Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

Een blik op de kranten kan anders doen vermoeden, maar het gaat in de media de laatste tijd nauwelijks over Israël en Palestina. Althans: vooral die tweede komt amper aan bod. Over Israël lezen we wel veel: Trouw stelde dat ‘Israël zich schrap moet zetten’ voor ‘een spannende week’. Palestina wordt daarentegen meestal omschreven als ‘de Westelijke Jordaanoever en Gaza’, zoals in dit stuk in de Volkskrant over een rapport van Human Rights Watch (hoewel de auteurs van het rapport het zelf over ‘bezet Palestijns gebied’ hebben).

Ook de benamingen zoals ‘Palestijnse gebieden’ of ‘een toekomstige Palestijnse staat’ duiken regelmatig op. NRC Handelsblad en Volkskrant gebruiken de benaming Palestina – zoals het tegenwoordig verdeelde gebied van oudsher heet – sporadisch. De term moet plaats maken voor ‘Palestijnse gebieden’ of andere varianten. Vanwaar die angst voor het P-woord?

Politiek lijkt leidend

Het huidige Palestina, dat bestaat uit de Gazastrook aan de ene kant van het gebied en de Westelijke Jordaanoever aan de andere kant, wordt niet door de hele wereld erkend als staat. Nederland, de VS en 53 andere VN-landen – voornamelijk westerse landen met nauwe diplomatieke en militaire betrekkingen met Israël – erkennen Palestina niet. Met een Palestijns paspoort kom je slechts 13 landen binnen zonder visum. Voor Nederland is iemand die in Palestina geboren is geboren in ‘Gazastrook en Westelijke Jordaanoever’. 138 andere VN-landen (waaronder China en Rusland) beschouwen Palestina wél als een staat. Officieel wordt Palestina bestuurd door de Palestijnse Autoriteit, die wel verkiezingen kan houden en een eigen president heeft, maar in praktijk geen volledige controle heeft over het gebied. De Palestijnse Autoriteit veranderde overigens zelf haar naam in de Staat Palestina.

De NOS kiest consequent voor de benaming ‘Palestijnse gebieden’

Hoe duid je een gebied aan met zo’n complexe status, dat door de meerderheid van de wereld wel, maar door jouw land níet als staat wordt erkend? Traditionele media laten zich vaak leiden door het officiële standpunt van hun overheid. In Nederland kiest de NOS bijvoorbeeld consequent voor de benaming ‘Palestijnse gebieden’. Een adviseur communicatie legt uit: “Er kan [pas] gesproken worden van Palestina na het vestigen en uitroepen van een Palestijnse staat, zoals voorzien in de Oslo-vredesakkoorden.” Deze akkoorden uit 1993 hadden vrede moeten garanderen, maar werden door Israël aangewend om verdere uitbreiding van de in 1967 bezette gebieden te rechtvaardigen. In 2015 zegde president Mahmoud Abbas van de Palestijnse Autoriteit de akkoorden eenzijdig op.

Koerdistan

Niet alleen de berichtgeving over Palestina vormt een journalistiek struikelblok, hetzelfde gebeurt in artikelen over Koerdistan. Sinds 1918 is de streek verdeeld over Turkije, Iran, Syrië, Armenië en Irak. Binnen deze landen streven sommige politieke organisaties naar een onafhankelijk Koerdistan, anderen naar federalisme, met erkenning voor Koerdistan binnen de huidige grenzen. Het Iraakse deel van Koerdistan bijvoorbeeld, wordt door Irak erkend als een zelfstandige entiteit binnen de Iraakse republiek.

De NOS laat weten geen richtlijn te hebben rond het taalgebruik in berichtgeving over Koerdistan, maar laat wederom de politieke status leidend zijn.

Een politicologe, die in Jeruzalem woont en uit veiligheid anoniem wenst te blijven*, drukt zich strenger uit: het gebruik van de naam Palestina is “geen kwestie van smaak, maar van de juiste juridische termen. Volgens het internationale recht is Israël een bezetter en Palestijnen het bezette volk.” In 2012 verhoogden de VN de status van Palestina van niet-staat tot waarnemend niet-lid. (Nog) geen staat dus, al kon Palestina dankzij de nieuwe status wel lid worden van diverse VN-instanties, waaronder het Internationaal Gerechtshof.

Van ‘bezette gebieden’ naar ‘gebieden’

In 1967 annexeerde Israël de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever, toen nog onderdeel van respectievelijk Egypte en Jordanië. In de daaropvolgende decennia beschreven media, ook in Nederland, de aanwezigheid van Israël aldaar nog als een bezetting. Maar dat is gaandeweg veranderd. Tegen 2001 was deze term zo goed als volledig verdwenen uit de (Amerikaanse) berichtgeving, zo bleek uit een analyse van de academische The Journal of Palestine Studies.

Door het woord ‘bezet’ te laten vallen slaan de journalisten een aspect over dat cruciaal is om de ontwikkelingen in dit deel van het Midden-Oosten te begrijpen. Op deze manier ‘vergeten we dat dit conflict om een bezetter en bezette gebieden gaat, om macht en machtsmisbuik, om apartheid en misdaden en ernstige mensenrechtenschendingen’, zo tweette Bieke Machiels, hoofd van de afdeling Beleid en Onderzoek van Fedasil (het Belgische COA).

De Israëlische bezetting van Palestina kan op steeds meer internationale kritiek rekenen, maar Israël rechtvaardigt de bezetting met het recht op zelfbescherming. Ook demissionair premier Rutte steunt dit argument. Volgens Israël ‘dwong de oorlog van 1967 Israël om de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook te bezetten en in hechtenis te houden totdat de Arabische wereld, of de Palestijnen, bereid waren vrede te sluiten met de Joodse staat’, zo schrijft de Israëlische historicus Ilan Pappé in zijn boek Ten Myths About Israel (2017). Zulke historische desinformatie kan een enorme schade aanrichten, benadrukt Pappé: ‘Het zaaien van misverstand over de geschiedenis kan onderdrukking bevorderen en een regime van kolonisatie en bezetting beschermen’, schrijft hij.

Als ik ‘Palestina’ schrijf, word ik weggezet als bevooroordeeld

Maar: “Het is niet alleen Israël dat zijn visie naar voren duwt. We hebben te maken met propaganda aan beide kanten”, stelt de Belgische journaliste Tine Danckaers, die al twintig jaar over de situatie in de regio schrijft. “Dit conflict is erg gepolariseerd. Het blijft dus een moeilijke oefening voor een journalist om het op een neutrale manier te beschrijven. Ook al ben ik zo lang met het thema bezig, ik moet voortdurend op mijn hoede zijn wat het taalgebruik betreft.” Ook Danckaers blijkt op te passen met de term ‘Palestina’: “Als ik dat schrijf, dan zou ik weggezet worden als biased (bevooroordeeld, red.).” Het Belgische MO* magazine, waar Danckaers werkt, past overigens de terminologie van de Verenigde Naties toe.

Voor dit artikel benaderde de auteur ook de Volkskrant, Trouw en NRC.

De Volkskrant en Trouw zeiden niet in de gelegenheid te zijn een telefonische dan wel schriftelijke onderbouwing te geven bij hun redactionele keuzes. NRC heeft niet gereageerd.

Danckaers kiest meestal voor de term ‘de bezette Palestijnse gebieden’. “Het zegt waar het op staat: Israël is een bezettende macht en Palestina is in feite geen staat – het beschikt namelijk niet over de volledige autonomie. Het heeft niet eens controle over zijn gebied, behalve over een klein gebied in de Westelijke Jordaanoever, dat de Palestijnse Autoriteit bestuurt.”

Halve waarheden

“Soms is het gewoon moeilijk om je stuk leesbaar te houden”, zegt Danckaers, “en tegelijkertijd alle nodige historische context mee te geven. Maar het is wel belangrijk om steeds iets van uitleg te geven. Anders krijgen de lezers – die zelden precies weten wat er allemaal in het Midden-Oosten speelt – flarden van informatie. In het geval van een complex, gepolariseerd verhaal is het risico groot dat je het verkeerd begrijpt.”

Veel krantenkoppen en artikelen richten zich nu bijvoorbeeld op raketten, geweld, rellen en spanning – een beeld dat zich in onze hoofden nestelt. Maar we gaan er de situatie niet beter van begrijpen.

Dat ziet ook de Belgische journalist Johan Depoortere. Context en historische achtergrond, het verhaal van het kolonialisme, de apartheid en het systemisch geweld ontbreken vaak, stelt hij in een artikel voor het Belgische De Wereld Morgen. ‘Het is een Chinees schimmenspel dat de bedoeling heeft de werkelijkheid te verhullen en die is: een toenemende kolonisatie van Palestina, onteigening van Palestijnse grond, diefstal van Palestijnse bezittingen, vernietiging van boomgaarden en verdrijving van de Palestijnse bevolking.’

Kolonialisme begint in de taal

Soms sluipt er ook incorrecte informatie in de artikelen. Op 11 mei noemde Marije Vlaskamp van de Volkskrant Jeruzalem bijvoorbeeld “de Israëlische hoofdstad”. Dat lijkt een kleinigheid, maar is het niet. De status van Jeruzalem wordt namelijk betwist: zowel de Palestijnen als de Israëli’s claimen de stad als hoofdstad.

Ze laat via e-mail weten dat het om een “enorm stomme fout uit onwetendheid” ging. “We hebben er meerdere reacties over gekregen en zullen dat in de krant corrigeren.” Twee dagen eerder had Sascha Kester het ook al over “de hoofdstad” gehad. Beide fouten staan nog steeds in de artikelen.

Het gevaar van het benoemen van Jeruzalem als Israëlische hoofdstad, is dat ze de Israëlische bezetting van Oost-Jeruzalem en Palestina normaliseert en legitimiseert. ‘De normalisatie van het kolonialisme begint zoals altijd in de taal’, aldus de Britse Asia Khatun, schrijfster en oprichter van Thawra, een literair tijdschrift voor BAME1 schrijvers. ‘Deze taalkeuzes, of ze nu onverantwoordelijk of gewoon onwetend zijn, versterken het idee dat dit een conflict is waarin beide partijen de middelen hebben om even gewelddadig tegenover elkaar te zijn.’

* De naam van de politicologe is bij OneWorld bekend.

Israeli Checkpoint, Jerusalem

Wat je in Nederlandse media niet leest over Israël-Palestina

Wat een conflict genoemd wordt, is in werkelijkheid een gewelddadige bezetting.

jerusalem protected

Hoe Israël met discriminerende wetten Palestijnen verdrijft

Van 15.000 Palestijnen in Jeruzalem werd het verblijfsrecht afgenomen.

  1. BAME staat voor Black, Asian and Minority Ethnic ↩︎
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Over de auteur

Ula is journalist en storyteller. Ze studeerde literatuur en onderzoeksjournalistiek en schrijft graag over migratie en duurzaamheid.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief