Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

‘Het nieuwe kabinet wordt een klimaatkabinet. Nu gaan we het echt doen.’ Dat zei D66-Kamerlid Raoul Boucke in december, toen het coalitieakkoord werd gesloten van het kabinet dat in januari aantrad met dezelfde vier partijen als het vorige. Het klimaatbeleid van de politiek straalde de afgelopen decennia niet veel urgentie uit. We moesten gewoon kunnen blijven barbecueën en klimaatmaatregelen moesten ‘haalbaar en betaalbaar’ zijn. Hoe hoog ligt de lat van dit ‘klimaatkabinet’? Zijn de plannen realistisch?

Het kabinet beloofde 60 procent CO2-reductie

De ambitie
In 2016 ondertekende Nederland het beroemde Klimaatakkoord van Parijs. Doel van dat akkoord: de opwarming van de aarde beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, met een duidelijk zicht op 1,5 graden Celsius. Hoe Nederland daaraan gaat bijdragen, ligt vast in verschillende akkoorden. Het meeste recente is het coalitieakkoord, waarin bijna 5 pagina’s zijn opgenomen over klimaat en energie (in 2017 waren dat nog 2,5 bladzijden). Het belangrijkste voornemen is dat het kabinet de CO2-uitstoot met 60 procent wil verminderen in 2030. In de Klimaatwet in 2019 was nog 55 procent afgesproken.

Nederland heeft belang bij de strijd tegen klimaatverandering

Volgens klimaatwetenschapper Detlef van Vuuren is lastig te zeggen of het kabinet daarmee voldoende doet. Van Vuuren is hoogleraar mondiale milieuproblemen aan de Universiteit Utrecht. Hij schreef mee aan de verschillende rapporten van klimaatpanel IPCC. Om onder de 1,5 graad opwarming te blijven, moet in 2030 er over de hele wereld 40 tot 45 procent minder CO2 worden uitgestoten, aldus Van Vuuren.

Als Nederland die beloofde 60 procent minder uitstoot, dragen we ons steentje bij, zou je zeggen. “Maar”, zegt Van Vuuren, “in het klimaatverdrag is ook gesteld dat landen een verschillende verantwoordelijkheid hebben: rijke landen stoten per persoon meer uit en hebben ook meer middelen om maatregelen te nemen. Voor Nederland komt daar nog bij dat we een groot belang hebben om klimaatverandering te bestrijden omdat we onder de zeespiegel liggen.”

De Klimaatwet is niet het Klimaatakkoord

De Nederlandse Klimaatwet uit 2019: een wet die vastlegt met hoeveel procent de CO2-uitstoot moet worden teruggedrongen in 2030 en in 2050; een wettelijke vastlegging van doelstellingen, maar niet van middelen. De wet is een uitwerking van het Nederlandse aandeel van het Parijs-akkoord.

Het Klimaatakkoord is een pakket met afspraken, naar aanleiding van de Klimaatwet, tussen de overheid en vijf sectoren (elektriciteit, industrie, gebouwde omgeving, transport en landbouw). In dit akkoord staan de concrete maatregelen waarmee de overheid de doelstellingen uit de klimaatwet wil gaan waarmaken.

Volgens Van Vuuren moeten we nu in zo’n korte tijd een grote ommezwaai maken doordat de politiek jarenlang te weinig heeft gedaan. Hij legt uit: “We hebben als aarde een soort van koolstofbudget. Dat hebben we de afgelopen decennia al doorheen gejaagd waardoor we nu keihard op de rem moeten trappen.”

Hoe staan we ervoor?
2030 en 2050 zijn de bekende checkpoints in het klimaatbeleid, maar er zijn al deadlines geweest. In 2015 bepaalde de rechter al dat Nederland elk jaar minstens een kwart minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990. Eind 2019 bepaalde de Hoge Raad, in een zaak die was aangespannen door duurzaamheidsorganisatie Urgenda, dat de overheid meer maatregelen moet nemen tegen klimaatverandering.

In 2020 werd het Urgenda-doel gehaald: in dat jaar werd door de coronacrisis minder uitgestoten, doordat veel industrieën op een lager pitje draaiden. In 2021 hebben we het Urgenda-doel waarschijnlijk niet gehaald. De definitieve berekening over dat jaar moet nog worden gemaakt, maar het CBS en de Emissieregistratie van het RIVM meldden in maart op basis van een eerste berekening dat de uitstoot in 2021 23,9 procent lager was ten opzichte van 1990. Urgenda zou in theorie bij de rechter kunnen afdwingen dat de staat een dwangsom moet betalen. Maar dan zijn burgers dubbel de dupe: enerzijds worden hun belangen – een leefbare aarde – geschonden; anderzijds komt de rekening uiteindelijk toch terecht bij de belastingbetaler.

Urgenda-directeur Marjan Minnesma kiest voor een andere strategie, zei ze onlangs tegen Het Financieele Dagblad: ‘Ik heb tegen Rob Jetten (minister voor Klimaat en Energie, D66, red.) gezegd dat wat vorig jaar niet is gehaald, dit jaar extra gereduceerd moet worden. Ik kan dat via de rechter afdwingen, maar heb liever dat het uit het kabinet komt.” En zo komt er voor Den Haag dit jaar een extra klimaatdoel bij.

Wat nu?
Volgens Gert Jan Kramer, hoogleraar duurzame energievoorziening aan de Universiteit Utrecht, moet de politiek zich niet blind staren op 2030. Volgens Kramer gaat het kabinet voor 2030 vooral voor het ‘laaghangend fruit’, en houdt het te weinig rekening met 2050, wanneer de uitstoot van broeikasgassen met maar liefst 95 procent afgenomen moet zijn om zicht te houden op die 1,5 graad.

Alleen losse maatregelen zijn niet voldoende, zegt Kramer. “Er is een politiek-maatschappelijke visie nodig: hoe gaat onze samenleving eruitzien in de toekomst?” Kramer noemt als voorbeeld de basisindustrie1 in Nederland. Die is gegroeid op basis van fossiele energie. “Maar als hernieuwbare energie de norm wordt, heeft dat gevolgen voor de industrieën in Nederland. We zijn nog maar nauwelijks begonnen om daarover na te denken.”

Het kabinet belooft duurder vliegen en autorijden (tenzij elektrisch)

De ambitie
In het coalitieakkoord treuzelt het kabinet met het aanpakken van grote pijnpunten. Rekeningrijden, waarbij automobilisten betalen naar gebruik, werd na decennia van soebatten en tegensputteren eindelijk ingevoerd, maar wordt pas van kracht in 2030. Ook de luchtvaart wordt, in elk geval op korte termijn, ontzien. In het coalitieakkoord wordt wel gesproken over een vliegticketbelasting. Maar hoe hoog die extra belasting is, en wanneer die wordt ingevoerd, is niet bekend.

Het besluit om de accijns op ongelode benzine te verlagen staat haaks op de klimaatdoelen

Hoe staan we ervoor?
Niet alleen getreuzel staat een reductie van 60 procent in de weg. Het kabinet kan de strijd tegen klimaatverandering ook ondermijnen met nieuwe regelgeving die haaks staat op de klimaatdoelen. Een voorbeeld daarvan is het besluit om van 1 april tot en met 31 december is de accijns op ongelode benzine, diesel en LPG/LNG fors lager te maken.

Deze maatregel is bedoeld om de, door de oorlog in Oekraïne, gestegen energieprijzen te compenseren, maar is tevens een subsidie voor fossiele rijders. Terwijl er in de Klimaatwet juist geld is uitgetrokken om elektrisch rijden te stimuleren: voor de aanschaf van een nieuwe elektrische auto (cataloguswaarde tot 45.000 euro) kun je sinds dit jaar 3350 euro subsidie krijgen. Eind juni besloot het kabinet ook dat Nederlandse kolencentrales tot 2024 op volle toeren zullen moeten draaien: zo hoopt het kabinet minder afhankelijk te worden van Russisch gas.

Het kabinet belooft tientallen miljarden in een ‘klimaatfonds’

De ambitie
Het kabinet hoopt een grote slag te slaan met een klimaat- en transitiefonds, waarvoor het de portemonnee trekt. In dit fonds zit een bedrag van 35 miljard euro dat de komende 10 jaar kan worden gebruikt. Daarvan gaat 22 miljard euro naar de industrie en dan met name naar de 10 tot 20 grootste uitstoters, zoals Shell en Tata Steel. De overheid investeert die miljarden in een infrastructuur voor schone energie. Zo moeten leidingen en buizen worden aangepast om groen gas en waterstof te kunnen vervoeren.

Investeringen die die uitstoters zelf dus niet meer hoeven doen op weg naar een duurzamer verdienmodel. In ruil daarvoor wil het kabinet ‘afspraken maken over ambitieuze verduurzaming’, staat in het coalitieakkoord. Aan welke eisen de bedrijven moeten voldoen, wordt echter niet concreet.

Er zijn redenen om ‘enigszins pessimistisch te worden’

Hoe staan we ervoor?
Het Klimaatfonds van 35 miljard komt in elk geval niet snel uit de startblokken, blijkt uit navraag bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Woordvoerder Dion Huidekoper vertelt dat de ‘internetconsultatie’, waarbij burgers en bedrijven op het fonds kunnen reageren, net van start is gegaan. “Daarna worden de consultatiereacties verwerkt, gaat het wetsvoorstel naar de Raad van State en vervolgens kan de behandeling in het parlement worden gestart. Zowel de Raad van State als het parlement gaat over haar eigen agenda, dus het is lastig om daar een exacte planning van te geven”, aldus Huidekoper.

En dan de hamvraag
Moeten we wel op de politiek vertrouwen als het om klimaat gaat? Kramer verwoordt het diplomatiek: “Een goed geïnformeerd mens kan er niet omheen dat er redenen zijn om enigszins pessimistisch te worden. Maar ik zie het als morele plicht om optimistisch te blijven.”

Een eerdere versie van dit artikel verscheen op OneWorld.nl op 3 juni 2022.

Buying meat at a supermarket.

Vlees duurder maken? Dat kan averechts werken

Gedragswetenschappers waarschuwen voor onverwachte gevolgen.

Waarom Nederlandse kinderen soms zonder drinkwater zitten

Mensenrechtenorganisaties sleepten de staat voor de rechter.

  1. In de basisindustrie worden grondstoffen voor het eerst bewerkt, maar worden nog geen eindproducten gemaakt. De zogeheten ‘halffabricaten’ zoals kunststof pellets, motoren en glas worden in een volgende industrie samengevoegd tot eindproducten ↩︎
Irene van de Berg 24

Over de auteur

Irene van den Berg is journalist en columnist, gespecialiseerd in financiële psychologie. In haar verhalen probeert ze economisch gedrag …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief