Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

Veelzeggend, vond onderzoeksjournalist en mediadocent Zoë Papaikonomou het. In een interview in 2019 met een onderzoeker van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vroeg ze wat eigenlijk de oorsprong was van de terminologie ‘westerse en niet-westerse migratieachtergrond’ (en het toen al afgeschafte ‘autochtoon en allochtoon’). De onderzoeker wist het niet en moest diep de archieven in.

Vorige week werd bekend dat het CBS, op advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), ophoudt met het gebruik van de begrippen ‘westers’ en ‘niet-westers’. NRC Handelsblad kreeg een aanstaand rapport in handen waarin de WRR adviseert de indeling los te laten. Het CBS neemt dat advies over en zal de komende jaren de datasystemen aanpassen.

Mensen met een uitkering weren

Dat lijkt op een goede ontwikkeling: behalve breed en nietszeggend waren de indelingen ook bepaald niet onschuldig, klinkt de kritiek. Papaikonomou kreeg uiteindelijk antwoord op haar vraag. Ze vertelt: “De termen (westers en niet-westers, red.) zijn ooit bedacht om integratie te meten en zijn daarna op allerlei andere beleidsterreinen toegepast. Het zijn makkelijke containerbegrippen geworden die wetenschappelijk niets waard zijn en stigmatiserend zijn.” Het begrip ‘allochtoon’ (letterlijk: ‘iemand uit een ander land’) ontstond begin jaren 70, toen arbeidsmigratie op gang was gekomen en er in Nederland behoefte ontstond beleid te maken voor deze groepen. In 1989 publiceerde de WRR de rapportage Allochtonenbeleid, waarna de tweedeling ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’ gangbaar werd.

Het CBS begon toen ook meteen met het maken van onderscheid tussen westerse en niet-westerse allochtonen. Volgens Tanja Traag, de CBS-onderzoeker die Papaikonomou sprak, omdat ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’ alleen niet voldeden om integratiebeleid te ontwikkelen. Traag: “Het idee leefde dat de integratie van Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond verschilde van die van Nederlanders met een westerse migratieachtergrond.”

Het aantal ‘niet-westerse’ bewoners is een criterium bij de vraag of het goed gaat met een wijk

Zo’n aanname is een kwalijke basis voor het maken van beleid, zo blijkt nu. Het aantal bewoners met een ‘niet-westerse migratieachtergrond’ is bijvoorbeeld een criterium bij de vraag of het goed gaat met een wijk of met een straat. En de omstreden wet die dit bepaalt, ook wel de Rotterdam-wet genoemd, is er bovendien op gericht de ‘samenstelling’ van een wijk te veranderen, lees: het aandeel mensen met een niet-westerse migratieachtergrond te verlagen.

Omdat het tegen de grondwet ingaat, mag migratieachtergrond geen officiële grondslag zijn voor beleid, wat Rotterdam oploste door mensen met een uitkering te weren, want mensen met een niet-westerse migratieachtergrond zijn vaker afhankelijk van een uitkering. Zo werd niet alleen de statistiek misbruikt om te discrimineren, maar werd het succes van het beleid ook mede-beoordeeld door het percentage mensen met een niet-westerse migratieachtergrond in een wijk te meten.

Koloniale blik

In de jaren negentig stak de regering honderden miljoenen guldens in het wegwerken van taalachterstanden onder ‘allochtone’ kinderen. Tot onvrede van de Commissie Allochtone kinderen: bij ‘autochtone’ kinderen werd voor het budget gekeken naar het opleidingsniveau van de ouders, van ‘allochtone’ kinderen werd op voorhand bepaald dat voor hen bijna twee keer zoveel geld uitgetrokken moest worden.

Zoiets kan ook bij het onderscheid ‘westers’ en ‘niet-westers’ misgaan: stel dat kinderen met een ‘westerse migratieachtergrond’ in de statistieken goed op taalvaardigheid scoren en kinderen met een ‘niet-westerse migratieachtergrond’ minder goed. Zouden daarom alle kinderen met een ‘niet-westerse migratieachtergrond’ extra ondersteuning moeten krijgen, dan komt die hulp terecht bij Surinaams-Nederlandse kinderen, die binnen de groep ‘niet-westers’ vallen maar van huis uit wel Nederlands spreken, en dus niet bij een kind dat thuis een ‘westerse’ taal spreekt die ver af staat van het Nederlands.

Als basis voor de indeling ‘westers’ en ‘niet-westers’ werd lidmaatschap van de OECD (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) gekozen, met als criteria ‘welvaart’ en ‘cultuur’. Zo werden ‘allochtonen’ uit Europese landen, Noord-Amerika, Oceanië en Japan ingedeeld bij ‘westers’. Opvallend genoeg vielen mensen uit Turkije, één van de oprichters van de OECD, erbuiten. Waarschijnlijk op basis van ‘cultuur’ (lees: religie), al valt dat niet helemaal te achterhalen. Indonesië werd ‘westers’, en haar bewoners door het CBS omschreven als ‘mensen die in het voormalig Nederlands-Indië zijn geboren’, dus duidelijk met een koloniale blik. Dat personen uit Suriname dan weer het stempel ‘niet-westers’ kregen, doet vermoeden dat ook andere criteria, zoals huidskleur, golden.

Primitief versus ontwikkeld

Sindsdien zijn de categorieën een eigen leven gaan leiden, zegt Nadia Bouras, historicus en migratie-onderzoeker aan de Universiteit Leiden: “Ook omdat media ze overnamen en ze voor allerlei problematiek gebruikten. ‘Allochtoon’ werd een synoniem voor iemand die er niet bij hoort. Voor ‘niet-westers’ geldt hetzelfde. Het verheft het Westen tot het centrum van de wereld, en mensen die er niet vandaan komen, definieer je naar wat ze níet zijn. Dat is stigmatiserend.”

Leo Lucassen, directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) en hoogleraar sociale geschiedenis aan de Universiteit Leiden, duikt nog wat verder terug in de tijd. “Na de Tweede Wereldoorlog kwam de repatriëring van mensen uit Indonesië op gang. Wie wel of niet op de boot naar Nederland kon stappen, was voor mensen van gemengde afkomst deels afhankelijk van hun ‘oriëntatie’. Daarbij gold een indeling ‘westers of oosters georiënteerd’. Dat was een koloniale, racistische indeling waarin huidskleur, maar ook sociaaleconomische klasse een rol speelde.”

Momenteel onderzoekt Lucassen de migratiegeschiedenis van Amsterdam. In de archieven vindt hij in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw een indeling van mensen uit ‘geïndustrialiseerde’ en ‘niet-geïndustrialiseerde’ landen. ‘Niet-geïndustrialiseerd’ waren landen rondom de Middellandse Zee, waarvan inwoners ironisch genoeg juist naar Nederland kwamen om in de industrie te werken. Ook die indeling, zegt Lucassen, is dus ontstaan op basis van ‘beschavingsachtige argumenten’.

De indeling tussen ‘westers’ en ‘niet-westers’ reproduceert stereotiepe associaties, zegt Lucassen: “Het gaat steeds om een binaire tegenstelling tussen ‘goed’ en ‘slecht’, ‘primitief’ en ‘ontwikkeld’, ‘hun waarden’ en ‘onze waarden’, waarmee je al snel in racistisch en etnocentrisch drijfzand terechtkomt. Het is goed dat het CBS er nu mee ophoudt.”

Afhankelijk van het doel

De WRR erkent in het aanstaande rapport die schadelijkheid: ‘De tweedeling ‘westers en niet-westers’ is een rangschikking in plaats van een neutrale nevenschikking. Dat speelt in het bijzonder bij de tweede generatie, die in Nederland is geboren en getogen, maar toch als niet-westers wordt gelabeld.’ Bovendien wordt op de gegevens beleid gebaseerd, terwijl de tweedeling volgens de WRR ‘door de toename van de verscheidenheid onder migranten steeds minder zicht biedt op wat er in de samenleving aan de hand is’.

Neem oversterfte als gevolg van het coronavirus: het is duidelijk dát er meer oversterfte is onder ‘migrantengroepen’ dan onder Nederlanders zonder migratieachtergrond, maar om welke groepen het precies gaat is onduidelijk, doordat er geen data beschikbaar zijn die specifieke interventies mogelijk zouden maken. In bijvoorbeeld de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en in Scandinavische landen is die info er wel.

In medisch onderzoek kan statistiek op basis van etniciteit relevant zijn

Ook andere ziektes en aandoeningen komen onder bepaalde bevolkingsgroepen meer voor, zoals diabetes onder Hindoestaans-Surinaamse Nederlanders. In medisch onderzoek kán statistiek op basis van etniciteit dus relevant zijn – maar dan wel zo specifiek mogelijk, vindt ook migratieonderzoeker Bouras. Zij werkt zelf graag met de statistieken van het CBS, maar heeft de categorieën ‘westers’ en ‘niet-westers’ nooit nuttig gevonden. Voor haar wordt statistiek pas interessant als het specifiek is: niet ‘westers’ of ‘niet-westers’, maar waar iemand of iemands familie precies geboren is, om zo migratiebewegingen in kaart te brengen.

Het mooie is: vaak levert het CBS die gegevens óók. In de enorme datasets is gewoon terug te vinden hoeveel mensen er jaarlijks van en naar Turkije verhuizen bijvoorbeeld, hoeveel vluchtelingen uit Syrië er zijn en welke opleiding zij hebben, in welke bevolkingsgroepen obesitas meer dan gemiddeld voorkomt en of het vooral mannen of vrouwen zijn die crimineel gedrag vertonen en op welke leeftijd. ‘De beste manier waarop herkomstlanden kunnen worden geclusterd, als dat überhaupt al nodig is, hangt af van de onderzoeksvraag’, stelt het WRR dan ook in het aanstaande advies.

Opmerkelijk is overigens dat de WRR vijf jaar geleden ook al adviseerde ‘westers’ en ‘niet-westers’ los te laten, net als ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’. Alleen die laatste twee verdwenen sindsdien, (niet-)westers bleef. In het aanstaande WRR-advies staat geturfd hoe vaak de term ‘niet-westers’ tussen 2016 en 2020 voorkwam op de website van de Rijksoverheid en in Kamerstukken tijdens de parlementaire jaren 2015/16 tot 2019/20. Op beide plekken is een stijging te zien: op Rijksoverheid.nl van 11 keer in 2016 naar 41 keer in 2020, in Kamerstukken van 247 keer in 2015/16 naar 345 keer in 2019-20.

Ruwe materiaal blijft bestaan

Volgens Bouras is het een misverstand om te denken dat er straks, met het loslaten van het onderscheid, iets waardevols verloren gaat: “Alleen het ruwe materiaal verandert, en daar kun je nog altijd mee doen wat je wilt. Wat verandert, is het begrippenkader.” Dat je als onderzoeker en beleidsmaker met het ‘ruwe materiaal’ nog altijd kunt doen wat je wilt, betekent ook dat wie dat wil, alsnog allerlei groepen op een hoop kan vegen en zo een eigen ‘niet-westerse migratieachtergrond’-statistiek samenstellen. Dat is wat GeenStijl in 2007 deed, met een applicatie waarmee je de bevolkingssamenstelling van wijken kon bekijken. Die applicatie maakte gebruik van openbaar beschikbare data van het CBS. En ook overheidsinstanties, zo blijkt, doen aan etnisch profileren op basis van openbare data.

iStock-1183711240

Hoe de overheid etnisch profileren mogelijk maakt

Het gebeurt bij talloze overheidsinstanties en lijkt van hogerhand aangemoedigd te worden.

Coen Gelinck, woordvoerder van het ministerie van SZW, stelt dat de stap van het CBS precies het omgekeerde gaat bewerkstelligen. “Als we bijvoorbeeld onderzoek doen naar leeftijdsopbouw onder bepaalde bevolkingsgroepen en daarbij trends over jaren en decennia willen volgen, zullen we de statistiek over de jaren dat ‘westers’ en ‘niet-westers’ nog wél werden gehanteerd, opnieuw moeten draaien, zoals dat heet. We zullen daar specifiekere groepen uit moeten filteren die overeenkomen met de categorieën waarmee het CBS op verschillende onderzoeksterreinen gaat werken.”

Toch speelt er volgens Nadia Bouras en Zoë Papaikonomou meer mee. Bouras: “In het publieke debat gaat het zo vaak over deze groepen, dat het gebruik ervan geïnstitutionaliseerde identiteitspolitiek is geworden. Op basis van vermeende identiteit, want het is opgelegd – ik zou mezelf nooit iemand met een niet-westerse migratieachtergrond noemen, terwijl ik volgens de statistieken in die groep val.”

Papaikonomou besluit: “Het is ook makkelijk hè, om met containerbegrippen te werken, want je kunt in één moeite iets zeggen over een grote groep mensen. Dat het CBS zélf moest zoeken naar de herkomst van de termen, laat zien dat ze volledig ingeburgerd zijn geraakt. Het is echt tijd ze af te schaffen.”

Hoe Nederland A.I. inzet voor etnisch profileren

In Roermond slaan camera's alarm bij auto's met een Oost-Europees nummerbord.

Schermafbeelding 2021-01-18 om 17.30.15

Wie gaat er boeten voor de toeslagenaffaire?

Kwijtschelding is mooi, maar geen echte gerechtigheid.

GeerdinkPortret

Over de auteur

Freelance journalist Fréderike Geerdink schrijft, na een correspondentschap van bijna vijftien jaar in Turkije en Koerdistan, nu ook in …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief