Gender en noodhulp. Het zal de “insiders” bij humanitaire organisaties en donoren bekend in de oren klinken. Tegenwoordig spreken we veel over de verschillende behoeften en capaciteiten van mannen, vrouwen, jongens en meisjes. En in het bijzonder praten we over geweld tegen vrouwen. Zo werd in 2013 een internationaal platform, A Call to Action, opgezet om geweld tegen vrouwen tijdens humanitaire rampen tegen te gaan. Een jaar later, in 2014, werd in London een internationale top georganiseerd, mede door Angelina Jolie, over seksueel geweld tijdens conflicten. Op beide internationale conferenties deden internationale organisaties en donorlanden financiële toezeggingen en beloftes over hoe hun werk seksueel geweld, en geweld tegen vrouwen in het algemeen, tegengaat.

Maar wat betekent dit alles voor de vrouwen en mannen in crisisgebieden?  Wordt er nu beter geluisterd naar wat ze nodig hebben en wat ze zelf kunnen? En worden noodhulpprogramma’s daar daadwerkelijk op aangepast? Of blijft het bij beleid op papier en mooie beloften? Een poging tot een antwoord op deze vragen.

Gezocht: grondige gender-analyse
Wil je zo goed mogelijk hulp verlenen, is het noodzakelijk om te weten wat mensen nodig hebben, welke capaciteiten ze hebben en welke rollen ze op zich kunnen nemen. Om gender-gerelateerd geweld tegen te gaan, kijk je bij het beantwoorden van deze vragen in bijzonder naar de verschillen tussen mannen en vrouwen bestaan en de plaatselijke verhoudingen en rollen.

Logisch? Best wel. Gebeurt het ook altijd? Vaak niet. In DR Congo is veel aandacht voor seksueel geweld tegen vrouwen en mannen, maar 54 procent van de hulpprogramma’s blijkt gender-blind. Oftewel: in meer dan de helft van de projecten wordt geen onderscheid gemaakt in de verschillende behoeftes van vrouwen en mannen.

Meten is weten
En zo zijn er nog wel meer voorbeelden aan te dragen. Neem humanitaire donoren. Die leggen lang niet altijd verantwoording af over de impact van de door hun gefinancierde activiteiten op vrouwen, mannen, jongens en meisjes. Hierdoor is het lastig te zeggen wat er daadwerkelijk terecht komt van de toezeggingen die de donoren deden op de internationale conferenties en platforms.

De Verenigde Naties (VN) heeft daarom een zogeheten ‘Gender Marker’ ontwikkeld waarmee donoren en humanitaire organisaties aan kunnen geven op welke manier zij aandacht besteden aan gender in algemene zin en aan welke specifieke gender-gerelateerde doelen, zoals het aanpakken van geweld tegen vrouwen, ze bijdragen (of niet).

Helaas wordt deze Gender Marker nog weinig gebruikt en is de meter kwalitatief voor verbetering vatbaar. Het blijft voorlopig dus lastig te meten in hoeverre humanitaire donoren de internationale afspraken op dit gebied nakomen.

Betrokkenheid & besluitvorming
Bij humanitaire acties in crisisgebieden is het van essentieel belang dat je samenwerkt met de plaatselijke gemeenschap en groepen die de samenleving goed kennen. Binnen en buiten formele vluchtelingenkampen proberen hulpverleners de lokale bevolking dan ook te betrekken bij het verlenen van hulp en tot, op zekere hoogte, besluitvorming.

Vrouwengroepen spelen hierbij vaak een belangrijke rol. Zowel in humanitaire assistentie als in het op gang houden van de economie en samenleving. Ook weten de plaatselijke vrouwen vaak welke gebieden minder veilig zijn en waar vrouwen een groter risico lopen doelwit te worden van (seksueel) geweld. Praat je alleen met mannen, dan krijg je dus simpelweg maar de helft van de informatie.

VN-Resolutie 1325
Toch worden de ervaringen en kennis van deze vrouwen vaak niet erkend door het internationale humanitaire systeem en worden ze helaas maar weinig bij de besluitvorming betrokken. Een gemiste kans, want juist door vrouwengroepen te intensief te betrekken bij noodhulp, kunnen humanitaire organisaties hun hulp-interventies verbeteren en kunnen ze meer levens redden.

Bovendien wordt hiertoe duidelijk opgeroepen in de Call to Action en in de in 2000 aangekomen VN Veiligheidsraadresolutie 1325. Zo wordt in de resolutie gesproken over de actieve rol van vrouwen in vredesopbouw, in “relief and recovery” en het tegengaan van geweld tegen vrouwen.

Vaak wordt de VN-resolutie 1325 alleen aangehaald in het kader van vredesopbouw en wederopbouw. Maar de resolutie gaat net zo goed over de  betekenisvolle participatie en bescherming van vrouwen binnen noodhulp. Als onderdeel van deze internationale toezegging zouden humanitaire organisaties dus ook moeten inzetten het betrekken en beschermen van vrouwen binnen noodhulp. Helaas heeft dit nog steeds weinig prioriteit.

Katalysator
Hopelijk is de tijd van zulke ‘gender-blinde’ noodhulp snel voorbij. De Nederlandse Humanitaire Top op 12 februari en de World Humanitarian Summit die in mei 2016 wordt gehouden in Istanbul, kunnen hiervoor als een katalysator dienen. Om door te pakken en vrouwen en meisjes te ondersteunen, hen te beschermen en hen de kans te geven om hun stem te laten horen.

‘Gender-blinde’ noodhulp zou niet meer de norm mogen zijn. Alle internationale afspraken bevestigen dit. Maar nog veel belangrijker: de mannen en vrouwen voor wie wij, als humanitaire organisaties werken, verdienen het om de hulp te krijgen die ze nodig hebben.

670

Over de auteur

Nikki de Zwaan is Gender Adviseur bij CARE Nederland.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief