Dit jaar vieren we op 27 april geen Koningsdag maar ‘Woningsdag’, op initiatief van de nationale Oranjebond. Tijdens de coronapandemie is het immers van levensbelang dat iedereen thuisblijft. Maar om thuis te kunnen blijven, moet je wel een huis hebben. En daar wringt het: meer dan 40.000 Nederlandse volwassenen leven zonder dak boven hun hoofd en nog eens 8500 kinderen zitten in de daklozenopvang.

Hoe dat is, heb ik aan den lijve ondervonden. Een paar maanden geleden stond ik samen met mijn zoontje van 6 op straat, nadat mijn ex-partner en ik uit elkaar gingen en ons huis was verkocht. Ik merkte hoe onmogelijk het is om een betaalbaar huis te vinden. En vooral hoe hopeloos het voelt om van bank naar bank te gaan zonder te weten wanneer en óf de zoektocht zal eindigen.

Ik ben lang niet de enige en toch klinkt er weinig verzet in de aanloop naar deze ‘Woningsdag’, terwijl het probleem nijpender is dan ooit. Hoe anders was dat veertig jaar geleden, toen er ook grote woningnood heerste en op 30 april 1980 een confrontatie tussen krakers, de politie en ME tijdens de inhuldiging van koningin Beatrix uitliep op een heuse veldslag in het centrum van Amsterdam. Onder het motto ‘geen woning, geen kroning’ gingen mensen massaal de straat op. De kraakbeweging was groot en invloedrijk.

Het aantal daklozen is tussen 2009 en 2018 meer dan verdubbeld

Opnieuw is de woningnood hoog, maar de kraakbeweging is al lang niet meer zo omvangrijk als toen. Dat komt deels door de enorme opmars van leegstandbeheer ofwel ‘antikraak’, bedacht in de jaren 80 als reactie op het vele kraken. De naar schatting tienduizenden mensen die antikraak wonen in Nederland, houden – tegen een lage huur – leegstaande panden bezet, zodat die niet gekraakt kunnen worden, maar hebben bijna geen rechten of huurbescherming. Ook een actief ontmoedigingsbeleid van de overheid heeft het kraken in de kiem proberen te smoren, eindigend in een algeheel kraakverbod dat in 2010 is ingevoerd.

Dakloosheid in Nederland

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek van augustus 2019 blijkt dat het aantal mensen dat dakloos is tussen 2009 en 2018 meer dan verdubbeld is. Op dat moment waren er zo’n 40.000 dakloze volwassenen in Nederland en zaten er circa 8500 kinderen vast in de daklozenopvang. Het lijkt bovendien nog een grove onderschatting, want een grote groep wordt niet geregistreerd: denk aan mensen die thuisloos zijn, noodgedwongen bij hun (ex-)partner of ouder inwonen, veel te duur wonen of huren via een onzekere flex- of antikraakconstructie.

Hoe is het zo ver gekomen?

Sinds het in 1994 werd geliberaliseerd, is sociale huisvesting niet langer een taak van de overheid. Woningcorporaties kregen geen subsidies of goedkope leningen meer voor de bouw van woningen; met als gevolg dat er steeds minder sociale huurwoningen werden gebouwd. In 2013 werd bovendien de verhuurdersheffing ingesteld: een belasting voor woningcorporaties (en grote sociaal-woningverhuurders) op sociale huurwoningen. De heffing, officieel ingevoerd als crisismaatregel, houdt nieuwbouw van sociale huisvesting verder tegen. En de maatregel staat niet op zichzelf; het past binnen een omvattend verhaal van een overheid die structureel inzet op het verkleinen van de sociale huursector.

De afgelopen decennia is tegelijkertijd de ideologie van het eigenwoningbezit in onze maatschappij doorgedrongen en gepropageerd door de politiek, banken en media, zoals stadsgeograaf Cody Hochstenbach beschrijft. Een koophuis is een hoger doel geworden.

Woon je uit noodzaak bij een ander in, dan wordt die gekort op bijstand en toeslagen

Maar niet iedereen kan of wil een huis kopen en die enorme nadruk op eigenwoningbezit als ideaal drijft de prijzen enorm op – zowel in de koop- als in de huursector. Een huis is niet meer alleen om in te wonen, maar een lucratief handelswaar, aangejaagd door de overheid. Mensen die het financieel al goed hadden, profiteren. Van de hypotheekrenteaftrek profiteren vooral de hoogste inkomens en de duurste woningen. Het resultaat: ongelijkheid wordt verder vergroot.

Een grote groep mensen wordt gemarginaliseerd en komt steeds verder in de problemen. Dat wordt verergerd door de rigide regelgeving rond samenwonen. Wanneer iemand uit noodzaak bij een ander inwoont, wordt die laatste gekort op eventuele bijstandsuitkering (de zogenoemde kostendelersnorm) en toeslagen. Vanwege de nadelige financiële gevolgen kunnen mensen met lage inkomens dus niet zomaar bij elkaar in huis wonen – vaak een extra zetje richting dakloosheid.

Woononzekerheid is de norm

De sociale huursector is nog slechts een vangnet voor mensen met de allerlaagste inkomens. Woononzekerheid is daarmee de norm geworden voor mensen met een laag- tot middeninkomen in de grote steden, stelt de Haagse politica en activiste Fatima Faïd. “We plakken labels op mensen, zoals ‘economische dakloze’ of ‘dakloze met psychische problematiek’, maar dat gaat voorbij aan de kern: er zijn te weinig betaalbare huizen. Er zijn veel werkende mensen die geen huis hebben. Mensen uit gemarginaliseerde groepen worden het hardst geraakt, met in het bijzonder alleenstaande moeders van kleur. Door de flexibilisering van de woningmarkt heeft de overheid geen controle meer over betaalbare huisvesting.”

Huizen zijn handelswaar geworden en het gebrek aan betaalbare huisvesting wordt normaal gevonden

Nederland is één van de rijkste landen ter wereld en toch slapen er mensen op straat. Huizen zijn handelswaar geworden en het gebrek aan betaalbare huisvesting is voor de meeste mensen gewoon geworden. Sterker nog: als jij slachtoffer van dit systeem bent, dan zal dat wel je eigen schuld zijn, is de geldende opinie. Verzet, zoals de krakers in de jaren 80 boden, wordt niet meer als acceptabel alternatief gezien. Dat het ook anders kan, lijkt voor veel mensen onvoorstelbaar.

Het is tijd voor structurele verandering én verzet. De coronacrisis brengt niet alleen de ongelijkheid scherp in beeld, maar biedt ook een opening voor verandering, zoals Olave Nduwanje al aanstipte, aan de hand van de theorie van journalist Naomi Klein. Only a crisis produces real change. When that crisis occurs, the actions that are taken depend on the ideas that are lying around.

Mijn zoontje en ik hebben na lang zoeken een woning gevonden. Een huurhuis zo duur, dat ik het eigenlijk niet kan betalen. Terwijl een betaalbaar, veilig thuis geen privilege zou moeten zijn, maar een basisrecht. Het is the bare minimum. Laten we massaal voor dit mensenrecht gaan staan. Laten we de coronacrisis aangrijpen, maar verder kijken dan kortdurende noodoplossingen. Laten we ons uitspreken, juist nu, op deze ‘Woningsdag’.

We leven in onzekere tijden door het coronavirus. Er is behoefte aan betrouwbare informatie én verdieping. We hopen dat je dit bij ons vindt en wil bijdragen aan onze onafhankelijke journalistiek.

Dit kan je doen door te doneren of je te abonneren op ons magazine. Alvast bedankt!

25631799495_830b0bf67a_o

‘Politici ‘geschokt’ door vele daklozen? Ze hebben het zelf veroorzaakt’

Dat er meer daklozen zijn, is het logische gevolg van decennia aan falend beleid.

sergio-rola-Gj47dfUNHPc-unsplash2

Dat jij geen woning kan vinden is niet de schuld van migranten, maar van woonbeleid

Statushouders krijgen vaak de schuld voor een tekort aan betaalbare huurwoningen.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
xZJLnczf_400x400

Over de auteur

Tara Lecluyze (1987) heeft jarenlang in de jeugdhulpverlening gewerkt, en bestudeert nu protestbewegingen en sociale ongelijkheid.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief