“Het was best eng, ze deden de autoramen omlaag. Ik had echt het gevoel dat ze me volgden. Gelukkig was ik bijna thuis.” Met die woorden kwam m’n vriendin laatst thuis na een avond werken. Het is nog geen tien minuten fietsen vanaf haar werk in het centrum van Nijmegen naar ons appartement. Toen ze bijna thuis was, haalde een groepje mannen in een auto haar in. De bestuurder remde af, kwam naast haar rijden, en de andere mannen in de auto deden het raam omlaag en keken haar indringend aan.

We zijn twee weken geleden gaan samenwonen, ons nieuwe huis staat in een buurt die elke Nijmegenaar vermoedelijk veilig zou noemen. En dan dit. Ik voelde me naar, en wist niet goed hoe te reageren. “Gelukkig ben je nu thuis”, zei ik maar. “Ik hield m’n telefoon al aan m’n oor”, antwoordde ze.

De realiteit van onveiligheid

 Dit is het meest recente, maar helaas niet het enige voorbeeld van straatintimidatie waaruit ik voor dit stuk kan putten. Een dag na het auto-incident appte een andere vriendin me rond middernacht, nadat we een spelletjesavond met vrienden hadden gehad, dat ze zich onveilig voelde op de fiets terug naar huis. Het was stil op straat, de laatste kilometer. “Vind het stom om zo bang te zijn, maar soms heb ik dat opeens.” Een paar dagen daarvoor las ik een stuk van Dila Nurtas, waarin ze aan de hand van een aantal bedreigende ervaringen (drie op één avond!) de harde realiteit van straatintimidatie blootlegt. Voor vrouwen is dit niets nieuws, voor teveel mannen wel.

Weinig mannen zullen zich regelmatig onveilig voelen op straat, terwijl voor vrijwel iedere vrouw geldt dat ze altijd op haar hoede is. Zo vaak hebben ze met straatintimidatie te maken. Zo ‘normaal’ is het voor vrouwen geworden. Welke vrouw heeft zichzelf niet aangeleerd om met haar sleutelbos te rinkelen en te doen alsof ze bijna thuis is? Om haar telefoon aan haar oor te houden en een (nep)telefoontje te plegen? Om haar pas te versnellen of harder te gaan fietsen, en haar koptelefoon opzichtig op te zetten? Of om, een van de voorbeelden uit Dila’s verhaal, live haar locatie te delen via Whatsapp?

Dat is toch niet mijn probleem?

Dila voelde zich eenzaam die avond. Niemand hielp haar. Niemand ontfermde zich over haar op de momenten dat ze zich het meest bedreigd voelde. Als ik vriendinnen ernaar vraag, zeggen ze steevast: het komt nauwelijks voor dat iemand er voor je is wanneer je die hulp het hardst nodig hebt. Als iemand al reageert, is dat vaak pas achteraf. Onderzoek naar bystander intervention bij seksuele straatintimidatie bevestigt dit beeld.

Maar hoe kan dat eigenlijk? Als iemand van de fiets valt en je bent de eerste die het ziet, dan help je diegene toch ook overeind? En als iemand wordt aangereden en je bent getuige, kijk je toch ook meteen of je kunt helpen? Waarom zijn we dan met z’n allen niet in staat om de straat veiliger te maken voor iedereen?

Natuurlijk is het makkelijker om problemen te negeren dan om ermee te dealen. Natuurlijk is het verleidelijk om het ingrijpen aan een ander over te laten. Maar die terughoudendheid is er altijd, en die verbreken we eerder wanneer iemand op straat valt of wordt aangereden. Om een aantal specifieke redenen gebeurt dat nu juist bij straatintimidatie maar zelden. Vaak wordt (seksuele) straatintimidatie niet als zodanig herkend, deels omdat het zo genormaliseerd is en in lijn is met schadelijke sociale normen en stereotypen, met name in relatie tot gender.

Soms zijn mensen bang om in te grijpen bij verschillende vormen van straatintimidatie, omdat ze bang zijn tegen die sociale normen in te gaan. Maar voordat je kúnt ingrijpen om een nare situatie tegen te gaan, moet je die situatie natuurlijk wel eerst weten te herkennen als naar, onveilig, en vooral: verkeerd. Omdat mannen zich vaker dan vrouwen conformeren aan schadelijke gendernormen, en zij minder vaak dan vrouwen op straat worden geïntimideerd, zijn vrouwen eerder geneigd in te grijpen dan mannen.

Daar moet eens verandering in komen.

Mannen, de straat is niet alleen van jullie

Want het zijn overwegend mannen die de straat voor vrouwen onveilig maken. En dus is het aan hen om dat te veranderen. Als man ben ik me steeds bewuster van de positie die ik op straat heb. Toen ik een tijdje terug ’s avonds een paar meter achter een vrouw liep, op een plek waar ik eerder al eens andere mannen op hun intimiderende gedrag had aangesproken, versnelde zij haar pas en haalde ze haar telefoon uit haar broekzak. Ze moet me op dat moment als bedreiging hebben ervaren. Nu was dat niet terecht – in m’n gedachten hield ik juist rekening met de kans dat ze door een ander zou worden lastiggevallen en ik snel zou kunnen handelen.

Toch begrijp ik volledig dat vrouwen me in de avonduren op openbare plekken wantrouwen. Bij het schrijven van dit stuk kreeg ik trouwens van de eindredacteur (v) de tip om in zo’n geval aan de andere kant van de straat te gaan lopen, dan had de vrouw in kwestie me in haar vizier gehad.

Misschien had dat de gepercipieerde dreiging verminderd. Maar dan nog: het logische gevoel van wantrouwen jegens mannen maakt ingrijpen, als er werkelijk iets bedreigends gebeurt, nogal tricky. Waarom zou een vrouw geloven dat ik haar werkelijk veiligheid wil bieden, en niet ondertussen zelf ergens op uit ben? Dat kan ik, en geen enkele goedwillende man, van vrouwen verwachten. En toch is het als man belangrijk om intimidatie te zien als een probleem dat óók met jou te maken heeft – al ben je zelf misschien geen dader.

pexels-photo-904276

Heteroman: ontsnap uit de gevangenis van giftige mannelijkheid

Loskomen van de heersende giftige mannelijkheidscultuur is bevrijdend, zegt Gijs Hablous.

Wat kun je dan precies doen? Natuurlijk is dat afhankelijk van de situatie. Uit verschillende ervaringen en na een training over bystander intervention van Hollaback weet ik dat het meestal geen zin heeft om de dader(s) direct te confronteren met hun gedrag. Hoe graag ik ook van iedereen een feminist wil maken: wanneer iemand niet openstaat voor een gesprek en niet wil leren, werkt directe confrontatie alleen maar escalerend. Meermaals heb ik meegemaakt dat ik mannen op hun gedrag aansprak en de dreiging zich naar mij verplaatste. Ondertussen was het slachtoffer dan allang weg.

Prioriteit één moet altijd de veiligheid en het welzijn van het slachtoffer zijn. Het leerproces van de daders is op dat moment van secundair belang. Ontferm je over haar. Doe, bij een onbekende, alsof je haar kent en knoop een willekeurig gesprekje aan, om de dader te laten zien dat ze er niet alleen voor staat. Probeer haar fysiek weg te halen van de dreiging – soms is zelf ergens anders gaan staan of lopen al voldoende. En heel belangrijk: zoek medestanders. Op die manier zal het slachtoffer je minder snel als nóg een bedreiging zien.

Veilige straat voor iedereen

Maar vooral: vraag hoe je kunt helpen, en luister. En spreek ook je vrienden (m) aan op problematisch gedrag. Pas dan komen we dichterbij een veilige straat voor iedereen – of beter: voor vrouwen. En daar hebben we de schadelijke frames van de fluitende bouwvakker (klassistisch) en de sissende allochtoon (racistisch) echt niet voor nodig.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
Gijs

Over de auteur

Schrijver

Gijs (26) werkte eerder bij het team Inclusie en Diversiteit van Kennisinstituut Movisie en promoveert momenteel op (inter)nationale …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief