‘Papadagen’ worden weer eens besproken in de krant. In deze tijd van quarantaine en gesloten scholen valt kinderzorg zwaarder dan anders, wat in ons medialandschap – dat doorgaans veel ruimte geeft aan navelstaarderige essays – onvermijdelijk leidt tot reflecties van vaders van jonge kinderen en hun worstelingen met hun schuldgevoelens. Belangrijk om te bespreken, natuurlijk, maar kunnen we dat vanaf nu wel eindelijk doen zonder de term ‘papadag’?

‘Papadag’ impliceert dat vaders een soort oppassers zijn die een medaille verdienen

De afgelopen jaren is er talloze keren en vanuit allerlei hoeken op gewezen dat de term impliceert dat vaders maar één dag de verantwoordelijkheid voor hun kind zouden dragen, als een soort oppassers die een medaille verdienen. We hebben in de geschiedenis van ons land nooit van ‘mamadagen’ gesproken. Maar hoewel ‘papadag’ in 2015 al door het Instituut voor de Nederlandse Taal genomineerd werd om geschrapt te worden, wordt de term in 2020 nog steeds gebruikt. Mensen vinden het handig: ‘Papadag is gewoon een makkelijke aanduiding voor de werkdag die je niet werkend doorbrengt, maar met je kinderen bent’, schrijft Julien Althuisius voor De Volkskrant, in een essay waarin hij uitlegt waarom hij van zijn ‘papadag’ af wilde.

De ‘papadag’ heeft zijn beste tijd gehad

Laat ik beginnen met zeggen dat de ‘papadag’ in de afgelopen decennia een belangrijke emanciperende functie heeft gehad. De term heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat het normaler is geworden voor vaders om een dag minder betaald te werken en heeft het wellicht makkelijker gemaakt om hier bij je werkgever om te vragen. Maar als we serieus willen dat Nederland emancipeert, is het toch echt tijd voor een ander vocabulaire. Taal en emancipatie zijn namelijk sterker verbonden dan we misschien zouden willen.

De ‘papadag’ bestaat natuurlijk in een behoorlijk problematisch sociaal-economisch landschap: vrouwen werken per week gemiddeld 26 uur betaald en mannen 36. Die oneerlijke verdeling zit diep in onze samenleving ingebakken: hoewel twee derde van de vrouwen meer zou willen werken, vindt 80 procent van de Nederlanders dat moeders van jonge kinderen maximaal drie dagen betaald zouden moeten werken, tegenover 35 procent die dat van vaders vindt (helaas worden er bij dit soort onderzoeken doorgaans niet buiten cisgender- en heterostructuren gemeten). Niet vreemd dus dat vrouwen nog altijd anderhalf keer meer zorgtaken op zich nemen dan mannen.

Het blijft kortom zo dat van moeders verwacht wordt dat ze parttime betaald werken en de rest van de tijd onbetaalde zorgdagen op zich nemen. Tegelijkertijd snijdt dit mes aan twee kanten en hebben vaders en andere partners moeite om zich van de fulltime norm te ontworstelen. In een land dat tot voor kort slechts twee dagen partnerverlof gaf na bevallingen is deze ongelijkheid ook niet vreemd. Dit betreft een hardnekkige dynamiek die geenszins de schuld is van goedwillende partners die graag meer zouden zorgen maar door de samenleving worden tegengewerkt. ‘Papadagen’ zijn bedoeld als een dappere poging om deze norm te veranderen.

Onzichtbaar werk

In onze maatschappij blijft het werk dat traditioneel door vrouwen wordt verricht vaak onbestudeerd en ongewaardeerd. Al duizenden jaren worden huishoudens gerund, kinderen in leven gehouden en zelfs opgevoed zonder dat daar schijnbaar enig werk aan te pas kwam. Het was een biologische aandrang, een noodzaak zelfs, voor vrouwen om dit te doen. Ze zouden er dan ook aanleg voor hebben en dit soort bezigheden zou hen makkelijk af gaan. Dat zijn althans de aloude argumenten.

De term ‘papadag’ reproduceert de onzichtbaarheid van werk dat niet door cisgender mannen wordt verricht

Toen moeders hier op een gegeven moment op wilden reflecteren in boeken, films en essays – toen ze wilden spreken over de moeilijke combinatie van betaald werk en moederschap – werd dit weggezet als genreliteratuur, verbannen naar de ‘chick-lit’ (sic)sectie van de boekwinkel, de vrouwenbladen en de vrouwenzenders. De problemen van vrouwen werden geenszins relevant gevonden voor iedereen, en hoefden niet maatschappijbreed te worden besproken. Moederschap of ouderschap was pas voor iedereen relevant zodra mannen er iets over wilden zeggen (iets wat maar weer pijnlijk duidelijk werd in het boekenweekdebacle van vorig jaar).

Dat veranderde allemaal toen de ‘papadagen’ werden geïntroduceerd. Nu mogen de kranten ineens gevuld worden met hoe zwaar zorg voor kinderen is. En hoewel meer reflectie op wat het betekent om voor kinderen te zorgen en hoeveel energie het kost uiteraard een goede zaak is, is het belangrijk om dat gesprek zo snel mogelijk los te koppelen van vaders, en het over het werk zelf gaan hebben, in plaats van over de nieuwkomers die voor het eerst sinds eeuwen ondervinden hoe vermoeiend het kan zijn om de dag door te brengen met een peuter. De term ‘papadag’ blijft een schop tegen het zere been en reproduceert vooral de onzichtbaarheid van werk dat niet door cisgender mannen wordt verricht.

Bravo dat je het minimum doet

Aan die papadagen hangt vaak ook een soort ‘medaillefunctie’. Hoewel het een nobel streven is om onbetaalde reproductieve arbeid voor cis mannen te normaliseren, zien we toch dat het niet bij normaliseren blijft. Voor vaders die hun kinderen naar de crèche brengen worden taarten gebakken en complimenten gemaakt, terwijl werkende moeders maar niet van de luizenmoeder maillijst kunnen afkomen. Het valt samen met het fenomeen dat mannelijke zaken hogere status genieten dan vrouwelijke. Zo hebben directeurs een hogere status dan directrices, schrijvers dan schrijfsters, kunstenaars dan kunstenaressen, en gaan lonen in sectoren waar vooral vrouwen werken omhoog zodra er meer mannen komen werken.

verloskundige2

Een vroedvrouw kan ook een man zijn

Waarom zijn mannen in bepaalde sectoren zo ondervertegenwoordigd?

En zo heeft ook een papadag een inherent andere status dan een mamadag. Waar mamadagen nog steeds vanzelfsprekend en saai zijn, hebben papadagen meer een awards for good boys-achtige functie: het prijzen van gedrag dat doodnormaal zou moeten zijn in een gelijkwaardige maatschappij, maar beloond moet worden wanneer cisgender hetero mannen het doen omdat die dit allemaal niet gewend zijn. Heb je de vaatwasser uitgeruimd? Bravo! Heb je een collega geen geil wijf genoemd achter haar rug om? Wat een superfeminist! Zorg je een dag per week voor je eigen kinderen? Superpapa! Ondertussen wachten miljoenen moeders tevergeefs op het viral gaan van een filmpje waarin ze hun dochters haar kammen of luier verschonen.

Anders bedoeld

De overtuiging dat de termen die je gebruikt niet uitmaken omdat je het simpelweg niet zo bedoelt is vrij hardnekkig in onze samenleving. Je vindt haar terug in allerlei discussies over onder meer gender, kleur en lichamelijke gezondheid. Mensen vinden vaak dat het ‘toch maar woorden’ zijn. Daar kan je veel over zeggen (en dat heb ik ook gedaan), maar uiteindelijk valt niet te ontkennen dat taal vormend is voor onze maatschappij, ze reproduceert bestaande machtsstructuren en versterkt schadelijke beeldvorming. Ook als we ‘het niet zo bedoelen’.

‘Papadag’ doet weinig voor de statusverhoging van zorg door niet-vaders

Het is, zoals al gezegd, natuurlijk hartstikke goed om cis mannen aan te moedigen meer zorgtaken op zich te nemen. En het is voor de emancipatie ook goed om allerlei werkzaamheden te benoemen en te inventariseren hoeveel energie en tijd ze kosten. Laten we dit echter doen met termen die recht doen aan dit werk zelf en ze loskoppelen van individuen. Dat zorgt voor een maatschappij waarin discussies over zorg inclusiever zijn en stereotiepe beeldvorming wordt tegengegaan.

Hoewel ‘papadag’ de zorg door vaders wellicht emancipeert, doet het woord weinig voor de statusverhoging van zorg door niet-vaders. En als je dan tóch een praktische aanduiding zoekt voor dagen waarop je niet betaald werkt, maar met de mensen doorbrengt die je zelf op de wereld hebt gebracht of gekozen, dan is zorgdag of kinderdag een prima alternatief.

We leven in onzekere tijden door het coronavirus. Er is behoefte aan betrouwbare informatie én verdieping. We hopen dat je dit bij ons vindt en wil bijdragen aan onze onafhankelijke journalistiek.

Dit kan je doen door te doneren of je te abonneren op ons magazine. Alvast bedankt!

Jimmy en Nanda door Judith Tielemans voor OW-2

Deze vaders namen extra verlof om voor hun kind te zorgen

Ouderschapsverlof: wie neemt de zorg voor het pasgeboren kind op zich?

portret 2018

Over de auteur

Naomí Combrink is literatuur- en cultuurwetenschapper, gespecialiseerd in narratieve en kritische theorie. Tegenwoordig houdt ze zich …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief