Politici doen niet altijd wat in jouw ogen het juiste is. Er zijn tal van beslissingen waar je het mee oneens zult zijn. Daar kun je over piekeren of van wakker liggen. Je kunt wachten tot de volgende verkiezingen; hopen dat er een kabinet komt dat zich hard maakt voor problemen die jou aan het hart gaan. Maar je kunt ook besluiten je onvrede en zorgen om te zetten in actie. Daarvoor hoef je geen doorgewinterde activist te zijn, zo bewijst Josine Nolet (60).

Nolet, van huis uit docent Engels en momenteel kinderverzorgster in thuisopvang, richtte samen met vriendin Wera de Lange (64), historicus, oud-journalist en nu docente, Vluchtelingenkinderencomité Haarlem op. De twee maken zich vaker druk om politiek beleid – over vluchtelingen maar ook vaak rond onderwijs – maar een verleden van actievoeren hadden ze niet. “Wij zijn eigenlijk leken wat betreft activisme, maar inmiddels zou ik mezelf ‘activist’ kunnen noemen”, zegt Nolet. “Want dit – demonstreren, aandacht vragen voor een probleem, druk uitoefenen op politici, mensen mobiliseren – is toch wat een activist doet.” De taken hebben ze verdeeld: De Lange onderhoudt het netwerk, en Nolet staat de pers te woord.

Vluchtelingenbeleid is geen hot topic voor politici

De vriendinnen ergerden zich al tijden aan de houding van de regering ten opzichte van de opvang van alleenstaande minderjarige vluchtelingen, die vastzitten in Griekse kampen. “Vluchtelingenbeleid is geen hot topic voor politici. Welk standpunt ze ook innemen, links of rechts verliezen zij kiezers. En zo dicht op de verkiezingen willen zij niemand van zich vervreemden”, verzucht Nolet. Toch hoopten Nolet en De Lange dat het deze keer anders zou zijn. “Wij betrapten onszelf erop dat we lang dachten dat de Nederlandse regering voor de alleenstaande vluchtelingenkinderen wel een uitzondering zou maken op het strenge migratiebeleid.”

In mei werd het ze duidelijk dat deze uitzondering er niet ging komen en Nederland deze kinderen écht niet op wil vangen. “Toen dat besef eenmaal neerdaalde, konden we niet stil blijven zitten. We moesten iets doen.”

Lokaal de aandacht trekken

De twee zijn al jaren bevriend en ontmoeten elkaar elk weekend om te wandelen, vertelt Nolet. “Dan bespreken we ‘de staat der dingen’. We ergeren ons kapot aan veel politieke besluiten en bespreken hoe wij alles anders en beter zouden doen, niet geplaagd door enige bescheidenheid”, lacht ze. Toen ze op een zo’n wandeling beseften dat het kabinet niet van gedachte zou veranderen, begon het te jeuken.

Het is niet oké dat Nederlandse politici wegkijken als het om vluchtelingen gaat

“Wij wilden laten zien dat wij het niet oké vonden dat Nederlandse politici wegkeken. Maar wij zijn niet aangesloten bij een politieke partij, of doorgewinterde actievoerders. Wij zijn gewoon bezorgde burgers. Dus we begonnen bij het begin.” Dat betekende: de straat op. Zichzelf en anderen die ook vinden dat Nederland deze kinderen moet opvangen, laten zien. “Iedereen mag demonstreren. Dat is je recht als burger.” Met demonstreren wilden ze bovendien zorgen voor lokale impact. “Als je lokaal met meer mensen staat, trek je de aandacht.”

De situatie in vluchtelingenkampen verslechtert, en Nederland zegt nog steeds ‘nee’

Om eerst van vrienden, familie en kennissen de aandacht te vragen, stelden Nolet en De Lange een week voor de eerste demonstratie een pamflet op. “Dat moest niet te lang zijn, dan gaat niemand het meer lezen”, zegt Nolet. Makkelijker gezegd dan gedaan, want er was zóveel context om te begrijpen: het politieke klimaat in Nederland, de situatie in de Griekse kampen, hoeveel vluchtelingen de afgelopen jaren via Griekenland Europa binnenkwamen – en volgens het Dublin-akkoord daar asiel moesten aanvragen – en de situaties in de landen van herkomst.

In oktober 2019 vroeg Griekenland andere Europese lidstaten om 2500 kinderen op te vangen, nog maar de helft van het totale aantal alleenstaande gevluchte kinderen in de kampen op het vasteland en de eilanden. Elf lidstaten, waaronder Kroatië, Ierland, Finland, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg en Portugal zegden de opvang toe. Nederland niet. Zelfs na toenemende druk van burgers, ngo’s, activisten en zo’n 160 gemeenten die zich aansloten bij een Coalition of the Willing en daarmee aangaven deze kinderen wél op te willen vangen, wil de Nederlandse regering er niet aan.

Op 3 juli besloot een meerderheid van de Tweede Kamer om de kinderen niet in Nederland op te vangen. In plaats daarvan werd het voorstel van staatssecretaris Broekers-Knol gesteund: Nederland betaalt mee aan de opvang van de kinderen op het Griekse vasteland. Want kinderen naar Nederland halen zou geen ‘structurele oplossing’ zijn. In april werden tientallen alleenstaande minderjarigen overgevlogen naar Duitsland, op 8 juli kwamen er 25 naar Portugal en op 9 juli arriveerden 25 kinderen in Finland, maar het overgrote deel zit nog steeds in de kampen, waar de reeds onmenselijke omstandigheden door de coronacrisis nog eens zijn verslechterd.

“Wij vonden het vooral belangrijk om te beschrijven: dit is de situatie, het gaat om deze kinderen, het zijn er zoveel. Daarnaast legden we uit dat Griekenland in oktober al een verzoek deed aan hun ‘bondgenoten in de Europese familie’ om deze kinderen weg te halen uit die verschrikkelijke kampen. We hebben belicht welke landen al toezegden om kinderen op te vangen en hoeveel, en welke landen dat inmiddels daadwerkelijk hebben gedaan. We sloten af met: Nederland zegt nog steeds nee, terwijl de situatie in de kampen verslechtert.”

Kennis en expertise zijn heel belangrijk, stelt Nolet. “Zodra je één foutje maakt in zo’n tekst, valt iedereen daarover en gaat de boodschap die je wil overbrengen verloren. Dat wilden we voorkomen. We hebben geanticipeerd op alle ‘maars’ en ‘wat als-en’ die we zouden kunnen krijgen. Daarom moesten we ons goed inlezen en mensen benaderen die weten hoe het zit.” Het pamflet verspreidden ze in hun netwerk, met de oproep om mee te demonstreren op de Grote Markt in Haarlem – elke week, zolang als nodig – en de boodschap verder te verspreiden.

De straat op

“De eerste keer de straat op was spannend. We hadden dat gevoel wanneer je een feestje geeft en enerzijds bang bent dat er niemand komt, maar aan de andere kant ook dat er te veel mensen komen”, blikt Nolet terug. De demonstratie moest gemeld worden bij de afdeling Veiligheid en Handhaving. In Haarlem moet dat 48 uur van tevoren, maar dat kan per gemeente verschillen. “Je meldt het zodat de gemeente op de hoogte is, en zo nodig maatregelen kan nemen om de veiligheid van demonstranten te garanderen.”

vluchtelingeninterview
Wera de Lange (links) en Josine Nolet (rechts) bij een van de stilteprotesten.

Op 21 mei vond de eerste demonstratie plaats, tweeënhalve week na de wandeling waarmee het allemaal begon. De in totaal vijf demonstraties vielen allemaal in de ‘Covid-19-tijd’. “We moesten daarom een heel protocol opstellen. De tijd, plaats, het geschatte aantal mensen en hoe we de anderhalve meter afstand konden waarborgen. Daarom hebben wij gekozen voor stilteprotesten. Als er een podium met sprekers is, zal iedereen zich daar verzamelen. Bij een stilteprotest is dat niet nodig. We wilden voorkomen dat er ook maar iets negatiefs te zeggen was over het verloop van de demonstratie. Want dan is er meteen geen aandacht meer voor waaróver je demonstreert. Daarbij wilden we laten zien dat je veilig en binnen de covid-regels kan protesteren, iets waar men toen nog over viel.”

Ze stonden er elke week, van kwart voor acht tot kwart voor negen ‘s avonds. “We begonnen op de Grote Markt in Haarlem. Daar was met afstand plaats voor maximaal honderd man. Het was onwijs mooi om te zien dat het plein elke week weer vol stond. Of nou ja, half vol, vanwege de anderhalve meter.” Toen de terrassen weer openden, moesten ze een andere locatie vinden. “We zijn verder gaan demonstreren op het stationsplein, waar veel mensen langskomen, dus ook dat was prima.”

Zomerstop

Het einddoel – vijfhonderd alleenstaande vluchtelingenkinderen opvangen in Nederland – is vooralsnog niet behaald. “We hadden aan de ene kant wel verwacht dat de Tweede Kamer tegen zou blijven, omdat de politieke onwil zo groot was. Maar we hoopten in elk geval een paar politici, voornamelijk bij het CDA, te bereiken. Dat ook zij tijdens de stemming op 3 juli tegen de opvang in Nederland stemden was een enorme tegenslag. Daarna voelden we ons verslagen, de puf was eruit.”

Met tegenzin besloot Nolet gehoor te geven aan de zomerstop die De Lange graag wilde. “’Je vraagt iets van mensen wat geen effect heeft’, vond Wera. Het was even crisis binnen het Vluchtelingenkinderencomité. Soms heb je meningsverschillen en moet je op je tong bijten. Maar ik snapte het ook wel. We konden er beter even tussenuit gaan en nadenken over de volgende stap. Dat hebben wij gedaan en samen met andere organisaties, zoals Chorus #500 uit Harlingen, werken wij nu aan een grote landelijke actie voor oktober. We hopen mensen op landelijk niveau te kunnen mobiliseren, wat tot nu toe alleen lokaal is gelukt.”

Veel gemeentes willen wél kinderen opvangen

“Wij laten het er niet bij zitten en zijn ons aan het verdiepen in de uitvoering van het voorstel van Broekers-Knol1: is er iets gebeurd en hoe is dit geregeld? Volgens onze contacten in Griekenland is er namelijk helemaal geen levensvatbaarheid voor haar plan. Dus wij willen, met hulp van onder anderen journaliste Ingeborg Beugels en lobbyisten, bevragen hoe dat zit en aan andere politici laten zien dat opvang op het vasteland geen oplossing is.”

Dankzij de Coalition of the Willing is duidelijk geworden dat veel gemeentes wél kinderen willen opvangen. “Lokale politici zitten hiermee in hun maag en wij willen hen die buikpijn niet ontnemen, maar ze juist aansporen om hun collega’s in Den Haag aan te spreken.”

Kleine overwinningen

“We begonnen klein en het comité bestaat nog steeds uit maar twee personen: Wera en ik. Maar we hebben veel mensen in beweging kunnen brengen, ontzettend mooi om te zien. Bij het eerste stilteprotest kon je een spelt horen vallen. Zo trots waren we daarop. En hoewel het einddoel niet is bereikt, herinnert Wera mij continu aan de dingen die we wél bereiken.” Zo zijn in verschillende gemeenten soortgelijke protesten ontstaan.

En de vriendinnen hebben hun netwerk flink uitgebreid, om zo hopelijk meer mensen te bereiken en meer druk uit te kunnen oefenen op politici. Verlies dus nooit de kleine overwinningen uit het oog, adviseert Nolet aan mensen die ook actie willen voeren. “Die dingen doen er ook toe en laten zien dat alle tijd, moeite en energie niet voor niets is. We hebben wel degelijk iets bereikt, en dat communiceren wij ook naar alle mensen die mee hebben gedemonstreerd. Zodat zij ook in de toekomst weer mee zullen doen.”

Anderen die ook vinden dat Nederland de vluchtelingenkinderen op moet vangen, roept Nolet op om zich bij hun comité aan te sluiten. “Zoek op welke mensen en organisaties zich hier al mee bezighouden, want die zijn er. En anders kun je zelf iets opzetten. Let op de dingen waar mensen over kunnen vallen: zorg dat je de feiten op orde hebt. Je moet echt expert worden over het onderwerp waarvoor je actie wilt voeren. Het is écht niet zo moeilijk om (lokaal) iets op gang te brengen en het einddoel is het waard. Die vijfhonderd kinderen die met gevaar voor eigen leven in de Griekse kampen zitten, zijn het waard.”

thumbnail_DSC_9382 (1)

Waarom weigert Nederland minderjarige vluchtelingen op te vangen?

Elf Europese landen zegden toe. Nederland niet.

16989287039_ef1f3d8891_o

Wie beschermt vluchtelingen in de coronacrisis?

Op de Europese Unie hoeven zij niet te rekenen.

  1. In samenwerking met hulporganisatie Movement on the Ground wil staatssecretaris Broekers-Knol enkele tientallen vluchtelingenkinderen opvangen op het Griekse vasteland. Ook wil zij ter plaatse een voogdijsysteem opzetten, met pleeggezinnen. Voor haar plan worden miljoenen euro’s uitgetrokken. ↩︎

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
dominique-boulandcreismedia-1280

Over de auteur

Redactiestagiair

Dominique Boulan (1996) studeert criminologie en journalistiek. Schrijft graag over machtsstructuren en rechtvaardigheid.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief