Update 28 januari 2020:

Leila Janah overleed vorige week vrijdag op 37-jarige leeftijd aan de gevolgen van epithelioïd sarcoom, een zeldzame vorm van kanker. Janah was de oprichter en CEO van drie organisaties die zich ten doel stelden armoede wereldwijd uit te bannen door middel van werkgelegenheid.

Voor OneWorld sprak Ruben Munsterman haar in het najaar van 2017, naar aanleiding van het verschijnen van haar boek en omdat ze in de Forbes 40 stond, een lijst van de veertig invloedrijkste ondernemers onder de veertig jaar. Anderen op de lijst waren dat jaar de Franse president Emmanuel Macron en Facebook-oprichter Mark Zuckerberg.

Miljardair of politicus was Janah niet. Wel een sociaal ondernemer van supersterproporties.

Leila Janah, wier ouders vanuit India naar Amerika emigreerden, ziet mensen in arme landen niet als hulpbehoevenden maar als getalenteerden van wie het potentieel niet wordt benut. Eind september 2017 verscheen haar boek Give Work, waarin zij uitlegt dat het bieden van werk de beste methode is om armoede te bestrijden. De traditionele manier van financiële en materiële hulpverlening verklaart zij failliet.

Op het podium staan gaat de Harvard-alumna goed af, maar ze is vooral druk met ondernemen. De millennial gaf, net als velen van haar generatie, ooit zes maanden Engelse les in Ghana, maar liet het daar niet bij. In 2008 startte zij Samasource, een non-profit organisatie die mensen in sloppenwijken een fatsoenlijk loon geeft voor ICT-werk. Het bijzondere aan Samasource is dat het denkt en opereert als een commercieel bedrijf.

Ik spreek Janah in het WTC-gebouw in Den Haag, waar zij sinds begin 2017, naast Parijs en Nairobi, ook een saleskantoor heeft.

Leila Janah (1982, VS) studeerde African Development Studies aan Harvard en deed veldwerk in Senegal, Rwanda en Mozambique. Na haar afstuderen werkte ze als management consultant en leidde een call center in Mumbai. Daar leerde ze een jongen kennen die elke dag per riksja uit de sloppenwijk Dharavi kwam. Zo kwam ze op het idee voor Samasource, dat ze in 2008 oprichtte.

Twee jaar geleden was Janah mede-oprichter van het cosmeticabedrijf LXMI, dat werk biedt aan gemarginaliseerde vrouwen in Uganda. Vorig jaar schaarde The New York Times haar bij de Five Visionary Tech Entrepreneurs Who Are Changing the World.

Een non-profit organisatie die werkt als een bedrijf. Het klinkt toch wat vreemd.

“We zijn een sociale onderneming zonder winstoogmerk. Muhammad Yunus, de bedenker van microkrediet, heeft een handige definitie van social enterprises: een niet-verliesgevend bedrijf dat ook geen dividend aan aandeelhouders uitbetaalt. Het doel moet zijn om break even te draaien. En als je winstgevend kunt worden, is dat ook geweldig. Dan kun je die winst herinvesteren in sociale doelen. Maar het doel is break even. Daarmee krijgen investeerders hun inleg terug. Als startup doe je het dan al beter dan het merendeel van de markt.”

Met Samasource maak je grote bedrijven tot klant van een social enterprise. Hoe doe je dat?

“We bouwen computercentra in landen als Kenia, Uganda en India en laten daar mensen, die voorheen van minder dan 1 dollar per dag leefden, eenvoudig digitaal werk doen waar zij 8 dollar of meer per dag voor krijgen. De opdrachten komen van bedrijven als Google, eBay en Walmart. Wij hebben de grote vraagstukken waar deze bedrijven mee zitten, zoals automatisering, opgedeeld in kleine taken, ook wel microwork genoemd. De taken die onze medewerkers verrichten bestaan bijvoorbeeld uit het betitelen van foto’s of het signaleren van objecten in beelden. Een grote groei in onze omzet komt nu van bedrijven die zich bezighouden met de ontwikkeling van zelfrijdende auto’s. Onze werknemers in de slums leren de computer bepaalde objecten herkennen, zodat de computer het op een gegeven moment zelf kan. Dat wordt in Silicon Valley ook wel machine learning genoemd. In 2017 draaien we waarschijnlijk een omzet van 15 miljoen dollar. We bieden werk aan 1200 mensen in de armste wijken op aarde. In totaal hebben we sinds de oprichting al 9000 mensen op die manier uit de armoede getrokken.”

Waarom zouden Silicon Valley-bedrijven en Europese techondernemingen Samasource inhuren? Multinationals staan niet bepaald bekend om het betalen van goede salarissen voor outsourcewerk in ontwikkelingslanden.

“Onze kwaliteit is hoog. We investeren in onze mensen en hebben een goede reputatie als werkgever in Nairobi, waar ons grootste werkcentrum zit. En als je bekend staat als een goede werkgever en je mensen tevreden zijn, dan krijg je ook betere kwaliteit binnen. Sommige agents zijn op een gegeven moment zo goed getraind dat ze doorstromen tot projectmanager of complexere digitale taken gaan doen. Veel outsourcecentra in arme landen werken helemaal niet naar behoren. Daar hebben techbedrijven in het Westen uiteindelijk niets aan. Stel dat je kunt kiezen uit verschillende partijen die goede kwaliteit leveren – sommige zijn iets goedkoper, sommige iets duurder, maar er is verder geen groot verschil – waarom zou je dan niet kiezen voor degene die ook iets goeds doet voor de wereld? Dat is kort samengevat waarom partijen zoals Google kiezen voor Samasource.”

Het is veel effectiever om mensen werk te geven dan hulp

Je doet al negen jaar goed werk met Samasource. Waarom heb je nu het boek Give Work geschreven?

“Ik wilde onderzoeken wat werkt bij het bestrijden van armoede en wat niet. Een succesvol model dat ik steeds tegenkom, is het microkrediet van Muhammad Yunus. De minder bedeelden in Bangladesh aan wie hij de kleine leningen gaf, bleken de kredieten bijna altijd terug te kunnen betalen dankzij de onderneminkjes die zij daarmee opstartten. Wat ik daaruit leerde, is dat het veel effectiever is om mensen werk te geven in plaats van hulp.”

Yunus is je grote voorbeeld.

“Dat klopt. Ik heb hem een paar keer mogen ontmoeten. Hij is geboren in Bangladesh, mijn moeder komt uit de Bengaalse kant van India. Bengalen staan bekend om hun inzet voor sociale rechtvaardigheid en zijn behoorlijk radicaal daarin, dus misschien zit dat ook in mij.”

Je schrijft dat het Westen de afgelopen decennia biljoenen dollars aan financiële en materiële hulp heeft gegeven, maar dat nog steeds 2,8 miljard mensen onder de armoedegrens leven.

“Sommige overheden van arme landen, zoals Liberia, verkrijgen het merendeel van hun inkomsten via hulp van rijke landen. Ik denk dat het belangrijk is om deze steun te beëindigen of in elk geval enorm te verminderen. Die steun bereikt namelijk helemaal niet de allerarmsten. Als ontwikkelingshulp het grootste gedeelte is van je inkomsten, heb je als land geen prikkel om het beter te doen, want dan stopt de geldstroom. Vaak zijn het bovendien corrupte regimes. Kijk naar hoe het bij de overheden van rijke landen gaat. Die halen inkomsten op via belastingen van bedrijven en particulieren. Zo is er sprake van een sociaal contract tussen de burgers en de overheid. Als ik 40 procent van mijn inkomsten aan belastingen betaal, dan ga ik ervan uit dat de overheid een gat in de weg repareert. Die relatie tussen burgers en overheid is er niet in Afrika, waar overheden vooral zichzelf verrijken.

Ontwikkelingseconomen zeggen niet voor niets dat inkomensstijging in ontwikkelingslanden de beste manier is om armoede tegen te gaan. Dan kunnen burgers daar namelijk belasting over betalen.”

Misschien dat geld geven aan corrupte overheden inderdaad niet zo’n goed idee is. Maar je kunt toch niet alles via de private sector oplossen, zeker niet in conflictgebieden?

“In specifieke gevallen is het soms inderdaad beter om grote georganiseerde noodhulp te verlenen, bijvoorbeeld bij rampen en het bestrijden van epidemieën. Maar bij 80 procent van de structurele ontwikkelingshulp is het beter om mensen werk te geven. Dat houdt namelijk veel langer stand dan een schenking van iets – wat toch vaak eenmalig is. Als je in Oost-Afrika met een grote wond in een ziekenhuis terechtkomt, moet je je eigen verband en pleisters meenemen voordat je geholpen wordt. Met een vast inkomen kan een Keniaan zich dat veroorloven. Maar als je afhankelijk bent van een hulporganisatie die eens in de zoveel tijd wat spullen komt brengen, is dat geen duurzame ontwikkeling.”

Geld spreekt soms veel luider dan woorden

Hulporganisaties kunnen wel inpakken?

“Misschien zeg ik dingen die als beledigend aanvoelen voor mensen die betrokken zijn bij traditionele goede doelen. Dat is niet mijn bedoeling. Mensen die zich inzetten voor een betere wereld doen al zoveel meer dan de meerderheid die niets doet. Ik denk alleen dat we nieuwe oplossingen nodig hebben en dat we moeten kijken naar wat meetbaar beter werkt in plaats van alleen te doen wat goed voelt.”

In Give Work zeg je dat mensen in de sloppenwijken zelf ook liever werken dan dat zij hulp ‘krijgen’ uit het Westen.

“Ja, een voorbeeld: afgelopen zomer organiseerden we in Kenia een voetbaltoernooi voor alle mensen die bij ons werken. Er waren honderden deelnemers. Een van de spelers was Julius. Hij had een collectie van zelfgemaakte schoenen bij zich die hij nu in de markt aan het zetten is. Het zijn de vetste schoenen die ik ooit heb gezien, met Afrikaanse print. Hij maakt zijn schoenen in Kibera (een sloppenwijk in Nairobi, red.), waar hij woont, en kan dat doen van het beetje geld dat hij overhoudt dankzij het ICT-werk bij ons. Als mensen die ook een inkomen hebben deze te gekke schoenen van hem kopen, heeft hij een business.”

Wie moeten je boek vooral lezen?

“Inkoopmanagers van grote bedrijven. De grootste tweeduizend bedrijven in de wereld besteden per jaar 12 biljoen dollar aan het inkopen van producten en diensten op allerlei vlakken, van de grondstof lithium die wordt gebruikt voor de batterij van je iPhone tot aan de koffiebonen in het bedrijfsrestaurant. Als slechts 1 procent van dat immense bedrag wordt besteed via sociale ondernemingen als Samasource, kunnen we 14 miljoen mensen per jaar uit de armoede halen. En natuurlijk kun je als consument ook een verschil maken. Veel mensen willen wel iets doen, maar weten niet zo goed wat. Je kunt effect creëren door je euro’s of dollars uit te geven bij bedrijven die fair trade, duurzaam en sociaal zijn. Geld spreekt soms veel luider dan woorden.”

Dit artikel verscheen in 2017 in OneWorld Magazine en op 29 oktober 2017 op OneWorld.nl

christine-roy-ir5MHI6rPg0-unsplash

Kan ontwikkelings­samenwerking ons nog iets schelen?

Steeds meer EU-ontwikkelingsbudget wordt gebruikt om migratie buiten te houden.

rawpixel-665401-unsplash

Ontwikkelingssamenwerking of eigenbelang?

Nederland wil én minder kosten, én minder migranten, én meer export.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Ruben Munsterman is een Nederlandse freelance journalist en schrijft vooral artikelen over de financiële sector. Hij werkt op dit moment …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief