In mijn herinnering vlogen er vroeger overal hommels. Het was mijn lievelingsdier toen ik een jaar of tien was. Ik ving ze met mijn handen, stopte ze in een jampot met wat bloemen en kon lang kijken naar die behaarde brombeestjes: die gele banden om hun mollige lijf, soms een klompje stuifmeel aan een pootje… Als ik er tegenwoordig één zie, raak ik nog steeds vertederd. Maar zo vaak zie ik ze niet meer. De afname van insecten is letterlijk merkbaar.

Van de 358 bijensoorten staat meer dan de helft op de Rode Lijst van bedreigde soorten. Van de vlinders zijn de populaties sinds 1990 met 30 procent geslonken. Op het platteland hebben de insecten weinig te zoeken, want de uitgestrekte grasvelden zijn beplant met één soort: Engels raaigras. Rijk aan voedingsstoffen voor koeien, maar insecten kunnen er niets mee. Daarom hebben veel bijen en vlinders hun toevlucht genomen tot de stad. Maar ook daar houdt het aantal plekken met wilde bloemen niet over.

Toch ligt de stad vol kansen. Er zijn best wat plaatsen waar fluitenkruid, scherpe boterbloem, witte klaver of andere bloemen zouden kúnnen groeien. Denk aan bermen, brede stroken groen langs wegen, water en spoorrails. Of juist kleine vergeten lapjes grond, groene daken, het vierkantje waarin bomen vaak staan. Het zijn allemaal potentiële insectenparadijzen.

Waarom laten gemeenten en provincies bermen niet lekker woekeren?

Helaas zijn de meeste bermen en andere groene plekken niet rijkelijk begroeid, maar juist strak gemaaid. Wekelijks gaat er een maaimachine overheen waardoor bloemen geen kans krijgen. Waarom laten gemeenten en provincies die bermen niet lekker woekeren?

Volgens Albert Vliegenthart van De Vlinderstichting gaat daar door de massale insectensterfte verandering in komen. Geen gemeente kan er meer omheen, denkt hij. De stichting heeft een keurmerk ontworpen dat het voor gemeentes makkelijker maakt om te kiezen voor een aannemer die ecologisch werkt. Verder probeert Vliegenthart organisaties als ProRail en Rijkswaterstaat te overtuigen bermen zo te beheren dat vlinders en andere dieren er profijt van hebben.

Gemeenten als Ede, Bronkhorst, Eindhoven, Barendrecht, Amsterdam en Uden nemen het voortouw en maken hun bermbeheer insectvriendelijker. Soms kun je aan de bermen zelfs aflezen waar de gemeentegrens ophoudt, vertelt Vliegenthart. “Dan is er in de ene gemeente een strak gazon, terwijl er in de andere wilde bloemen bloeien.”

Een vlinder kan niet lang vliegen zonder nectar, plukjes groen zijn hun tankstations

“Voor vlinders zoals het hooibeestje, icarusblauwtje, bruin zandoogje en zwartdikkopje vormen bermen hun leefgebied”, vertelt Vliegenthart. Hun hele levenscyclus speelt zich er af: van eitje tot rups, cocon en vlinder. Als je de stad door de ogen van een vlinder wilt bekijken, moet je alles wegdenken behalve de strookjes met bloemen. Een vlinder kan niet al te lang vliegen zonder nectar voor nieuwe energie. Als er genoeg bebloemde plekjes zijn, kan hij zich van de ene naar de andere verplaatsen en soortgenoten vinden om zich voort te planten – de bloemenstroken zijn feitelijk hun tankstations.

Zware machines

Hoewel gemeenten bewuster lijken te worden van hun potentiële glansrol als insectenredders, staan er soms praktische bezwaren in de weg. Zo hebben zij – of de aannemers die ze inhuren – vaak geïnvesteerd in grote maaimachines, legt Vliegenthart uit. Een massaal toegepaste (en de goedkoopste) vorm van bermbeheer is klepelen, waarbij een zware machine het gras – maar ook de insecten, eitjes en zaden daarin – in stukjes hakt. Ecologisch beheer vergt andere, kleinschaligere machines, maar omschakelen is een grote kostenpost.

berm
Beeld door: Shutterstock

Je zou denken dat een berm drie keer per jaar maaien goedkoper is dan vijftig keer per jaar, maar toch betekent ecologisch beheer juist een kostenstijging. Ook dat is een reden waarom sommige gemeenten er geen haast mee maken. Bij ecologisch beheer blijft het maaisel enkele dagen liggen zodat insecten eruit kunnen kruipen en zaden op de grond kunnen vallen. Het maaisel moet daarna worden afgevoerd, anders voedt het de bodem te veel en daar profiteert vooral het gras van. Maar voor het afvoeren moeten gemeenten afvalstoffenheffing betalen. Bij klepelen laten ze het maaisel meestal gewoon liggen.

Naast de geldkwestie is ecologisch beheer ook behoorlijk bewerkelijk, vertelt Frank Verhagen. Hij is beheerder natuurlijke gebieden van de gemeente Eindhoven – een pionier op dit gebied. Toen Verhagen zeventien jaar geleden bij de gemeente kwam werken, was het al de gewoonte om bijna alle bermen het grootste deel van het jaar (deels) te laten groeien. Het maaien gebeurt gefaseerd, waarbij altijd zo’n 15 procent blijft staan – vaak bloemrijke stukken.

Op de schrale heidegrond groeien al snel waardevolle bloemen: prima voer voor insecten

Eindhoven heeft haar ondergrond mee: op de schrale heidegrond groeien al snel waardevolle bloemen. Zelfs op stukken waar drie keer per jaar gemaaid wordt, komen paardenbloem en klaver op: prima voer voor insecten. Bij kleigrond is dat anders: als daar niets gebeurt, staat de vegetatie binnen no time anderhalve meter hoog.

Een ander obstakel op de weg naar een stadse bloemenzee: verkeersveiligheid. Dicht bij een kruispunt kun je de bermen niet laten woekeren. Het ontneemt het zich en dat is gevaarlijk voor het verkeer. Maar, benadrukt Verhagen: dat betekent niet dat je al 300 meter voor het kruispunt alles kort moet maaien. 50 meter volstaat.

Daarnaast is er plantenkennis nodig voor ecologisch beheer. Het luistert namelijk best nauw welke planten wel en niet goed zijn voor insecten; niet alle aannemers en gemeenten hebben die kennis in huis. Het keurmerk KleurKeur van De Vlinderstichting en de cursus die erbij hoort vullen dat gat. Aannemers leren over flora en fauna in de berm, en de fijne kneepjes van het gefaseerd maaien.

Ten slotte is er soms concurrentie om het gebruik van een stuk grond: de stadsmens wil kunnen zonnen, of de hond uitlaten. In Eindhoven houdt Verhagen in de gaten dat hij geen hondenbezitters tegen zich in het harnas jaagt. “Soms krijg ik telefoontjes: ‘Ik kan mijn teckel niet meer terugvinden in het hoge gras.’ Zoiets wil je niet op een hondenlosloopterrein.”

Kruidenrijke bermen in Amsterdam

Niet iedereen staat te springen om ecologisch beheerde bermen, merkt ook Florinda Nieuwenhuis, stadsecoloog van de gemeente Amsterdam. “Kortgemaaide gazons zijn het hele jaar mooi groen, daar zijn veel mensen aan gewend. Ecologisch beheerde bermen zien er vooral in het najaar, als na het maaien alles dor en droog is, niet aantrekkelijk uit. Het vergt een mentaliteitsverandering. Maar er zijn ook mensen die juist vrágen om ecologisch bermbeheer.”

Sinds enkele jaren komt er ook in de hoofdstad verandering op gang. “We komen van ver”, zegt Nieuwenhuis. “Na de oorlog, tijdens de wederopbouw, wilden mensen alles netjes aangeharkt hebben. Pas rond 2000 kwam het inzicht dat dat armoede oplevert op het gebied van biodiversiteit. Sinds 2012 zetten we grootschalig een andere koers in.”

Een natuurlijke berm werkt ook als een spons bij regenoverlast

Amsterdam heeft een ecologische zone door de stad uitgestippeld, waar gaandeweg steeds meer straten bijkomen. De stadsecoloog schat in dat het nog vijf à tien jaar duurt voordat de hele stad ‘om’ is. Dat het niet in een keer gebeurt, is vooral een financiële kwestie.

De kosten voor ecologisch beheer zijn netto misschien wat hoger, maar volgens deskundigen worden die ruimschoots gecompenseerd door de voordelen die de grote verscheidenheid aan planten biedt. Zo kan een kruidenrijke berm plagen verminderen. Nieuwenhuis: “De insecten die een berm aantrekt, trekken sluipwespen en vleermuizen aan, die op hun beurt bijvoorbeeld de eikenprocessierups eten.”

Ook werkt een natuurlijke berm als een spons bij regenoverlast, zorgt het voor een goede afwatering van de weg en brengt het verkoeling in de zomer. Ten slotte biedt een wildbegroeide berm rust en ontspanning in de aanblik. “Het geeft een fijn gevoel als je een vogel hoort fluiten of een vlinder ziet vliegen”, zegt Nieuwenhuis. “Zeker in de stad zijn bermen langs fiets- en wandelroutes essentieel voor de ontspanning van mensen.”

Het gaat slecht met vogelsoorten als de kievit, scholekster en spreeuw

Daar komt nog bij dat ook vogels flink profiteren van kruidenrijke bermen, vertelt Robert Kwak van Vogelbescherming Nederland. “De insecten die op bloeiende planten afkomen, worden in het broedseizoen door vrijwel alle vogels aan hun jongen gevoerd. Vaak zitten er ook veel muizen in bermen, daar profiteren torenvalken en buizerds van”, zegt Kwak. “In de winter zie je vaak vinken en de zangvogel geelgors langs de weg zitten om de zaden uit planten te pikken.”

Het gaat slecht met vogelsoorten die vijftig jaar geleden nog heel algemeen waren, zoals de kievit, scholekster en spreeuw, ziet Kwak. Dat komt onder andere doordat er jarenlang weinig aandacht is uitgegaan naar natuur buiten reguliere natuurgebieden. Daarom zet Kwak zich in voor verhoogde kwaliteit van natuur in onder andere de stad, bijvoorbeeld door gemeenten erop te wijzen dat ze hun bermen beter niet in de bloeiperiode kunnen maaien.

Hef de hark

Bewoners kunnen hun gemeente of provincie stimuleren om ecologisch te beheren. Els de Vos uit Amsterdam ging zelfs een stap verder, en nam het heft in eigen hand. Ze maakte zich boos dat een bloemrijk stukje natuur bij haar in de buurt werd gemaaid en dat het maaisel nog diezelfde dag werd afgevoerd. Ze sprak werklui erop aan. “‘Maak maar een plan’, zei de verantwoordelijke beheerder tegen me”, vertelt De Vos. Eerst was ze verbaasd, maar ze ging aan de slag en kreeg de smaak te pakken.

“Samen met een buurvrouw heb ik er maaisel van een ander wild veldje uitgestrooid, en al gauw kwam er ratelaar, rietorchis, teunisbloem en Jakobskruiskruid op.” Inmiddels onderhoudt ze met tientallen vrijwilligers een aantal bermen in sportpark Middenmeer. Voor wie nu vol inspiratie ook de hark ter hand wil nemen: voorkennis is wel handig. De Vos had toevallig al kennis van ecologisch beheer en ze raadt andere mensen die openbare bermen willen onderhouden aan om met een gedegen plan te komen.

Als ik door de stad fiets, stel ik me soms voor hoe het óók kan zijn: vol wuivende kruidenplanten, gonzend van de hommels en vlinders. Hopelijk kantelen de gemeenten snel hun beleid. Het kan de redding zijn voor de insecten.

Dit artikel verscheen eerder in OneWorld-magazine.

biodiversiteit-insecten-bijen-unsplash

De insecten sterven uit. Nou en?

Insectensterfte is slecht nieuws voor ons allemaal. Maar waarom eigenlijk?

Tinyforest

Red de natuur met je eigen minibos

Met een Tiny Forest kun je de biodiversiteit stimuleren.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
kirsten-dorrestijn

Over de auteur

Kirsten Dorrestijn is freelance journalist en schrijft het liefst over dieren, planten en natuurgebieden, maar ook over fietsen, voedsel …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief