Per jaar vluchten 100.000 Ethiopiërs, Somaliërs en Eritreeërs naar Djibouti, of via Djibouti naar Jemen en Saudi-Arabië. In het minuscule landje in de Hoorn van Afrika overleven ze (al dan niet gedwongen) middels clandestiene klusjes. De helft van de Djiboutische bevolking is werkloos. Maar er is één ‘baan’ waar nog altijd vraag naar is: sekswerk in de nachtclubs van Djibouti-ville.

Over deze nachtclubs publiceerde OneWorld in december 2015 de longread ‘Fear and Loathing in Djibouti. Amerikaanse contractors (medewerkers van private militaire dienstverleners, vaak ex-militairen) en westerse militairen bleken de voornaamste klanten van ongedocumenteerde migrantenmeisjes.

Contractors & seksschandalen

Het was deze OneWorld-reportage die WILPF (een van de oudste internationale organisaties voor vrede en vrouwenrechten) aanzette om een eigen onderzoeksrapport op te stellen. Dit rapport wordt woensdag gepubliceerd ter gelegenheid van een high level meeting van de Verenigde Naties waarbij de wereldwijde strijd tegen mensenhandel wordt geëvalueerd. ‘De militaire aanwezigheid in Djibouti creëert een vaste markt voor seks, en daardoor verergert het risico op mensenhandel, dwangarbeid, seksuele uitbuiting en gedwongen prostitutie’, aldus het WILPF-rapport.

WILPF brengt voor het eerst cijfers over de militaire aanwezigheid in Djibouti bij elkaar. Ten minste zes landen hebben militaire bases in Djibouti (de VS, China, Frankrijk, Japan, Italië en Saudi-Arabië), en nog meer landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Spanje en Rusland, hebben er militairen gestationeerd. Voor de bases ontvangt Djibouti minstens 399 miljoen dollar per jaar aan lease fees.

img_5667_censored
Foto afkomstig uit de longread Fear and Loathing in Djibouti.

De Amerikanen huren op hun beurt zeker zeventien (private military) contractors in – het precieze aantal ingehuurde contractors in Djibouti is niet bekend – waaronder de beveiligingsbedrijven Dyncorp en KBR. Die laatstgenoemde was tot 2007 onderdeel van Halliburton, bekend van de bouw van de Guantánamo Bay-gevangenis en de bijbehorende isoleercellen. Dyncorp was groot in het nieuws omdat medewerkers in naoorlogs Bosnië seks hadden met minderjarigen en die zelfs aan elkaar doorverkochten als slaaf. WILPF-secretaris-general Madeleine Rees hielp om de misstanden aan het licht te brengen. De affaire werd in 2010 verfilmd als The Whistleblower. Maar volgens de opstellers van het WILPF-rapport hield DynCorp de mannelijke medewerkers nooit verantwoordelijk voor hun betrokkenheid bij mensenhandel, seksslavernij en verkrachting. In Kunduz, Afghanistan, waren Dyncorp-medewerkers opnieuw betrokken bij een seksschandaal.

DJIBOUTI
‘Djibouti is meer een commerciële stadstaat, in handen van één man, Ismaïl Omar Guelleh, dan een heus land.’ Dat staat in een van de diplomatieke telegrammen die door Wikileaks zijn gepubliceerd. Guelleh is Djibouti’s tweede president nadat het in 1977 onafhankelijk werd van Frankrijk. Hij nam het stokje over van zijn oom. In 2010 overtuigde hij het parlement om de grondwet aan te passen, zodat hij een derde termijn kon aanblijven. In april 2016 werd Guelleh voor de vierde keer herkozen met 87 procent van de stemmen.

Nachtclubs, wodka en prostituees

De US special forces en private military contractors behoren tot de onderdelen van het Amerikaanse leger die het meest door mannen worden gedomineerd, aldus het WILPF-rapport. Voor contractors gelden, omdat het private bedrijven zijn, minder richtlijnen voor de gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Er zijn nog steeds geen mechanismes om die private contractors via de wet verantwoordelijk te houden voor hun (mis)daden, stelt WILPF. Al vaardigde de Amerikaanse staatssecretaris voor Defensie in 2014 wel een memorandum uit met voorwaarden voor contractpersoneel in Djibouti. Daarin staat dat contractors ervoor moeten zorgen dat hun personeel zich houdt aan alle Amerikaanse wet- en regelgeving terzake, en aan de wetten en verdragen van het gastland en eventuele derde landen. En ze moeten zich tevens houden aan ‘alle reguleringen, directieven, instructies, beleidsmaatregelen en procedures’ uitgevaardigd door de leidinggevende van USAFRICOM (het Amerikaanse opperbevel over de militaire missies in Afrika).

Dat de contractors daar lak aan hebben, bleek uit onze reportage Fear and Loathing in Djibouti. Meerdere malen per week gingen ze op stap. Op zo’n avond gingen er acht flessen wodka doorheen (op een groep van zes personen), en reden de contractors vervolgens dronken terug naar de militaire bases met meerdere prostituees op de achterbank.

Daarmee overtraden de contractors op één avond meteen al vier regels uit ‘General Order Number 1’, de gedragscode voor de troepen gestationeerd in de Hoorn van Afrika. Volgens de General Order is het verboden om:
* Binnen 24 uur meer dan twee alcoholische drankjes te consumeren.
* Een motorvoertuig te besturen binnen 8 uur na de consumptie van alcohol.
* Alcohol te nuttigen minder dan 8 uur voor ingeroosterde werktijden.
* Een persoon over te halen tot seksuele gemeenschap in ruil voor geld of andere vergoedingen (“Patronizing a prostitute”).

Minimaal twee keer per week bezochten de contractors de nachtclubs. Meestal drie. En de clubs waren altijd vol. Volgens de woordvoerder van CJTF-HOA (de Amerikaanse militaire missie in de Hoorn van Afrika) kon er geen sprake zijn van wangedrag, dan zouden de Amerikaanse instanties ervan weten. Na publicatie van onze longread werden sommige contractors overgeplaatst (niet ontslagen).

Geen vervolging op Camp Lemonnier
De ‘boys will be boys’-cultuur binnen de Amerikaanse strijdkrachten heeft niet alleen impact op de omgang met vluchtelingen en migrantenmeisjes buiten de bases, maar ook op de veiligheid van vrouwelijke soldaten.

In 2013 onthulde de documentaire The Invisible War dat een vrouwelijke soldaat in oorlogsgebied meer risico loopt om door een collega verkracht te worden, dan om gedood te worden door vijandelijk vuur.

Volgens een recent rapport van het Amerikaanse ministerie van Defensie durft 75 procent van degenen die seksueel zijn misbruikt binnen het leger daarvan geen melding te maken. Ze hebben onvoldoende vertrouwen in het militaire rechtssysteem.

Camp Lemonnier is geen uitzondering. In 2011 is drie keer melding gemaakt van seksueel geweld. Slechts één van de daders werd bestraft: hij werd degradeerd en ontving twee maanden een half salaris. In 2013 werd vier keer aangifte gedaan van seksueel geweld. Een dader werd vervolgd wegens verkrachting, maar werd vrijgesproken.

Dominante mannen & straffeloosheid

Dat contractors de regels aan hun laars lappen en tegen betaling seks hebben met vrouwen die zij juist zouden moeten beschermen, komt volgens wetenschappers Cynthia Enloe en David Vine door ‘militarized masculinity’. ‘Geïnstitutionaliseerde militaire prostitutie bouwt voort op de bestaande gendernormen – culturele ideeën over wat het betekent om man of vrouw te zijn. Maar het intensiveert deze nomen ook’, zo legt Vine uit in het WILPF-rapport. ‘Mannen voelen zich superieur aan vrouwen, en daardoor zijn ze eerder geneigd om geweld tegen hen te gebruiken’, aldus Enloe. Vine: ‘Het traint mannen om te geloven dat het kopen van seksuele diensten onderdeel is van wat het betekent om een echte soldaat te zijn.’

Zo ontstaat volgens WILPF een cultuur van straffeloosheid voor seksueel geweld, en voor het kopen van seks van meisjes en vrouwen die vermoedelijk verhandeld zijn of gedwongen tot prostitutie. In Djibouti is dit risico extra groot, stelt het WILPF-rapport. ‘De Djiboutische regering faalt stelselmatig als het gaat om de vervolging van mensenhandelaren.’

Aan Amerikaanse zijde blijft vervolging eveneens uit. Uit onderzoek van journalist Nick Turse (TomDispatch en The Intercept) blijkt dat misdrijven zelden worden gerapporteerd. Onderzoek en vervolging vinden al helemaal sporadisch plaats. Turse illustreert zijn artikel met een document waaruit blijkt dat leden van het 607e squadron van de luchtmacht en het 422e Communicatie-eskader in juni 2013 een prostituee meenamen naar een verblijf buiten de militaire basis. USAFRICOM wenste geen commentaar te geven op het uitblijven van vervolging.

Op de vlucht voor Amerikaanse drones

De Amerikaanse militaire aanwezigheid draagt op nog een andere manier bij aan de opkomst van de seksindustrie in Djibouti. De vluchtelingen en ongedocumenteerde migranten die in de nachtclubs werken, zijn veelal gevlucht voor oorlogen waarin dezelfde militairen een rol spelen: Djibouti is de basis voor de drone-aanvallen op Al-Shabaab in Somalië en Al Qaida in Jemen.

Die aanvallen zijn onder president Trump geïntensiveerd. Daags na zijn aantreden gaf hij al orders voor een grote aanval op het dorp al Yakla in Jemen, bedoeld om Qasim al Raymi, een van de kopstukken van Al Qaida, uit te schakelen. De bestorming – voorbereid vanuit Djibouti, waarbij Reaper drones uit Djibouti werden ingezet om dekking te geven – werd een complete mislukking. Al Raymi was niet in het dorp. Negen kinderen jonger dan dertien jaar werden gedood. Zeker 21 andere burgers kwamen om, evenals een Amerikaanse Navy SEAL. Ook werd een Osprey helikopter van 70 miljoen dollar vernietigd. ‘Succesvol naar alle standaarden’, oordeelde Trumps toenmalige persvoorlichter Sean Spicer.

Uit cijfers van het Bureau of Investigative Journalism blijkt dat het aantal drone-aanvallen in Jemen meer dan verdubbeld is (van 40 aanvallen in 2016 naar 93 in de eerste negen maanden van 2017).

Volgens het Yemen Protection Cluster vonden in de eerste helft van 2017 5676 luchtaanvallen plaats. In 2016 waren 35.000 mensen vanuit Jemen naar Djibouti gevlucht. Een aantal van hen kreeg een visum voor de VS, maar strandde alsnog dankzij Trumps travel ban. Andersom maakten meer dan 100.000 Ethiopische en Somalische vluchtelingen de oversteek naar Jemen vanuit Djibouti.

Ondertussen is meer dan de helft (59,2%) van de inwoners van Djibouti werkloos. De militaire bases rekruteren hun eigen (buitenlandse) medewerkers. ‘I will put America first’, verklaarde president Trump in januari. En zo blijft de werkgelegenheid in Djibouti beperkt. Behalve dan in het nog steeds noemende aantal nachtclubs.

Lees het volledige rapport over Remote Warfare and Sexual Violence in Djibouti op de website van WILPF / Reaching Critical Will.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
sanne_terlingen_hires

Over de auteur

Onderzoeksjournalist

Sanne Terlingen is onderzoeksjournalist voor OneWorld. Ze won de Loep aanmoedigingsprijs 2013 voor haar verhaal over kindersekstoerisme in …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief