Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

Harry Mama Sistina wordt binnenkort vijftig jaar. Maar in plaats van een feest te organiseren zoekt hij naar een plaats om zijn kleren op te bergen. Sinds 17 maart is hij thuisloos. Die noodlottige dag trad de Surinamerivier buiten haar oevers en kwamen huizen in Nieuw-Lombé, een dorp in centraal-Suriname, onder water te staan.

Het district Brokopondo werd het zwaarst getroffen door de regenval. Volgens het Nationaal Coördinatiecentrum voor Rampenbeheersing (NCCR) werden 12.000 Surinamers in 35 dorpen langs de Surinamerivier getroffen door de overstromingen. In Nieuw-Lombé, een dorp met ongeveer 430 inwoners, stond het water op sommige plaatsen bijna 7 meter hoog. In Klaaskreek, het dorp aan de overkant van de rivier, varen de boten over de wegen. Drinkwater is er niet, want het waterstation staat onder water.

Mama Sistina zou op 17 maart gewoon aan het werk gaan. Hij werkt als machinist bij Grassalco, het mijnbouwbedrijf van de Surinaamse overheid. Maar het liep anders. Terwijl hij in alle haast zijn elektrische apparaten naar een hoger, droog gelegen huis verplaatste, bleef het water onophoudelijk zijn huis binnenstromen. Zijn kleren kon hij nog net op tijd redden, zijn klerenkast niet. Mama Sistina had een kleine boerderij met dertig eenden, in Suriname doksen genoemd. Twaalf ervan zijn verdronken.

Eind juni staat Mama Sistina’s huis al drie maanden onder water. Hulp heeft hij nog niet gekregen. “Er zijn veel mensen gekomen voor een interview. Ze registreren tot waar het water staat en gaan dan weer weg”, vertelt Mama Sistina terwijl hij onrustig een sigaret rookt. Hij heeft tijdelijk opvang gevonden in een leegstaand huis hogerop, verder weg van de rivier. Zijn kleren liggen in een houten schuur met een lek dak, gepakt in zwarte zakken en versleten sporttassen.

Wachten op hulp

CMS FORMAT suriname 3
Harry Mama Sistina Beeld door: Zoë Deceuninck

Sinds de overstroming is hij nog niet gaan werken. Omdat het maar blijft regenen houdt hij zijn bezittingen, of wat ervan over is, nauwlettend in de gaten. Al meerdere keren vroeg Mama Sistina om hulp: bij reddingswerkers, bij de overheid en bij Surinaamse stichtingen die bekend staan om hun inzamelacties. “Ik heb gevraagd om twee plastic bakken voor mijn kleren. In plaats daarvan kreeg ik een voedselpakket van de overheid”, zegt Mama Sistina.

“We willen een dak boven ons hoofd”, zegt Dayne Fonkel, buurvrouw van Mama Sistina en moeder van twee, hoogzwanger van een derde. Ook haar huis staat in juni nog steeds onder water. “De huizen storten in, zie je?” Ze wijst naar een houten huis in het water. De planken zijn aangetast door het water, de steunpalen hellen gevaarlijk opzij. Zelf was ze niet thuis toen het rivierwater haar huis binnenstroomde. Toen ze in de late middag van die 17de maart terugkwam van familiebezoek verderop in het dorp, probeerde ze nog te redden wat er te redden viel.

Haar diepvries, televisie en wandmeubel is ze kwijt. Haar groentetuin, waarmee ze in de eerste levensbehoefte van haar familie voorzag, staat blank. “Ik plant tayerblad, banaan, okra, peper, zoete cassave, suikerriet, antruwa en soepgroente. Alles ben ik kwijt”, verzucht ze. Een baan heeft ze niet, haar man werkt in de goudvelden en blijft soms maanden van huis. “Ik verblijf nu in een klein huisje van mijn moeder”, zegt Fonkel. Ze had al niet veel, nu heeft ze niets. “Met welk geld ga ik ons huis herstellen?”

De Surinaamse president deed er drie maanden over om de bewoners van Brokopondo persoonlijk toe te spreken

De regering reageerde traag op de waterramp. President Chandrikapersad Santokhi weet de ramp aan ‘de klimaatverandering’, vloog twee keer over het rampgebied en deed er drie maanden over om de bewoners van Brokopondo persoonlijk toe te spreken. Er werd in eerste instantie maar 265.000 euro vrijgemaakt voor de getroffen gebieden, goed voor één week hulp. Pas twee maanden na de ramp, besloot Santokhi alsnog de noodtoestand uit te roepen, waardoor Suriname ook een beroep kan doen op het buitenland voor noodhulp. Die kwam er van Nederland, China en Venezuela.

Discussie over de oorzaak

In juni dienden afgevaardigden van de getroffen dorpen een petitie in bij het Surinaams parlement in de hoofdstad Paramaribo. Daarin eisen ze een noodfonds en een onderzoek naar de oorzaak van de overstromingen. De situatie in de ondergelopen dorpen is onhoudbaar. Kinderen kunnen niet naar school, drinkbaar water is schaars, de materiële schade groot, de psychologische impact zwaar en de gezondheidszorg niet gegarandeerd: verschillende poliklinieken staan blank.

Hoewel Santokhi pleit voor meer steun om klimaatverandering tegen te gaan, wordt het onderwerp verder niet zo serieus genomen, vindt milieudeskundige Chiquita Margaret-Resomardono. “Er wordt wel veel over gesproken, maar er gebeurt nog steeds te weinig.” Zij moest zelf op zoek naar informatie over de overstromingen in het binnenland omdat regering en politici er zo weinig aandacht aan besteedden. De gevolgen van de overstromingen werden bovendien overschaduwd door de discussie over de oorzaak ervan. Bewoners in de dorpen en vicepresident Ronnie Brunswijk uitten publiekelijk hun twijfels over de klimaatverandering als oorzaak van de wateroverlast.

Er speelde namelijk nog iets anders: door de extreme regenval in het voorjaar kwam de stuwdam in het district Brokopondo in de problemen. Om te voorkomen dat het waterpeil in het stuwmeer te hoog werd, besloot de eigenaar van de dam, Staatsolie Power Company Suriname (SPCS), eind februari alle sluizen open te zetten. Te veel water in het stuwmeer zou namelijk een dambreuk kunnen veroorzaken. Maar door de sluizen open te zetten, kwamen de dorpen nog meer onder water te staan. Bewoners denken dat SPCS te lang heeft gewacht om de sluizen open te zetten om met de hoge waterstand veel meer elektriciteit op te wekken.

Eind juni heeft SPCS de sluizen van de dam weer dichter gezet. Het water trok daardoor in juli weer terug, maar er is veel troep achtergebleven. Gezond drinkwater blijft een probleem, omdat waterbronnen vervuild zijn. De bewoners van Brokopondo eisen een schadevergoeding van ‘minstens’ 400 miljoen Surinaamse dollar (zo’n 18 miljoen euro) en een onafhankelijk onderzoek naar de oorzaak van de watersnood. En ook: toegang tot drinkbaar water en elektriciteit. Veel dorpen in Brokopondo zijn anno 2022 nog steeds niet voorzien van elektriciteit.

CMS FORMAT suriname 2
In Klaaskreek varen de boten over de wegen. Beeld door: Zoë Deceuninck

Nog meer overstromingsrisico

SPCS heeft vijf miljoen Surinaamse dollar (zo’n 220.000 euro) uitgegeven aan drinkwater en voedselpakketten, wateropslagtanks, openbare toiletten, noodscholen en logistieke kosten voor de getroffen dorpen in Brokopondo. Het bedrijf zal de drinkwater- en voedselvoorziening voortzetten ‘zolang dat nodig is’. Eddy Fränkel, directeur van dam-eigenaar SPCS, laat weten dat bewoners niet moeten rekenen op ook nog een schadevergoeding. “De wateroverlast is het gevolg van een (extreem) natuurverschijnsel. SPCS kan geen verwijtbaar handelen worden toegeschreven.”

De Meteorologische Dienst Suriname weet al sinds november vorig jaar dat er extreme regenval op komst was

De Meteorologische Dienst Suriname weet al sinds november vorig jaar dat er extreme regenval op komst was. In de maand maart registreerde Suriname vijf keer zoveel neerslag als het jaarlijks gemiddelde. De meeste neerslag viel in Zuid-Suriname, maar dat water stroomt via rivieren en kreken naar het stuwmeer in Brokopondo. “Het meer vulde zich en kon de hoeveelheid water niet aan.” De dorpen aan de benedenloop van de rivier kregen de volle lading.

Mama Sistina is verbitterd dat hij niet werd gewaarschuwd. “Pas de avond voor het water kwam werd mij verteld dat er overstromingsgevaar was.” Directeur Fränkel van SPCS wijst naar de districtscommissaris (vergelijkbaar met een burgemeester), die was volgens hem op tijd op de hoogte. “Blijkbaar heeft de informatie via de bestuursdienst de mensen niet bereikt.”

Of de zware regenval in maart rechtstreeks een gevolg is van de klimaatverandering, wordt momenteel nog onderzocht, zegt milieudeskundige Margaret-Resomardono. Hoe dan ook moet Suriname aan het werk, volgens haar. “Er is al zoveel onderzocht, nu moeten we radicale stappen nemen. De overheid is te langzaam.” Volgens het Caribisch Instituut voor Meteorologie en Hydrologie is er nog tot november een overstromingsrisico in Suriname vanwege hevige regenval.

Een langere versie van dit artikel verscheen eerder in MO*Magazine en op MO.be.

zimbabwe magazine stuk

Te huur in Zimbabwe: ruime woning met uitzicht op milieuramp

'Ik vrees dat ik op een dag niet levend mijn huis uit kom.'

New Coal powered  plant in Eemshaven

Het ‘klimaatkabinet’ dwarsboomt zijn eigen beloftes

Zo mogen kolencentrales weer op volle toeren draaien.

02

Over de auteur

Zoë Deceuninck is freelance journalist en werkt vanuit Suriname.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief