De School (2016-2020) is niet meer. Daarmee lijkt een punt te zijn gezet achter maanden van kritiek op het uitgaanscentrum vanuit een deel van haar achterban. Maar het roept ook vragen op over de toekomst: hoe ziet de inclusieve club van morgen eruit? Want racisme is nog steeds een probleem in de Nederlandse dancescene, zoals queer activisten van kleur overtuigend agendeerden.

De Amsterdamse queerscene laat zich in haar deurbeleid inspireren door Berlijn. Daar geldt: als je wilt dat je queer bezoek zich veilig voelt, moet je bepaalde groepen heteromannen weigeren. Dat komt neer op de inschatting van de uitsmijter, en dat gaat niet altijd goed: in de Berlijnse scene worden uitmijters en hosts bekritiseerd wegens racisme.

Wij hebben liever iemand die in een kort broekje en tuigje in de club danst, dan een groep dronken mannen

In Amsterdam stond De School bij uitstek bekend om dat ‘Berlijnse’ deurbeleid: de intentie was expliciet om de queer gemeenschap een plek te bieden. In 2018 legde de programmeur dat aan Het Parool uit: ‘Wij kiezen liever voor iemand die in een kort broekje en een tuigje in de club wil dansen, dan voor een groep dronken mannen.’ Uit een recente reactie van beveiligingsbedrijf ’t Kollektief valt op te maken dat mannen van kleur (‘uit Nieuw-West of Zuidoost’) door in elk geval sommige hosts als zo’n groep werden gezien – en werden geweigerd.

Schoolvoorbeeld van gentrificatie?

Post CS BV, het moederbedrijf van De School, trekt als een nomade door de hoofdstad: eerder baatte het al Club 11 (2004 – 2008) en club Trouw (2009-2015) uit. Het maakt gebruik van leegstand: de locaties zijn tijdelijk en elke vijf jaar maakt de leiding plaats voor een nieuwe generatie. Elke nieuwe club is een voortzetting van de oude; met een vrijwel nieuw team.

Hun meest recente project was ingericht volgens de ‘stad-in-een-stad-filosofie’: De School was een club, maar ook een restaurant, expositieruimte, café en sportschool; in het pand werden ruimtes verhuurd aan creatieve bedrijven en het was een ROC-locatie. Je kon er, kortom, 24 uur doorbrengen. Maar dit principe, van een plek waar je ontsnapt uit de stad, verklaart ook waarom de club nooit echt onderdeel van de buurt werd – terwijl de subsidies die De School ontving wel werden toegekend op basis van de beoogde buurtrol.

Het ontwerp van de club spreekt namelijk vooral jonge, hoogopgeleide, creatieve stedelingen aan. Zo is er gekozen voor ‘het Gymlokaal’ (een hippe sportschool met een abonnement van 60 euro per maand), en niet voor een openbare sportruimte voor jongeren uit de buurt. De School lag aan de Ring, de ringweg rond Amsterdam, vlak naast het als probleemstadsdeel gestigmatiseerde Nieuw-West, waar veel Turkse en Marokkaanse Amsterdammers wonen.

In 2019 interviewde ik voor mijn promotieonderzoek 36 promoters uit de Amsterdamse dancescene. Toen bleek dat locatiekeuzes vooral voortkomen uit schaarste: in het centrum zijn de huurprijzen te hoog en in stadsdeel Zuid is er in het bestemmingsplan bijna geen ruimte voor nachtzaken. Het beleid rond de 24-uursvergunningen – waarop alleen plekken buiten stadsdeel centrum aanspraak maken – stimuleerde clubs om zich in leegstaande panden buiten het centrum te vestigen. Maar diversiteit was daarbij geen criterium.

Vooral danceclubs met een witte achterban kregen een 24-uursvergunning

Dat De School in Amsterdam-West terechtkwam, past binnen de gemeentelijke strategie van gebiedsontwikkeling: het opwaarderen van grond door er tijdelijk creatieve bedrijven te vestigen, om die vervolgens aan projectontwikkelaars te verkopen. Aangezien het vooral danceclubs met een witte achterban is gelukt een 24-uursvergunning te krijgen, kan dit worden gezien als onderdeel van gentrificatie, waarin de komst van hoogopgeleide, creatieve, witte mensen, arme, niet-witte buurten ‘opwaardeert’.

Plekken waar diversiteit vanzelfsprekender is, zoals een bowlingbaan, een trapveldje of een buurthuis, zien culturele ondernemers niet als cool en edgy. Het gevolg: in het nachtleven zijn vrijwel geen plekken die door Marokkaanse en Turkse Nederlanders worden gedefinieerd, en zelfs in de eigen buurt lopen zij grote kans aan de deur geweigerd te worden.

Nederlandse dance is Wit geworden

Binnen de internationale dancewereld is de laatste jaren meer aandacht gekomen voor de geschiedenis en wortels van house, techno en disco. Zwarte dj’s als Larry Levan en Frankie Knuckles kwamen voort uit de New Yorkse queer discoscene en stonden aan de basis van Chicago house, en in Detroit vermengden Zwarte1 producers funk en Europese synthmuziek tot techno. Toch worden de genres in Europa gedomineerd door Witte mensen. Van de best verdienende dj’s tot de promoters, van de festivalorganisatoren tot het publiek.

De Nederlandse geschiedenis van dance als Zwarte muziek is sowieso altijd onderbelicht gebleven, terwijl Zwarte producers als Orlando Voorn, Abraxas en Steve Rachmad aan de basis stonden van het genre en mengvormen van hiphop, dancehall en house rond de eeuwwisseling populair waren. In mijn onderzoek viel op dat promoters wel verwezen naar het Amerikaanse verleden, maar nauwelijks naar de Nederlandse geschiedenis. Ze kijken voor inspiratie eerder naar Witte clubs in Berlijn dan naar Zwarte Europese dancescenes als bubbling en jungle.

Door deze kaders voor dance in Nederland en Europa is het een genre met een voornamelijk Wit publiek geworden. Gewórden, want muziekstijlen hebben geen ‘natuurlijke’ link met een sociale groep: die connecties ontstaan door de tijd heen, dankzij lokale infrastructuur en plekken die worden gecreëerd om samen te komen.

Deurbeleid heeft daar een rol in, maar ook de organisatiestructuur en programmering mogen niet worden vergeten. Zo programmeerde De School alle dj’s zelf, vanuit het idee van één overkoepelende artistieke visie. Dat zag je terug op de website: niet de naam van het feest stond centraal; de promotie draaide om dj’s. Zo’n visie wordt gestimuleerd door het 24-uursvergunningenbeleid van de gemeente en de Stichting N8BM.

Diversiteit heeft geen prioriteit voor de dance-industrie

Andere Amsterdamse clubs zouden ook wel alles zelf willen programmeren, maar zien zich vanuit financieel oogpunt – om voldoende publiek te trekken – genoodzaakt met externe organisatoren samen te werken. Omdat externe organisatoren een eigen achterban hebben, kun je met zo’n samenwerking verzekerd zijn van een opkomst én tijdelijk een ander publiek centraal stellen.

De School heeft dit soort samenwerkingen altijd afgehouden. Wel is de club zelf – na kritiek van activisten – diverser gaan boeken: in de maanden in aanloop naar de sluiting was zo’n 30 procent van de artiesten van kleur. Dat dit niet tot een verandering in publiekssamenstelling leidde, is niet verwonderlijk. Clubs en organisaties zijn namelijk vaak gevormd rond een klein, hecht vriendennetwerk met beperkte reikwijdte.

Dat verklaart ook waarom sommige R&B- of hiphopfeesten in Amsterdam een voornamelijk Wit publiek hebben: de achterban van de organisatoren is dat ook. Externe organisatoren uitnodigen (met een hechte band met het publiek dat je wilt bereiken) is veel effectiever, maar de dance-industrie heeft het uitdragen van een ‘overkoepelende artistieke visie’ nu eenmaal hoog in het vaandel heeft staan. Diverser worden had daardoor geen prioriteit.

Is de club van de toekomst diverser en toegankelijker?

In de podcast die De School uitbracht naar aanleiding van de recente kritiek, erkende de club dat racisme een structureel probleem is dat om structurele verandering vraagt. Concreet leidde de periode van zelfreflectie ertoe dat beide eigenaren een stap terug deden, dat de programmeur en HR-adviseur hun plek zouden gaan delen en dat twee vrouwen van kleur doorschoven van de vloer naar het kantoor. In zekere zin werd er een voorschot genomen op het doorgeven van het bedrijf aan de volgende generatie, ware het niet dat De School niet veel later dus alsnog voorgoed de deuren sloot.

Toch denk ik dat er een belangrijke verschuiving gaande is: vlak voor haar sluiting bleek De School bereid haar eigen positie en waarden ter discussie te stellen en de macht te herverdelen. Zulke onderkenning en het ongemakkelijke gesprek dat erop volgde, kunnen antiracistische verandering helpen bewerkstelligen in de hele sector. Dat valt en staat uiteraard bij de uitwerking van de plannen en in hoeverre het vloerpersoneel (en het publiek) over de toekomst van een club kan meebepalen. Een sterke ondernemingsraad en een adequaat systeem voor verwerking van klachten van bezoekers – zoals De School voorstelde –  zijn daar onderdeel van.

Vanwege gentrificatie en stadsverdichting wordt de ruimte voor progressieve clubs in Amsterdam en andere grote steden alleen maar schaarser, en ook zonder coronacrisis zijn danceclubs niet automatisch winstgevend. Des te belangrijker is het dus dat gemeenten zich bewust zijn van hun selectieproces voor nachtvergunningen, om van de stad een ruimte te maken waarin Witheid en heteronormativiteit op geen enkel uur van de dag centraal staan.

OW_Cody_078hr

Gentrificatie gaat niet over hipsters, maar over onrecht

Klassenongelijkheid in de buurt: stadsgeograaf Cody Hochstenbach verklaart gentrificatie.

  1. De auteur verkiest bij Zwart en Wit het gebruik van een hoofdletter om aan te geven dat ras een historisch, sociaal construct is – geen beschrijving van huidskleur. Zie voor meer informatie deze uitleg. ↩︎

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
Timo2

Over de auteur

Timo Koren is promovendus in Geografie aan de Universiteit van Southampton, gespecialiseerd in de cultuursector, het nachtleven en …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief