Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

Wie draagt de verantwoordelijkheid voor goede representatie van transgender personen? Marte Hoogenboom (26) en Tammie Schoots (26) zien van dichtbij hoe schadelijke beeldvorming tot stand komt. Journalisten gaan ingewikkelde verhalen uit de weg en het publiek is vooral geïnteresseerd in trauma’s. Hoe vertel je je verhaal aan een publiek dat al weet wat het wil horen?

Marte Hoogenboom: ‘Transgenderacceptatie is toch niet ónze verantwoordelijkheid?’

marte hoogenboom
Beeld door: Tammy van Nerum

Marte Hoogenboom (26) is schrijver en hoofdredacteur van het literair-culturele tijdschrift Hard//hoofd. Ze werkt als eindredacteur voor OneWorld.

Lieve Tammie,

Ik heb iets gedaan en vraag me af of ik er spijt van moet hebben. Eind november bood de regering haar excuses aan voor de jarenlange verplichte sterilisatie en geslachtsoperatie van mensen die de geslachtsregistratie in hun paspoort wilden aanpassen. Historische excuses. En nou ja, daar wilden we als OneWorld iets mee.

Dus vroeg ik jou of je iets wilde schrijven. Vanuit het idee: laat de mensen aan het woord over wie het gaat. Toch voelde het ook een beetje wrang, want hoe vaak had ik jou niet gezegd dat ik me erger aan de bemoeienis van reguliere media met jouw en mijn genitaliën? Maar ik dacht dat het wel kon. Het ging tenslotte niet over genitaliën, maar over onze mensenrechten. Toch?

Foto Tammie (1)

‘Mijn geboortegeslacht was geen ‘foutje”

De overheid biedt excuses aan voor de transgenderwet.

Ik dacht ook terug aan iets wat jij ooit tegen me hebt gezegd: dat je vindt dat transgender personen deuren voor elkaar moeten openen. Zeker in de media, waar ‘onze’ beeldvorming wordt gemaakt, maar waar veel te weinig transgender personen werken. Destijds voelde ik me door je uitspraak, dat ik ‘deuren moest openen’, in de verdediging gedrukt. Alsof je zei: jij bent hoofdredacteur, jij bent eindredacteur – waarom zorg je er niet voor dat meer transgender personen een podium krijgen?

Volgens mij antwoordde ik zoiets als: we moeten onze emancipatie toch niet laten afhangen van die enkeling die dat bastion toevallig wél is binnengekomen, of er warme connecties heeft? Jouw en mijn acceptatie is toch iedereens verantwoordelijkheid? Uiteindelijk gaf ik een beetje schoorvoetend toe dat ik mijn keuzes voor bepaalde thema’s en schrijvers niet op mijn eigen identiteit durfde te baseren. Ik wilde niet dat mensen dachten dat ik alleen maar door een ‘transgenderbril’ kon kijken. Inmiddels is dat gesprek een jaar geleden en in de tussentijd heb ik gezien: de deuren móeten open, en dat gaan ze alleen van binnenuit.

Want laten we eerlijk zijn: de meeste media hebben nog altijd geen benul van de rol die zij spelen in de stigmatisering en discriminatie van transgender personen. Denk aan ‘ingewikkelde’ voornaamwoorden die sneuvelen ten gunste van de ‘leesbaarheid’ (waarom schrijven over mensen als je niet van plan bent ze serieus te nemen?). Denk aan de vlag van opinie, waaronder zelfs de meest opzichtige transfobie nog paginagroot wordt gedrukt (waar jij en ik vervolgens op mogen reageren, want: debat!). Denk aan de mediawegwijzer van Transgender Netwerk Nederland (2016) die er mooi uitziet, maar volgens mij door geen enkele journalist van voor tot achter is gelezen.

Zolang wij niet vaker zelf aan het woord gelaten worden over de thema’s die ons aangaan, zal onze representatie niet verbeteren. Al was het maar omdat de onderlinge ervaringen van transgender personen zo divers kunnen zijn. Neem jou en mij: jij herinnert je niet anders dan dat je genderidentiteit vrouwelijk was; ik heb mijn mannelijkheid pas twee jaar geleden gedag durven zeggen. Jij worstelt juist meer met je seksualiteit, terwijl ik lang geleden heb besloten me daar geen zorgen meer om te maken.

Toch worden jouw en mijn ervaringen op één hoop gegooid. Media brengen een vereenvoudigd verhaal naar buiten. Dat hele ‘geboren in het verkeerde lichaam’-gedoe werd bijvoorbeeld bedacht door cisgender artsen in de twintigste eeuw, die onze ervaringen probeerden te begrijpen. Geen wonder dat ik er zo lang over deed mijn identiteit te begrijpen: mensen leerden me een mantra dat bedoeld was om mijn gevoelens begrijpelijker te maken voor hén. Zeggen dat een lichaam ‘verkeerd’ is, draagt bovendien een validistisch ondertoontje met zich mee. Nog zo’n mantra: dat transgender zijn betekent dat je je lichaam haat.

Dus ja: we moeten meer oog hebben voor de diverse transgenderervaringen die naast elkaar bestaan, en het is belangrijk dat die worden gebracht door de mensen van wie de ervaringen zijn – die de taal spreken. Maar dan nog blijft de vraag: had ik jou om die ervaring mogen vragen, of niet?

Tammie Schoots: ‘Ik ben steeds degene die bekeken wordt en nooit degene die mag kijken’

tammie schoots
Beeld door: Tammy van Nerum

Tammie Schoots (26) is transgender activiste en opiniemaker. Ze is panellid bij het radioprogramma BNR Breekt en schrijft voor diverse platforms.

Lieve Marte,

In onze vele verhitte gesprekken, die vaak tot het gaatje van de nacht doorgaan, zijn jij en ik het steevast over één ding oneens: jij noemt jezelf in de eerste plaats vrouw, terwijl ik altijd expliciet maak dat ik een transgender vrouw ben. Met ‘vrouw’ bedoelen we in de spreektaal nu nog te vaak cisgender vrouwen. Dat ben ik niet.

Door mijn trans identiteit te benoemen zeg ik eigenlijk: dit is ook een vrouwenervaring, en daar ben ik trots op. In mijn mediaoptredens en artikelen benadruk ik wat mij anders maakt dan cisgender mensen. Dat doe ik om trans identiteiten te normaliseren, maar privé rouw ik nog altijd om het feit dat mijn leven niet verloopt volgens die norm.

Maar wat je zegt klopt: ik heb mijn hele leven zeker geweten dat mijn genderidentiteit vrouwelijk is. Al tijdens mijn jeugd werd me dan ook verteld dat ik een leven als vrouw kon leiden. De manier waarop was alleen giftig: “Jij kunt ook gewoon vrouw zijn”, zeiden volwassenen dan. Wat mij steekt is wat we bedoelen met die ‘gewone vrouw’, dat cisgender mensen in de spreektaal ‘gewoon’ worden genoemd.

Ik ben verdrietig geweest nadat het artikel werd gepubliceerd. Niet om wat ik in het artikel zelf zeg, maar omdat het publiekelijk bevestigde dat een doorsnee leven niet voor mij is weggelegd. Ik snak naar dat gewone bestaan: trouwen met een breedgeschouderde 9-tot-5-man die na een lange kantoordag thuiskomt en vraagt: ‘Wat gaan we eten?’ Vóór mijn artikel op OneWorld kon ik mezelf nog wijsmaken dat er ooit zo’n man zou komen. Maar sindsdien is het eerste wat je van me te weten komt als je mij googelt dat ik ooit een ander geslachtsdeel had. Wil de 9-tot-5-man mij nu nog wel?

Mensen die ik aanspreek op transfobie zuchten dat ze ‘ook niets meer mogen zeggen’

Dat affectie vinden bemoeilijkt wordt door mijn identiteit is niet slechts mijn gevoel, de cijfers bevestigen dit: uit onderzoek blijkt dat 88 procent van de mensen over het gehele genderspectrum in transgender vrouwen geen geschikte liefdespartner ziet. Voor hen ben en blijf ik ‘een man’.

Als we willen dat transgender personen gewoon mogen meedoen, moeten we allereerst erkennen dat ze niet gelijkwaardig worden behandeld. Maar om dat duidelijk te maken, moet ik mijn boodschap zo verpakken dat cisgender mensen het leuk blijven vinden. Het publiek wil een mooie, behapbare transgender persoon, die niet te beschuldigend is en alles bij zichzelf houdt. Voor een ouder publiek ben ik de kleindochter en moet ik verwijten verdragen als: Wat zit je nou te zeuren, ik heb toch ook grotere handen? Als ik voor een groep studenten spreek, zeggen de haantjes ongegeneerd: Ik zou nooit met je gaan want je kan geen kinderen krijgen. Mensen die ik op hun transfobie aanspreek, zuchten dat ze ‘ook niets meer mogen zeggen’.

En elk publiek wil op het einde kunnen klappen en kunnen zeggen: ‘Wat is ze toch moedig.’ Mensen beseffen vaak niet dat ik het ook over hen heb. Het publiek mag zonder gêne vragen wat het wil, mensen smullen van me. Daarna gaan ze weer gewoon door met hun eigen leven.

Soms voel ik me een aapje dat zo nu en dan een dansje mag komen doen. De strekking is bijna altijd hetzelfde: Tammie, we hebben een transgender persoon nodig – een geleefde ervaring. Schrijf bijvoorbeeld over je operatie. Dat is traumaporno: ik moet het binnenste van mijn ziel laten zien, anders kom ik niet aan het woord. Ik ben steeds degene die bekeken wordt, nooit diegene die mag kijken. Echte emancipatie is wanneer je zegt: hier heb je 500 woorden, schrijf over iets waarover jíj wilt schrijven.

Maar misschien ben ik wel minder bezig met systeemverandering, vanuit de gedachte: niet iedereen heeft het privilege om op een revolutie te wachten. Ik wil op de korte termijn iets goedmaken wat ik nooit heb gehad. Ik verdraag alle nare opmerkingen vanuit de hoop dat ergens in een auto een kleine Tammie op de achterbank zit, die mij op de radio hoort en wier leven voorgoed verandert. Voor hen doe ik, zo nu en dan, graag een kunstje.

marie ricardo

Nieuwe COC-directeur: ‘Ik wil meer zwarte, trans en intersekse personen aan de top’

'Zolang er mensen achterblijven, is onze gemeenschap niet vrij.'

Naomi-horizontaal3F7B7693

De toekomst is queer?

'Mensen willen in een bepaald verzet zitten zonder de worsteling ervan te begrijpen.'

Marte Hoogenboom 01 – april 2021 c Andrej Pohajda

Over de auteur

Eindredacteur

Marte Hoogenboom werkt als eindredacteur voor OneWorld en is hoofdredacteur van literair-cultureel tijdschrift Hard//hoofd. Ze schrijft …
Bezoek auteurspagina
Foto Tammie (1)

Over de auteur

Tammie Schoots studeert Filosofie, Europese Studies en Rechten aan de Universiteit van Amsterdam. Als transgender activist staat ze …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief