We gaan samen op stap. Mijn pembantu, Indonesische hulp in de huishouding, en ik, om een verhaal te maken over de illegale alcoholhandel in Tangerang, de satellietstad tegen Jakarta aan waar zij vandaan komt. Na afloop gaan we lunchen bij haar familie in de kampung, bij haar zussen, broers, hun kinderen.

Ik ben de tel al snel kwijt. De familieleden lopen en rennen allemaal door elkaar heen in hun kleine eenkamerwoninkjes, die tegen elkaar aanliggen. Tot mijn blik blijft rusten op een jongetje. Hij is niet ouder dan tien jaar en lijkt tot mijn grote verbazing sprekend op mijn hulp. “Mijn zoon”, stelt mijn hulp, eerst nog lachend, het jongetje aan me voor. Ik vind het een goede grap en we lachen er samen hard om. Tot ze mij vertelt dat het echt haar kind is. Ze pakt hem stevig vast, aan haar gezicht zie ik dat ze wil huilen.

Sterkste vrouw van de familie
Ik heb geen honger meer en zeg tegen de familie dat we helaas terug moeten naar Jakarta. Buiten de kampung gaan we samen op een bankje zitten. Ze vertelt haar verhaal. Tien jaar geleden, vlak voordat ze bij ons kwam werken, raakte ze zwanger van dit mooie jochie, die dezelfde blije glimlach als zij heeft. Haar oudste broer en schoonzus konden geen kinderen krijgen. Hij bleek na heel wat testen onvruchtbaar te zijn. Hij dreigde zijn vrouw in de steek te laten en zichzelf wat aan te doen, als zijn zus hem niet een kind gaf. De hele familie buitelde over haar heen. Had ze zelf niet twee gezonde kinderen en was ze niet de sterkste vrouw van de familie?

De familie sprak net zolang op haar in tot ze zwanger werd van een kind van haar echtgenoot. Tijdens de zwangerschap kwamen de familieleden dikwijls langs om haar er aan te helpen herinneren dat het haar kind niet was en dat de baby straks naar haar broer moest. Op de dag van de bevalling stonden haar broer en schoonzus op de stoep om het baby’tje meteen mee te nemen.

Met dikke tranen in haar ogen vertelt mijn hulp dat ze nooit over het verlies van dit kind is heen gekomen. Ze verhuisde vlak na de bevalling na een ander deel van de stad, om zover mogelijk bij hem vandaan te zijn. Ze kon het niet verdragen dat haar kind nu bij haar broer en schoonzus woonde, die haar overigens bij de hele opvoeding buitensloten.

Jaloezie
Ik snap nu waarom ze de eerste maanden bij ons altijd maar met mijn baby, tot vervelends toe, in een sarong rondliep. Ze was zo bezitterig. We vochten soms om mijn dochter. Toen mijn kind nog geen jaar was en ik van een reis terugkwam, dacht ze zelfs heel even dat niet ik, maar mijn hulp haar moeder was.

Het schijnt vaak voor te komen in Indonesië, maar ook in India, dat vrouwen hun derde kind aan een kinderloze zus of broer moeten weggeven. Zo had ik een assistent in Delhi, die erachter kwam dat haar broertje onder druk van haar oma aan haar tante was geschonken. Zij en haar zus zijn ongetrouwd en willen geen kinderen, tot groot verdriet van haar moeder. Terwijl de zus van haar moeder grootmoeder is van de kleinkinderen van haar biologische zoon. Sinds de tante van de assistent wel en de moeder van de assistent geen nageslacht heeft, praten de twee zussen uit jaloezie niet meer met elkaar.

Mijn hulp droogt haar tranen. Het bezoek heeft haar sterker gemaakt. Ze zegt dat ze vanaf nu meer contact met het kind wil. Ze gaat hem vaker opzoeken. Zijn adoptieouders zijn arm en dus gaat zijn biologische moeder een spaarpotje voor school maken. Zij heeft officieel de geboortecertificaten. Hij staat nog steeds op haar naam. “Als iemand vanaf nu vraagt hoeveel kinderen ik heb, dan zeg ik nu niet meer twee maar drie. Hij is mijn jongste zoon.” Haar broer en schoonzus zullen zich aan haar wensen moeten schikken. Zij is de biologische moeder. Dat zal voor iedereen in de kampung ook wel even schrikken zijn.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief