Regelmatig hang ik weifelend boven de prullenbak. Drinkkarton hoort bij het plastic, toch? Wat te doen met die envelop met dat plastic doorkijkje? De pindakaaspot, moet ik die – met kostbaar water – afwassen? En is het eigenlijk erg dat die enorme doos die ik zojuist in de papierbak heb gevouwen vol plakband zit? Drop je je vuilnis op hoop van zegen in een ondergrondse vuilnisbak naar keuze, dan is het nog maar de vraag of er van dat hele recyclen daadwerkelijk iets terechtkomt. Van het plastic dat gescheiden wordt ingezameld, wordt bijvoorbeeld 17 procent gewoon verbrand. In totaal belandt zelfs 52,5 procent van al het plastic dat we in Nederland gebruiken op de brandstapel.

Die enorme plasticberg is een van de obstakels op weg naar een circulaire economie, oftewel een economie zonder afval. De ambitie die de overheid zich in 2016 stelde: in 2050 is Nederland volledig circulair. In 2030 moeten we halverwege zijn en op dit moment zitten we op 24,5 procent, stelt de non-profitorganisatie Circle Economy in het onlangs verschenen The Circularity Gap Report.

Het klinkt allemaal mooi, maar wat moeten we ons nu precies bij zo’n circulaire economie voorstellen? De Sociaal Economische Raad (SER) hanteert de volgende definitie: ‘[Een circulaire economie] gaat binnen ecologische randvoorwaarden efficiënt en maatschappelijk verantwoord om met producten, materialen en hulpbronnen, zodat ook toekomstige generaties toegang tot materiële welvaart behouden.’ Klinkt nog een beetje cryptisch. Daarom op een rijtje: de belangrijkste duurzaamheidsissues die in de circulaire plannen van het kabinet wel én niet worden getackeld.

Wel: andere grondstoffen

Een circulaire economie noemen we ook wel een economie ‘met gesloten kringlopen’, dus zonder afval en vervuiling. Denk aan een koe die voedingsstof uit gras haalt en die precies genoeg mest teruggeeft om nieuw gras te laten groeien. Níet circulair zou het zijn als er zoveel mest op een stuk grond wordt geloosd dat de grond die niet kan opnemen, en de mest naar het grondwater lekt – dat noemen we gewoon vervuiling.

We móeten meer recyclen: producten moeten zo worden ontworpen dat ze makkelijk kunnen worden hergebruikt

Om zulke verspilling en vervuiling te voorkomen, moeten we onder meer andere grondstoffen gaan gebruiken – denk aan meer en duurzamer hout in de bouw (waarvoor ook in Nederland meer bomen worden aangeplant) en aan bio-asfalt. De cijfers uit het Circularity Gap Report onderstrepen die urgentie: de hoeveelheid materialen die we jaarlijks wereldwijd consumeren (bijvoorbeeld olie, kolen, hout) is dankzij een groeiende wereldbevolking en welvaart onlangs de 100 miljard ton gepasseerd. En dat terwijl het aandeel dat wordt gerecycled juist krimpt.

Dat we op dit moment nog te veel fossiele en niet-recyclebare grondstoffen gebruiken, erkende ook het huidige kabinet in haar plannen toen zij aantrad in 2016. We móeten meer gaan recyclen, aldus Rutte III in de circulaire plannen. Producten en materialen moeten bijvoorbeeld zo worden ontworpen dat ze makkelijk kunnen worden hergebruikt, zonder dat ze al te veel waarde verliezen of het milieu belasten. Een voorbeeld hiervan is de Fairphone, die bij één kapot onderdeel niet direct hoeft te worden vervangen: je vervangt of repareert slechts het defecte onderdeel.

Niet: rem op economische groei

Dat klinkt allemaal hoopgevend, maar we gaan door naar het meest heikele obstakel op de weg naar een circulaire economie. Daarvoor eerst een uitstapje naar Amsterdam. Die gemeente trekt haar eigen plannen binnen die van de Nederlandse overheid en maakte in april dit jaar bekend de handen ineen te hebben geslagen met de Britse econoom Kate Raworth, verbonden aan de Universiteit van Oxford en schrijver van het boek Doughnut Economics, waarin ze haar concept voor een ‘donuteconomie’ uiteenzet.

De donuteconomie is een economisch model dat een standaard zet voor sociale welvaart zonder ecologische grenzen te overschrijden. De naam is gebaseerd op de vorm van het model. In het gat van de donut vallen mensen die geen toegang hebben tot fundamentele benodigdheden. In de donut vind je het veilige en menswaardige leven, terwijl de buitenkant van de donut voor het ecologisch plafond staat – alles daarbuiten put uiteindelijk de wereld uit.

Op dit moment, zegt Raworth, is overheidsbeleid wereldwijd gericht op eindeloze economische groei. Dat kan zo niet langer, stelt ze, want daarmee overschrijden we precies die ecologische grens uit haar model.

Een rem op economische groei is nodig. Toch staat die groei nog steeds in de plannen van het kabinet

Raworth wil daarom af van de economie van de eindeloze groei, en streven naar een economie die gedijt in evenwicht met de wereld. Volgens het donutportret van Amsterdam betekent dat: het wordt een stad waarin iedereen zich een behoorlijke levensstandaard kan veroorloven, terwijl we binnen de grenzen van onze aarde leven, en waarin groei geen doel op zich meer is. Concrete tips: meer bomen planten voor een schonere lucht en meer parken en bossen aanleggen voor meer biodiversiteit.

Hoewel een rem op economische groei hard nodig is, vallen in de plannen van het kabinet juist steeds weer die twee woorden: economische groei. Ergens wordt opgemerkt dat die groei moet worden ‘ontkoppeld van de druk op het milieu’, maar wat dat betekent, blijft pijnlijk vaag. De term bbp daarentegen zien we steeds weer terug als een soort heilige graal. Dat is ook Jacco Verstraeten-Jochemsen, hoofd bedrijfsoplossingen bij Circle Economy, opgevallen. “In al het beleid – ook natuurbeleid – wordt nog altijd gestreefd naar economische groei in termen van bbp.”

Verstraeten-Jochemsen vindt Amsterdam wat dat betreft ambitieuzer: “Daar zie ik de acceptatie van het feit dat economische groei niet zaligmakend is. Dat is trouwens ook niet raar, als je bedenkt dat Amsterdam ook veel nadelen van die groei ondervindt: stijgende huizenprijzen, overlast van Schiphol, te veel toeristen…”

Niet: einde aan consumentisme, wel: beter consumeren

Dan moeten we het ook hebben over het uit de hand gelopen consumentisme – het ‘kopen om het kopen’. Als er niets verandert, hebben we in 2030 wereldwijd 35 procent meer eten, 40 procent meer water en 50 procent meer energie nodig, doordat tegen die tijd meer mensen net zoveel willen consumeren als wij nu hier in het Westen doen. Aan het consumentisme komt in de plannen van ons kabinet helaas niet per se een einde. Logisch, als we economische groei blijven nastreven, want, zo schrijft het kabinet zelf ook: ‘er [zijn] grenzen aan het verminderen van de materiaalbehoefte bij een blijvende mondiale economische groei.’

Beleid is er dus met name nog op gericht om de consument bewúster te laten consumeren: bijvoorbeeld als het aankomt op alternatieven voor nieuwkoop (denk aan het delen, repareren en tweedehands inkopen van producten) en op circulair consumeren. Er wordt ook voorzichtig gesproken van aansturen op aanpassingen in het dieet, ‘bijvoorbeeld het gebruik van alternatieve eiwitten’ in plaats van vlees, wat op zich hoopvol klinkt, maar waarvoor concrete plannen en doelstellingen nog ontbreken.

Wel: oog voor duurzame innovatie

Het kabinet heeft vijf interventies voor ogen waarmee zij de transitie naar volledige circulariteit beïnvloedt: wet- en regelgeving, marktprikkels, financiering, kennis en innovatie, en internationale samenwerking. Bedrijven worden aangespoord om duurzaam en circulair te ondernemen door slimme wet- en regelgeving en financiering. Ondernemers met circulaire ambities bijvoorbeeld, worden binnen kennisnetwerken bijgestaan bij het ontwikkelen van verdienmodellen.

De overheid ziet naar eigen zeggen veel economische kansen. Er wordt trots een studie van de Rabobank aangehaald, waarin wordt geschat dat een circulaire Nederlandse economie kan zorgen voor een extra bbp-groei van 1,5 tot 8,4 miljard euro. Met name Nederlandse kennis en kunde worden dan potentieel waardevolle(re) exportproducten. Het kabinet schrijft: ‘De circulaire economie kan […] een belangrijke bijdrage leveren aan het toekomstige verdienvermogen van Nederland en Europa. […] Dutch design is internationaal toonaangevend. Voor circulair design willen we ook die toonaangevende rol innemen.’

Wel: minder uitstoot van broeikasgassen

Door hernieuwbare, circulaire grondstoffen te (her)gebruiken, stoten we minder broeikasgassen uit. Hoeveel minder? Ongeveer 7,7 Mton per jaar in 2030 en 13,3 Mton per jaar in 2050, weet onafhankelijke onderzoeksorganisatie TNO, die de circulaire plannen van de overheid doorberekende. Voor een beetje context: met het Parijsakkoord in gedachten wil Nederland in 2030 49 procent minder CO₂ uitstoten ten opzichte van 1990, en in 2050 zelfs 95 procent.

Met het huidige regeerakkoord halen we die doelstellingen niet – daarmee komen we net aan de helft van de ambitie en stoten we 11 tot 26 Mton minder uit. Daarom zoekt het kabinet naar ‘additionele reductie’, zoals door de circulaire plannen. Die plannen zijn waarschijnlijk goed voor eenvijfde van de ambitie voor 2030 (49 procent minder uitstoten dan in 1990). Zonder andere aanvullende maatregelen is het nog steeds niet genoeg om de doelen uit het Parijsakkoord te halen.

Vooral niet: oog voor anderen

Het klinkt zo mooi, een circulair Nederland, maar de plannen zijn zeker nog niet zaligmakend en veel vragen blijven onbeantwoord. Want hoe gaan we dat dóen, het vlees- en zuivelminnende Nederland aan de alternatieve eiwitten krijgen? En kunnen we het eindelijk over andere vormen van succes hebben dan het inmiddels toch echt achterhaalde bbp? Wat ook opvalt, is dat er niet tot nauwelijks gesproken wordt over een wereldwijde stijging van de welvaart. Zijn onze plannen ook nog houdbaar als straks meer mensen net zo welvarend zijn als wij?

Zal het volgende kabinet de plannen overnemen? Blijft het bij een circulair sprookje?

Verstraeten-Jochemsen: “Vrijwel niemand is met dat vraagstuk nog in detail bezig – ook wij hebben in onze analyses niet geprobeerd om een toekomstbeeld te schetsen op basis van de huidige groei van bevolking en consumptie.” Helemaal onbegrijpelijk is dat niet: “Het is een moeilijk onderwerp, want grote delen van de wereld hebben die groei nog keihard nodig om de levensstandaard van hun bevolking op een acceptabel niveau te krijgen.”

Je kunt je ook afvragen wat er in Nederland gebeurt na de verkiezingen, volgend jaar. Neemt het volgende kabinet de plannen zoals ze nu zijn dan over? Blijft het bij een circulair sprookje? Ik stop een brood in een katoenen broodzak en geef een vriendin een zelfgemaakt babymobiel cadeau van afvalhout en papieren kraanvogels. Aan mij zal het niet liggen.

Dit artikel verscheen eerder op OneWorld.nl op 15 juli 2020.

_MG_3339-2

‘Eco-elite? Ik wil dat iedereen verdient aan schone energie’

Josee van Linschoten werkt met buurtbewoners aan de verduurzaming van de buurt.

green

Consument, bedrijf of overheid: waar begint een beter milieu nu echt?

En met het politiek correcte antwoord 'alle drie' nemen we geen genoegen.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
R1-08572-0018

Over de auteur

Channa Brunt is een maatschappelijk betrokken journalist, in het bijzonder begaan met dier (van insect tot varken) en milieu. Die twee …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief