“Ik hoop dat we hier heel veel bomen kunnen planten”, zegt Teunis enthousiast. Met ‘hier’ bedoelt ze de provincie Oost-Kaap in Zuid-Afrika, waar ze voor de Nederlandse organisatie Commonland aan landschapsherstel werkt. Tijdens ons Skypegesprek heeft ze het over ‘landdegradatie’, ‘wetlands’ en ‘overstromingsrisico’. Allemaal termen die ze een jaar geleden nog niet gebruikte.

Geïnspireerd
Tot vorig jaar werkte Teunis namelijk op het hoofdkantoor van Shell. “Ik heb een hele tijd in het bedrijfsleven gewerkt en strategie gedaan voor multinationals. Maar ik zat veel op kantoor en ik had zin om mijn handen vuil te maken en iets voor elkaar te krijgen in het veld”, vertelt Teunis. Ze besloot op reis te gaan en fietste samen met een vriendin drie maanden door Azië. Daar raakte ze geïnspireerd door het landschap. “We fietsten door veel natuurgebieden en ik zag zoveel verwaarloosde stukken grond. Ik lag een paar nachten wakker omdat ik zoveel mogelijkheden zag met dat land”, vertelt Teunis.

Ik geloof dat er economische waarde zit in landschapsherstel

Eenmaal terug in Nederland wist ze dat ze iets met land wilde gaan doen. Ze ontmoette de oprichters van Commonland, en kwam via die organisatie terecht in Zuid-Afrika. “Ik geloof dat er economische waarde zit in het herstellen van gedegradeerde grond”, vertelt Teunis. “Ik ga daarom met een zakelijk voorstel langs overheden en bedrijven in de Oost-Kaap provincie om hen te laten investeren in het land.” Grote drank- en autobedrijven in de regio die veel water nodig hebben zijn bijvoorbeeld geïnteresseerd in methoden om meer water uit het land te halen.

Thekla Teunis is lid van de Global Shapers, een internationaal jongerennetwerk dat is opgezet door het World Economic Forum. “Het idee daarachter is dat jonge mensen een grote innovatieve kracht zijn in de samenleving”, vertelt Teunis. “Het is dus krachtig om hen met elkaar in contact te brengen en om naar hen te luisteren.”Over de hele wereld vind je netwerken van de Global Shapers. De Amsterdamse tak is momenteel op zoek naar nieuwe ambitieuze mensen onder de 30. Je kan je tot 1 december 2014 opgeven.

Slechte grond
Wereldwijd is ongeveer een vierde van het land waarop gewassen verbouwd kunnen worden gedegradeerd. “Door bijvoorbeeld overbegrazing, droogte en hele intensieve landbouw wordt grond slecht, of gedegradeerd”, legt Teunis uit. “Dat betekent dat je er minder voedsel op kan verbouwen, dat er geen gewassen groeien en de grond slecht water vasthoudt.”

Volgens de Verenigde Naties stijgt de internationale vraag naar voedsel de komende vijftien jaar met 45 procent, de vraag naar water met 30 procent, en de vraag naar energie met 50 procent. De toenemende landdegradatie waar inmiddels in 168 landen sprake van is, is dus reden voor grote zorg. In de voorgestelde nieuwe ontwikkelingsdoelen van de VN wordt het aanpakken van landdegradatie expliciet genoemd.

Boeren snappen zelf ook dat geiten niet veel goeds doen

Watertekort
Vooral water is een probleem in Oost-Kaap. In de droge provincie stroomt het regenwater dat af en toe valt heel snel weg door het gedegradeerde landschap. “Veel van het land is geërodeerd, bomen zijn kaalgevreten door geiten en stukken drasland zijn verdwenen. Het kale landschap kan de heftige regen daardoor nauwelijks vasthouden”, vertelt Teunis. En dat terwijl het regenwater juist heel belangrijk is voor de provincie. Port Elizabeth, de grootste stad van Oost-Kaap, kampt met een groot watertekort. “De overheden en grote bedrijven die veel water nodig hebben willen dus best investeren in een oplossing”, zegt Teunis. Volgens haar is die oplossing het herstellen van land, bijvoorbeeld door het planten van bomen.  

Geiten
Naast bedrijven en overheden zoekt Teunis ook de samenwerking met mensen op het platteland. “We denken met hen na hoe je het land vruchtbaar houdt of herstelt, zodat niet alleen zij maar ook de volgende generaties nog van het land kunnen leven”, vertelt ze. Samen met boeren zoekt ze bijvoorbeeld naar een oplossing voor het geiten-probleem. “De boeren snappen zelf ook dat de geiten niet veel goeds doen – met kaalgevreten land kun je niks.” Efficiënter samenwerken binnen de gemeenschap of meer toerisme aantrekken kunnen alternatieven zijn voor de inkomsten die de geiten opbrengen. “Maar sommige boeren zijn heel gepassioneerd over hun geiten. Dan kunnen ze de geiten bijvoorbeeld anders laten grazen.”

Anders organiseren
Wat Teunis nu doet, ziet ze als een niet-traditionele manier van organiseren. “We werken ook samen met de traditionele instituties, maar het doel om land te herstellen wordt vooral gedreven door de mensen die op het landschap leven en werken”, zegt ze. Samen met de lokale bevolking wordt nagedacht over manieren om het land duurzamer te bewerken, zoals collectief investeren in gewassen die beter zijn voor de bodem of restmaterialen van het land gebruiken voor compost.

De uitdaging is groot, dus je moet alles proberen wat je kan

Daarnaast probeert Teunis de vertaalslag naar overheden en het bedrijfsleven te maken. “Je hebt verschillende soorten natuur. Echte natuurgebieden die belangrijk zijn voor biodiversiteit, zijn voor bedrijven niet direct interessant. Maar land dat geschikt is voor landbouw, bebouwing en water heeft een grote economische waarde. Ik probeer bedrijven ervan te overtuigen om in dat land te investeren.” Teunis ziet deze zakelijke aanpak als een aanvulling op andere manieren van landschapsherstel, zoals natuurbeschermingsorganisaties die donorgeld gebruiken. “De uitdaging is groot, dus je moet alles proberen wat je kan”, vindt ze.

Bomen planten
“Ik geloof dat we de wereld op een andere manier moeten organiseren dan we nu doen. We moeten maatschappelijke uitdagingen op een sociaal ondernemende manier aanpakken in plaats van via de traditionele instituties met hiërarchische structuren.” Grote bedrijven en instituties zijn volgens Teunis dus niet geschikt om de grote problemen van deze tijd aan te pakken, maar een netwerk van mensen die zich samen ergens voor inzetten wel.

Zelf heeft ze de overstap van het hiërarchische bedrijfsleven naar het sociale ondernemen al gemaakt. “Er gaat vaak heel veel tijd en energie zitten in beleidsdiscussies, het stellen van doelen, consultants en dergelijke wanneer je het bijvoorbeeld hebt over CO2-reductie. Ik zou liever zien dat mensen die energie steken in het planten van een boom.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Maartje de Meer is freelance schrijver en redacteur en woont in Berlijn.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier