Vakantie is fijn. De urban jungle uit, hop naar het platteland. Kamperen daar waar de rust heerst. Kwakende eendjes, tsjirpende krekels, de lijster die zijn lied zingt. De zon hoog aan de hemel, het graan dat in de wind wuift…

Hè, maar wat is dat nou? Wat een lawaai. Komt daar een helikopter aan? Zit ik hier m’n dagelijkse croissantje te verorberen voor m’n gehuurde safaritent, kan ik m’n kind niet eens meer verstaan. Het lijkt de stad wel.

Maar nee, geen helikopter, het is de combine. De maaidorser van de boer. Met daarachter een stoet van twee tot drie tractorcombinaties die het net gewonnen graan afvoeren naar de graansilo’s.

De vakantietijd laat zien hoe het plattelandsleven steeds verder komt af te staan van het leven dat de stadsmens leidt. En vooral dat de stadsmens maar moeilijk begrip kan opbrengen voor het boerenleven.

“Wat is het hier mooi, wel jammer van al die boeren met hun ronkende tractoren.”

Zo begon de overbuurvrouw van onze boerderij – ze was nog geen maand geleden verhuisd van de stad naar het platteland – te klagen. De tractoren maakten teveel lawaai, de mest stonk en ze was bang van de koeien. Ook op vakantie heb ik het vaak genoeg gehoord: “Wat is het hier mooi, wel jammer van al die boeren met hun ronkende tractoren.”

Dat onbegrip staat haaks op de levenswijze die wordt gepromoot in de stad: alles rechtstreeks van de boer, het eerlijke product, de hardwerkende, ambachtelijke zielen, de smaak van het echte leven. Tja, totdat de stedeling het boerenleven in het echt ervaart. Zoals op vakantie wanneer de boer je buurman is die de melkmachine ’s ochtends om half zeven aanzet.

In Brabant zijn er zoveel stankcirkels dat er geen nieuwe huizen worden gebouwd.

Jammer genoeg werkt de overheid mee aan de stadse gedachte en krijgt het boerse een negatief imago. Zo is er het begrip stankcirkel ingevoerd. Of in nette taal: de wet geurhinder en veehouderij. In de wet is er sprake van geurgevoelige objecten. Daar worden mensen mee bedoeld die in de buurt van een veehouderij wonen. In Brabant zijn er zoveel stankcirkels dat er geen nieuwe huizen worden gebouwd. Ergo: het gebeurt vaak genoeg dat ouders die hun leven lang de boerderij hebben gerund een huisje willen bouwen naast de boerderij om daar van hun pensioen te genieten. Dat mag niet, want dat is binnen de stankcirkel. Gelukkig probeert minister Schultz van Infrastructuur en Milieu hier wat aan te doen door wetten te vereenvoudigen, maar het is exemplarisch voor het onbegrip dat kan leven tussen stad en land.

Oh ja, één tip, ga je op vakantie in de buurt van een veehouderij én je hebt een gevoelige neus, kies voor een melkveehouderij. Stank van varkensmest is niet te harden en van kippenmest val je subiet flauw. Koeienmest, tja, dat is domweg genieten.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Schrijft een wekelijkse blog vanaf de melkboerderij waar hij parttime werkt. Jeroen van Wijck is verder projectemanager in de ICT en …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief