Met de nieuwe denktank IPES Food wil voormalig VN-rapporteur Olivier de Schutter het gehele voedselsysteem veranderen. Zijn revolutie begint op een zonnige donderdagmiddag in Brussel.

Het is een zonnige middag in de Brusselse Europese Wijk. Op het Luxemburgplein zitten enkele ambtenaren aan de wijn en de eerste voorbereidingen voor de vaste donderdagborrel worden alvast getroffen. Buiten een paar zwaarbewapende militairen is er niet zoveel veranderd sinds de terreuraanslagen die de stad eind maart opschrikten; de Europese machinerie rolt door.

In het kleine informatiecentrum voor de hoofdingang het Europese Parlement verzamelt zich een bont gezelschap. De eerste bijeenkomst van de gloednieuwe voedseldenktank IPES Food is net achter de rug. Ambtenaren van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken drinken koffie met zwierig geklede activisten van La Via Campesina en vertegenwoordigers van Slow Food International overleggen met universiteitsonderzoekers en in strakzwarte pakken gestoken medewerkers van de Europese Commissie. Alleen boeren lijken te ontbreken.

Je kunt niet verwachten dat boeren duurzaam verbouwen als supermarkten tegelijkertijd adverteren met goedkoop voedsel

Grote initiator achter het kersverse initiatief is Olivier de Schutter; voormalig VN-rapporteur voor het Recht op Voedsel en fervent pleitbezorger van alternatieve manieren van voedselproductie. Zijn International Panel of Experts on Sustainable Food Systems wil een verduurzaming van het voedselsysteem afdwingen. Dat moet zijn beslag krijgen door kritisch onderzoek te doen, allianties te smeden binnen de productieketen en politieke druk uit te oefenen in de aanloop naar de volgende Europese verkiezingen in 2019, vertelt de Franstalige Belg in het neoklassiek ingerichte bovenzaaltje van het informatiecentrum: “Ons doel is om te zorgen dat voedselvoorziening hoog op de politieke agenda terechtkomt bij de volgende verkiezingen. Dat willen we doen door te laten zien hoe verschillende problemen onderling samenhangen en door mensen uit verschillende maatschappelijke hoeken te mobiliseren en aan één tafel samen te brengen.”

Boeren en consumenten
Zes jaar lang werkte De Schutter voor de VN. Na het einde van zijn termijn daar begon hij in 2015 stilletjes mensen bij elkaar te zoeken voor het nieuwe onderzoeks- en discussieforum IPES Food. De Schutter is tevreden met de brede coalitie van mensen die hij vanmiddag bijeen heeft weten te brengen. Die diversiteit is volgens hem noodzakelijk om het voedselsysteem werkelijk te verduurzamen. Fundamentele voedselhervormingen gaan immers verder dan landbouwbeleid alleen. Zo kun je subsidies op industriële maïsproductie niet los zien van de uitgekiende marketingstrategie  van Coca Cola, geeft hij als voorbeeld.

Om dat te bewerkstelligen moet je ook vertegenwoordigers van bijvoorbeeld het Europese handelsministerie DG Trade aan tafel zien te krijgen. Trans-disciplinair denken, noemt de voormalige VN-rapporteur dat: “We hebben nu beleidsdoelstellingen op het gebied van landbouw, milieu en gezondheid die grotendeels los van elkaar staan. Burgers en politiek realiseren zich onvoldoende hoe erg dat allemaal met elkaar verbonden is. Je kunt niet verwachten dat boeren op een duurzame manier landbouw gaan bedrijven als supermarkten tegelijkertijd adverteren met goedkoop voedsel. Nu formuleren we beleid om overgewicht te bestrijden terwijl het landbouwbeleid grootschalige gewasteelt stimuleert om zo verwerkt luxevoedsel te exporteren. Dat klopt niet met elkaar.”

Ambtenaren en actiegroepen
Honger, overgewicht, boeren die failliet gaan, grondwatervervuiling en uitputting van landbouwgrond; het hangt allemaal samen. Al die problemen rond voedselproductie worden nooit structureel opgelost als mensen zich die samenhang niet realiseren, denkt De Schutter. Maar voor er eenduidig beleid geformuleerd kan worden moet er wél een samenhangende visie bestaan. Een masterplan dat je volgens hem kunt vergelijken met de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN: “Wij willen een alternatieve visie op het voedselsysteem ontwikkelen. Die metavisie moet je vervolgens opbreken in concrete beleidsdoelstellingen die handelbaar zijn. Zo zijn lokale en duurzame landbouwinitiatieven alleen levensvatbaar als de politieke top ook kiest voor beleid dat zulke ideeën beschermt en stimuleert. Dat betekent dat er hervormingen op Europees niveau zullen moeten plaatsvinden zodat ander beleid door steden of dorpen in Europa kan worden uitgevoerd.”

Effectief gezien moet zo’n beetje het hele paradigma van de grootschalige exportlandbouw op de schop

Inhoudelijk gezien mogen de aanwezigen nog niets loslaten over de metavisie van IPES Food. Het proces staat immers nog in de kinderschoenen. Toch wil De Schutter alvast een tipje van de sluier oplichten: “Het huidige beleid is er vooral op gericht om de voedselindustrie de gelegenheid te bieden om zoveel mogelijk te exporteren. Duurzaamheid is in dat systeem geen overweging. Boeren krijgen in de huidige situatie het signaal dat ze competitief moeten zijn op de wereldmarkt, ze tegen lage kosten en in grote volumes moeten produceren. En tegelijkertijd moeten ze verduurzamen?”

Economische belangen
Hoe realistisch de veranderingen die De Schutter graag zou willen zien exact zijn, is nog koffiedik kijken. De belangen en dus ook de macht van multinationals als Cargill, Monsanto of Unilever zijn immers enorm. De kleine Belg spreekt bedachtzaam als hij het heeft over de machtsverhoudingen in de keten. Effectief gezien moet zo’n beetje het hele paradigma van de grootschalige exportlandbouw op de schop – maar grote bedrijven vormen wel degelijk een belangrijk onderdeel van het voedselsysteem: “Grootschalige en kleinschalige landbouw hebben allebei een rol te spelen. Maar door de grote machtsconcentratie zijn het nu alleen de grote bedrijven die de spelregels bepalen, waardoor het systeem uit balans is geraakt.”

De economische waarde en dus het politieke gewicht van de voedselindustrie is dan ook enorm. Volgens overheidscijfers bedroeg de totale agrarische Nederlandse export in 2013 79 miljard euro, op een totaal van vijfhonderd miljard. Nederland is daarmee na de Verenigde Staten de grootste voedselexporteur ter wereld. In Nederland of het Verenigd Koninkrijk is de wil om te veranderen daarom stukken kleiner dan in bijvoorbeeld Zuid-Europa: “Veranderingsbereidheid is natuurlijk kleiner bij diegenen die erbij te verliezen hebben. Dat heeft te maken met economie, maar ook met de manieren waarop mensen zich verhouden tot hun eten. Voor Italianen is voedsel bijvoorbeeld deel van de cultuur. Re-lokaliseren van voedselproductie vindt daar dan ook veel sneller weerklank dan in Engeland.”

Verandering
Desondanks ziet IPES Food ook in exportland Nederland ruimte voor verandering. De bij de eerste bijeenkomst aanwezige Nederlandse ambtenaren waren dan wel uitgenodigd vanwege het Nederlandse EU-voorzitterschap in 2016, maar wat De Schutter betreft is de belangrijkste Nederlandse boerenorganisatie LTO ook van harte uitgenodigd om mee te denken: “LTO heeft een mandaat om op korte termijn het boerenbelang te behartigen, dat begrijp ik. Maar wij hebben het hier echter ook over duurzaamheid voor de boer. Boeren zijn niet zelden ontevreden over prijsschommelingen op de wereldmarkt en de tucht van die markt om steeds verder te intensiveren. De olie waarop al die kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebaseerd zijn, zal ook niet eeuwig goedkoop blijven en de smaak van consumenten verandert. Dat maakt allemaal dat boeren ook belang hebben bij verduurzaming. Door een inhoudelijk sterke en over een breed spectrum gesteunde tegenmacht te creëren willen we uiteindelijk de voedseldemocratie terugpakken.”

hans

Over de auteur

Hans Wetzels is cultuurwetenschapper en freelance journalist. Hij schrijft onder andere voor De Groene Amsterdammer, Het Parool en NRC …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief