Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

Seada Nourhussen – de huidige hoofdredacteur van OneWorld – kijkt naar haar voorgangers tegenover haar aan tafel en ziet een emancipatoire ontwikkeling: “We zijn van een witte man naar een witte vrouw naar een zwarte vrouw gegaan.” Hans Ariëns, de eerste hoofdredacteur van OneWorld (2011-2015) en zijn opvolger Lonneke van Genugten (2015-2017) lachen instemmend om deze observatie. In haar tijd als hoofdredacteur zette Van Genugten zich in voor een inclusiever en diverser OneWorld. “Dat een vrouw van kleur met zo’n indrukwekkende journalistieke achtergrond mij opvolgde, dat vond ik fantastisch.” Ze zijn samengekomen in Pakhuis De Zwijger, waar de redactie tot 2017 kantoor hield, om tien jaar OneWorld door te nemen. Er worden complimenten uitgedeeld, herinneringen opgehaald en kritische vragen gesteld over elkaars hoofdredacteurschap.

Nourhussen, die aantrad nadat de subsidie aan OneWorld was gestopt, vraagt zich af hoe het voor Ariëns en Van Genugten was om journalistiek te bedrijven toen OneWorld door het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) werd gesubsidieerd. Ariëns: “Er was een redactiestatuut dat de onafhankelijkheid waarborgde. Die onafhankelijkheid was door de subsidie alleen niet absoluut. Maar in de praktijk spoorde voormalig GroenLinks-politicus en diplomaat Bram van Ojik – die namens BZ in de redactieraad zat – ons aan om scherp te zijn. Zo schreef hij in september 2007 in een eigen bijdrage in voorganger Internationale Samenwerking (IS) dat we kritisch moeten kijken naar de werkelijke bijdrage die wij kunnen leveren via ontwikkelingshulp: ‘Ons past bescheidenheid en een kritische geest.’”

Van Genugten verwijst nog wel grijnzend naar een officieel gesprek op de kamer van toenmalig VVD-Tweede kamerlid Han ten Broeke in 2016. “We hadden een column van Quinsy Gario waarin hij stelde dat activiteiten onder de vlag van antiracisme juist een stem geven aan mensen die racisme verspreiden, met als voorbeeld Marianne Zwagerman. Han ten Broeke wilde op aansporing van Zwagerman de subsidie voor OneWorld stopgezet hebben, omdat de inhoud van de column hem niet beviel.”

10 jaar oneworld

Seada Nourhussen (1978) werd in 2018 hoofdredacteur. Daarvoor had ze twaalf jaar bij Trouw gewerkt, waarvan acht jaar als Afrika-redacteur op de buitenlandredactie en twee jaar als columnist. Met OneWorld wil ze journalistiek rechtvaardiger bedrijven en ruimte bieden aan gemarginaliseerde groepen. Niet alleen als onderwerp, maar ook als makers.

CMS seada 2
Seada Nourhussen Beeld door: Leroy Sankes

Door de jaren heen kwam de nadruk in OneWorld telkens op andere thema’s te liggen. Voor Ariëns werden onder meer klimaat en mondiale productieketens van bijvoorbeeld fast fashion steeds belangrijker, Van Genugten bracht het slavernijverleden, dekolonisatie en feminisme in en onder Nourhussen zijn rechtvaardige taal, racisme, lhbtq+ en validisme belangrijke pijlers geworden.

Van Genugten herinnert zich dat veranderingen niet altijd even positief werden ontvangen. “Ik plaatste bijvoorbeeld een stuk online met de titel ‘Poes onder de loep’, dat vrouwen moest aanmoedigen hun vagina beter te leren kennen. Dat leidde tot commotie bij de mannen van NCDO.” In 2020 zou OneWorld een heel magazine wijden aan de vulva.

Hoe kijk jij naar het OneWorld van Nourhussen?
Van Genugten bladert door een OneWorld van oktober 2020 met een verhaal over vrouwenmoord in Nederland op de cover: “Toen Hans en ik voor OneWorld werkten, zaten we vooral op de internationale thema’s en discussies, bijvoorbeeld rond het boek van Linda Polman De Crisiskaravaan, dat een kijkje achter de schermen van hulporganisaties geeft, of rond Dambisa Moyo’s Dead Aid, dat laat zien hoe ontwikkelingshulp averechts werkt.”

Ariëns: “Ik zie ook continuïteit, zeker in het magazine. Dat is nog steeds internationaal gericht. OneWorld heeft online een nieuwe rol gekregen als spreekbuis voor gemarginaliseerde groepen in Nederland. Dat zie je aan onderwerpen als fat shaming en gender. Wij zochten iets meer naar meerstemmigheid en botsende meningen; we hadden bijvoorbeeld ook mensen in het blad die nu niet meer zouden kunnen, zoals Marcel van Roosmalen.”

Van Roosmalen ging – afgewisseld met Dirk Jan van der Burgt – naar lokale bijeenkomsten over ontwikkelingssamenwerking en duurzaamheid om daar met het perspectief van een buitenstaander naar te kijken. Ariëns: “Daarmee wilden we lucht brengen in het blad, en ons publiek, dat grotendeels uit de ontwikkelingssamenwerking kwam, humoristisch tegen de haren instrijken.”

Waarom zou Marcel van Roosmalen nu niet meer kunnen?
Nourhussen: “Dat heb ik nooit gezegd. Moeten we het daar echt over hebben? De redactie wilde met zijn rubriek stoppen. ‘We hebben alle boomplantdagen nu wel gehad’, was het argument bij mijn aantreden. Het was ook een te dure productie; achthonderd euro voor twee pagina’s. Van Roosmalen verkondigt jaren later nog dat hij door mij is ontslagen omdat hij een witte man is. Ik moest best om zijn rubriek lachen, maar niet om deze kwalijke aantijgingen.”

We zijn geen humorloze mensen op bamboefietsen met hennepsokken

OneWorld wordt wel regelmatig gebrek aan humor verweten.
Nourhussen: “Het is een running gag op de redactie dat áls wij dingen luchtig benaderen, het verkeerd wordt begrepen. Neem de rubriek OneWorld is er klaar mee. Dat is een plek om je even vrolijk kwaad te maken. We hebben het gehad over corrigerend ondergoed, terrasverwarming en mansneezing (als variant op mansplaining, red.). Dat laatste viel helemaal verkeerd. We dachten: niezen is door corona een hot topic en wij vonden het grappig dat dit door de auteur werd gekoppeld aan het patriarchaat. Vooral de buitenwacht reageerde boos: mag dan niets meer? ‘Ga over Afghanistan schrijven’, werd gezegd. Alsof we dat niet doen.”

geschiedenis van oneworld versie 2

De geschiedenis van OneWorld

Covers van toen tot nu.

Ariëns: “Mensen verwachten van OneWorld alleen nog maar politieke manifesten.”
Nourhussen: “We zijn geen humorloze mensen op bamboefietsen met hennepsokken. We hebben lol en zelfspot. Maar we zijn wel serieus in onze journalistiek voor rechtvaardigheid.”
Ariëns: “De buitenwacht ziet al snel doorgeslagen wokeness.”
Nourhussen: “Dat wóórd! Dat wordt zo vaak misbruikt om vooruitgang te blokkeren.”
Van Genugten: “Dat je verkeerd wordt begrepen, belemmert dat jou in wat jij wil bereiken met OneWorld? Het lijkt me soms ten nadele werken van je effectiviteit.”
Nourhussen denkt even na: “Onze rol is om onderbelichte verhalen te brengen. Dat doen we goed. Confronterende onderwerpen bespreken zonder dat mensen het zich direct persoonlijk aantrekken is überhaupt lastig.”

Dat merkte Nourhussen ook toen ze in 2018 het stuk ‘Met deze taal stoppen we’ schreef. “De aanleiding waren het soort voorstellen dat de redactie ontving van freelance journalisten. Die stelden nog te vaak de ontwikkelingswerker als weldoener centraal, in de trant van: ‘Er is een mooi project in Kenia, willen jullie daar een reportage van?’ Weinig journalistieke nieuwsgierigheid, en het onderstreepte de oude koloniale verhoudingen.” Bovendien was ontwikkelingssamenwerking voor de komst van Nourhussen al niet meer het hoofdthema.

Om duidelijk te maken dat OneWorld een andere koers was gaan varen, maakte Nourhussen een woordenlijst waarin ze afscheid nam van koloniaal taalgebruik. Columnisten in de Volkskrant, NRC en media als GeenStijl wonden zich er danig over op. Elma Drayer schreef in de Volkskrant dat je de werkelijkheid niet verandert door de taal aan te passen en GeenStijl hekelde (zoals altijd) de ‘deugcultuur’. Nourhussen: “Andere media voelden zich aangesproken – mooie bijkomstigheid – maar het ging vooral over waarom OneWorld bepaalde woorden wilde veranderen.”

10 jaar oneworld

Nourhussen bekritiseerde met dat artikel eigenlijk ook het taalgebruik uit de tijd van Ariëns en Van Genugten. Hoe kijken jullie naar de woordenlijst?
Van Genugten: “Ik vind het een heel nuttige lijst, ik gebruik ‘m zelf ook in mijn werk. Vanuit de gemeente Amsterdam wordt bijvoorbeeld gesproken over het ‘bestrijden van overgewicht bij kinderen’. Door artikelen in OneWorld over fat shaming ben ik anders gaan kijken naar de term ‘overgewicht’, het stigmatiserende ervan. Ik deel die stukken met raadslieden of collega’s van het fractiebureau. Het helpt ons om een ander discours te kweken. Waar wij kietelden, zet Seada door: Jongens, we gaan hier nu mee stoppen!”

Ariëns: “Je kunt niet zeggen dat de bewustwording van redacties over hun taal een-op-een door OneWorld komt, maar ik denk zeker dat OneWorld een bijdrage levert. Bij de Volkskrant hadden we laatst een discussie over een kop op de voorpagina, waarin werd gesproken over ‘Afghaanse migranten’. Dat hebben we vervangen door ‘Afghaanse vluchtelingen’. Het woord ‘migranten’ suggereert vrijwilligheid.”

Nourhussen: “Juíst journalisten zouden het elke dag over taal moeten hebben. Bij OneWorld hebben we niet de menskracht – ik wou zeggen ‘mankracht’, maar het is ‘menskracht’ – om het nieuws te verslaan. Maar we kunnen wel het mediadiscours beïnvloeden met taalvernieuwing die rechtvaardiger is. Om bewustzijn te kweken rondom koloniale, homofobe, xenofobe en transfobe taal nemen we lezers mee in onze taalbeslissingen.”

Lonneke van Genugten (1977) volgde Ariëns in 2015 op als hoofdredacteur, nadat ze jarenlang met hem had samengewerkt, eerst bij IS en vervolgens bij OneWorld. Tegenwoordig is ze campagneleider en Hoofd Communicatie en Persvoorlichting voor GroenLinks in Amsterdam. Tijdens haar hoofdredacteurschap wilde ze OneWorld diverser en inclusiever maken, zowel de redactie als de verhalen.

CMS lonneke
Lonneke van Genugten Beeld door: Leroy Sankes

Waarin onderscheidt OneWorld zich nog meer van andere media?
Nourhussen: “Wij zoeken de dwarsverbanden op. We schrijven over klimaatverandering én migratie of klimaatverandering én seksisme of klimaatverandering én racisme. Bij andere media worden deze zaken geïsoleerd behandeld, maar dan versimpel je het probleem.”

Ariëns aan Nourhussen: “Hoe verhoud jij je tot het begrip activisme?”
Nourhussen zucht omdat ze deze vraag altijd krijgt. “Ik denk dat journalistiek in de kern activistisch is. Elk stuk begint met verontwaardiging of verbazing: hoe zit dit? Voor mij is een activist iemand die onbetaald in de regen op de barricade staat, niet iemand die op een warm kantoortje stukjes zit te tikken. Het begrip wordt misbruikt door traditionele media om te diskwalificeren, om te zeggen: Dit is geen echte journalistiek. Journalistiek draait om feiten, dat is bij ons niet anders.”

OneWorld is al sinds de oprichting open over haar idealen. In het redactiestatuut van 2011 staat: ‘De redactie wil de verbondenheid tussen vraagstukken die ‘hier’ en ‘daar’ spelen inzichtelijk maken voor de lezer en wijzen op de mogelijkheden die de lezer heeft om zelf bij te dragen aan het oplossen van mondiale problemen.’ Van Genugten: “Ook al hadden we onze idealen, we kozen wel altijd voor het enerzijds-anderzijds verhaal. We waren bang om onze geloofwaardigheid te verliezen als we te activistisch overkwamen. Ik denk dat OneWorld zich nu sterker profileert in de verhalen die het wil vertellen, al worden de onderwerpen nog altijd journalistiek benaderd.”

Nourhussen schreef een manifest waarin ze de principes van OneWorld op een rijtje zet en onder meer uitlegt waarom OneWorld niet neutraal is en je de redactie zou kunnen tegenkomen bij demonstraties tegen racisme of seksisme. Nourhussen: “Journalisten staan niet buiten de samenleving. Ik heb onze missie voor rechtvaardigheid urgenter gemaakt.”

Van Genugten: “Hans en ik merkten in onze tijd bij OneWorld dat onderzoeksjournalistiek legitimiteit geeft aan de missie die je hebt. Het is fact based en je laat zien hoe systemen de machtsverhoudingen in stand houden. Zou jij je ook meer bezig willen houden met onderzoeksjournalistiek?”
Nourhussen: “Dat doen wij – zelfs zonder jullie oude budgetten. Van de zomer publiceerden we over de allereerste toeslagenaffaire; de door Mark Rutte geïnitieerde fraudejacht op Somaliërs van 2005 tot 2007 die door de rechter veroordeeld is als rassendiscriminatie. Dat verhaal is zestien jaar blijven liggen bij andere media. Ik heb één schrijvende redacteur parttime in dienst en die heeft in drie weken advocaten, documenten en gedupeerden gevonden en een verhaal van tien pagina’s gemaakt.”

Van Genugten, die middels ledenbijeenkomsten en discussieavonden veel direct contact onderhield met leden, tegen Nourhussen: “Je dwingt de lezer nu kritisch te kijken naar zichzelf. Daarmee heb je wel voor ongemak gezorgd binnen de oude lezersgroep. Ze dachten: Dit is mijn clubblaadje, waar ben ik dan? Ik was wel een beetje bang dat je oude fans zou kwijtraken. Je bouwt niet zomaar een nieuwe fanbase op.”

Nourhussen: “Netto hebben wij nog evenveel abonnees als toen ik aantrad. OneWorld-abonnees zijn namelijk trouw, sommigen zijn al sinds 2002 lid. Als de oudere lezers opzeggen is dat vaak omdat ze simpelweg slecht zien of ze melden per ansichtkaart: ‘Ik snap het internet niet’ – we bestaan voor een groot deel online. Er is nu vooral meer verscheidenheid onder de lezers. De oude garde – laatst zei iemand tegen me: ‘Ik erger me, maar ik word ook geprikkeld, ga zo door’ –, en de kleurrijke, groene, gender non-conforme millennial.”

Ariëns: “In het huidige OneWorld wordt veel bekend verondersteld. Als je over ‘intersectionaliteit’ schrijft, sluit je ook veel mensen buiten. Ik heb het idee dat je al een bepaald begrippenkader moet hebben of tot een bepaalde beweging moet horen om het blad of de site te begrijpen.”
Nourhussen geeft aan dat ze het oude jargon bij OneWorld in het begin zelf niet begreep. “Denk aan Sustainable Development Goals, dat als ‘SDG’s’ tijdens vergaderingen over tafel vloog. En ik sprak zelf nooit over ‘de eiwittransitie’ als het over plantaardig ging.” Maar ze snapt Ariëns’ kritiek. “We blijven deels een niche, maar we proberen alles uit te leggen. Er zijn bijvoorbeeld auteurs die Zwart met een hoofdletter te schrijven, dan plaatsen we een annotatie die je kunt aanklikken. Schrijven voor zowel ingewijden als de leek is een lastige balans.”

Ariëns: “Ik vraag me soms wel af hoe bereid de nieuwe doelgroep is om te betalen voor content.”
Volgens Nourhussen zijn ze dat wel. ”Ook voor de online artikelen die eerder gratis waren. Bovendien is het bedrag voor het magazine realistischer dan voorheen. Bladen maken is heel duur, tienduizenden euro’s per editie. Het combi-abonnement, digitaal en papier, blijft het populairst. Daarom wilden John [Olivieira, red] en ik het blad terugbrengen; twee extra dikke nummers, in plaats van tien dunnere nummers.”

Hans Ariëns (1960) was de eerste hoofdredacteur van OneWorld, van 2011 tot 2015. Daarvóór was hij hoofdredacteur van Internationale Samenwerking (IS), een voorlichtingsblad over ontwikkelingssamenwerking van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Tegenwoordig is hij freelance onderzoeksjournalist voor Follow The Money en eindredacteur bij de Volkskrant. Als hoofdredacteur wilde hij OneWorld meer op de kaart zetten binnen de journalistiek, met een speciale rol voor onderzoeksjournalistiek.

CMS hand
Hans Ariëns Beeld door: Leroy Sankes

Eind 2020 bleek OneWorld financieel in zwaar weer te verkeren. De hele redactie, inclusief Nourhussen, werd ontslagen. Wat dachten jullie toen Seada bekendmaakte dat ze samen met John Olivieira de titel ging exploiteren?
Van Genugten: “Stoer!”

Ariëns: “Op het moment dat wij weggingen wisten we dat het een hele opgave zou worden om een titel overeind te houden die eigenlijk voornamelijk op subsidie draaide – weliswaar op den duur gemengd met eigen inkomsten.”

Van Genugten vult aan: “Wij waren op zoek naar een hybride verdienmodel: deels abonnees, maar ook partners, zoals maatschappelijke organisaties en ministeries. Bedrijven zag ik als een minder voor de hand liggende partij. Ik vond de combinatie van hoofdredacteur zijn en je bezighouden met een businessplan eigenlijk de dood in de pot voor de journalistiek. Hoe combineer jij je journalistieke antenne met de business, Seada?”

Nourhussen: “Ons model is nog steeds hybride, maar John en ik willen wel een gezondere balans. OneWorld leunde te veel op partners en te weinig op de core business: journalistiek. Terwijl wij bovenop dé thema’s van onze tijd zitten, zoals duurzaamheid en gender. Ook bedrijven zeggen daarmee te worstelen. Zij schotelen de steeds kritischere consument grote plannen en beloftes voor, dus ik dacht: Put your money where you mouth is. Maak kritische journalistiek over deze onderwerpen mogelijk.”

10 jaar oneworld

Er verschenen acht magazines in 2019 en 2020 rond ethische consumentendilemma’s zoals cacao, geld en veganisme, die werden gesponsord door bedrijven en organisaties. De specials over water en plastic werden voor een groot deel betaald door Nestlé, derde plasticvervuiler ter wereld. In een contract dat online werd gezet stond dat Nestlé zich niet mocht bemoeien met de inhoud. Dat leidde ertoe dat het bedrijf zelf op de pijnbank belandde in een artikel over privatisering van water. Andere sponsors waren Dopper (van de duurzame waterflessen) en Plastic Soup Foundation. De partijen betaalden naar rato.
Nourhussen: “Ik zag het als zakelijke én journalistieke vernieuwing. Nestlé was niet per se blij, maar we hielden ons aan de overeenkomst.”

Ariëns: “Ga je daarmee door?”
Nourhussen: “Voor de toenmalige accountmanager was het een enorme klus om deals te sluiten en redactioneel was het ook niet makkelijk om journalisten ervan te overtuigen dat we écht onafhankelijk wilden opereren. Maar ik zou er best mee verder willen in een andere vorm. Het magazine kon zich eindelijk een beetje terugverdienen.”

Ontwikkelingssamenwerking is de voedingsbodem van OneWorld geweest. Welke betekenis heeft dat nu nog voor de identiteit van de titel?
Nourhussen: “Wij kijken daar kritisch naar, zelfs naar de term. De sector zelf is onder invloed van verrechtsing en dekolonisatie deels vervangen door sociaal ondernemerschap. Die bedrijven zitten nog volop in ons partnernetwerk en op de vacaturebank. De meest gunstige kijk op ontwikkeling zit nog in onze naam: we delen een aarde met elkaar. ‘Mondiaal denken, groen doen’ was het motto van het blad nog toen ik hoofdredacteur werd. Ik vond dat aandoenlijk, maar niet journalistiek. Iets te stichtelijk.”
Ariëns: “Lonneke, dat motto heb jij nog bedacht.”
Van Genugten, die nu geheel in die geest werkzaam is voor GroenLinks, moet lachen: “Daar sta ik iedere dag mee op!”

Nourhussen: “Het idee was dat het ‘handelingsperspectief’ bood, wat ook zo’n woord was dat ik veel op de redactie hoorde toen ik er net kwam. Wij bieden lezers inspiratie via bijzondere mensen en handvatten om bijvoorbeeld wetten naar de dagelijkse praktijk te vertalen. In het kader van de woonprotesten plaatsten we een uitleg: hoe kraken krakers in een tijd dat het verboden is? We zeggen niet: Ga kraken! Ons motto is nu: Lees je bewust. Begrijp hoe systemen werken, hoe onrecht wordt gecreëerd. Het huidige OneWorld is urgenter, visueel aantrekkelijker en eigentijdser geworden, maar de ziel is nog hetzelfde – het streven naar een betere wereld – en dat heb ik aan mijn voorgangers te danken.”

manifest cms 2

Dit is het vernieuwde OneWorld

Lees in het OneWorld-manifest waar we voor staan, en wat we (niet) doen.

seada_redactioneel 3

Van lijdend voorwerp naar leidinggevend

In OneWorlds voorganger zag Seada Nourhussen zichzelf vooral terug als hulpbehoevend.

670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief