Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

‘Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het merendeel achter hun besluit staat, géén spijt krijgt en dat opluchting de meest voorkomende emotie na een abortus is.’ Dat schrijft feministisch platform De Bovengrondse op haar campagnepagina Abortus redt levens. Voor die campagne lieten 150 mensen zich fotograferen met een vlag met de slogan ‘abortus redt levens’.

Het is een mooi gebaar, maar bij mij kwam het binnen als een mokerslag. Wat betekent een statement als ‘abortus redt levens’ voor iemand als ik, die een abortus-gerelateerd trauma heeft opgelopen? Voor mij is de zin ‘abortus redt levens’ een enorme trigger: ik wil niet voor de zoveelste keer onvrijwillige gedachtes over mijn abortus binnenlaten.

‘Thuis voel je je vast beter’

Op de dag dat ik een abortus onderging – in februari dit jaar – wachtte ik met vier andere zwangere mensen buiten de operatiekamer. Eén belde een kennis, omdat ze na de echo twijfels bij haar besluit kreeg, en vertrok; haar zag ik niet meer terug. Twee anderen gingen na het bijkomen met zichtbare opluchting vlug naar buiten. Ikzelf en een andere zwangere hadden overduidelijk pijn en moeite bij het ontwaken uit onze roes. We zeiden niets tegen elkaar: de enige mensen tegen wie je in de kliniek praat zijn de hulpverleners, het lijkt haast een ongeschreven wet.

Bij het ontwaken uit mijn roes was ik gedesoriënteerd en verward

Technisch gezien stelt een abortus weinig voor: een zuigcurettage voor mensen die minder dan twaalf weken zwanger zijn, zoals ik die ochtend, duurt maar 3 tot 5 minuten. Het is een laagdrempelige en veilige ingreep die onder lokale verdoving of een roesje kan plaatsvinden. Je hoeft zelfs niemand mee te nemen naar de kliniek die je achteraf thuis kan brengen, zolang je maar niet zelf achter het stuur kruipt. Gemiddeld duurt het hele proces zo’n twee uur.

Emotioneel gebeurt er meer: bij het ontwaken uit mijn roes was ik gedesoriënteerd en verward. Ik voelde me vreselijk, ik moest huilen en had pijn. Ik herinnerde me na een tijdje dat ik al huilde toen ik werd ondergebracht. Terwijl ik daar met enkel een shirt aan en mijn benen in de beugels lag, vocht ik tegen de tranen terwijl de abortusarts onder het mom van smalltalk nog een compliment over mijn opleiding maakte.

Ook herinner ik me dat, zodra mijn brein wakker genoeg was om te denken, ik dood wilde. Ondertussen hoorde ik de persoon die naast mij ontwaakte met opgewekte stem tegen de zuster zeggen: ‘Oh echt waar jóh? Is het al voorbij? Nou wat fijn!’

Terug in de ziekenkamer ontdekte ik een dik en bloedrood verband in de onderbroek die ik nu opeens droeg. Bloed betekent wond, wond betekent dat ik niet meer zwanger ben. Yep, het was voorbij. Mijn embryo behoorde nu tot het medisch afval. Opnieuw tranen. Toen de zuster voor de derde keer aandrong dat ik mij toch veel beter zou voelen als ik thuis was, gooide ik mijn papieren onderbroek weg, kleedde mezelf aan, liep de trap af en zocht naar mijn vriend die beneden op mij zat te wachten.

Ik hoor nergens bij

Het beloofde herstel bleef uit. Na een moeizame periode kon ik eindelijk op intake komen bij mijn nieuwe psycholoog. Daar kreeg ik de volgende diagnose: depressie en PTSS gerelateerd aan mijn abortus. Depressie was voor mij een oude bekende, maar de PTSS verraste mij. Een posttraumatische stressstoornis veroorzaakt door mijn abortus? Maar de symptomen klopten: angst, prikkelbaarheid, huilbuien, aanhoudende nachtmerries, concentratieproblemen en opdringerige gedachten.

Alle informatie over PTSS na een abortus die ik vond, bleek al snel pro-life- (oftewel: anti-abortus) propaganda. Ik was niet op zoek naar een gepolitiseerd pleidooi over een zogenaamd ‘post-abortus-syndroom’. Ik had het moeilijk, maar ik stond achter mijn keuze om mijn zwangerschap af te breken. Ik wilde me gewoon weer beter voelen.

Blijven we de verhalen vermijden waar pro-life-activisten op inzoomen, dan gaat essentiële informatie verloren

Langzaam drong zich het besef aan me op: ik hoor nergens bij, niet tot het merendeel van de mensen dat volgens pro-choice-activisten voornamelijk opluchting voelt en geen psychische klachten ervaart, en zeker niet tot de groep anti-abortusactivisten die mij willen voorbereiden op een leven getekend door spijt.

Een statement als ‘opluchting is de meest voorkomende emotie bij abortus’, zoals De Bovengrondse verspreidt, voelt als zout in de wond van iemand die tot de minderheid behoort die wél psychische en fysieke problemen aan een abortus overhoudt. De uitspraak maakt de verhalen onzichtbaar die we liever niet horen. Als we in het gesprek over abortus de verhalen blijven vermijden waar pro-life-activisten op inzoomen, raakt essentiële informatie verloren.

Abortus redt levens, maar eindigt niet daar

Dankzij hulp van mijn psycholoog lijken de momenten waarop ik getriggerd word iets in intensiteit af te nemen. Ik word inmiddels niet meer overrompeld door paniek, verdriet of dissociatie als iemand over kinderwensen, abortus of zwangerschap begint. Andere dingen blijven, zoals nachtmerries, een moeilijke relatie met mijn lichaam, willekeurige huilbuien en een gebrek aan levenslust. Sinds mijn abortus wil ik bijvoorbeeld geen tampons meer gebruiken. Die herinnering van vreemde objecten bij mijn baarmoederhals kan ik niet verdragen.

Verschillende factoren kunnen ervoor zorgen dat een abortus een traumatische ervaring wordt

De rapporten waar veel websites die voor abortusrechten pleitten naar verwijzen, stellen me ondertussen niet gerust. Abortus is lastig, maar niet per definitie traumatisch. Zo lees ik dat mensen die na een abortus wel psychische klachten ontwikkelen, vaak eerder al psychische aandoeningen, instabiele relaties of ingrijpende levensgebeurtenissen kenden. Oef, denk ik: dat is een vinger op de zere plek. Ook ik heb een langdurige geschiedenis van psychische klachten en ingrijpende levensgebeurtenissen voorafgaand aan mijn abortus.

Op basis van dit onderzoek zou ik eigenlijk kunnen concluderen dat mijn psychische aandoeningen zowel de reden zijn dat ik een abortus heb ondergaan, als de reden dat ik na mijn abortus met psychische klachten kamp. Maar dat denken is te kort door de bocht, want abortus is veel complexer. Factoren als misbruik, verkrachting of een complex trauma kunnen ervoor zorgen dat een abortus in een traumatische ervaring verandert. Ik probeer bij het lezen van zo’n boodschap te onthouden: mijn trauma is niet mijn schuld.

. Beeld door: Tammy van Nerum

Het is logisch dat kwetsbare mensen binnen onze maatschappij in benarde situaties terechtkomen. Ja, abortus redt levens, maar een leven redden stopt niet bij abortus. Daarbij is de abortus zelf pas stap één van het lastige traject waar je doorheen gaat om jezelf weer op de been te krijgen. In een onderzoek van FIOM lees ik dat een derde van de mensen die abortus ondergaat, al eerder een abortus heeft gehad. Zij zouden vaker psychosociale klachten overhouden aan het proces vanwege een gebrek aan ruimte voor de bewustwording van hun gevoel. Daarbij kan het gebrek aan bewustwording van hun gevoel na de abortus ervoor zorgen dat ze minder actief en/of minder effectief een ongeplande zwangerschap proberen te voorkomen.

Ook ik raakte binnen een half jaar na mijn abortus opnieuw ongewenst zwanger. Het voelde alsof mijn huisarts mij slechts veroordeelde en daarbij geen oog had voor mijn mentale en fysieke gezondheid. Een aantal uur na de afspraak met mijn huisarts kreeg ik hoge koorts, de blaasontsteking die ik had opgelopen was inmiddels overgeslagen naar mijn nierbekken. Ik voelde me niet serieus genomen, ik had haar nog verteld over de stekende pijn in mijn zij.

Toen ik later hevig begon te bloeden en vroeg om een echo, werd ik slechts opnieuw doorverwezen naar de abortuskliniek. De plek waar iemand met abortustrauma juist absoluut niet wil zijn. Op de echo was nog niets te zien, maar op de dag van mijn tweede abortus bleek dat ik inmiddels een miskraam had gehad. Er zou veel meer geïnvesteerd moeten worden in goede begeleiding tijdens het proces van ongewenste zwangerschap.

Tegenstrijdige gevoelens bespreekbaar maken

In een vaktijdschrift voor seksuologen lees ik een advies waar ik wel achter sta: ‘Het is belangrijk dat in onderzoek rekening wordt gehouden met deze psychiatrische voorgeschiedenis. In de abortuskliniek zou men extra attent kunnen zijn op reeds bestaande psychische problematiek.’1In het gesprek over abortus wordt door voorstanders helaas nog te weinig aandacht besteed aan de complexe motivaties die tot abortus leiden.

Pro-choice-activisten moeten de dialoog over de nare gevolgen durven aangaan

Ik begrijp dat dat is om pro-life-activisten niet in de kaart te spelen; zij geloven immers dat abortus een vergissing is, ingegeven door andere motivaties. Maar pro-choice-activisten zouden openlijk die dialoog moeten durven aangaan over de nare gevolgen die een abortus met zich mee kan brengen, in plaats van enkel te wijzen op de opluchting die vaak pas later volgt, als je alles een plek hebt kunnen geven. Zwangerschap en abortus kan je relatie met je lichaam sterk veranderen en het is belangrijk om de ervaringen van mensen met abortus-gerelateerd trauma te erkennen.

De invloed van factoren als omgeving, etniciteit, financiële situatie, een beperking, religie, gender en geaardheid krijgt nog te weinig aandacht. Deze factoren spelen niet alleen een enorme rol bij de mate waarop iemand zich kan veroorloven om zwanger te zijn, ze beïnvloeden ook hoe diegene zich achteraf tot de abortus verhoudt.

Daarnaast is het belangrijk dat jij bewust bent van je gevoelens over de abortus. Is dit bijvoorbeeld de eerste keer dat je een abortus ondergaat? Heb je al kinderen? Hoe is de relatie met de verwekker? Hoe voelde het om in de abortuskliniek een echo te zien? Hoelang was je al zwanger op het moment van abortus? Hoe ga je sinds je abortus om met seks?

Voor het verwerken van een complexe ervaring is de steun van naasten ontzettend belangrijk. Misschien wil je het er liever niet met anderen over praten, maar het is voor je verwerkingsproces belangrijk om in ieder geval zelf bewust te zijn van de antwoorden op vragen als deze. Helaas wordt de complexe samenloop van deze gevoelens te vaak gereduceerd tot het thema spijt.

Het recht op goede nazorg

Ik weet inmiddels min of meer mijn weg te vinden binnen het ggz-systeem, maar dat geldt voor veel mensen niet. Wachttijden zijn te lang en de drempel voor het zoeken van professionele hulp voor mensen die onbekend zijn met het systeem is vaak hoog vanwege het stigma rondom mentale gezondheid . Dat móet toegankelijker kunnen.

Met mijn psycholoog besprak ik bijvoorbeeld hoe behulpzaam het al zou zijn als bij de abortuskliniek een folder zou liggen die mensen uitlegt hoe ze vrijblijvend en op korte termijn bij een GZ-specialist terechtkunnen voor hulp in hun verwerkingsproces. Voor het lichamelijke herstel is zo’n pad er al: om infectie te voorkomen wordt kan men op nacontrole komen bij de abortuskliniek of huisarts. Momenteel wordt er wat betreft abortusverwerking vooral geïnvesteerd in online modules. Abortusklinieken moeten zich neutraal opstellen, waardoor nazorg moeilijker vindbaar is. Sommigen hebben geen behoefte aan meer nazorg, velen wel. Net als een infectie kunnen onverwerkte ervaringen namelijk ook gaan woekeren.

Want naast het recht op toegang tot abortus, hebben we ook recht op goede zorg ná abortus. We hebben recht op inclusieve en neutrale informatie over abortus. We hebben recht op een publiek gesprek waarin wij eerlijk kunnen zijn over hoe moeilijk zo’n proces is, zonder dat onze fundamentele mensenrechten in gevaar komen. Juist die goede nazorg kan ons beschermen tegen een leven getekend door spijt en schaamte, opgelegd door pro-life-activisten.

Picture 026

Ook in Europa bepaalt de overheid of jij een kind baart

In Italië weigert meer dan 70 procent van de artsen om abortus uit te voeren.

photo-1576073218292-976931ec70ca

Het recht op abortus blijkt flinterdun

Wie door de coronamaatregelen niet naar de kliniek kan, heeft pech.

  1. Van Ditzhuijzen, Jenneke, et al. ‘De psychische gezondheid van vrouwen die een abortus meemaken: Resultaten van een prospectief longitudinaal cohort onderzoek.’ Tijdschrift voor Seksuologie 41.1 (2017): 7-14. ↩︎
hoofdbeeld-2

Over de auteur

Elaine Nolten is researcher. Zij deed de bachelor postcolonial- & gender studies en volgt momenteel de researchmaster gender studies, …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief