De agenda voor de klimaatdiplomaat is als gevolg van de crisis waarin we zitten drastisch veranderd. In heel praktische zin omdat alle internationale bijeenkomsten zijn uitgesteld, afgelast of naar een digitale omgeving zijn verplaatst. In inhoudelijk zin omdat de zwaarbevochten plek bovenaan de politieke agenda verloren dreigt te gaan. Hadden we het belang van de klimaatcrisis eindelijk aangetoond, nu gaat alle aandacht uit naar het beheersen van de gezondheidscrisis en het opvangen van economische klappen. Vrijwel alle gesprekken gaan daar nu over.

Hoe kunnen we, in de woorden van Frank Elderson van De Nederlandsche Bank, voorkomen dat we van de lock-down straks terechtkomen in een lock-in in de 3,7 graden-economie, door nu snel te investeren in oude vervuilende industrieën waar we dan weer tientallen jaren aan vast zitten? Kortom, hoe kunnen we de lange-termijnagenda van de klimaatcrisis combineren met de korte-termijnagenda van de huidige crises?

Lokale verduurzaming staat onder druk…

Terwijl dit alles speelt maak ik me ook zorgen om iets anders. De internationale afspraken die we de afgelopen jaren hebben gemaakt, zoals die in het Parijs Akkoord van 2015, worden steeds meer vertaald in nationale en lokale maatregelen. Er is een groeiend bewustzijn bij burgers dat klimaatverandering een serieuze zaak is waarop overheden beleid moeten maken én waarin zij zelf een rol hebben. En onlangs nog bevestigd in internationaal onderzoek van IPSOS: dit bewustzijn is niet verdwenen als gevolg van Covid-19. De afgelopen jaren vertaalde dat bewustzijn zich in talloze lokale initiatieven die een belangrijke rol spelen in de klimaat- en energietransitie.

Hoewel veel gemeenten inmiddels klimaatplannen hebben – de gemeente Amsterdam nam zelfs het donut-model van Kate Raworth als uitgangspunt voor een nieuw vijfjarenplan – leunt veel van de daadwerkelijke actie op vrijwilligers, start-ups en ngo’s. Je zou kunnen zeggen dat het een nogal risicovolle strategie is om bij de aanpak van zo’n grote crisis als klimaatverandering zo stevig te leunen op burgerparticipatie. Het is alsof we midden in de coronacrisis tegen mensen zouden zeggen dat ze thuis zelf maar aan de slag moeten met beademingsapparatuur. Feit is dat er veel tot stand is gekomen de afgelopen jaren en dat deze strategie in ieder geval leidt tot grotere betrokkenheid en groter bewustzijn. Maar nu alles zo plotseling tot stilstand is gekomen, wordt de veerkracht van veel initiatieven danig op de proef gesteld. Vaak hadden ze al moeite bij het vinden van ondersteuning in de opstartfase en nu staan ze ook achteraan bij het uitdelen van steun in crisistijd.

…maar er liggen kansen…

De wankele basis van het lokale klimaatbeleid ten spijt, is het niet allemaal kommer en kwel. Het directe contact dat lokale initiatieven hebben met hun achterban geeft goed inzicht in wat er speelt. Ze merken dat mensen bewuster bezig zijn met hun directe leefomgeving en daardoor meer nadenken over hun eigen gedrag, bijvoorbeeld bij hun boodschappen of de invulling van hun zomervakantie. Bouwmarkten blijken ineens gouden tijden door te maken, mede als gevolg van vrijgekomen tijd voor klussen zoals het energiezuiniger maken het huis.

Mensen die al bewust bezig waren met vergroening van hun leven, pakken dat nu twee keer zo hard aan

Evelien Raap, algemeen coördinator van Mijn Groene Huis in Zeist, zegt nog nooit zoveel aanvragen te hebben gekregen als afgelopen maand. Helaas gaan lokale bijeenkomsten niet meer door of worden omgezet naar digitale samenkomsten. Ze ziet wel dat de doelgroep daardoor wat verjongt. Oudere mensen haken soms af vanwege onvoldoende digitale vaardigheden, jonge mensen komen erbij omdat er geen oppas meer geregeld hoeft te worden. Wat de effecten op de langere termijn zijn is nog moeilijk te voorspellen, maar ze bevestigt de bevindingen van IPSOS: veel mensen zijn zich bewust van de klimaatcrisis. Dat bewustzijn is zeker niet verdwenen omdat nu een andere crisis op de voorpagina’s staat.

Hotze Hofstra, duurzaam ondernemer en energiecommissaris in Groningen, ziet eenzelfde ontwikkeling. Een groot project als de Fossielvrije Weken is afgelast, maar de verduurzaming van eigen woningen gaat wel door. Hofstra ziet dat mensen die al bewust bezig waren met vergroening van hun eigen leven, dat in deze periode twee keer zo hard aanpakken. Een mooi voorbeeld, noemt hij, is de Streekboer, waar mensen lokale producten kopen, direct van het land. Dit project – net als soortgelijke initiatieven – maakt deze periode een ongekende groei door. Of dat er misschien ook mee te maken heeft dat mensen, nu ze zoveel thuis zijn, sowieso méér inkopen doen, is natuurlijk lastig te zeggen.

…voor versnelling van onderop

Zowel Raap als Hofstra zien nog een andere positieve trend. In hun projecten hebben ze veel contact met lokale bestuurders en ambtenaren. Ze merken dat, nu ook deze van huis uit werken, reactietijden veel korter zijn. Het al ingezette beleid voor verduurzaming gaat door. Beiden zijn positief over het behoud van de aandacht voor duurzaamheid. Wel delen zij zorgen over de betrokkenheid van inwoners: als fysiek samenkomen niet meer mogelijk is, kan het lastig zijn mensen te activeren. De anderhalvemetersamenleving en burgerparticipatie lijken niet vanzelfsprekend voor elkaar gemaakt.

De vaak wat abstracte roep om groen herstel op Europees en nationaal niveau krijgt een gezicht wanneer deze vertaald wordt naar eigen stad of dorp. De eerder ingezette weg naar verduurzaming staat onder druk vanwege de crisis maar biedt ook zeker kansen voor versnelling. Het groeiende bewustzijn bij mensen dat de pre-corona wereld niet toekomstbestendig was, is een goed uitgangspunt voor een groene spurt vooruit. Talloze lokale initiatieven fungeren graag als springplank.

We leven in onzekere tijden door het coronavirus. Er is behoefte aan betrouwbare informatie én verdieping. We hopen dat je dit bij ons vindt en wil bijdragen aan onze onafhankelijke journalistiek.

Dit kan je doen door te doneren of je te abonneren op ons magazine. Alvast bedankt!

maria-bobrova-YzteUs1jsBg-unsplash

‘Niet nóg een pandemie? Dan moeten we duurzamer leven’

Klimaatverandering vergroot het risico op een pandemie, weet Marcel Beukeboom.

green

Consument, bedrijf of overheid: waar begint een beter milieu nu echt?

En met het politiek correcte antwoord 'alle drie' nemen we geen genoegen.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
190124 Marcel Beukeboom 8698

Over de auteur

Klimaatgezant

Marcel Beukeboom is sinds november 2016 Klimaatgezant voor het Koninkrijk der Nederlanden. Als thematisch ambassadeur vertegenwoordigt hij …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief