap. Daarin staat dat de meemoeder van rechtswege dezelfde rechten heeft als de biologische moeder wanneer zij gehuwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben, én er sprake is van een onbekende donor. Daarnaast kan de duomoeder sinds 2014 ouder worden middels erkenning. Dat doet zij indien de donor bekend is3 en/of wanneer er geen huwelijk of geregistreerd partnerschap is.

Bovendien wordt adoptie internationaal erkend, wat bij erkenning niet het geval is. Dat kan voor nare situaties zorgen als een kind bijvoorbeeld in het buitenland naar het ziekenhuis moet. De duomoeder mag dan niet zomaar bij de patiënt, want zij is op papier geen familie, en de erkenning die in Nederland geldt, geldt daar niet.

Ik pleit dan ook altijd voor adoptie en vind het geen goede ontwikkeling dat de duomoeder nu ook kan erkennen. Adoptie is een ingewikkeldere procedure, maar waarborgt meer. Helaas kan zo’n procedure, soms door fouten van gemeenten en rechtbanken, wel een jaar duren.”

Om wat voor soort fouten gaat het dan bijvoorbeeld?
“Mijn eerste zaak als Roze Advocaat, zo’n vijf jaar geleden, is een goed voorbeeld. Ik was een adoptieprocedure gestart voor twee dames. De rechter, die totaal niet op de hoogte was van de specifieke wetten in dit soort zaken, had maar twintig minuten voor de zitting uitgetrokken en behandelde de zaak alleen. Ook was de Raad voor de Kinderbescherming niet aanwezig. Dat is heel ongebruikelijk, omdat het een zaak was over de afstamming van een minderjarig kind, waar deze dienst altijd bij aanwezig is.

De rechter was totaal niet op de hoogte van de wetten in adoptiezaken van lhbti+’ers

Dit was bovendien een van de eerste zaken sinds de wet Lesbisch Ouderschap hier in werking trad waarbij een erkenning vernietigd moest worden om een adoptie in gang te zetten. Normaal wordt zo’n ‘nieuwe’ zaak door drie rechters bekeken, zodat zij kunnen overleggen. Ik heb toen verzocht om de zitting op een ander moment te houden, mét de Raad voor de Kinderbescherming én drie rechters. Dat is uiteindelijk gebeurd, alleen heeft het proces daardoor een jaar geduurd.”

Ik las onlangs over een trans vrouw die met haar echtgenote zonder donor een kind kreeg. Zij moest het kind alsnog erkennen, hoewel zij beiden biologisch ouder waren. Hoe kan dat?
“Recent was er een casus waarbij het andersom was: een trans man die het kind had gedragen, werd in belang van het kind op de geboorteakte aangemerkt als moeder. Dit is niet alleen enorm kwetsend, maar zo krijg je ook verwarrende situaties – op de geboorteakte heeft het kind een moeder en vader, maar volgens de geslachtsregistratie van de ouders twee moeders – en het is natuurlijk enorm ouderwets. Maar de trans man werd op deze manier wél van rechtswege ouder.

Veel ouders ervaren de huidige regels voor trans vrouwen die biologisch ouder zijn als problematisch en discriminerend

Voor een trans vrouw die een kind verwekt is dat anders. Waar een trans vader juridisch gezien ‘moeder’ is, zou je verwachten dat dat een trans vrouw juridisch gezien dan vader van haar kind is. Maar bij de trans vrouw wordt de gewijzigde geslachtsregistratie gevolgd, waardoor zij zelfs als zij gehuwd én biologisch ouder is alsnog moet erkennen of adopteren om juridisch de moeder te worden, omdat er bij haar van de huidige geslachtsregistratie uit wordt gegaan. Veel ouders ervaren dit als problematisch en discriminerend. Het laat sowieso zien dat lhbti-rechten in het Nederlands familierecht veel beter kunnen.”

Waarom wordt een trans vrouw dan niet gewoon als moeder aangemerkt?
“De praktijk gaat altijd sneller dan de wet. Nu er een aantal van dit soort zaken voorkomen, wordt er pas over een oplossing nagedacht. Het uitgangspunt van de Nederlandse wet is gestoeld op het conservatieve beeld van man/vrouw. Dit zie je terug in de nieuwe wet op Draagmoederschap. Die wet moest het voor twee vaders gemakkelijker maken om ouder te worden van het kind. Maar ook in deze wet kan de biologische moeder, die het kind dus draagt, uiteindelijk altijd besluiten het kind te houden. Dat krijg je niet zomaar uit de wet – of uit de samenleving.

Als de wet voor iedereen gelijk is, heb je geen Roze Advocaat meer nodig

Daarbij wordt in het belang van het kind vastgehouden aan het conservatieve binaire beeld van gender. Een kind wil vaak weten waar het vandaan komt, en heeft daar recht op. Het is lastig, want daarmee maak je ouderschap voor stellen van hetzelfde geslacht een stuk moeilijker. Ik krijg zelf veel te maken met lesbische stellen, dus dan ervaar je het meer vanuit hun oogpunt. Maar ik weet natuurlijk helemaal niet hoe de biologische vader dit ervaart. Ik denk dat je die rechten ook in het oog moet houden, omdat de biologische band voor kinderen vaak toch zwaar weegt.”

Wordt er momenteel ook gewerkt aan het moderniseren van het familierecht omdat het zo representatiever wordt voor de samenleving?
“Het heeft absoluut de aandacht. Kijk naar het wetsvoorstel Herijking Ouderschap, waarmee het kind wettelijk meer dan twee ouders zou kunnen hebben. Dit kan van pas komen wanneer een lesbisch stel en een homoseksueel stel samen co-ouderschap aangaan of wanneer bij donorschap de man toch betrokken wil blijven in het leven van het kind. Maar de wet is terug in een lade beland. Zelf weet ik ook niet of dit de oplossing zou zijn. Wat gebeurt er bijvoorbeeld bij een scheiding als vier ouders allemaal dezelfde rechten hebben? Moet het kind dan heen en weer tussen vier adressen? Het wordt al helemaal ingewikkeld als de ouders nieuwe partners krijgen.

Ik betwijfel of het biologische recht op ouderschap ooit écht losgelaten zal worden

Maar bij co-ouderschap is het al redelijk goed geregeld. Wanneer in beide gezinnen één ouder het ouderlijk gezag heeft, worden een heleboel problemen weggenomen. Mocht het kind bijvoorbeeld naar het ziekenhuis moeten, dan is er in elk geval uit beide gezinnen iemand aanwezig. En in de praktijk kunnen ze natuurlijk alle vier een rol spelen in de opvoeding van het kind.”

Hoe zouden wetten rondom ouderlijk gezag voor lhbti-stellen wél moeten veranderen?
“Bij hervormingen die door de wetgever worden aangedragen heb ik soms mijn bedenkingen. Je kan wel iets achter je bureau verzinnen, maar of het in de praktijk werkt, is een ander verhaal. Daarbij moet de wetgever dan dus van het man-vrouwuitgangspunt afstappen. Zo’n verandering gaat langzaam. Ik betwijfel of het biologische recht op ouderschap ooit écht losgelaten zal worden. Je kan die rechten niet zomaar wegnemen en de biologisch ouder buiten spel zetten. Terwijl het traditionele man-vrouwhuwelijk met een kind in de maatschappij natuurlijk helemaal niet meer de standaard is. Niet alleen omdat kinderen ook twee moeders of twee vaders hebben, maar ook omdat veel ouders scheiden en het kind daardoor aan beide kanten vaders en moeders heeft. De standaardsituatie waar de wet van uitgaat, verandert dus al in de maatschappij.

Ik zeg altijd: ‘Ik hoop dat ik overbodig word.’ Want als de wet voor iedereen gelijk is, heb je geen Roze Advocaat meer nodig.”

Young same sex couple adoringly smile at their baby boy

Waarom moeten seksuele rechten eigenlijk in de Grondwet?

Discriminatie op basis van seksualiteit was toch al bij wet verboden?

image3

‘Ik wil niet steeds die papa met dat hoge stemmetje zijn’

Hoe voed je als non-binair persoon een kind op in een binaire wereld?

  1. De termen duomoeder en meemoeder worden afwisselend gebruikt. Beide verwijzen naar de vrouwelijke partner van de moeder die het kind draagt. ↩︎
  2. Wie niet van rechtswege ouder wordt bij de geboorte, kan het kind erkennen om toch juridisch ouder te worden. Hiervoor is toestemming nodig van de moeder biologische moeder. ↩︎
  3. Een onbekende donor houdt in dat de donor via een kliniek is gevonden én uit een donorlijst is gekozen. Er is sprake van een bekende donor wanneer een kennis, familielid of vriend van het stel doneert. Wanneer dit laatste via een kliniek gebeurt, blijft het alsnog een bekende donor. ↩︎

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
dominique-boulandcreismedia-1280

Over de auteur

Redactiestagiair

Dominique Boulan (1996) studeert criminologie en journalistiek. Schrijft graag over machtsstructuren en rechtvaardigheid.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief