Het is 13 oktober 2019. Ik zit in de trein, onderweg naar mijn ouders, en speel in mijn hoofd af hoe de avond eruit zal zien. Ik neem me voor om bij aankomst mijn rugzak bij de voordeur te zetten, zodat ik hem kan meegrissen als het gesprek de verkeerde kant op gaat, en vraag me af wanneer ik mijn troefkaart zal spelen: ‘Ik wéét gewoon dat ik transgender ben.’ Met opgeheven hoofd stap ik de trein uit.

Negen maanden later deelt een vriend een openhartig bericht in een besloten Facebookgroep. Hij heeft, na lang twijfelen, besloten om te stoppen met de testosteron die hij voor zijn transitie neemt. Hoe gelukkig hij zich van binnen ook voelt, de lichamelijke veranderingen staan hem tegelijkertijd te zeer tegen. Geen eenvoudig besluit: behalve gevoelens van onzekerheid en angst voor de toekomst, ervaart hij schaamte tegenover zijn omgeving omdat hij niet zeker is van waar hij in zijn transitie heen wil.

Elke twijfel die we uiten wordt gezien als bewijs van ons mentale onvermogen

Ik herken die schaamte van trans personen om – zelfs in de veiligheid van besloten groepen – te spreken over eventuele twijfels bij je transitie. Die schaamte is ook niet vreemd: trans personen moeten nog steeds vechten voor elke korrel acceptatie (zie kader), onze identiteit wordt nog steeds niet voor vol aangezien en we worden nog steeds voortdurend gevraagd om ‘bewijs’ voor onze genderidentiteit, terwijl tegelijkertijd geen enkel ‘bewijs’ volstaat. Want hoewel acceptatie geleidelijk toeneemt, bestaat nog steeds het idee dat we niet wérkelijk het gender zijn dat we zeggen te zijn. Het enige antwoord dat aan het eind van een lange discussie rest is dan: ‘Ik wéét het gewoon.’ We gooien de deur op slot voor elke nuance.

Acceptatie en welzijn van transgender personen in Nederland

  • Nederlandse transgender jongeren scoren op elk gemeten aspect van hun gevoel van eigenwaarde significant lager dan cisgender jongeren. Op school, in hun sociale omgeving en thuis worden ze veel vaker dan cisgender jongeren gekleineerd, verwaarloosd, bedreigd en lichamelijk en geestelijk mishandeld.
  • 13 procent van de volwassen Nederlanders keurt operaties en hormoonbehandelingen voor transgender personen af. Onder jongeren ligt dit percentage tussen de 15 en 25 procent.
  • 14 procent van de volwassenen gaat liever niet om met mensen die niet duidelijk man of vrouw zijn.
  • Eén op de vijf volwassen Nederlanders vindt dat er iets mis is met mensen die niet duidelijk man of vrouw zijn.
  • Meer dan een kwart van de volwassenen weet niet zeker of hij of zij de vriendschap in stand wil houden als blijkt dat hun beste vriend(in) transgender is en in transitie wil.
  • Minder dan de helft van de Nederlandse jongeren staat uitgesproken positief tegenover transgender personen. 11 procent staat uitgesproken negatief tegenover hen.
  • 45 procent van de volwassen transgender personen durft niet open te zijn naar collega’s over zijn/haar/hun identiteit (meest recente cijfers uit 2012).

Uit: Handreiking lhbti-emancipatie Movisie (2018) en LHBT-monitor 2018.

Valse bondgenoten

Er is één publiek dat een gretig oor heeft voor de verhalen van mensen die twijfels hebben bij hun transitie. Met name de verhalen van zogeheten ‘detransitioners’ (mensen die na een significante tijd in transitie te zijn geweest rechtsomkeert maken, oftewel in ‘detransitie’ gaan) doen het goed onder transhatende ‘gendercritici’ 1, en worden misbruikt om de verhalen van transgender personen in twijfel te trekken.

‘Gendercritici’ schuiven graag aan in de weinige openbare ruimtes waarin twijfelaars hun verhaal kwijt kunnen. Hoe ver de gevolgen van die infiltratie kunnen gaan bleek maar weer eind juni, toen het populaire internetforum Reddit een subforum, waarop tot dan toe duizenden detransitioners ervaringen met elkaar hadden gedeeld, op slot gooide. De pagina was bedoeld als safe space, maar bleek ook erg aantrekkelijk voor transfobe haatgroepen (zoals het begin dit jaar opgerichte Nederlandse Voorzij, dat er een oproep deed). Inmiddels is het subforum weer open. Wel hebben beheerders deze week aangegeven dat alle bijdragen van ‘buitenstaanders’ (mensen zonder eigen ervaring met detransitie) zullen worden verwijderd.

Vooral stigmatisering en discriminatie zorgen ervoor dat trans personen hun transitie niet doorzetten

Ook organisaties die zich specifiek opwerpen voor de erkenning en het welzijn van mensen die twijfels hebben bij hun transitie, doen bij de scherpe toehoorder de alarmbellen rinkelen. Neem het eind vorig jaar in Groot-Brittannië opgerichte The Detransitioners Advocacy Network (TDAN). TDAN presenteert zich als een actiegroep voor de ‘destigmatisering van detransities’ en het ‘uitbreiden van gezondheidszorg en juridische bijstand van detransitioners’. Stuk voor stuk nobele zaken, zou je zeggen. De groep blijkt echter nauwe banden te onderhouden met het trans-uitsluitende en sekswerkers-uitsluitende radicaalfeministische netwerk Make More Noise. En wat moet ik denken van een ‘stappenplan om jezelf een weg uit je [gender]dysforie te denken’, dat TDAN op haar artikelpagina uitlicht?

We ontnemen trans personen hun verhaal

Als transgender persoon over je twijfels spreken kan ‘gendercritici’ dus in de kaart te spelen, maar kan ook moeilijk vallen in je omgeving: die verwacht namelijk vaak dat je precies weet hoe je wilt dat je transitie eruitziet. Onze beeldvorming van trans personen is daaraan medeplichtig. Het moment waarop iemand beseft dat hij/zij/hen transgender is, wordt vaak gepresenteerd als een ijkpunt: daarvóór waren er vragen, maar dan ‘valt alles op zijn plek’ en zijn er alleen nog maar antwoorden.

Ook ik ga daarin niet vrijuit: ik kan een avond vullen met anekdotes over het moment ‘dat ik uit mijn ei brak’, maar ik vertel niet over de paniekaanvallen in de maanden die daarop volgden. Net als veel andere trans personen heb ik met mezelf geruzied over de meest onwaarschijnlijke verklaringen voor mijn genderidentiteit – soms doe ik het nog steeds. Ja, er is inderdaad veel op zijn plek gevallen, maar ik heb er nieuwe vragen voor teruggekregen. De puzzel is niet af. Daar zit ik niet mee; hoe arm zou mijn leven zijn als ik al op mijn zesentwintigste alles van mezelf wist? En wie weet hoeveel puzzelstukjes ik nog tussen de bank ga vinden?

Door van trans personen te verlangen dat ze hun hele transitie hebben uitgestippeld, plaatsen we ze wéér in een hokje

Niet lang geleden zat ik met een vriendin op het terras. Een gemeenschappelijke vriend – die net als ik op een onethisch lange wachtlijst staat bij een genderpoli – kwam ter sprake. Zijn eerste afspraak komt in zicht, maar hij heeft twijfels over wat hij precíes wil (wel of geen testosteron, wel of geen borstverwijdering?). Ik liet vallen dat ik met hem te doen had, dat ik het hem zou gunnen te weten wat hij wilde, waarop mijn vriendin me tot de orde riep: ‘Hoor je wat je nu doet? Je ontneemt hem zijn eigen verhaal.’

Ik ben blij dat ze dat zei. Want mijn vriend heeft net zoveel recht op zijn eigen verhaal en zoektocht als ik. Dat is iets waar zeker non-binaire trans personen meer over kunnen vertellen. Ik weet in elk geval hoeveel moed het vergt om de verwachtingen van een cis-normatieve samenleving2 naast je neer te leggen. Door van trans personen die ‘uit de kast komen’ te verlangen dat ze elk aspect van hun transitie hebben uitgestippeld, doen we niets anders dan ze van het ene hokje waar ze niet in pasten in het andere plaatsen – we nemen ze zeggenschap af op misschien wel het kwetsbaarste moment in hun leven.

Dat invullen van de verhalen van trans personen gaat waarschijnlijk nog wel even door. De greep van ‘gendercritici’ op de cis-normatieve samenleving is namelijk sterk. De Amerikaanse schrijver en bioloog Julia Serano merkt bijvoorbeeld op dat ‘gendercritici’ met hun aandacht voor ‘mislukte’ transities het idee de wereld in helpen dat artsen en ouders kinderen transgender ‘zouden maken’. Dit grijpt terug op een onderzoek van universitair docent Lisa Littman, die de niet-wetenschappelijke term3 ‘Rapid Onset Gender Dysphoria’ (ROGD) muntte: onder groepsdruk zouden jongeren zichzelf massaal als transgender gaan identificeren.

De mythe van de ‘plotselinge genderdysforie’ is lang en breed ontkracht, maar is niettemin een geliefd stokpaardje van mensen die de zorg voor transgender personen willen bemoeilijken. Pseudowetenschap als ROGD houdt niet alleen het idee in stand dat transgender personen niet écht het gender zijn dat ze zeggen, we zouden zelfs tegen onszelf in bescherming genomen moeten worden. Elke twijfel die we uiten wordt gezien als een bewijs van ons mentale onvermogen om over iets ingrijpends als een transitie te besluiten.

Selectieve beeldvorming

iStock-1097388238

J.K. Rowling en de Orde van de TERFs

Waar komen de gevaarlijke ideeën van zelfbenoemde 'genderkritische feministen' vandaan?

Wat het ook goed doet in ‘genderkritische’ kringen: verhalen van mensen die van een transitie afzien (zogeheten ‘desisters’). Ook J.K. Rowling haalde hun bestaan aan in het essay dat zij schreef naar aanleiding van de kritiek op haar transfobe tweets. Het zou gaan om een enorme groep: 84 procent van de tieners die een transitie overwegen, zou vanzelf over die wens ‘heen groeien’. Die claim is om veel redenen ongelooflijk wankel, en scheert een bijna volledig nieuwe groep mensen over één kam met iedere (de)transitioner die zich op enig moment heeft afgevraagd of hij/zij/hen wel op de goede weg was.

Niet alleen termen, ook oorzaak en gevolg worden door ‘gendercritici’ (moedwillig?) door elkaar gebruikt. Uit een grootschalig onderzoek in de Verenigde Staten uit 2015 bleek dat onder meer afkeur van ouders (36 procent), partners (18 procent) of andere familieleden (26 procent) en discriminatie en mishandeling (31 procent) belangrijke redenen waren die mensen er op enig moment van overtuigden om hun transitie tijdelijk of volledig stop te zetten. Slechts 5 procent van hen gaf aan dat dat was omdat zij inzagen dat een transitie ‘niet voor hen’ was. Het is dus vooral de stigmatisering en discriminatie van trans personen (die door ‘gendercritici’ worden gevoed) die ervoor zorgen dat mensen hun transitie niet kunnen of durven doorzetten.

Eén op duizend wil terug

Hoeveel mensen in detransitie gaan is moeilijk te zeggen. Niet in de laatste plaats doordat elke transitie een inherent persoonlijk proces is, dat zich moeilijk laat definiëren. Is iemand die een maand na het begin van zijn/haar/hun hormoontherapie al van de reis afziet in detransitie? En wat als die persoon de hormonen de maand daarna weer oppakt? Is iemand die na jarenlange sociale transitie (dus zonder hormoontherapie of operaties) teruggaat naar zijn of haar toegewezen gender een detransitioner, of is hij/zij een desister?

Een eenduidiger ijkpunt is een onomkeerbare ingreep zoals een operatie (hoewel ook onomkeerbaar een relatief begrip is). In 2018 werd 46 Amerikaanse chirurgen, die samen ruim 22.000 patiënten hadden geopereerd, gevraagd naar patiënten die achteraf spijt hadden: 62 patiënten (oftewel 0,28 procent) bleken inderdaad spijt te hebben van hun ingreep. Vragen we het de patiënten zelf, dan stijgt dit percentage naar 0,47 procent. Spitsen we verder toe op het aantal mensen dat daadwerkelijk in detransitie wil, dan blijkt het te gaan om 0,09 procent.

Schaamte kan uiteraard een rol spelen in het wel of niet aangeven van spijt of het uiten van de wens om operaties weer ongedaan te maken. Het is moeilijk om van een operatie waar je jaren naar uitkeek te zeggen dat die tegenviel. Het is dus niet onwaarschijnlijk om aan te nemen dat het percentage iets hoger ligt dan die 0,09. Toch schetsen de verschillende onderzoeken een duidelijke conclusie: spijt van operaties en de wens om in medische detransitie te gaan zijn zeer zeldzaam.

Een wereld vol verhalen

De ervaringen van desisters en detransitioners zijn niet minder interessant of valide dan die van mensen die in het ‘bekende’ plaatje passen van (binaire) transgender personen: tussen hen ligt een wereld vol persoonlijke verhalen en unieke zoektochten. Het zijn stuk voor stuk verhalen van twijfels, van kwetsbaarheid en vooral van moed. Iedereen die beweert dat die verhalen niet naast elkaar kunnen bestaan, draagt bij aan de al waardeloze positie van beide groepen.

Elke ervaring is het waard gehoord te worden, maar vraag je af wie er met die ervaringen aan de haal gaan

13 oktober 2019 werd een van de mooiste dagen van mijn leven: ik heb mijn ouders niet hoeven ‘overtuigen’ van mijn identiteit en ik heb mijn hakken niet in het zand hoeven zetten. Later hebben ze verteld dat ze twee opties in hun achterhoofd hadden voor wat ik ze wilde gaan zeggen: ‘Die zegt dat-ie gaat emigreren, of dat-ie een meisje wil zijn.’ Ik heb het ongelukkige ‘wil zijn’ voor het gemak genegeerd, en prijs me gelukkig met het feit dat hun zorgen om mijn toekomst niets te maken hebben met schaamte, afkeur of ongeloof.

Maar ik heb ook zorgen om hen. Net als ik moeten zij op zoek naar wat het betekent om transgender te zijn, want ik ga niet in mijn eentje in transitie: hun wereld verandert ook. Ik ben haast blij voor hen dat ik nog minstens negen maanden verwijderd ben van een eerste druppel oestrogeen. Maar waar halen zij in de tussentijd hun informatie vandaan? Moet ik me zorgen maken als mijn moeder me blij vertelt hoeveel informatie ze op internet kan vinden? Het delen van persoonlijke verhalen doet ertoe; elke ervaring is het waard om gehoord te worden. Maar het is minstens zo belangrijk om je af te vragen wie er met die ervaringen aan de haal gaan.

iStock-839360940

Deze transhatende ‘feministen’ bereiden een opstand voor

Kevyn Levie woonde een Voorzij-conferentie bij en viel van de ene verbazing in de andere.

‘Transvrouwen’ bestaan niet, trans vrouwen wél

Olave Nduwanje legt uit hoeveel kracht er ligt in een spatie. ‘Dit is politiek.'

  1. Anti-transactivisten noemen zichzelf ook wel eufemistisch ‘genderkritisch’. Omdat het ontkennen van het bestaan van gender onmogelijk is, schrijf ik het woord consequent met aanhalingstekens. ↩︎
  2. Oftewel: een samenleving die ervan uitgaat dat je je identificeert met het gender dat je op basis van je geslachtskenmerken is toegekend, dat je cisgender bent. ↩︎
  3. In een correctie op haar oorspronkelijke artikel maakt Littman zelf duidelijk dat de term nooit is bedoeld als een wetenschappelijke diagnose, slechts als een handzame beschrijving van een onvoorziene uiting van genderdysforie door tieners en jongvolwassenen. ↩︎

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Over de auteur

Eindredacteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief