Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

De kledingindustrie staat niet bekend om haar zuinigheid. In de wereld van de kledingrecycling zingt zelfs al jaren een droevig stemmend cijfer rond: wereldwijd zou amper 1 procent van de textiel worden gerecycled. Daar staat tegenover dat er jaarlijks zo’n 54 miljoen ton textiel geproduceerd wordt, waarvan maar liefst driekwart onverkocht wordt weggegooid. En de kleding díe wordt verkocht, wordt maar een handvol keren gedragen (de schattingen lopen uiteen).

De Europese Unie wil een einde maken aan die verspilling en aan de ‘fast fashion’: de Europese Commissie publiceerde een strategie voor het verduurzamen van de textielindustrie. Op papier is het te doen: in een ideale wereld kunnen we jaren door met de textiel die we al hebben en wordt versleten kledij gerecycled tot nieuwe producten. Maar voordat we kunnen spreken van het begin van een circulaire textielindustrie, zullen we toch echt aan het recyclen moeten slaan. En daarvoor moet gebruikte textiel eerst op grote schaal worden ingezameld.

Nieuwe EU-recyclingwet vanaf 2023

Vroeg of laat zullen alle merken moeten nadenken over wat ze doen met kleding die niet meer verkocht of gedragen wordt. Daarover is namelijk Europese wetgeving in de maak: de ‘uitgebreide producentenverantwoordelijkheid’ (UPV). Met de UPV worden producenten van consumentenkleding verantwoordelijk voor de inzameling, recycling, het hergebruik én het afvalbeheer van de producten die ze op de markt brengen. De wet gaat in op 1 januari 2023.

Dode huisdieren tussen de kleding

Die inzameling gebeurt bijvoorbeeld bij het Tilburgse textielrecyclingbedrijf Wolkat. Dat haalde vorig jaar een grote nieuwe klant binnen: de HEMA. Behalve kleren uit kledingcontainers komen in Tilburg ook afdankertjes binnen die rechtstreeks afkomstig zijn uit HEMA’s nieuwe ‘take-backprogramma’s’: in 24 filialen kun je sinds kort je oude textiel inleveren in ruil voor een kortingsbon. Het maakt daarbij niet uit of het om HEMA-producten gaat of niet. De bedoeling is dat daar op termijn gerecyclede en toch ‘gloednieuwe’ HEMA interieurproducten uit voortkomen. Maar daarvoor is er nog veel werk aan de kledingwinkel.

Natte kleding veroorzaakt schimmel in de volledige container, daar kan je niks meer mee

“Ik ben al dode huisdieren tegengekomen. Of natte kleding.” Turgay Aksu heeft al veel gezien in zijn 34-jarige carrière bij Wolkat. De logistiek medewerker staat midden in een opslagplaats vol jumbo-zakken met oude kledij, afkomstig uit inzamelcontainers. Om hem heen staan torenhoge balen textiel, gesorteerd op kleur. Drie balen vol jeans: in de eerste zijn ze nog intact, in de laatste tot vezels vermalen. Heel af en toe, want zo gaat dat bij kledingcontainers, stuit Aksu op een wansmakelijk tafereel. “De natte kleding veroorzaakt schimmel in de volledige container. Daar kan je niks meer mee.”

Annabelle Lampe (37) is productontwikkelaar bij Wolkat. Ze bedenkt nieuwe producten die van de hompen oude kleding kunnen worden gemaakt: van nieuwe kleding tot interieurproducten. Bij dochteronderneming Obatex, enkele kilometers verderop, wordt het textiel voorgesorteerd. Daar scheiden ze schoenen van textiel, of wordt kleding grofweg gesorteerd op kleur en samenstelling. De bonte van de witte was scheiden, zo kan je het je voorstellen. Gescheurde spijkerbroeken belanden in een eigen trechter. “Het meest gedragen kledingstuk ter wereld”, verklaart Lampe. “Ideaal voor recycling.”

CMS kledingdonatie 2
Het magazijn van Wolkat in Tilburg Beeld door: Thijs de Lange

Uit een eerdere samenwerking van Wolkat, met de Belgische winkelketen JBC, bleek dat het bedrijf 94 tot 96 procent van de ingezamelde textiel op een of andere manier een tweede leven kon geven: ongeveer de helft wordt een tweedehandsje, de rest kan worden gebruikt voor vilt, garen of als poetslap. De 4 tot 6 procent die niet kan worden gerecycled, wordt vernietigd. Verhoudingsgewijs is dat weinig: gemiddeld verdwijnt 15 tot 20 procent van wat in kledingcontainers wordt verzameld in de verbrandingsoven, vertelt Ramses Backx (54), sorteerder bij Obatex.

Door naar Marokko

Het lijkt misschien of bedrijven als Wolkat en Obatex aan het eind van de recycleketen staan, maar schijn bedriegt. Van de kleding en schoenen die in Tilburg binnengebracht worden, blijft maar “heel weinig” in Nederland, vertelt Backx. Gevraagd naar een schatting houdt hij het op 3 tot 4 procent. De rest verscheept Wolkat naar een dochteronderneming in Marokko, waar de lonen lager liggen en de expertise groter is.

In havenstad Tanger wordt textiel gescheiden op vezelsoort, samenstelling en kleur. In Tanger staan ook al de recyclingmachines klaar, die van je HEMA-afdankertjes een nieuw kussen moeten maken. De Marokkaanse vakmensen spinnen en weven die stoffen zelf weer aan elkaar. Van de textiel die Wolkat in Marokko laat verwerken is zo’n 40 procent bestemd voor de tweedehandsmarkt aldaar.

En dat roept ethsiche vragen op. In zijn boek Clothing Poverty: The Hidden World of Fast Fashion and Second-hand Clothes (herziene druk 2019) werpt de Britse milieuwetenschapper Andrew Brooks een kritische blik op de wereld van de gerecyclede kleding. Zijn conclusie: ethisch recyclen bestaat niet. Na veldwerk in Mozambique, Zambia en Zuid-Afrika concludeert Brooks dat de afzet van tweedehands kleding funest is voor plaatselijke economieën. Als landen massaal goedkoop textiel invoeren, dreigt voor textielproducenten aldaar faillissement. In Ghana verdween tussen 1975 en 2000 80 procent van de banen in de textielindustrie (al was dat niet enkel te wijten aan de invoer van tweedehands textiel).

CMS kledingdonatie 3
Van jeans tot fijn geshred materiaal. Beeld door: Thijs de Lange

Westerse recycling-initiatieven zouden vooral bedoeld zijn om klanten te trekken die, eenmaal binnen, waarschijnlijk ook iets nieuws zullen kopen, denkt Brooks. H&M werkt bijvoorbeeld samen met recycler I:CO, een afkorting voor ‘I collect’ oftewel ‘ik zamel in’. Volgens Brooks kan dat bedrijf nog geen 30 procent van de binnengebrachte kleding recyclen, terwijl I:CO volgens een woordvoerder van partner H&M1 juist stelt daarin gespecialiseerd te zijn. Wolkat scoort wat beter: dat recyclet naar eigen zeggen zo’n 40 procent.

Een ‘nieuwe’ rok waar je bij staat

CMS kledingdonatie 4
Een ‘takeback box’ van de HEMA Beeld door: Thijs de Lange

HEMA is lang niet de eerste retailer die textiel inzamelt in ruil voor korting. Fastfashionreuzen H&M, UNIQLO en Primark doen het bijvoorbeeld al langer. Het Zweedse H&M, dat al kleding terugneemt sinds 2013, scoort hoge ogen met zijn ‘in-store recyclingmachine’ Looop. In een filiaal in Stockholm kun je er zelf getuige zijn van hoe je T-shirt vervezeld en verwerkt wordt tot ‘nieuwe’ rok. “We willen voorkomen dat kleding op de vuilnisbelt belandt en het onze klanten gemakkelijk maken om hun oude kleding en huishoudtextiel in te leveren”, mailt Annet Feenstra, duurzaamheidsmanager bij H&M Nederland. In 2019 zamelde H&M wereldwijd volgens eigen onderzoek 29.005 ton kleding in.

Voor de Nederlandse markt zou recycling interessanter worden als een groter aandeel terug zou komen. Productontwikkelaar Lampe van Wolkat: “We zijn volop bezig met samples, kijken wat voor ontwerpen aanslaan bij de klant.” Marry Jansen, communicatieverantwoordelijke van HEMA, via mail: “De verwachting is dat wij van de gerecyclede garen interieurproducten maken, bijvoorbeeld gordijnen of kussenhoesjes. Mits er voldoende wordt geleverd, natuurlijk.”

Kledingmerken willen je oude kleding dus wel hebben, maar weten nog niet helemaal wat ze ermee willen en kunnen. Dat is niet zo vreemd als het klinkt, zegt retailexpert Marcel van Trier. “Voordat merken actie ondernemen, willen ze eerst weten of klanten hun kleren überhaupt willen doneren.” Van Trier is voorzitter van de expertgroep ShoppingTomorrow en begeleidt circulaire businessmodellen in de mode-industrie (zoals de take-backacties van HEMA). “Ze weten op dit moment nog niet eens of de kosten opwegen tegen de baten. Toch geven ze al wel een kortingsbon aan klanten die kleding bij hen inleveren.”

Die kortingsbon heeft een niet te ontkennen waarde. Maar hoe terecht de karmapunten zijn, dat zal dus nog moeten blijken. En tot slot blijft de kans bestaan dat consumenten zich, eenmaal in de winkel, laten verleiden om nieuw te shoppen. Annabelle Lampe en Ramses Backx van Wolkat zien in elk geval één goede reden om voor het afstaan van mijn textiel een terugnamepunt in een winkel op te zoeken: de kwaliteit van de kleding. Schimmel en andere nattigheid, dat hopen de werknemers van Wolkat niet te vinden in de bakken van HEMA. Want, zegt een lachende Lampe: “Anders dan bij kledingcontainers op straat gooit iemand daar niet zomaar een dood huisdier in. Vermoed ik.”

Dit artikel verscheen in de winter van 2021 in OneWorld Magazine.

Een close-up van een katoenplant, met andere katoenplanten op de achtergrond onder een strakblauwe lucht.

Katoen ‘dorstig’? Dat is een leugen van de mode-industrie

Modegiganten spinnen garen bij onjuiste claims.

Een illustratie van een poppetje met een donkerroze top en een lichtpaarse broek dat in de spiegel kijkt. Die spiegel staat links van het poppetje. Achter het poppetje hangt een kleurrijk tekening met roze, zwart en lichtblauw. Voor het poppetje is een laptop op de grond getekend.

Hoelang ga je die Black Friday-broek dragen?

Hoe kunnen we ze zo lang mogelijk van onze garderobe genieten?

  1. Ondanks herhaaldelijke interviewaanvragen wilde I:CO zelf niet voor dit artikel in gesprek. ↩︎
mg_7012

Over de auteur

Freelance journalist met focus op eerlijke mode

Sarah Vandoorne is een Belgische freelance journalist. Ze schrijft onder meer voor MO* Magazine, Eos Wetenschap, Charlie Magazine en One …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief