Mwazulu Diyabanza (40) weet nog precies het moment dat zijn leven voorgoed zou veranderen. “Ik was 12 jaar toen mijn moeder me over mijn betovergrootvader vertelde. Hij was in de 19e eeuw de gouverneur van een koninkrijk in wat toen Zaïre heette, nu Congo; niet de koning maar diens vervanger als de koning niet beschikbaar was. Een belangrijk man dus. Maar dat was voordat de Portugezen en later de Nederlanders binnenvielen.”

“Toen mijn moeder me vertelde hoe de Europeanen zijn spullen van hem afpakten – zijn armbanden, zijn ceremoniële scepter en de vacht van een luipaard – wist ik wat ik wilde: die terughalen. Dat zie ik nog steeds als mijn plicht; niet alleen vanwege mijn genetische erfenis, ook omdat het gewoon zo hoort.”

De Europeanen hebben mijn betovergrootvader bestolen. Zijn spullen terughalen is mijn plicht

Op 10 september dit jaar kwam Mwazulu Diyabanza, voluit Mwazulu Diyabanza Siwa Lemba, internationaal in het nieuws. Hij is een van de leden van de organisatie Unité Dignité Courage (UDC, ofwel ‘eenheid, waardigheid en moed’), die die dag het Afrika Museum in Berg en Dal binnen liepen, en daar een tentoongesteld beeldje meenamen. Ze streamden de hele actie zelf live op Facebook, en de wereld keek mee terwijl Diyabanza, in een zwarte jas gestoken en een zwarte baret op, het stuk uit de vitrine pakt en het tegen zijn bovenlijf aandrukt waarna hij er het museum mee uit loopt. Het laatste wat de kijkers zien is hoe de politie met loeiende sirenes komt aangegierd, het beeldje uit Diyabanza’s armen rukt en hem in de boeien slaat.

Eenheid, waardigheid en moed

‘Activisten stelen een beeld’, kopten de mainstream media over de actie. Diyabanza is het niet eens met die observatie. “Het is niet zomaar een beeld; het hoort bij onze geschiedenis en de nalatenschap van onze voorouders. Het hoort niet zomaar tentoongesteld te zijn hier. We zijn geen dieven die iets kwamen ‘stelen’. Je gaat toch geen toestemming vragen om terug te nemen wat van je is afgepakt?”

Die retorische vraag stelt Diyabanza op het terras van een café in Amsterdam Zuidoost. Het is inmiddels zondag 20 september; eerder had hij door alle hectiek geen gaatje voor een interview. Hij is een markante verschijning: voor zijn borst bengelt een ketting met ivoren hangers, en aan een van de vingers van zijn rechterhand draagt hij een hoekige gouden ring vol Swahili symbolen. Op zijn hoofd prijkt nu niet meer de baret, maar een zwarte fez, met daarop een speldje met de letters ‘UDC’, onder een kaart van het continent Afrika. Op de rode epauletten op zijn schouders staan diezelfde letters. “Eenheid, waardigheid en moed”, zegt Diyabanza terwijl hij trots met zijn linkerhand over de letters streelt. “Die draag ik altijd op mijn schouders.”

Zijn blik is nog steeds even vastberaden. Dat geldt ook voor Laehtia Babin en Sore Brama, die met hem de actie in Berg en Dal hadden ondernomen en er vandaag ook bij zijn. Alle drie Franstalig, maar afkomstig uit verschillende landen op het Afrikaanse continent – behalve Congo, waar Mwazulu Diyabanza zelf vandaan komt, uit respectievelijk Senegal en Togo. Op de vraag waar ze nu verblijven krijg ik geen antwoord. Begrijpelijk. “We zijn overal”, lacht Diyabanza mysterieus.

Het Afrika Museum in Berg en Dal was niet het eerste museum waar UDC haar pijlen op richtte, en musea zijn ook niet hun enige mikpunt, zegt Diyabanza. Hij toont me een veertien-punten tellend manifest waarin de organisatie pleit om ook de aanwezigheid van Franse militairen in Afrikaanse landen op te heffen, Europese mogendheden de rechten te ontnemen om Afrikaanse natuurlijke hulpbronnen te ontginnen en de Europese economische overheersing van Afrika stop te zetten. Het manifest bevat ook een lijst van musea in Europa en de VS waar spullen te vinden zijn die de organisatie claimt.

Weggerukt

Diyabanza vertelt dat hij zich volledig heeft overgegeven aan de taken die in het manifest beschreven staan. Vanaf zijn zeventiende deed hij in Europa, de VS en het Caribisch gebied onderzoek naar wat er allemaal uit het continent is gestolen in de koloniale tijd. “Ik sprak met mensen in het Caribisch gebied; in Haïti, de Dominicaanse Republiek en Trinidad & Tobago. Door die gesprekken drong echt tot me door hoe zeer onze geschiedenis, onze waardigheid en onze toekomst van ons mensen met een Afrikaanse afkomst zijn afgepakt. Toen mijn moeder mij het verhaal vertelde van mijn betovergrootvader, was dat zo’n een verhelderend moment. Ik heb nu ook door dat ik niet de enige ben die dit raakt.”

Ons gesprek komt op de vraag wat zijn missie betekent voor afstammelingen van mensen die uit Afrika ontvoerd en tot slaaf gemaakt zijn. Ik vertel hem hoe zeer het mij emotioneerde om te zien hoe het beeldje weer uit zijn handen gerukt werd na de actie in museum in Berg en Dal. Plotseling springen er tranen in zijn ogen. Hij dept zijn ogen met een servetje. “Toen ik dat museumstuk pakte, besefte ik niet dat sommige mensen het fysiek zouden voelen; dat moment waarop die agent het weer uit mijn armen rukte. Dat dat moment voor de nakomelingen van de gestolen Afrikanen voelde alsof ze lijfelijk meemaakten hoe hun voorouders uit Afrika gerukt werden. Zulke ervaringen maken mij duidelijk hoe belangrijk het is dat ik mijn missie voortzet.”

Deze voorwerpen hebben vooral spirituele en sociale waarde; ze horen niet in musea tentoongesteld te zijn

Overal in het Westen prijken voorwerpen in musea die een diepe betekenis hebben voor Afrikaanse volkeren, zegt Diyabanza. “Dat zijn geen gewone kunstvoorwerpen, maar culturele uitingen van onze voorouders, die een rol spelen in wie wij zijn. Ze hebben behalve economische, vooral spirituele en sociale waarde; ze horen niet in musea tentoongesteld te zijn.”

Diyabanza doelt daarmee niet alleen op de ceremoniële voorwerpen van zijn overgrootvader – waarvan hij nog altijd niet weet waar ze zijn. “Denk ook aan voorwerpen die bij traditionele landbouw en veeteelt horen; iets met spirituele waarde genereert een heleboel, het beïnvloedt de visvangst, bevrucht de grond. Dat is alleen maar goed voor de mensheid. Daarom moet het terug.” Diyabanza is het over één ding dus met het museum eens: het beeldje is onbetaalbaar, zij het om een andere reden.

Warriors

Ik vraag Diyabanza naar de aanklachten die hij aan zijn broek heeft hangen. Een grote grijns breekt door zijn baard heen: ook in Parijs, in het Quai Branly Museum, wilde hij in juni van dit jaar een beeld pakken en ermee weglopen. Daar werd hem door het verbouwereerde bewakingspersoneel van het museum de weg versperd, totdat de politie kwam en hem arresteerde. Deze maand moet hij samen met twee andere leden van UDC in Parijs voor de rechter verschijnen voor ‘diefstal’. In januari staat hij in Nijmegen ook voor de rechter voor de ‘diefstal’ uit het Afrika Museum.

Diyabanza haalt zijn schouders op over de juridische uitdagingen die hem te wachten staan. “Wij zijn ‘warriors’”, zegt hij met een knik van erkenning naar zijn kameraden. “We hebben een verplichting om dit te doen en we zijn op alles voorbereid. Dit gaat niet om ons; we doen het in de geest van wat mensen als Patrice Lumumba (de eerste democratisch verkozen premier van het onafhankelijke Congo, red.) gegeven hebben. Elk onderdeel van onze nalatenschap dat men van ons gestolen heeft, moet terug naar huis; als dat niet vandaag gebeurt, dan gebeurt het morgen.”

Wij gaan door met het terugpakken van onze spullen. Ze zijn nog lang niet van ons af

Hij heeft een goed gevoel bij de rechtszaak in Nederland. “Nadat men ons had aangehouden en naar het politiebureau bracht, werden we ondervraagd, en we vertelden wat onze beweegredenen waren. De commandant was geraakt door ons verhaal, hij snapte het helemaal. En de advocaat die ons kwam bijstaan borduurde daarop voort. Zij stelde dat wij ons beroepen op ons recht tot dat beeld. We hebben een goed gevoel bij haar”, zegt hij.

Over het feit dat het Afrika Museum heeft laten weten ‘de mogelijkheid van restitutie van objecten’ – oftewel het ‘teruggeven’ van bepaalde stukken – te zullen onderzoeken, haalt Diyabanza opnieuw zijn schouders  op. “Die moeten natuurlijk hun gezicht redden. We zullen zien. Ons hebben ze in elk geval niet benaderd. Het zou ze sieren als ze dat wel deden. Want dat er een movement is om musea te dekoloniseren is mooi, maar het is voor ons van nog groter belang dat zij – de Europeanen, het Westen – accepteren dat ze fout zaten en gewoon alles teruggeven wat ze gestolen hebben. Tot die tijd gaan wij door met het terugpakken van onze spullen. Ze zijn nog lang niet van ons af.”

26173860238_03d1953236_k

Hoe Nederlandse banken verdienden aan slavernij

'Banken verstrekten plantagehouders leningen met slaafgemaakten als onderpand.'

Jongen-met-grote-stengel-suikerriet2c-Jacob-Marius-Adriaan-Martini-van-Geffen2c-in-of-na-ca.-1850-in-of-voor-ca.-1860-Collectie-Rijksmuseum

Excuses voor het slavernijverleden: (waarom) moeten we dat willen?

Amsterdam wil mogelijk excuses aanbieden voor het slavernijverleden. Wat komt daarna?

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
Marvin Hokstam

Over de auteur

Hoofdredacteur AFRO Magazine

Marvin Hokstam is journalist, schrijver, publicist en communications consultant. Als journalist woonde en werkte hij voornamelijk op de …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief