Een oproep op LinkedIn, waarin ik mijn volgers vroeg waarover zij graag meer zouden willen lezen op deze plek, leverde flink wat reacties op. Fijn om te constateren dat er interesse is voor de onderwerpen waarover ik schrijf, en voor mijn visie.

De ideeën en vragen die uit de reacties voortkwamen, zijn grofweg in twee categorieën in te delen: inhoudelijk en persoonlijk. Op inhoudelijk vlak kwamen er suggesties binnen om te schrijven over hoe we de energietransitie eerlijk kunnen laten verlopen, over de grondstoffen die nodig zijn voor de transitie, over rollen en verantwoordelijkheden, en over de financiering ervan. Genoeg stof om het de komende tijd over te hebben.

Intrinsieke motivatie

Daarnaast vroegen veel lezers naar mijn persoonlijke beleving. Hoe ga ik – als mens – om met al het slechte nieuws over klimaatverandering dat maar blijft komen? Wat betekent mijn werk voor mijn privéleven en omgekeerd; hoe belangrijk zijn persoonlijke overtuigingen voor het werk van een klimaatgezant? Belangrijke vragen voor élk beroep, maar het klopt dat je dit werk niet zomaar kunt loslaten op het moment dat je je kantoor uitloopt. Klimaatverandering is overal en iedereen heeft een rol in het tegengaan ervan.

Mijn werk bestaat uit anderen inspireren en overtuigen. Het helpt als je de urgentie zelf voelt

Intrinsieke motivatie voor het goed uitoefenen van dit beroep lijkt me onontbeerlijk. Een deel van mijn werk bestaat uit het inspireren en overtuigen van anderen. En of dit nu diplomaten uit andere landen zijn, of scholieren op een basisschool, in beide gevallen helpt het wanneer je de urgentie zelf voelt. Ik zie soms ook het omgekeerde: de diplomaat die namens zijn regering moet verkondigen dat het allemaal zo’n vaart niet loopt maar daar zelf anders over denkt, of de ambtenaar die verteld wordt dat klimaat ook voor zijn vakgebied relevant is maar zelf andere prioriteiten stelt. Allebei zijn minder overtuigend, en waarschijnlijk een stuk minder effectief.

Optimisme móet

Naast intrinsieke motivatie geloof ik dat een bepaalde mate van optimisme noodzakelijk is in dit werk. In de drie jaar dat ik nu klimaatgezant ben, heb ik verschillende fasen doorgemaakt. In de eerste fase was ik vooral bezig heel veel informatie tot me te nemen. Die informatie greep me vaak bij de keel. Gelukkig leidde het niet tot een volledige klimaatdepressie, maar wel tot wat in de verandermanagementtheorie de Valley of Despair wordt genoemd. Daarmee wordt een periode van productiviteitsverlies bedoeld – en voor iemand die zich verdiept in klimaatverandering een periode van wanhoop. Gelukkig wordt zo’n dieptepunt meestal gevolgd door een periode van overzicht, hoop, vastberadenheid en een periode van hogere productiviteit.

In die beginperiode verspreidde ik alle ellende naar anderen, ‘Mensen, het is nog erger dan jullie denken!’, onderbouwd met cijfers uit de vele rapporten en beelden van een aarde in crisis. Tot ik me realiseerde dat ik daarmee vooral een van de drie universele stressreacties opriep: vechten, vluchten of bevriezen. Ervan uitgaande dat deze drie verdedigingsmechanismen evenredig zijn verdeeld, dan was ik zo al tweederde van mijn publiek kwijt.

Mijn verhaal, en daarmee ook mijn eigen gesteldheid, werd daarna optimistischer. Natuurlijk krijg ik nog steeds veel serieuze rapporten onder ogen – het is inderdaad erger dan we denken -, maar ik geef ook meer aandacht aan alles wat mogelijk is en in de praktijk al gebeurt. Zo zie ik een financiële sector die in toenemende mate zijn verantwoordelijkheid pakt en een constructieve en effectieve Jonge Klimaatbeweging. Er is bij de Nederlandse bevolking bovendien een groeiend besef van de urgentie van het onderwerp en de noodzaak hier (ook zelf) iets aan te doen. Mijn optimisme is dus geworteld in een groeiende realiteit.

Ambitieuze doelstellingen

Een van de reacties op LinkedIn vroeg of dit soort optimisme niet botst met werken voor een regering die geen groene en duurzame keuzes maakt. Een relevante vraag. Het korte antwoord is: natuurlijk. Maar dat is tegelijkertijd een gegeven voor iedere ambtenaar (en ik denk ook voor iedere politicus) in Nederland. Ons politieke en bestuurlijke systeem is gebaseerd op compromissen. Dat betekent dat iedereen iets inlevert om tegelijkertijd zaken te kunnen realiseren. Ik zie allerlei dingen die ik zelf anders zou doen als ik het alleen voor het zeggen had. Maar ik zie ook dat ik voor een regering werk die op het gebied van klimaat en duurzaamheid veel ambitieuze doelstellingen heeft, zeker in internationaal perspectief.

Met onze klimaatwet, ons klimaatakkoord en onze kolenwet lopen we voorop. Ook met onze doelstellingen om in 2050 klimaatneutraal en volledig circulair te zijn, behoren we tot een internationale kopgroep. Gelukkig heb ik daarin een rol waarmee ik zo af en toe invloed kan uitoefenen op de richting die het uitgaat. Kortom, de balans tussen optimisme en pessimisme blijft vooralsnog positief uitslaan. Zolang dat het geval is blijf ik me met goede moed inzetten als klimaatgezant.

190124 Marcel Beukeboom 8698

Wéér een mislukte klimaattop. Hebben ze nog zin?

Klimaatgezant Marcel Beukeboom over de zin en onzin van klimaatconferenties.

Tokyo

Klimaatverandering vraagt om internationale samenwerking

Klimaatgezant Marcel Beukeboom is bij een internationale bijeenkomst in Japan.

190124 Marcel Beukeboom 8698

Over de auteur

Klimaatgezant

Marcel Beukeboom is sinds november 2016 Klimaatgezant voor het Koninkrijk der Nederlanden. Als thematisch ambassadeur vertegenwoordigt hij …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief