Vijftien was ik toen ik voor het eerst een helling afdaalde, op schoolreisje. Op de overgeleverde schoolvideo beken ik dat ik mijn ouders mis. Een gênante herinnering, en geen spetterend begin van een glorieuze skicarrière.

Toch hoor ik de lokroep van de Alpen de laatste jaren steeds luider, nu de winter bij ons niet meer dan een vluchtig laagje stuif- of papsneeuw in petto heeft. Gelukkig loopt de redactiemailbox vol met persberichten van duurzame wintersportgebieden, een vereniging van olympische alpineskiërs die samen klimaatverandering aanpakken (We need snow, but right now, snow needs us) en bedrijven die ‘innovatieve’ ski’s van bamboe verkopen. Yes, ik ga dit jaar op duurzame skivakantie. Toch?

De Nederlandse Ski Vereniging kan over duurzaam wintersporten alvast heel kort zijn: dat bestaat niet. Want vooral in de lagergelegen gebieden waar klimaatverandering langzaamaan een einde aan de wintersportindustrie maakt (in de Alpen warmt de boel twee keer zo snel op en het is er bijna 2 graden warmer dan 120 jaar geleden), slaan uitbaters paradoxaal genoeg terug met het energievretende sneeuwkanon. Volgens commercieel directeur Bert Romani heeft “kunstsneeuw dit jaar de Kerst eigenhandig moeten redden”. Een rapport van de Beierse natuurbescherming meldt dat die sneeuwkanonnen elk jaar net zoveel energie verbruiken als een half miljoen huishoudens. Nog meer CO₂-uitstoot dus, en nog meer opwarming van de aarde.

Topje eraf

Maar niet alleen in deze ‘ten dode opgeschreven’ gebieden staan de kanonnen dag en nacht te loeien, ze worden inmiddels in 70 procent van de gebieden gebruikt. Eke Eijgelaar, onderzoeker bij de Hogeschool voor Toerisme in Breda: “Vakantiegangers eisen steeds vaker sneeuwzekerheid en dat is zonder kunstsneeuw niet te garanderen.”

Uit welbegrepen eigenbelang (elke kilometer aangeharkte piste kost ongeveer 1 miljoen euro per jaar) zijn steeds meer ondernemers in Alpenlanden het erover eens dat het groener en duurzamer moet. Hotels en resorts komen op de proppen met ecolabels, sommige wintersportdorpen zijn autovrij, er zijn skiliften met zonnepanelen, en er wordt ijverig gerecycled. Onder de noemer Alpine Pearls verenigen zich wintersportoorden die dit soort maatregelen nemen. In het Oostenrijkse Werfenweng krijg je als je met de trein komt elektrisch vervoer ter plaatse cadeau. In het Zwitsere Laax wordt er ook aan het menu gedacht: zo veel mogelijk lokaal en minder nadruk op vlees. Wie in een Oostenrijks hotel weleens met zijn skikleren aan het ontbijt heeft zitten stikken van de hitte, weet dat energiebesparende maatregelen geen overbodige luxe zijn. Romani: “In Oostenrijk wordt een koele plek als een niet-verwelkomende plek ervaren.”

Woestijn

Maar wintersport veroorzaakt meer fundamentele problemen voor de bodem, plantenrijkdom en waterhuishouding, en daar verhelpen deze parels niets aan. Te beginnen bij het waterverbruik van die rottige sneeuwkanonnen, jaarlijks ongeveer net zoveel als een miljoenenstad als München verbruikt. Onderzoekster Eijgelaar: “Er worden grote waterbekkens aangelegd waar halve bergtoppen voor worden weggeknald.” Het kunstsneeuw-leidingensysteem trekt beekjes en andere waterplaatsen voor dieren en planten leeg. Kunstsneeuw is bovendien ongeveer vier keer zo zwaar als natuursneeuw en valt niet in kristallen, maar in ijsbolletjes.” Dat zorgt voor een grotere druk op de ondergrond en voor een uitstel van het smeltproces in de lente met enkele weken. In de zomer zijn pistes een ware woestijn in plaats van de typische bloemenweides.

Sommige ondernemers in de lage gebieden, waar het zelfs te warm wordt voor kunstsneeuw, gooien het daar dan maar op zomertoerisme, leggen mountainbikeroutes aan of prijzen ‘wandelen in een winterse’ omgeving aan. Maar de meeste wintersporters zien dat niet als vervanging. De trek omhoog is al ingezet en een aantal jaar geleden versoepelde Tirol nog haar natuurbeschermingsregels om meer hoge pistes mogelijk te maken. “We worden met zijn allen omhooggestuwd”, aldus Romani. “Daar groeit toch veel minder, dus is de vernieling kleiner.” Joop Spijker, natuur- en milieuonderzoeker aan Universiteit Wageningen is het daar niet mee eens: juist op grote hoogtes zijn ecosystemen kwetsbaarder en veel sneller verstoord bij bijvoorbeeld een verandering in waterhuishouding. Het plantendek is daar bovendien nodig om met zijn wortels de grond in de zomer bij elkaar te houden. Dat sneuvelt bij de aanleg van pistes, of sterft af door de zware kunstsneeuw.

Relatief milieuvriendelijk wintersporten

  1. Blijf in Europa, dus niet helikopterskiën in de Rocky Mountains in Canada.
  2. Neem in Europa trein of bus (of de auto met 4 of 5 personen).
  3. Beter ga je 1 keer lang dan een aantal weekenden.
  4. Pak ter plaatse de (ski)bus in plaats van de auto.
  5. Kies voor kleinere skigebieden: vaak minder schadelijk (niet allerlei verbindingsliften en pistes) en goedkoper.
  6. Duurzame(re) skigebieden vind je via alpine-pearls.com
  7. Vermijd gebieden met kunstsneeuwinstallaties (maar dat wordt lastig).
  8. Kies een gebied met stoeltjesliften in plaats van sleepliften. Dat gesleep is niet goed voor de bodem.
  9. Kies kleine en/of gecertificeerde/groene accommodaties in het dal, vlakbij de lift. Kies voor het Duitse label Viabono, het Zwitserse Ibex Fairstay of het Oostenrijkse Umweltzeichen. Kijk op bookdifferent.com
  10. Ga misschien niet elke dag alpineskiën, maar ga ook eens toerskiën, langlaufen, winterwandelen, sleeën of schaatsen (wel op natuurijs en -sneeuw).
  11. Huur uitrusting. Zonder skibox op de auto heb je aanzienlijk minder brandstof nodig.
  12. Blijf op de piste. Dan is er een veel kleinere kans op verstoring van fauna en flora.
  13. Eten en drinken doe je zoveel mogelijk in het dal (minder transport van eten en drinken, en geen zwerfafval).

Snelwegpistes

Toerisme-onderzoeker Eke Eijgelaar ziet dat de moderne wintersporter geen genoegen meer neemt met een enkel gebied, het moet bij voorkeur verbonden zijn met een of twee andere. “Wintersportgebieden breiden dus steeds uit me verbindingspistes en liften. In totaal is zo’n 1 procent van de Alpen een piste. Dat lijkt weinig, maar kijk maar eens naar een wegennetwerk in een land: dat is meestal zo’n 2 tot 3 procent en levert grote versnippering op van de leefomgeving van flora en fauna.” De pistes die voor de minder ervaren toeristen aangelegd worden, moeten bovendien van het brede en makkelijke soort zijn: ‘snelwegpistes’. Bulten en andere te moeilijke oneffenheden worden weggeblazen of weggebuldozerd.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de reis. Elk jaar trekken 50 miljoen mensen naar de Alpen. De meeste Nederlanders pakken de auto, wat ongeveer 145 kilo CO₂ kost als je alleen gaat. Met de trein stoot je per persoon maar 50 kilo uit en is dus met een beter geweten te doen, met een touringcar ben je het schoonst met 30 kilo CO₂. De treinen zijn alleen geen reële vervanging vanwege de beperkte capaciteit: naar de Alpen rijden treinen vaak ’s nachts wanneer het spoor eigenlijk het domein is van de goederentreinen.

Alpineskiën is een soort last chance tourism

Het feit dat iedereen tegelijk met zijn auto de Alpen in trekt en in de file staat te walmen in Duitsland, maakt het er – fijnstof wise – nog viezer op. De Nederlandse Ski Vereniging heeft volgens Romani “weleens een lobby-tje opgezet om de paasvakantie terug te krijgen”, zodat niet iedereen in de krokusvakantie gaat. Die piekbelasting neemt toe nu kerstvakanties praktisch onskibaar worden. Romani: “Wij raden mensen aan om ook eens naar een ander land te gaan, Tsjechië of Noorwegen.” In Noorwegen kun je al helemaal goede sier maken door mee te doen met de lokale trend om geen liften te gebruiken. Gewoon op eigen kracht naar boven dus.

Alpineskiën doet aan als een vorm van last chance tourism waarbij ik de zaken met mijn komst alleen maar erger maak. Maar wat doe je dan met je winterverlangen? Iets met sneeuw en beweging? Langlaufen in België of niet te ver in Duitsland, dat kan. Romani: “Zolang je geen gebruikmaakt van pistes of de voorzieningen die daarbij horen, ben je al veel milieuvriendelijker bezig.” Ik houd voorlopig dus de website van weerstation Maasmechelen in de gaten. Zodra er zo’n tien centimeter ligt, kun je sleeën en gaan er langlaufgebieden open. Inmiddels zie ik 48 cm op de Ardense hoogvlakte van Baraque Michel. Yes.

Dit artikel verscheen eerder in OneWorld Magazine in 2017.

pexels-photo-386000

Hoe je op vakantie de schade beperkt

Op vakantie gaan: hoe doe je dat het minste fout?

aircraft-wing-klm-396438

Hoe ‘blauwe trots’ KLM haar imago schoonpoetst

Worden de groene beloftes ook waargemaakt?

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
bewlg3-0543

Over de auteur

Chef Magazine

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief