De chapan in de Parijse boetiek is een ontwerp van de Zwitsers-Afghaanse Zolaykha Sherzad. Het is geen gewoon kledingstuk: hij is veel groter dan gebruikelijk. De mouwen zijn naar binnen gekeerd en in de voering hebben vrouwen in Kaboel hun gebeden en wensen voor hun familie en hun land geborduurd. De chapan van Zolaykha Sherzad belichaamt de Afghaanse trots. Een trots die veel te lang werd weggedrukt. “Voor mij is de traditionele chapan een ornament, een versiering. Uiteindelijk dient een kledingstuk niet alleen om je te beschermen, maar ook om jezelf te vieren”, zegt de ontwerpster. Sherzad ontwierp deze chapan om de vrouw te vieren.

Zolaykha Sherzad werd geboren in Kaboel, Afghanistan. Op 10-jarige leeftijd vluchtte ze met haar ouders naar Zwitserland. Na haar studie architectuur werkte ze voor verschillende architectenbureaus in Zwitserland, Japan en New York, waar ze in 1995 naartoe verhuisde en nog steeds woont.

In 2000 richtte ze in Afghanistan de School of Hope (SoH) op. Inmiddels is SoH gefuseerd met de School of Leadership for Afghanistan. In 2004 richtte ze het modemerk Zarif op. De kleding wordt door Afghaanse mannen en vrouwen in Kaboel gemaakt. Ze wil daarmee nieuw leven blazen in oude tradities als weven en borduren.

“Mijn belangrijkste inspiratie was de chapan voor mannen. Ik heb er één gemaakt, die ik mocht tentoonstellen bij Documenta in Kassel, in de biënnale van Havana en in Parijs”, zegt ze. Sherzad heeft mantels in verschillende tinten blauw bijeengebracht, van verschillende materialen en op verschillende plaatsen in Afghanistan gemaakt. Die heeft ze in kleine stukken opgedeeld om er uiteindelijk één groot kledingstuk van te maken.

Het is een creatie waarmee ze de eenheid tussen de verschillende etnische groepen in Afghanistan en tussen mensen met verschillende sociaal-economische achtergronden wilde benadrukken. “Sommige delen zijn van zijde, wat erg ceremonieel is. Andere zijn van katoen, dat in het dagelijks leven en door de gewone mensen gedragen wordt. Er zijn wensen en gebeden in de voering genaaid.” Anders dan bij de chapan van de vrouw, waar de mouwen naar binnen zijn gekeerd als symbool van ingetogenheid, openen de mouwen van de mannelijke chapan horizontaal.

Zolaykha Sherzad creëert niet door stukken textiel aan elkaar te naaien, maar door ze in elkaar te laten opgaan. Via textiel wil ze op verschillende niveaus bruggen bouwen. De wensen en gebeden geven een zekere spiritualiteit aan het kledingstuk en een perspectief op een betere toekomst. Het is te zien dat de Zwitsers-Afghaanse architecte erg begaan is met de mensen in haar land van herkomst.

Haar artistieke uitingen via textiel vloeien voort uit haar betrokkenheid bij de mensen in Afghanistan en uit de sociale onderneming die ze in 2004 in Kaboel heeft opgericht. Die is niet enkel bedoeld om een groep mannen en vrouwen aan het werk te helpen, maar ook en vooral om de Afghaanse identiteit in al haar diversiteit en kracht van onder het oorlogsstof te halen en te herwaarderen.

Architecte wordt ontwerpster

_E9A7218-cor
Kleine stukken van tientallen mantels worden één groot kledingstuk, dat de verschillende kanten van Afghanistan verbindt. Beeld door: Mashid Mohadjerin

Het meisje dat op tienjarige leeftijd samen met haar ouders de oorlog ontvluchtte en in Zwitserland een veilig oord vond, is haar land van herkomst nooit vergeten. Al wist ze dat gevoel gedurende een lange periode te onderdrukken. “Ik heb mijn land op een brutale manier verlaten”, vertelt ze. “Als je tiener bent, probeer je je herkomst te verloochenen. Dat was althans het geval bij mij. Ik wilde in de Zwitserse context opgaan. Het is pas na mijn studies en nadat ik ben begonnen met werken, dat ik op zoek ging naar mijn wortels. Maar behalve wat nostalgische herinneringen had ik geen aanknopingspunten in Afghanistan.” Het eerste wat in haar opkwam toen ze iets wilde doen voor haar land van oorsprong, was onderwijs. “Als kind heb ik zelf mijn toevluchtsoord in de school gezocht.”

In Afghanistan trof ze vernieling en grote armoede, maar ook hoop en de wil om te leven

En ze had geluk. Haar leerkrachten ontfermden zich over haar. Van haar kant gaf ze alles om door de moeilijkheden heen te raken. Ze deed het goed op school en studeerde af als architecte. Na haar huwelijk verhuisde ze naar de VS, waar ze nog steeds woont. “Als er grote conflicten zijn, zoals het geval is bij oorlog of als gevolg van migratie, kan een kind zijn plaats niet vinden. Een kind voelt zich een last en begrijpt niet wat er rondom hem gebeurt. Ik heb me volledig op school gericht en ik weet hoe belangrijk dit was voor mij om op te groeien en open te bloeien. Daarom heb ik de School voor Hoop opgericht. Een project dat ik in 2000 lanceerde om lagere en middelbare scholen in Afghanistan te steunen.”

Het avontuur begon bij de ontmoeting met een Afghaanse tapijtenverkoper in New York. Ze organiseerden samen een evenement en wisten 7000 dollar in te zamelen. Twee maanden later vertrok Sherzad samen met haar man naar Pakistan. Haar Zwitsers-Franse man kreeg een visum voor Afghanistan, maar zij was vluchteling en mocht het land niet in. Na de val van de Taliban in 2001 kon ze haar land van herkomst voor het eerst bezoeken. Ze zocht onmiddellijk haar oude school op. Wat ze aantrof waren vernieling en grote armoede, maar ook hoop en de wil om te leven. “De kinderen hebben niets, te weinig kleren en geen goede schoenen, maar ze hebben de vonk van het leven in hun ogen en een glimlach op hun gezicht. Dat heeft me enorm gefascineerd”, vertelt ze.

“Want wat betekent vrede? Vrede is een dak boven het hoofd hebben, vrede is stromend water en elektriciteit hebben. Vrede betekent dat de basisvoorwaarden voor een normaal leven voorzien zijn. Spijtig genoeg leven we in een systeem dat ons afleidt van wat echt telt. We beseffen niet genoeg hoe kostbaar het leven is. Je moet niet wachten op ellende om je verbonden te voelen met wat er in de wereld gebeurt. Maar naast het materiële aspect is er ook de emotionele vrede. Er zijn mensen die familieleden hebben verloren, die fysieke letsels hebben opgelopen. Het is verschrikkelijk om een oorlog mee te maken. In Afghanistan duurt die al veertig jaar. De oorlog is nog steeds niet helemaal voorbij.”

Kostbare ambachtslui

62787_125222_nCsp3k
Beeld door: Mashid Mohadjerin

Zarif, het merk dat ze in 2004 lanceerde, is geboren uit de ambitie om met de gewone man en vrouw samen te werken. De naaiopleiding die de architecte een jaar lang had gevolgd, kwam van pas om met textiel te werken. Want het effect van de oorlog op deze sector was niet gering. “De tapijtensector heeft de oorlog overleefd, maar de ambachtelijke kleding kwam onder druk te staan. Er was geen lokale markt meer voor dat soort kleding.”

“Wat op de markt te vinden is, is synthetisch en goedkoop – en dat is normaal, want mensen hebben de middelen niet om kleren te kopen die artisanaal gemaakt zijn. Bovendien brachten de vluchtelingen die uit landen als Pakistan, Iran en India terugkwamen nieuwe gewoontes met zich mee. Er was geen interesse voor wat plaatselijk kon worden gemaakt. De kennis en de knowhow van de Afghaanse ambachtslui dreigden te verdwijnen, en zo ook de Afghaanse culturele identiteit.” Met Zarif, dat in het Farsi ‘kostbaar’ betekent, wil Sherzad het borduren, een werk dat zoveel geduld vraagt, waarde geven. “Wat Zarif wil doen, is actualiseren en moderniseren zodat mensen opnieuw in de ambachten geïnteresseerd raken. Er is een internationale markt die zich op dat vlak kan ontwikkelen”, zegt ze.

Bron: www.instagram.com

“Het is deels een terugkeer naar de bron, maar dan met een moderne visie. Modern staat niet gelijk aan westers”, benadrukt de ontwerpster. “Modern betekent: dat wat we al hebben, herinterpreteren en geschikt maken voor het hedendaagse leven. Ik werk met elementen en concepten van oude stukken, naakt en minimalistisch. De stof is Afghaans. Voor de voering werk ik met stoffen met typisch Afghaanse motieven en bloemen. Aan de buitenkant breng ik elementen aan, onder meer via borduurwerk, die naar de Afghaanse cultuur verwijzen.”

Vrouwen weer plaats geven in het openbare leven

Naast vernieuwen wil het merk Zarif vooral bruggen bouwen, tussen de verschillende etnische groepen in Afghanistan en ook tussen mannen en vrouwen. Het project heeft een dertigtal mensen in dienst. De meester-kleermakers zijn mannen en de naaisters zijn vrouwen. “Zarif wil de vrouwen opnieuw een plaats geven in het openbare leven”, zegt Sherzad. “Niet op een brutale of kunstmatige manier, maar op een natuurlijke manier. Door hen bijvoorbeeld werk te bieden buitenshuis.” De strategie van Zarif is om werk te verzekeren en een goed loon uit te betalen, het hele jaar door, zodat er stabiliteit is voor de werknemers.

Bron: www.instagram.com

Ik wil via een jasje mensen met Afghanistan verbinden

Zarif is aanwezig in Parijs en in de VS, en het bedrijf draait dankzij de inzet van vrijwilligers die Sherzad in haar project steunen. In Afghanistan zelf is de vraag beperkt. De interesse situeert zich vooral in de kringen van diplomaten, artiesten en mensen die de Afghaanse cultuur in het buitenland willen vertegenwoordigen. Dat heeft te maken met het gebrek aan een middenklasse, zegt de ontwerpster. “Er moet eerst een middenklasse komen in Afghanistan, voordat de vraag naar dit soort kleding toeneemt.”

“Ik zou willen dat wie een stuk koopt, dat doet omwille van de geschiedenis die erbij hoort. Ik zou niet willen dat men het uit medelijden koopt. Dat is niet het idee achter dit project. Ik toon juist de sterkte van Afghanistan. De ambachtelijke deskundigheid vertegenwoordigt de mens en zijn veerkracht, ondanks veertig jaar oorlog. We moeten de vrede opbouwen en een volk steunen dat een rijke geschiedenis heeft, maar dat ook enorm heeft geleden. Ik heb via dit project voor mezelf een brug gecreëerd met mijn land van herkomst. Nu wil ik via een jasje ook andere mensen met Afghanistan verbinden.”

De kracht van Afghanistan

Zolaykha Sherzad beseft dat haar engagement in de eerste plaats een persoonlijke behoefte vervult, maar het is – hoe kleinschalig ook – tegelijkertijd een manier om de trots van de Afghanen te herstellen.

“De Afghaanse trots is, zoals in alle culturen, wat de mensen ter plaatse maken. We hebben veertig jaar lang oorlog gekend en veel is verloren gegaan. Het is belangrijk om erop te wijzen dat onze geschiedenis geen geschiedenis is van oorlog en van interne conflicten. Onze geschiedenis is het resultaat van een externe invasie die vernietigend was, zowel fysiek als sociaal. De invasie was bruut en het effect daarvan op de verschillende groepen die gestreden hebben, was dat ze zich achteraf tegen elkaar hebben gekeerd. Er was geen leiding, er was geen internationale belangstelling en geen plan om hen samen te brengen. Men heeft Afghanistan aan zijn lot overgelaten, een land in puin achtergelaten. De burgeroorlog was moordend. De strijd draaide om macht en de mensen raakten verdeeld. Het probleem van etniciteit dook op. Iedereen werd bewapend. Dat was niet het geval voor de invasie. Ik wist vroeger niet dat ik Pasjtoen was, ik was Afghaanse.”

We proberen kleine positieve zaadjes te planten. Deze vrede is fragiel

“Via dit project spreek ik over Afghanistan. Ik spreek niet over het conflict, wel over de kracht van het land, en ik probeer deze kracht te gebruiken om de toekomst op te bouwen. Ik denk niet dat we de problemen oplossen door achterom te kijken, door te vragen wat de oorzaken van de huidige situatie zijn en wie de fouten heeft gemaakt. Dat zijn volgens mij niet de juiste vragen. De vraag moet zijn: wat hebben we nu? Hoe kunnen we wat we nu hebben, vergroten en vermenigvuldigen? We proberen kleine positieve zaadjes te planten zonder het lijden te vergeten. Deze vrede is fragiel. Mensen staan ’s morgens op, gaan naar buiten en misschien ontploft er een bom. Ze weten niet of ze weer naar huis kunnen.

Ik denk dat dit ook voor ons geldt. We weten ook niet wat ons kan overkomen als we onze huizen uitgaan. Alleen al dat beseffen, kan volgens mij de zaken doen veranderen. We zijn te vaak bezig met van alles en nog wat te plannen voor de nabije en verre toekomst. Dankzij dit project heb ik geleerd om in het heden te leven. Ik heb geleerd om meer te waarderen wat we hebben.’

Dit artikel verscheen eerder op MO.be

Het Antwerpse modemuseum MoMu en het Kortrijkse Leie- en vlasmuseum Texture presenteren de tentoonstelling ‘Textiel in Verzet’, tot en met 16 februari 2020 in Texture Kortrijk. Met tekst van Samira Bendadi en foto’s van Mashid Mohadjerin. Naar aanleiding van de expo verschijnt ook de publicatie Textiel in Verzet bij Uitgeverij Hannibal.

3014843021_b07eb48a47_b

Afghanistan: een veilige haven voor terreurgroepen

Afghanistan is ’s werelds veiligste haven voor terreurgroepen. Trump probeert het tij…

IMG_9880 Weiyu Hung – Rhyme collection

Mode en duurzaamheid gaan hand in hand, vinden deze ontwerpers

Drie ontwerpers vertellen hoe zij de relatie tussen mode en duurzaamheid invullen.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
samira_bendadi_2017

Over de auteur

Samira Bendadi schrijft voor MO* over diversiteit in eigen samenleving en de regio Noord-Afrika.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief