Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

Ik vroeg aan mijn huisgenoot: “Wat is denk je het tegengestelde van de verlosser? Wie brengt ons juist alle schuld?”
Er werd gelachen. “De cynicus, of misschien de geschiedenis, of de realist?”
En na nog een moment: “Wijzelf? Wij als soort?”
Hij lachte nog een keer. “Midden in een overstroming is dat waar je aan denkt?”
“We wonen toch op de derde verdieping,” antwoordde ik.
“Ja, maar boodschappen doen zit er voorlopig niet in,” zei hij, terwijl hij uit het raam de straat in keek.

Het eerste wat ik deed toen duidelijk werd dat we voorlopig de deur niet uit konden was de keukenkastjes nalopen. Sinds de crisis moest ik om boodschappen te kunnen doen eerst langs een pandjeshuis. Die waren nu op elke straathoek te vinden. In een vorig leven had ik met de zelfvoldaanheid van een armlastige intellectueel niets om wereldse bezittingen gegeven, maar nu het geld niets meer waard was werd dat een serieus probleem. Ik had al de vierkante barnstenen oorbellen van mijn moeder verpatst. Er was een scherf uit een van de hoekjes, maar de vlakke stukken steen hadden nog steeds de stroperige elegantie van in honing stilstaande tijd. Vervolgens een zilveren slavenarmband en daarna een paar gouden oorbellen, ringen van zo’n bescheiden formaat dat ik hoopte er genoeg voor te krijgen om een brood te kopen. Uiteindelijk kon ik van de opbrengst nog net een paar kilo meel krijgen, gelukkig hadden we nog wat olie in huis.

Het speet me niet dat die overvloed niet meer beschikbaar was, maar dat ik er niet van had genoten toen het er nog was

Maanden al droomde ik, zowel wakend als slapend, van overvloedige pre-crisis-maaltijden. Aardbeien in de winter, afhaalroti met bara’s en hete saus, droge, zoute worst, romige pasta met parmezaan, mierzoete koekjes. Zoveel je wilde, wanneer je maar wilde. Roomboterwafels, stroopwafels, olijven en oude kaas. Knapperige komkommers, paprika en ijsbergsla het hele jaar door. Nu aten we de meeste dagen bonen. Gedroogde bonen gekookt met laurierblad, wat kruidnagel en een halve steranijs. De kruiden viste ik er weer uit om ze nog een keer te gebruiken. De variatie beperkte zich tot de kleur en afmeting van de bonen.

object-02
Beeld door: Zarlasht Zia

Was deze schaarste een straf? Een straf voor de onachtzaamheid waarmee ik in de vette jaren kilo’s en kilo’s chocola had weggewerkt? Voor die onnadenkend opgeslurpte liters koffie? Voor de plichtsbewust bewaarde restjes in de koelkast die verrot waren voor ze opgegeten konden worden? Het speet me niet dat die overvloed niet meer beschikbaar was, maar dat ik er niet van had genoten toen het er nog was. Er was altijd te veel eten geweest, iets waar met moeite afstand van gehouden moest worden om dan toch, zonder plezier maar compulsief, naar binnen gewerkt te worden tot het op was. Wat een dom idee, alsof een globale crisis ooit een individuele straf zou kunnen zijn. Met zulke tegenargumenten probeerde ik het gevoel van schuld van me af te schudden, maar er bleef altijd iets hangen. Een vorm van schuld die niet mobiliseerde maar verlamde. Dubbel nutteloos.

Ik zou het nooit toegeven, maar ik maakte me nog de meeste zorgen om de boeken

De pandjesbaas droeg bij elk bezoek een nieuw, extravagant driedelig pak. De laatste keer was het een glimmende, lila outfit. Wanneer hij vriendelijk lachte, openbaarden zich de verschrikkelijke ruïnes van zijn gebit. Ik was gefascineerd door het gapende gat tussen dat pak en die afbrokkelende, zwarte tanden. Wat zag deze man als hij naar zichzelf keek? Hoe kon hij piekfijn gekleed de deur uit gaan, maar niets aan zijn tanden doen? De herstelwerkzaamheden zouden ongetwijfeld niet meer kosten dan één zo’n maatpak. De werkelijke fascinatie, de echte bron van mijn afschuw was natuurlijk de overtuiging dat er in mijn eigen verschijning ook zulke discrepanties moesten zitten. Schandelijk onzichtbaar voor mijzelf, en zo beschamend duidelijk voor anderen.

object-03
Beeld door: Zarlasht Zia

Beschamende discrepanties niet alleen in het uiterlijk, maar verder nog, in wat ik wist dat een juist leven zou zijn, en wat ervoor nodig was om een comfortabel leven te leiden. Of, nog erger, dat ik er nog altijd van overtuigd was dat een comfortabel leven niet samen zou gaan met een juist leven.

Op de ochtend van de overstroming opende ik mijn ogen en de zon bescheen zoals elke dag in een langgerekte ruit van wit licht de klaprozen op het waterverfschilderij dat ooit bij mijn oma – langer dood dan ik haar gekend had – aan de muur had gehangen. Zonder ooit werkelijk actie te ondernemen om het schilderij te verplaatsen, keek ik elke dag naar het licht, bezorgd dat het rood van de immer bloeiende klaprozen zou verbleken nu het onder mijn hoede was en ik besefte dat de tijd me verraden had. Ik had met mijn ogen geknipperd en was wakker geworden met meer tijd achter me dan voor me. Hoe elastisch de tijd ook was, er was geen teruggaan waarin ik weer kon zitten op de mosterdkleurige fluwelen poef aan de voeten van mijn oma’s fauteuil terwijl zij me voorlas en de rode poes zonder staart die niet van kinderen hield zich verborg achter de los geweven bruine bouclé gordijnen.

’s Middags was het water nog niet zo hoog dat de auto’s wegdreven. Het kwam waarschijnlijk tot mijn knieën. De vreemdste dingen dreven voorbij in het stinkende, troebele water. Losse schoenen, enorme afgebroken takken, een plastic speelgoedfornuisje, kapotte paraplu’s, een dood hondje.

Ik zou het nooit toegeven aan mijn huisgenoot, maar ik maakte me nog de meeste zorgen om de boeken. Wie was ik zonder dat externe geheugen? Omdat ons huis te goed was geïsoleerd, of dat zei een bron op internet, werden ze al jaren opgevreten door een plaag van zilvervisjes. In het vorige appartement waren de boeken tegen de vochtige muren aangetast door zwarte, brokkelige schimmel. Te weinig isolatie. Misschien moest ik die verzameling ook afschrijven als een luxe uit een vorig leven. Ze waren niet eens te ruilen tegen eten of valuta.

object-10
Beeld door: Zarlasht Zia

De stroom was ondertussen uitgevallen, we hadden voor de zekerheid ook het gas afgesloten. Op het balkon stonden alle afsluitbare flessen en potten die we hadden kunnen vinden, gevuld met kraanwater. In de badkamer tot de rand gevulde emmers, teilen, pannen en haastig geleegde plastic opruimdozen. Volgens de nationale voorlichtingsfolder hadden we 4 liter per persoon per dag nodig, maar het was duidelijk dat je daarmee de wc niet kon doorspoelen en nauwelijks een dagelijks kattenwasje zou kunnen uitvoeren. Volgens het weerbericht zou de hevige regen nog een dag duren. Het waterpeil in de rivier was de afgelopen weken al gestegen door heftige regenval stroomopwaarts. Door gebrekkig onderhoud had een gemaal het begeven en er was een dijk verzakt. Ook een ramp vergt voorbereiding.

Ons noodpakket: radio, zaklamp, EHBO-trommel

De man op de calamiteitenzender zei voortdurend hetzelfde: “Als iedereen tegelijk de snelweg op wil, krijgen de wegen veel te veel verkeer te verstouwen. Al bij 15 cm hoogte kan een auto niet meer rijden. Onderweg door het water overvallen worden, is levensgevaarlijk. Hou daarom uw telefoon in de gaten, de veiligheidsregio informeert over evacuaties.” Hij raadde aan te zorgen voor een overlevingspakket: dekens, een paar flessen water, een zaklamp en een transistorradio. Genoeg om het 48 uur uit te houden. Het advies voor de samenstelling van een overlevingspakket aan luisteraars die al vastzaten was enigszins ontmoedigend. Of was het wel advies? Misschien was het eerder een waarschuwing dat we altijd al hadden moeten weten dat niemand ons zou komen redden. Nadat we een paar maanden geleden op het nieuws beelden van overstromingen in het zuiden van het land hadden gezien, waren we halfslachtig begonnen met het samenstellen van een noodpakket. Maar we waren niet verder gekomen dan een doos met een radio op batterijen, een zaklamp en EHBO-trommel ingeklemd tussen de boiler, strijkplank en stofzuiger in de gangkast.

Nadat we de hele hectische dag hadden geprobeerd het nieuws bij te houden en erachter te komen of vrienden en familie veilig waren, werden we in de vroege winterschemering overvallen door een gevoel van verlatenheid. Het flakkerende kaarslicht wierp een onheilspellend licht op de scheuren in de muren. De fundering was aan het verzakken door rot in de houten heipalen nu die aan zuurstof waren blootgesteld door het dalende grondwaterpeil. Er zat wel enige humor in het feit dat we werden getroffen door droogte en overstroming tegelijkertijd, maar zo gaat het met de meeste crises. Hoeveel moeite we ook deden het idee van een normaal leven in stand te houden, alles leek uit elkaar te vallen. Toen de opwinding was gezakt, begonnen we ons direct te vervelen, dat gaat snel. We probeerden de stroom op onze apparaten zo lang mogelijk te sparen, dus waren we op elkaar aangewezen. In het voorouderlijke licht van een paar kaarsen aan de eetkamertafel vroeg ik mijn huisgenoot of hij nog klimaatmoppen kende. Hij lachte weer. Ik was blij dat ik hem nog steeds aan het lachen kon krijgen.
Ja, ik weet nog wel een mop, zei hij.
Ik was verrast. “Vertel, vertel!”
“Waarmee schep je het water uit je huis als de zeespiegel is gestegen?”
“…”

image0

Hoopvolle toekomstfictie: ‘Wendingen’

Fictie kan de wereld niet redden, maar ons wel verplaatsen in het leven van een ander.

CMS FORMAT boekenlijst klimaat versie 2

Leestips: 7 boeken over klimaatrechtvaardigheid

Over het verband tussen kolonialisme, racisme en klimaatontwrichting.

Over de auteur

Fiep van Bodegom publiceert recensies, essays, interviews, vertalingen en proza en is redacteur bij De Gids. Momenteel werkt ze aan haar …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief