Een ongewapende, zwarte man ligt schreeuwend voor een Jumbo in Zwolle. Op zijn rug en nek zitten agenten. De man is in ademnood, een uur later is hij dood. Kritische waakhond Controle Alt Delete stelt terecht de vraag: is Tomy Holten onze George Floyd? Het begint erop te lijken. Behalve Holten, die op 14 maart in een cel overleed, stierven recent ook Salim Hadj Ali (op 2 september 2019) en Raymon Gokoel (4 april 2019) terwijl zij onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse politie vielen. In totaal telde Controle Alt Delete sinds 2016 41 sterfgevallen tijdens of vlak na een arrestatie.

Nederland en de VS ‘onvergelijkbaar’?

Als het over discriminatie en buitensporig geweld door agenten gaat, wordt daar vaak plichtsmatig bij vermeld dat de situatie in de Verenigde Staten vele malen erger is dan die in Nederland. Ook Controle Alt Delete en prominente anti-racismeactivisten voelen zich genoodzaakt om deze disclaimer te plaatsen. Maar hoe ‘onvergelijkbaar’ zijn Nederlandse agenten werkelijk met hun Amerikaanse collega’s?

Op het eerste gezicht zijn de verschillen inderdaad reusachtig: in 2015 en 2016 stierven er in de Verenigde Staten gemiddeld 1120 mensen per jaar in handen van de politie. Afgezet tegen de Amerikaanse bevolking van ruim 300 miljoen zijn dat er 3,5 per miljoen inwoners. De 41 Nederlanders sinds 2016 (gemiddeld negen per jaar) laten zich omrekenen naar ‘slechts’ 0,5 per miljoen inwoners.

Een verschil in werkwijze en mentaliteit lijkt op het eerste gezicht de voornaamste oorzaak: in de Verenigde Staten vallen de meeste dodelijke politieslachtoffers door kogels (in Nederland minder dan de helft). Het politieapparaat in de Verenigde Staten is extreem gemilitariseerd; er wordt sneller geschoten. Het aantal slachtoffers van politiegeweld in de VS is door deze militarisering dan ook onder de algehele bevolking hoog, ook onder witte Amerikanen.

Nederlanders met een migratieachtergrond overleden 11,6 keer vaker in handen van de politie

De ‘Black Lives Matter’-beweging gaat natuurlijk niet over algemeen politiegeweld, maar over anti-zwart racisme en ongelijkheid. Zwarte Amerikanen overleden 2,4 keer zo vaak in aanraking met de politie als witte Amerikanen. En precies hier zit de crux.

Als je de voorlopige gegevens van Controle Alt Delete doorberekent aan de hand van de bevolkingsverhoudingen van het CBS, blijkt dat Nederlanders met een migratieachtergrond naar verhouding maar liefst 11,6 keer vaker overleden in handen van de politie dan Nederlanders zonder migratieachtergrond (1,745 doden per jaar per miljoen inwoners tegenover 0,15).1 Dat is meer dan in de allerslechtste staat in de Verenigde Staten, Utah, waar zwarte mensen 9,2 keer zo vaak overleden in handen van de politie als witte Amerikanen.

De verschillen in Nederland zijn zó extreem, dat de cijfers voor mensen met een migratieachtergrond plotseling vergelijkbaar worden met de Verenigde Staten: jaarlijks 1,7 doden per miljoen inwoners. Dat is ruim de helft van witte Amerikanen (3 per miljoen inwoners) en ruim een derde van niet-witte Amerikanen (4,4 per miljoen inwoners).2

Hoewel er dus nog steeds sprake is van een groot verschil, wordt dat plotseling een stuk minder drastisch. De reden dat politiegeweld een groter probleem is in de Verenigde Staten, lijkt vooral toe te schrijven aan de militarisering van de politie en niet aan het idee dat het Nederlandse politieapparaat minder racismeproblemen zou hebben.

Klokkenluiders vertrekken, racisten blijven zitten

Anders dan in Nederland is etnisch profileren door de politie in de Verenigde Staten allang taboe. Dat betekent niet dat het er niet voorkomt, maar het gebeurt stilzwijgend en zonder massale steun onder de bevolking. In Nederland is dat anders: twee derde van de Nederlanders vonden tijdens een peiling uit 2016 etnisch profileren acceptabel. Hier wordt etnisch profileren door de Koninklijke Marechaussee dan ook nog openlijk verdedigd en spreekt de politie er in interne discussiefora haar lof over uit.

De voorbeelden zijn legio. Denk aan politieagenten die zichzelf, volgens meerdere klokkenluiders, ‘Marokkanenverdelgers’ noemen of die het hebben over ‘pauper-allochtonen,’ ‘kutafrikanen’ of ‘Natos’ (‘Noord-Afrikaanse Teringlijer Op Sportschoenen’).

Laat alle Nederlanders eens de uitzending van Pauw & Witteman uit 2014 terugkijken, waarin verschillende jongens uit de Haagse Schilderswijk hun verhaal doen. Een van hen is een onschuldige jongen die nietsvermoedend een zwarte zak over zijn hoofd kreeg en in een busje werd gegooid, omdat hij op een verdachte van de politie zou lijken. Of denk aan politie in burger die huishoudens binnenvalt voor de aanhouding van een zoon en vervolgens het hele gezin hardhandig arresteert.

Agenten kregen bij verkeerscontroles etnische doelgroepen mee van hun leidinggevenden

De afgelopen maand zijn meerdere agenten in de Verenigde Staten ontslagen vanwege racistische statements op social media. In Nederland gebeurt dat niet. Integendeel, de klokkenluiders (moeten) vertrekken. Waarom? Omdat racisme een geïnstitutionaliseerd probleem is bij de Nederlandse politie.

Volgens voormalig politie-coach Carel Boers spelen de problemen in talloze lagen en regio’s van de politie, juist ook bij de top. Nota bene politiechef Paul van Musscher, nog altijd verantwoordelijk voor het diversiteitsbeleid van de landelijke politie, vertelde op televisie dat hij geleerd had dat het woord ‘berber’ van ‘barbaar’ komt en deze mensen dus ‘wat wilder’ zijn, iets wat misschien zelfs ‘genetisch’ zit ingebakken.

Met nationaal beleid als de ‘patseraanpak’ en massacontroles op scooters werkt de politieleiding etnisch profilering in de hand. Volgens onderzoek van antropoloog Sinan Çankaya spelen zulke beleidskeuzes in op de vooroordelen van agenten, die voortdurend naar het patserbeleid refereren om hun discriminatie te rechtvaardigen. Toen antropoloog Paul Mutsaers anderhalf jaar lang in verschillende plaatsen in Nederland meeliep met de politie, zag hij zelfs dat agenten bij de meerderheid van hun verkeerscontroles etnische doelgroepen meekregen van hun leidinggevenden, zoals Marokkanen, Turken of Surinamers.

De nationale politieleiding heeft racisme ook geautomatiseerd. De politie werkt landelijk met een algoritme – het zogenaamde Criminaliteits Anticipatie Systeem (CAS) – dat agenten vertelt waar ze moeten patrouilleren om zoveel mogelijk criminelen tegen te komen.

CAS baseerde zich (ten minste) tot en met 2016 mede op het aantal ‘niet-westerse allochtonen’ in een wijk en onttrok die gegevens eenvoudig uit data van het CBS. Data als nationaliteit en geboorteplaats worden nog steeds gebruikt. Dat is ontegenzeggelijk racistisch beleid, opgelegd van hogerhand. Is het dan vreemd dat Nederlanders met een migratieachtergrond tot wel zes keer zo vaak worden verdacht?

Minder criminaliteit, toch roep om meer blauw

We zien in Nederland ook een enorme etnische ongelijkheid in wat er vervolgens met verdachten gebeurt. Marokkaans- en Antilliaans-Nederlandse jongeren eindigen na een verdenking tien tot twaalf keer zo vaak in de cel als Nederlandse jongeren zonder migratieachtergrond, zelfs als het om precies hetzelfde strafbare feit gaat.3 In de Verenigde staten lopen Afro-Amerikaanse jongeren gemiddeld ‘slechts’ vier keer zoveel kans om voor hetzelfde misdrijf vastgezet te worden.

Als Nederlanders met een migratieachtergrond worden veroordeeld, krijgen ze bovendien een zwaardere straf dan Nederlanders zonder migratieachtergrond, ook voor hetzelfde feit. Hier is dezelfde dynamiek zichtbaar als bij politiegeweld. De Verenigde Staten is de grootste gevangenishouder van de wereld en heeft ook het hoogste opsluitingspercentage in de wereld, bijna elf keer zo hoog als Nederland, maar omdat de etnische verschillen in opsluitingspercentages in Nederland zo extreem zijn, worden de cijfers voor Nederlanders met een migratieachtergrond plotseling vergelijkbaar.

Afro-Amerikanen zitten ruim vier keer zo vaak in de gevangenis als hun witte landgenoten. In Nederland is die ongelijkheid vele malen groter. Eerste generatie Antilliaanse/Arubaanse Nederlanders zitten ruim 29 keer zo vaak in de cel vergeleken met Nederlanders zonder migratieachtergrond. Onder hen zitten er 727 per 100.000 inwoners gevangen. Deze cijfers zijn hoger dan die onder witte Amerikanen (408), vergelijkbaar met Latinx Amerikanen (754) en alleen flink lager dan Afro-Amerikanen (1785).4

Verschillende etnische bevolkingsgroepen plegen in Nederland in vergelijkbare mate misdaden

Peilingen gebaseerd op zelfgerapporteerde criminaliteit suggereren dat verschillende etnische bevolkingsgroepen in Nederland in vergelijkbare mate misdaden plegen. Toch blijven de racistische stellingnames van links tot rechts doorgaan. Alleen al binnen een linkse partij als de PvdA zijn er voorbeelden genoeg: over het ‘vernederen’ van Marokkanen (‘die niet willen deugen’) ‘voor de ogen van hun eigen mensen’ (aldus toenmalig Kamerlid, en later partijvoorzitter Hans Spekman) of hun zogenaamde ‘etnische monopolie op geweld’ (door toenmalig Kamerlid en later partijleider Diederik Samsom).

Er is de afgelopen tijd een niet-aflatende roep geweest voor meer blauw op straat, terwijl de criminaliteit al jaren consistent afneemt. Dat partijen als de PVV en het FvD hierom roepen is te verwachten. Maar vergelijkbare verkiezingsprogramma’s, voor hogere politiebudgetten of meer blauw op straat, zien we terug bij veruit de meeste politieke partijen in Nederland. Waarschijnlijk zal een groot deel van de etnische ongelijkheid in misdaadverdenkingen ook toe te schrijven zijn aan tips die de politie krijgt van burgers, die zich ook schuldig kunnen maken aan etnisch profileren.

Veruit de meeste staandehoudingen leiden niet tot arrestaties en detentie, hooguit tot een boete. Dat etnisch profileren ineffectief is, is dan ook al lang en breed aangetoond door wetenschappers als Sinan Çankaya. Voor de grootste groepen Nederlanders met een migratieachtergrond, zeker in ‘achterstandswijken’, is het boven alles een eindeloze vernedering en herhaald statement: je hoort er niet bij.

Hoe ver dit kan gaan laat de documentaire Verdacht zien, waarin we zien hoe zelfs een politieagent buiten dienst, onschuldig, ontkleed in een cel moest slapen. En hoe een onschuldige Marokkaans-Nederlandse jongen in vijf minuten tijd door drie verschillende politieagenten wordt gecontroleerd als hij een sigaretje staat te roken.

Gerechtigheid blijft uit

De cijfers die onder meer Controle Alt Delete verzamelt, gaan om mensen die stierven tijdens hun arrestatie of kort erna, en dus onder verantwoordelijkheid vielen van de politie. Om te bewijzen dat een slachtoffer daadwerkelijk is overleden door politiegeweld heb je een degelijk rechtssysteem nodig, maar in zowel de VS als Nederland is het systeem daar niet op ingericht.

In de Verenigde Staten gaat 99 procent van de politieagenten vrijuit na een geweldpleging. In Nederland is de situatie vergelijkbaar: voor geen van de 41 doden sinds 2016 heeft een politieagent überhaupt voor de rechter hoeven verschijnen.

Lagere maximumstraffen voor politiegeweld

Een van de schrijnendste gevallen van politiegeweld was de moord op Mitch Henriquez in 2015. Hij werd door de politie mishandeld, in zijn genitaliën geslagen en met een nekklem gewurgd. Alles stond op video. Rellen en massa-arrestaties volgden. Veel demonstranten werden nog weken na het protest opgespoord en opgepakt.

Een van de demonstranten werd om 6 uur ‘s ochtends hardhandig in zijn ouderlijk huis gearresteerd door de politie, die bovendien hondenpoep in zijn kamer achterliet. De demonstrant kreeg zes maanden gevangenisstraf waarvan twee voorwaardelijk en een boete van ruim 6000 euro. De moordenaar van Henriquez kreeg zes maanden voorwaardelijk zonder een dag werkelijk te hebben gezeten.

De politiek trok zich er weinig van aan. Toenmalig minister van Veiligheid en Justitie, Ard van der Steur, begon zelfs aan een nieuw wetsvoorstel om te voorkómen dat politieagenten – mits daadwerkelijk veroordeeld – een serieuze straf zouden krijgen voor geweldpleging.

Als deze wet is aangenomen, zal de maximale straf voor politieagenten in plaats van doodslag nog slechts ‘het schenden van de ambtsinstructie’ zijn. Dat betekent in plaats van maximaal vijftien jaar, maximaal drie jaar cel. Dat wetsvoorstel is vorig jaar vrijwel unaniem aangenomen door de Tweede Kamer en ligt nu met een spoedprocedure bij de Eerste Kamer.

De grootste moordenaar onder mensen van kleur is uitbuiting en institutioneel racisme

Het is makkelijk, je uitspreken over onrecht aan de andere kant van de oceaan, maar almaar benadrukken dat het hier toch echt anders is. Juist hier, waar onze eigen invloedssfeer en verantwoordelijkheid ligt. Natuurlijk kan een artikel niet aantonen of racisme bij politie en justitie in Nederland even erg is als in de VS. Het is ontzettend complex om de exacte oorzaken van ongelijkheid in de strafrechtketen vast te pinnen. Maar de cijfers laten serieuze problemen zien die aangepakt moeten worden.

De protesten van de afgelopen weken in de Verenigde Staten gaan tot slot niet alleen over politiegeweld. De grootste moordenaar onder mensen van kleur is namelijk structurele uitbuiting en institutioneel racisme, waardoor de levensverwachting en algemene gezondheid van hele bevolkingsgroepen achterblijft. Mensen van kleur worden structureel gediscrimineerd op de arbeidsmarkt en de woningmarkt, in het onderwijs, de horeca en in de media. Daarbovenop komt het geweld van de politie, de bijna verveelde blik van de witte agent die George Floyd met zijn knie de dood in wurgt. Wetend dat hij nooit serieus bestraft zal worden, net als zoveel van zijn collega’s overal ter wereld.

Met dank aan Dionne Abdoelhafiezkhan voor de data van Controle Alt Delete en de toelichting op hun methodiek. Ook dank aan Dragana Stojmenovska en Roel van Engelen voor hun statistische advies.

iStock-1183711240

Hoe etnisch profileren in Nederland bewust beleid werd

Het gebeurt bij talloze overheidsinstanties en lijkt van hogerhand aangemoedigd te worden.

Foto Dionne Abdoelhafizkhan

‘De politie is nu aan zet’

Sociaal ondernemer Dionne Abdoelhafiezkhan strijdt al jaren tegen etnisch profileren.

  1. Hier zijn twee opmerkingen op hun plaats. Allereerst dat de Nederlandse dataset relatief klein lijkt in vergelijking met de honderden slachtoffers in de Verenigde Staten. Met dit aantal valt echter goed te rekenen omdat we kijken naar de verhoudingen in etnische ongelijkheid binnen de datatsets, en we geen reden hebben om aan te nemen dat er tussen de VS en NL een andere etnische bias zit in welke slachtoffers wel of niet worden gerapporteerd (zoals een overrapportage van witte slachtoffers in de VS en overrapportage van slachtoffers met een migratieachtergrond in Nederland). Ten tweede is het belangrijk te beseffen dat we niet spreken over de káns die een Nederlander met een migratieachtergrond loopt om te overlijden als hij of zij onder de verantwoordelijkheid van de politie valt – we doen geen uitspraken over de toekomst –, maar over de feitelijke percentages en verhoudingen tot nu toe. ↩︎
  2. Omdat de etnische achtergrond van een groot deel van de Nederlandse slachtoffers onbekend is, zijn in deze berekening zowel de Nederlandse als de Amerikaanse cijfers gecorrigeerd voor onbekenden, door ervan uit te gaan dat de verhouding wit/niet-wit of wel/geen migratie-achtergrond in de bekende en onbekende slachtoffergroepen gelijk is. Voor de per capita berekeningen is voor de Amerikaanse populatie uitgegaan van 2015 en voor de Nederlandse populatie van 2019. De laatste gegevens van 2020 van Controle Alt Delete zijn nog niet online beschikbaar en zijn voor dit artikel daarom rechtstreeks opgevraagd. ↩︎
  3. Uit het rapport: ‘Dat bij jongeren met een migratieachtergrond verhoudingsgewijs vaker tot aanhouding werd overgegaan, zou verklaard kunnen worden door de aard van de delicten waarvoor zij werden aangehouden. De kansverhoudingen (…) bleken echter ongeveer gelijk voor alle typen (vermogens-, vernieling en openbareorde-, gewelds- en drugs)misdrijven. Alleen bij verkeersmisdrijven lag de verhouding anders: bij autochtonen leidde 88,5 procent van de registraties tot een proces-verbaal, terwijl dit bij jongeren met niet-westerse migratieachtergrond 81,5 procent was.’ ↩︎
  4. Voor de Amerikaanse data zijn de aantallen van de federale, statelijke en lokale gevangenissen samengevoegd (2017). Voor de Nederlandse data is gebruikgemaakt van de gegevens van het CBS (2017) en de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) (2017). De DJI heeft alleen data beschikbaar over het geboorteland van gedetineerden, waarmee alleen de eerste generatie migranten in beeld komt. Antiliaanse/Arubaanse cijfers waren daarom geschikt, omdat de eerste en tweede generatie in vergelijkbare mate terugkomen in de politiecijfers en daarom waarschijnlijk representatiever zijn dan bij, bijvoorbeeld, eerste generatie Turkse of Marokkaanse Nederlanders. Wel zijn de eerste generatie Antilliaans/Arubaans-Nederlandse cijfers het hoogste van de verschillende groepen Nederlanders. Gemiddeld zitten 199 per 100.000 Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond in de gevangenis, vergeleken met 25 per 100.000 Nederlanders zonder migratieachtergrond (doorgerekend met CBS-cijfers uit 2017). ↩︎

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
chris

Over de auteur

Chris Kaspar de Ploeg (1994) is onderzoeksjournalist, verbonden aan Platform Authentieke Journalistiek, en publiceerde in onder meer Follow …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief