Op de top in Madrid (2 tot en met 15 december) zouden regeringsleiders de afspraken uit het Akkoord van Parijs verder uitwerken in een set van ‘spelregels’ waarmee de afgesproken doelstellingen gehaald moesten worden. Een van de belangrijkste punten op de agenda was het maken van nieuwe afspraken over het emissiehandelssysteem1. Die kwamen er niet. Wel was er de onduidelijke slotverklaring van de deelnemende landen dat ze hun ‘klimaatbeschermingsdoelen zullen aanscherpen’. Klimaatgezant Marcel Beukeboom, die op de top aanwezig was, vindt de onderhandelingen veel te langzaam gaan. Toch blijft hij hoopvol.

Even herhalen: wat ging er mis op de afgelopen klimaattop?
“Sommige landen konden niet instemmen met strengere regels rondom emissierechten. Ze zijn afhankelijk van fossiele energie en willen de binnenlandse ontwikkeling en productie beschermen. Australië, Brazilië, de VS en Saudi-Arabië liggen bijvoorbeeld dwars, om verschillende redenen. Die landen willen een akkoord tekenen waar ze zelf geen last van hebben. Zoals altijd met internationale onderhandelingen: er is een spanning tussen het eigenbelang op korte termijn en het collectieve belang op lange termijn.”

Marcel Beukeboom (47) studeerde Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Groningen en was tijdens zijn studietijd gemeenteraadslid. Erna bekleedde hij verschillende diplomatieke functies. Sinds 2016 is hij de klimaatgezant van Nederland. Als klimaatambassadeur vertegenwoordigt hij Nederland bij internationale klimaatconferenties, en is hij betrokken bij Nederlands klimaatbeleid. Eind 2019 werd hij door de Volkskrant op de 70e plaats genoemd in de lijst van de 200 meest invloedrijke Nederlanders.

Maar er waren toch ook lichtpuntjes?
“Geen afspraken over het emissiehandelssysteem betekent in elk geval dat er ook geen sléchte afspraken zijn gemaakt. Ik hoop dat we daar volgend jaar echt meer over kunnen afspreken. Maar het allerbelangrijkste is dat in 2020 de ambitie in de nationale klimaatplannen echt is verhoogd, zoals we eerder ook al in Parijs afspraken. We hebben een jaar voor de boeg van veel praten en druk op die landen uitoefenen.

Misschien wel het allerbelangrijkste: jongeren waren weer massaal aanwezig

Daarnaast is een klimaatconferentie veel meer dan een groep landen die aan het onderhandelen zijn. Er waren 25.000 mensen aanwezig, en maar een klein deel van hen waren onderhandelaars. De beweging rondom de conferentie was enorm; er waren bedrijven, financiële instellingen en maatschappelijke organisaties, die allemaal met elkaar bespraken hoe ze de Parijs-plannen kunnen uitvoeren, en die ongeacht de uitkomsten van de internationale onderhandelingen tot actie overgaan. Ook presenteerde de EU de Green Deal, met plannen om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Daarmee neemt Europa het voortouw en kan het een voorbeeld zijn voor de rest van de wereld.

En misschien wel het allerbelangrijkste: jongeren waren weer massaal aanwezig. Jongeren laten op veel manieren van zich horen, als demonstranten zijn ze het meest zichtbaar, maar ook als meedenkers over klimaatbeleid komen we ze steeds meer tegen. Deze invloed is steeds meer een factor van belang aan het worden.”

Sinds 1992 zijn er talloze klimaatconferenties geweest, maar het laatste Emissions Gap Report loog er niet om: het gat tussen wat landen moeten doen om Parijs te halen, en de plannen die ze hebben om er te komen, wordt steeds groter. Hebben klimaatconferenties wel zin?
“Het is zoals Churchill ooit zei over de democratie: het is een slecht systeem, maar we hebben niks beters. Zo is het ook met internationale onderhandelingen. We hebben elkaar nodig, we móéten afspraken maken. Die onderhandelingen gaan inderdaad veel te langzaam, maar dat wil niet zeggen dat er nog niets is bereikt.

Tijdens de eerste klimaattop werd nog een duidelijke scheiding gemaakt tussen arm en rijk, ingegeven door het koloniale denken. De rijke, geïndustrialiseerde landen waren met name verantwoordelijk voor de uitstoot, en die landen waren dan ook verplicht hun uitstoot te verminderen. Het betekende een vrijstelling voor armere landen. Voor China en India bijvoorbeeld, landen die nu een groot aandeel hebben in de mondiale uitstoot en zich erg ontwikkeld hebben en veel rijker zijn geworden.

In Parijs zijn landen afgestapt van die oude scheiding, en heeft die plaatsgemaakt voor een solidariteitsprincipe. De landen zijn overeengekomen dat álle landen hun uitstoot moeten verminderen, maar dat rijkere landen armere landen financieel tegemoet moeten komen. Dat solidariteitsprincipe is een stap in de goede richting, maar moet nog wel uitgevoerd worden. Klimaat is hét voorbeeld van een internationaal vraagstuk dat niet is op te lossen door je terug te trekken binnen je eigen landsgrenzen.”

Komt het dan allemaal aan op de bereidheid van overheden?
“Nee, je ziet gelukkig ook veel initiatieven vanuit bedrijven, burgers en de financiële sector. Pensioenfondsen, banken en financiële instellingen willen bijvoorbeeld meer investeren in groen. Het Parijs Akkoord dient hierbij als inspiratie. Zonder dat Akkoord zou er een stuk minder beweging in de private sector en bij burgers zijn.

Verandering via de rechterlijke macht is een ander spoor. Ook daar worden tegenwoordig slagen gewonnen. Er lopen inmiddels wereldwijd veel zaken van burgers tegen bedrijven en overheden maar ook van overheden tegen bedrijven. De vrijdag bij de hoogste rechter gewonnen zaak van Urgenda is wereldwijd het bekendste voorbeeld. Deze zaak dient voor velen als inspiratie, al zal de Nederlandse jurisprudentie vast niet overal tot dezelfde uitkomst leiden. Desalniettemin heeft het juridische spoor iets toegevoegd en wordt ook op die manier de druk opgevoerd om met ambitieus klimaatbeleid te komen.”

Zijn die verschillende sporen zoals je het noemt, genoeg om de doelstellingen van Parijs, een maximale opwarming tussen 1,5 en 2 graden, nog te redden?
“Klimaatpanel IPCC heeft gezegd dat het nog steeds mogelijk is. Mijn inzet is er dus op gericht dat we het gaan halen. Er moeten alleen wel meer maatregelen genomen worden.”

Maar hoe zorgen we ervoor dat die er komen? Hebben we eerst nog meer ‘rampen’ nodig om tot die maatregelen te komen?
“Helaas werkt het vaak wel zo. Je ziet dat Australië deze keer de afspraken niet wilde tekenen, terwijl het land letterlijk in brand staat. De kolensector is er belangrijk voor energie en export, de gemiddelde uitstoot per inwoner is een van de hoogste ter wereld. Lang wilde Australië vooral die eigen activiteiten beschermen. Maar de wetenschap is duidelijk: de bosbranden waarmee het land geteisterd wordt houden verband met klimaatverandering. Het wordt er steeds warmer en droger. De mensen pikken daar niet langer dat politici de andere kant op kijken, en gaan de straat op, laten van zich horen. Dit zorgt uiteindelijk voor een groter draagvlak om klimaatmaatregelen te nemen.

En overal ter wereld werkt het zo: klimaatverandering wordt steeds zichtbaarder en het bewustzijn groeit. De smog die steden als Jakarta en New Delhi bijna onleefbaar maken, kunnen autoriteiten daar niet meer negeren. Ook de stikstofcrisis in Nederland is een voorbeeld van de grenzen aan de groei. De wal is het schip aan het keren.”

Toch keert het schip uiterst langzaam. Verlies je nooit de hoop?
“Natuurlijk kan ik ook weleens moedeloos raken van het besef dat we overal tegen de grenzen van ons ecosysteem aanlopen, van de voorspellingen die de wetenschap doet, en van de gevolgen die we nu al niet meer af kunnen wenden. We hebben al te maken met extremer weer, met een zeespiegelstijging die op eilandstaten en in deltalanden als Vietnam en Bangladesh kusterosie en verzilting veroorzaakt, en uiteindelijk stukken land opslokt. In de VS en landen in Centraal-Afrika heeft men juist steeds meer last van droogte, die de landbouw en voedselvoorziening voor heel veel mensen bedreigt. Klimaatverandering draagt hierdoor bij aan een verslechterende economische situatie en meer migratie.

Je ziet dat men kritisch kijkt naar het systeem en dat de verandering is ingezet

En hier in Nederland waar we altijd hebben gestreden tegen water en dat ook in toenemende mate zullen moeten blijven doen, dreigt er een gevaar voor de drinkwatervoorziening. We lopen echt aan alle kanten tegen grenzen aan, precies zoals de Club van Rome 2 in 1972 voorspeld had. En dan hoor ik om me heen nog steeds het mantra van eindeloze groei, en dat ‘de wetenschap het nog niet over klimaatverandering eens is’. Dus ja, natuurlijk is het dan frustrerend dat verandering langzaam en moeilijk gaat.

Toch ben ik nog steeds hoopvol en optimistisch. Want ook al gaat het langzaam, er gebeurt al veel. Groeiden de bomen in de jaren negentig nog tot in de hemel, nu zie je dat men kritisch kijkt naar het systeem en dat de verandering is ingezet. En de jongeren die wereldwijd van zich laten horen, zorgen ervoor dat ik de hoop niet verlies: zij zetten wereldleiders, bedrijven en de medemens onder druk, en laten zien dat het ook anders kan.”

Klimaatconferenties door de jaren heen
Op de eerste klimaatconferentie, in 1992 in Rio de Janeiro, Brazilië, tekenden 197 landen een verdrag waarin ze vastlegden dat de uitstoot van broeikasgassen omlaag moest om klimaatverandering een halt toe te roepen. Sindsdien is er elk jaar een klimaatconferentie gehouden.

De conferentie in 1997, in het Japanse Kyoto, was van grote betekenis in de internationale klimaatonderhandelingen. Met het verdrag van Kyoto (of het Kyoto Protocol) kwamen industrielanden, die bij elkaar verantwoordelijk waren voor 55 procent van de wereldwijde uitstoot, overeen dat ze de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd met 5 procent wilden verminderen ten opzichte van 1990. Het verdrag werd in 1997 opgesteld en ging in 2005 van kracht, toen genoeg landen hun handtekening hadden gezet. Op deze conferentie werd ook een systeem van emissiehandels opgetuigd, waarmee landen een deel van de klimaatdoelstellingen kunnen realiseren in het buitenland, als daar de klimaatdoelstellingen al zijn gehaald.

Ook het akkoord dat gesloten werd op de conferentie in Parijs in 2015, werd met veel gejuich ontvangen. Daar sloten regeringsleiders een bindend akkoord waarin stond dat de opwarming van de aarde beperkt moest worden tot ten hoogste 2 graden, met een verwarming van maximaal 1,5 graden als streven. Details van het akkoord zouden later uitgewerkt worden. Ieder land mocht zelf bepalen hoe het de CO2-uitstoot zou beperken. Er was destijds al kritiek op dit akkoord: de vervuilende lucht- en scheepvaart waren bijvoorbeeld buiten schot gelaten.

mika-baumeister-gpZZtJDDkSc-unsplash

De stem van jongeren klinkt luider dan ooit

Klimaatgezant Marcel Beukeboom ziet dat jongeren definitief meedenken over klimaatbeleid.

Extinction Rebellion-demonstranten

Extinction Rebellion: vreedzaam, ongehoorzaam en wit

Loudi Langelaan was maandag bij ‘de klimaatopstand’ van Extinction Rebellion.

  1. Een emissiehandelssysteem is een markt waarin het recht om een eenheden CO2 uit te stoten wordt verhandeld. Door het terugbrengen van het totaal aantal rechten die in roulatie zijn en door het reguleren van de prijzen wordt het voor landen en bedrijven financieel aantrekkelijker om minder uit te stoten. ↩︎
  2. De Club van Rome is een groep Europese wetenschappers die bezorgd is om de toekomst van de aarde en de mensheid. De groep kwam voor het eerst bij elkaar in Rome in 1968. De Club bracht diverse rapporten uit over het milieu. Grenzen aan de groei (1972), waarin de wetenschappers een kritisch licht schenen op de groei van de wereldbevolking, is daarvan het bekendste voorbeeld. ↩︎
loudi foto linkedin blauwe trui

Over de auteur

Loudi Langelaan (25), journalist. Denkt en schrijft het liefst over de vraagstukken rond klimaatverandering en duurzaamheid.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief