Christine Blasey vertelde onlangs dat toen ze 15 jaar oud was, ze door twee jongens op een huisfeestje werd meegenomen naar een slaapkamer, waar ze de deur op slot deden en de muziek hard aanzetten. Blasey vertelde dat een van de jongens zijn hand over haar mond deed, zodat niemand haar kon horen schreeuwen terwijl hij haar aanrandde en haar kleren probeerde uit te trekken.

Toen ik 16 jaar was, ging ik ook naar een huisfeestje. Ik was een doodnormale onzekere tiener, was niet enthousiast over mijzelf in bikini, en vond mijn haar er altijd mislukt uitzien. Na jaren van intense, kinderlijke zelfanalyse was ik ervan overtuigd dat ik onaantrekkelijk was. Ik maakte me zorgen dat niemand me ooit leuk zou vinden. Dit idee leek me destijds, om redenen die ik niet kon uitleggen, dodelijk.

Ik was niet misbruikt, vanwege één reden: ik had geen misbruiker ontmoet

Die nacht was ik vastbesloten mijn onzichtbaarheid te overwinnen. Ik trok een laag uitgesneden topje aan, deed donkerbruine lippenstift op die ik eerder alleen droeg als ik alleen voor de spiegel in de badkamer stond en probeerde te ontdekken of ik het type meisje was dat lippenstift droeg. Die nacht voelde de make-up als een kostuum. Toen iemand me een flesje drank met aardbei-kiwismaak gaf, nam ik snel een slok. En nog een. Ik begon harder te lachen, meer te praten, en keek te duidelijk naar een jongen die ik van gezicht kende, iemands oudere broer.

We praten even, ik neem aan over waar tieners in 1995 over praatten. Hij legde zijn hand op mijn arm en vroeg of ik met hem mee naar buiten wilde, waar we alleen konden zijn. Ik kon het niet geloven. Een jongen die me leuk vond? Ik vroeg me af of hij me met iemand anders verwarde; ik vroeg me af wat er buiten zou gebeuren; ik vroeg me af of ik dat wilde weten. Met dubbele tong zei ik: “Misschien.” Hij kneep in mijn arm. “Dat is geen ‘ja’”, zei hij, terwijl hij me afwachtend in de ogen keek.

Dat was het inderdaad niet. Ik ging terug naar mijn vrienden. Hij begon met iemand anders te praten. Ik kwam veilig thuis die nacht. Ik was niet misbruikt, vanwege één reden: ik had geen misbruiker ontmoet. Dit jaar, Christine Blasey Ford is inmiddels 51, stelde Donald Trump een man bij het Amerikaanse Gerechtshof aan, die zij zich als haar misbruiker herinnerde. Ford kwam naar buiten met haar herinneringen aan de aanranding. Ze getuigde voor een rechterlijke staatscommissie.

Hij stopte en zei: “Het lijkt wel alsof je dit niet wilt.”

Sommige reacties van mensen uit de rechterflank, opeens angstig om hun eigenhandig gekozen nominatie te verliezen, waren voorspelbaar afwijzend en defensief. Eén thema werd keer op keer herhaald: welke man heeft zich niét zo gedragen? “Als iemand door zulke aanklachten onderuit kan worden gehaald, dan moet ik, jij, elke man zich zorgen maken”, zei een aan het Witte Huis verbonden advocaat tegen een journalist.

clem-onojeghuo-381204-unsplash

Een haag van woedende slachtoffers

Als je seksueel geweld kunt overleven, dan kun je alles, schrijft Anke Laterveer.

Nadat ik Fords getuigenis zag, dacht ik na over mijn eigen ervaringen, goede en slechte. Ik dacht aan het verhaal van de jongen die me niet misbruikte op dat middelbare schoolfeestje. Ik dacht aan honderd andere momenten. In mijn twintigerjaren ging ik uit met vrienden. Ik flirtte met een barman die net klaar was met zijn dienst. We gingen naar buiten en we zoenden in een steegje. Hij zei dat hij dichtbij woonde en dat we naar zijn appartement konden. “Ja?”, vroeg hij.

Ik zei niks. Door mijn hoofd schoten gelijk ontelbaar veel gedachten: ‘ik heb nog nooit een one night stand gehad’. ‘Ik ken hem niet’. ‘Hij zoent goed’. ‘Ik ben dan helemaal alleen met hem zijn in zijn appartement’. ‘Had ik mijn benen wel geschoren die dag’? Hij leek sterk genoeg om me te overmeesteren tegen mijn zin als hij daartoe zou besluiten.

“Ga terug naar binnen, als je wilt”, zei hij, mijn gedachtestroom onderbrekend. In zijn stem klonk een geïrriteerde ondertoon. Ik ging terug naar binnen. Ik ben niet verkracht die nacht. Want ik ontmoette die nacht geen verkrachter.

Aanranden is geen inherente eigenschap van man-zijn

Ik ging eens op een date met een jongen die ik leuk vond. Hij nodigde me uit bij hem thuis. Ik ging met hem mee, we zoenden, hij kleedde zich uit. Toen begon hij mij uit te kleden. Vanaf dat moment voelde het ineens verkeerd. Hij probeerde mijn shirt omhoog te trekken, ik trok hem weer omlaag. Hij reikte naar mijn rokje om die uit te doen, ik wrong me los uit zijn greep. Hij stopte en zei: “Het lijkt wel alsof je dit niet wilt.”

Ik vond het zoenen eerder die avond heel fijn, en ik wilde geen plaaggeest zijn, maar het was waar: ik had er op dat moment geen zin meer in. Ik was alleen met hem in die kamer. Ik kende hem niet goed, maar ik had het gevoel dat ik, voor alle zekerheid, voorzichtig moest zijn en hem niet boos moest maken. Ik maakte een aarzelend geluid, onzeker hoe hij zou reageren op het idee dat deze sessie ‘halverwege’ afgekapt zou worden. Hij zei: “Het is alleen leuk als je er zin in hebt.” Ik reageerde: “Sorry”, waarop hij zei: “Het is oké.”

Ik tweette deze verhalen, die viraal gingen op Twitter. Mijn account werd overstroomd met verhalen van vrouwen met hun eigen ervaringen. Elk verhaal klonk als het begin van een tragisch misbruik, elk verhaal illustreerde de keren dat mannen zich hadden gedragen als mannen, als mensen.

Bron: twitter.com

Verkrachters, aanranders, en mensen die hen beschermen, vertellen ons dat ze niet uniek zijn, dat alle mannen zich gedragen zoals zij – gewelddadig. Ze proberen ons ervan te overtuigen dat dit waar is, en helaas, soms slagen ze daarin.

Ze hebben het verkeerd. Ze liegen. Ze proberen iets te normaliseren wat niet normaal is, want als ze het kunnen normaliseren, dan hoeven ze niet verantwoordelijk te zijn voor hun eigen verschrikkelijke daden. Voor verkrachting kiezen ís niet normaal. Aanranden is geen inherente eigenschap van man-zijn. Het is essentieel dat we deze ideologie herkennen en het gebruik van geweld nooit de-stigmatiseren, dat we nooit degenen geloven die ons willen wijsmaken dat dit de status-quo is.

In mijn leven heb ik allerlei soorten ervaringen gehad. Helaas ben ik misbruikt. Ik ben ook níet misbruikt. Het verschil zat hem nooit in wat ik droeg, hoeveel ik flirtte of hoeveel ik had gedronken. Het enige verschil was of de mannen het oké vonden om me te misbruiken.

Dit artikel verscheen in originele versie op Vox.com is met toestemming van de auteur door de redactie van OneWorld vertaald en herplaatst.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
maura-quint

Over de auteur

Maura Quint schrijft onder andere voor The New Yorker en Paste Magazine.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief