Kleurrijke herfstversiering, een houten speelhoek en een boekenkast met broodtrommeltjes voor de lunch later op de dag; de kleuterklas van basisschool Waldorf aan de Werf in Amsterdam Noord1 ziet eruit als elke andere klas. Op een opvallend verschil na: in deze klas staan geen stoeltjes en tafels. De kinderen zitten op grote kussens in een kring op de grond. Juf Myla Kamstra ook, extra hoog, want zij zit op twee kussens.

De keuze in meubilair is onderdeel van ‘de bewegende klas’: een principe van vrijeschoolonderwijs dat ervoor wil zorgen dat kinderen minder stilzitten, zowel tijdens de lessen als tussen de uren door, omdat er vaak van opstelling gewisseld wordt. ’s Ochtends leggen de kinderen een parcours af op lange houten banken. ’s Middags dienen diezelfde banken als tafel voor de lunch.

Ouders richtten Waldorf aan de Werf op: zij wilden een vrije school die niet wit, eurocentrisch en elitair is

En dat is niet het enige bijzondere aan Waldorf aan de Werf. Anders dan andere scholen is Waldorf namelijk opgericht door ouders, die een probleem wilden aanpakken dat al jarenlang speelt: vrije scholen zijn te wit, eurocentrisch en elitair. Op Waldorf staan daarom diversiteit en inclusie voorop. Slagen de Waldorf-ouders in hun missie?

Het heft in eigen handen

In de zomer van 2017 waren ouders Lotte Kanters en Jochem de Vries het zat. Ze konden zich niet vinden in het aanbod van de vrije scholen: te wit en te elitair. Beiden hebben vroeger zelf vrijeschoolonderwijs gehad en wilden het eigenlijk ook voor hun kinderen. De Vries’ oudste ging naar een openbare school, een echte buurtschool. Zijn droom: openbaar onderwijs samenbrengen met het vrijeschoolonderwijs.

Samen met buurtgenoten en andere Amsterdamse ouders besloten zij het heft in eigen handen te nemen. Afgelopen september kwam aan het drie jaar durende proces dat volgde een eind: Waldorf aan de Werf ging open, met twee kleuterklassen en één groep 3.

Antroposofie op de vrije school

Vrijeschoolonderwijs (internationaal ook wel Waldorfonderwijs genoemd) is gebaseerd op de antroposofische pedagogiek van de Oostenrijkse schrijver en pedagoog Rudolf Steiner (1861-1925), die ervan uitgaat dat kinderen leren door te ervaren. Zij leren met hun hoofd, hart en handen, aldus Steiner. In de antroposofie is er daarom niet alleen aandacht voor cognitief leren (kennis opdoen), maar ook voor gevoel, ervaring en beweging. Er wordt veel tijd besteed aan de natuur en er wordt zoveel mogelijk natuurlijk materiaal in de klas gebruikt – en zo min mogelijk technologie.

Hoewel het woord ‘vrij’ misschien anders doet vermoeden, kunnen kinderen op vrije scholen niet ‘zelf kiezen wat ze leren’. Vrije scholen zijn wel vrij in het kiezen van hun lesvórm, met minimale inmenging van de overheid dus. Soms grijpt die wel in: sinds 2000 maken kinderen op vrije scholen bijvoorbeeld Cito-toetsen en centrale eindexamens, net als op andere scholen.

Het Waldorfonderwijs werd in 1919 ontwikkeld voor kinderen van alle fabrieksarbeiders van de Waldorf Astoria-sigarettenfabriek in Stuttgart. Het zou de eerste school in Duitsland zijn waar kinderen van alle niveaus en sociale achtergronden samen les kregen, maar richtte zich in de praktijk alleen op witte kinderen.

Op dat laatste is vaak kritiek geweest. Zo wordt in een artikel in De Groene Amsterdammer uit 1997 antroposofie gelijkgesteld aan racisme. In de jaren 90 kwam namelijk aan het licht dat er op Nederlandse vrije scholen het vak ‘rassenleer’ of ‘rassenkunde’ werd gegeven aan de hand van literatuur van Steiner, waarin stond dat ‘het blanke ras superieur was aan het zwarte’. Na onderzoek van de Antroposofische Vereniging in Nederland werd dit vak in de jaren 90 geschrapt.

Een van die buurtgenoten van het eerste uur is Hanane Abaydi. Zij neemt ons mee naar het najaar van 2018, toen zij op zoek was naar een werkruimte om te delen. De Vries zocht gelijktijdig een medehuurder voor de ruimte van waaruit hij de oprichting van de school coördineerde. Algauw bleek dat de twee zich konden vinden in elkaars kijk op onderwijs en de wereld. Ook Abaydi vond: “De invulling van het vrijeschoolonderwijs is in de loop van de tijd steeds elitairder geworden.”

Abaydi sloot zich als vrijwilliger bij het project aan, en niet veel later werd ze verkozen als bestuurslid van de oudervereniging. Als zelfstandig sociaal ondernemer en (ervarings)deskundige op het gebied van kansenongelijkheid, had Abaydi’s kennis over diversiteit, inclusiviteit en gelijke kansen en dat was meer dan welkom binnen het team.

Als de meeste leerlingen wit zijn, denken schoolbesturen al snel: ‘we hoeven niks met diversiteit te doen’

Kanters en De Vries waren beslist niet de enigen die hun kind naar een vrije school wilden sturen. In de jaren voor (en na) de geboorte van Waldorf aan de Werf werd het vrijeschoolonderwijs steeds populairder: van 2009 tot 2019 steeg het aantal vrije schoolleerlingen in Nederland van 20.434 naar 29.941. In Amsterdam, waar de onderwijsvorm met name populair is, ontstonden in die periode lange wachtlijsten voor vrije scholen. Abaydi’s constatering, dat de scholen vooral populair zijn onder witte, theoretisch geschoolde ouders, blijkt ook uit het rapport De Staat van het Onderwijs 2019.

Schoolleider Jamilah Blom sloot zich aan in 2018 tijdens een van de eerste informatieavonden. Zij werd aangetrokken door de aandacht voor inclusie en diversiteit op Waldorf. “De meeste scholen zijn daar helemaal niet mee bezig”, vertelt Blom, die ervaring heeft als docent pedagogiek en niet lang hoefde te twijfelen voor ze in april dit jaar solliciteerde op de directievacature. “Als de meeste leerlingen wit zijn, denken schoolbesturen al snel: ‘we hoeven niks met diversiteit te doen.’”

Op Waldorf aan de Werf staat interculturaliteit juist centraal. “We willen dat iedereen zich welkom voelt en een inclusief programma aanbieden, ongeacht wie zich daadwerkelijk inschrijft”, aldus Blom. Tijdens sollicitatiegesprekken vraagt zij docenten expliciet naar hun gedachten over interculturaliteit en inclusie. “We willen zeker weten dat we iemand aannemen die onze visie deelt.”

TvN-WaldorfaandeWerf25
Waldorf-directeur Jamilah Blom wil dat iedereen zich op haar school welkom voelt. Beeld door: Tammy van Nerum

Een echte buurtschool

Het oprichten van een school is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Met 793 initiële inschrijvingen was aan animo geen gebrek maar het uitblijven van financiering dreigde roet in het eten te gooien. Dankzij particuliere sponsoren, die ze vanuit hun netwerk leerden kennen, kon de school toch van de grond te komen.

Daar zijn de oprichters heel dankbaar voor, maar wat Abaydi niet lekker zit is dat de overheid niet bijdraagt; de gemeente Amsterdam had nou juist gezegd iets te willen doen aan de segregatie in het onderwijs. “Ik begrijp niet dat er vanuit de overheid niet wordt gedacht: wacht, wat deze mensen nu doen, dat is ónze taak.”

Voor de oprichters en de vrijgevige sponsoren was vanaf het begin duidelijk: Waldorf aan de Werf moet een echte buurtschool worden, die een volledig wereldbeeld aan kinderen meegeeft en die bovenal voor iedereen toegankelijk is. Want: “Waar je wieg heeft gestaan is nog altijd bepalend voor de kansen die je krijgt”, zegt Abaydi. “We willen de rijke manier van onderwijs op vrije scholen juist toegankelijk maken voor elk kind. Ongeacht hoe goed gevuld de portemonnee van hun ouders is.” Daarom heeft de school bijvoorbeeld geen ouderbijdrage, wat op veel scholen wel het geval is.

Aandacht voor alle culturen

Wat de school wel doet, is vanaf het begin inzetten op een diverse klas. Als scholen later ‘mengen’, houdt dat meestal in dat een zwarte school een aantal witte kinderen krijgt, ziet directeur Blom. “Dat geeft het idee dat de komst van witte kinderen een school ‘beter’ zou maken. Dat idee willen we ontkrachten.” Het doel van de oprichters is kinderen een volledig wereldbeeld meegeven, vertelt Abaydi. Daarom is er niet één dominante cultuur, maar wordt er aandacht besteed aan verhalen, geschiedenis en vieringen van alle culturen en achtergronden. “We vertellen niet alleen de verhalen over ridders en ambachten uit Europa, maar willen dat de kinderen in latere klassen bijvoorbeeld ook de zwarte bladzijden uit onze geschiedenis leren.”

Waldorf wil laten zien: een divers en toegankelijk onderwijsaanbod hoeft niet ingewikkeld te zijn

Die aandacht voor verschillende perspectieven is een belangrijk deel van het Waldorf-curriculum. Terwijl de kinderen in de pauze buiten spelen, vertelt juf Kamstra dat de helft van de kinderen in de kleuterklas een migratieachtergrond heeft. Om de leerlingen kennis te laten maken met elkaars achtergrond, heeft ze ‘delen op dinsdag’ bedacht: “Elke week maakt een ander kind thuis iets lekkers. Bij de kinderen met gemengde achtergrond vraag ik aan de ouder met een migratieachtergrond om iets uit hun thuisland te maken. Zo proeven ze eten dat ze nog niet kennen en leren ze iets over elkaar.”

Daarnaast staan natuurlijk de jaarfeesten2 centraal, maar ook daar geeft Waldorf aan de Werf zijn eigen interculturele draai aan. De Waldorfers vieren namelijk niet alleen Kerst en Pasen, maar ook het Eid ul Fitr (‘Ontbijtfeest’) aan het eind van de Ramadan en Divali. Dat laatste wordt samengevoegd met zijn christelijke ‘tegenhanger’ Sint-Maarten. “In beide feesten staat het licht centraal. We leggen uit wat de feesten betekenen, hoe ze in verschillende landen worden gevierd en wat de link tussen de twee is”, vertelt Blom.

TvN-WaldorfaandeWerf11
Beeld door: Tammy van Nerum

Een voorbeeld voor andere scholen

Waldorf aan de Werf wil andere vrije scholen laten zien: een divers en toegankelijk onderwijsaanbod hoeft niet ingewikkeld te zijn. Tot hun plezier merken de Waldorfers dat de scholen hen al benaderen om over hun visie en manier van aanpak te leren. Eind vorig jaar organiseerde de Begeleidingsdienst voor vrijescholen3 zelfs een bijeenkomst over het inclusiever maken van de lesstof.

De vrije scholen zijn dus een goede weg in geslagen, al schrikt Blom soms nog van wat ze hoort en ziet. “Op de vraag in een Facebook-groep voor vrije scholen, over hoe je omgaat met meertaligheid op vrije scholen, antwoordde iemand: ‘Dat moet je aan het Waldorf vragen, die nemen ook kinderen van gastarbeidermilieus aan’. Wie gebruikt die term tegenwoordig nog, en wie zegt überhaupt dat de kinderen die deze persoon bedoelde geen Nederlands praten?”

Maar ook het Waldorf aan de Werf heeft nog niet overal een antwoord op. Blom: “Je hebt natuurlijk blinde vlekken, dingen waar je niet van op de hoogte bent. Daar blijven we bij onszelf naar zoeken. Ons team praat gelukkig voortdurend over de dingen waar we tegenaan lopen, en hoe we onszelf kunnen verbeteren.”

_MG_7800

‘Wij leren kinderen groen én inclusief ondernemen’

Fawaka-oprichter Thiëmo Heilbron is een graag geziene gast bij duurzaamheidsorganisaties.

_MG_5421.JPG

Zij geven docenten een spoedcursus ‘racisme’

Racisme wordt verplichte lesstof. Hoe zorg je ervoor dat docenten hier klaar voor zijn?

  1. Amsterdam-Noord was jarenlang een van de armste stadsdelen en kent een heel diverse populatie. De laatste jaren zijn bepaalde buurten in stadsdeel Noord flink gegentrificeerd – vooral jonge, hoogopgeleiden Amsterdammers worden aangetrokken door de relatief betaalbare woningen. ↩︎
  2. Grote jaarfeesten zijn verbonden met de seizoenen en worden op elke vrije school gevierd. Pasen in de lente, Sint Jan in de zomer, Michaelsfeest in de herfst en Kerstmis in de winter. Er zijn ook kleinere feesten waar niet elke school iets mee doet. ↩︎
  3. De Begeleidingsdienst voor vrijescholen is een onderwijsbureau dat advies geeft aan vrije scholen in heel Nederland over zorg voor leerlingen, begeleiding van leraren. Ook geven ze cursussen aan lerarenteams over organisatie en beleid. ↩︎

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
suzan

Over de auteur

Redactiestagiair

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief