Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

“We moesten duwen en trekken om eindelijk een trein naar Lviv in te komen.” De Zuid-Afrikaanse Amahle*, een kleine vrouw met krullend haar van begin twintig, staat met een vriend en een vriendin op het station van de Oekraïense stad Lviv, in het westen van het land op zo’n 80 kilometer van de Poolse grens. Ze hopen op een trein die hen het land uit kan brengen. Ze hebben al een reis van bijna 1000 kilometer achter de rug vanuit de oostelijke stad Dnipro. “Die reis duurde 17 uur”, vertelt Amahle. En behalve lang was de reis ook onprettig, vult een vriendin aan: “Mensen schreeuwden naar ons en scholden ons uit.”

Een zwarte arts in opleiding werd door Oekraïense militairen weggestuurd bij een grenspost

Op sociale media circuleerden de afgelopen dagen berichten van zwarte mensen in Oekraïne die het land proberen te ontvluchten en daarbij te maken krijgen met racisme. De Brits-Zimbabwaanse arts in opleiding Korrine Sky deed op Twitter bijvoorbeeld uitvoerig verslag van haar vlucht naar Roemenië, waar zij inmiddels is aangekomen. Onderweg werd Sky onder meer met een vuurwapen bedreigd en door Oekraïense militairen weggestuurd bij een grenspost. Ook de Sierra Leoonse Rabi hield haar volgers op de hoogte van haar vlucht. Zij kwam maandagochtend met tien vrienden uit Sierra Leone aan in Polen.

Buitenlandse studenten in Oekraïne

Volgens gegevens van de Oekraïense regering waren in 2019 80.470 buitenlandse studenten in het land. Een vijfde komt van het Afrikaanse continent, voornamelijk uit Nigeria, Ghana, Marrokko en Egypte. Oekraïne is populair onder Afrikaanse studenten vanwege de goede technische en medische opleidingen en de relatief lage kosten. Tussen de jaren 50 en 90 hebben 400.000 Afrikanen gestudeerd in de voormalige Sovjet Unie, waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte. Nadat Afrikaanse landen bevrijd waren van westerse kolonisatie, bood de communistische Sovjet Unie studiebeurzen aan jonge mensen uit het continent om zo bondgenootschap op te bouwen.

Vechten voor een plek op de trein

Het station van Lviv slaapt niet om 5 uur ’s ochtends op maandag 28 februari – vier dagen na het begin van de Russische invasie. De stationshal zit vol mensen die hopen op een plek op een trein naar Hongarije of Polen. Tussen de vluchtelingen zijn ook Afrikanen. Al zijn het er niet veel. “Weet je hoe dat komt?” vraagt een jonge zwarte man met een baardje. “Omdat het voor Afrikanen uiterst moeilijk is om hier te komen. Je moet vechten voor een plek op de treinen.” De jongen stelt zich voor als Albert* uit Kameroen.

Albert doelt op de treinen waarmee mensen het wapengekletter in het oosten van Oekraïne proberen te ontvluchten. Zij trekken naar de westelijke grenzen, met Moldavië en de EU. Vrouwen en kinderen krijgen voorrang. Oekraïense mannen tussen de 18 en 60 mogen het land officieel überhaupt niet verlaten, omdat de staat van beleg is uitgeroepen. Dat moeders voorrang krijgen zegt Albert helemaal te begrijpen. “Maar die regel lijkt niet voor Afrikaanse moeders te gelden.”

Oekraïne cms 2
Op het station van Lviv hopen vluchtelingen op een trein die hen Oekraïne uit kan brengen. Beeld door: Marek Kowalczyk

Pools migratiebeleid: ‘gebaseerd op xenofobie’

Amahle, die in het vijfde jaar van haar studie geneeskunde zit aan de universiteit in Dnipro, snapt dat de Oekraïners in paniek zijn. “Maar wij zijn ook mensen. We wonen hier al vijf jaar. Ze moeten toch ook rekening met ons houden?” Toch vindt Amahle de discriminatie die zij en haar studiegenoten ervaren niet het grootste probleem op het moment. “De wereld moet troepen sturen. Humanitaire hulp is niet voldoende. Ik neem het de Oekraïners niet kwalijk dat ze ons zo behandelen; ik heb medelijden met ze.”

Ook als het ze lukt de Poolse grens te bereiken, ervaren zwarte vluchtelingen discriminatie van grenswachters aldaar, zegt Marysia Zlonkiewicz. Zij is woordvoerder van het collectief van Poolse ngo’s Grupa Granica. “Poolse grenswachters houden niet-Europeanen regelmatig tegen. Pas als Poolse vrijwilligers hen daarop aanspreken, laten ze mensen binnen.” Een zo’n vrijwilliger laat een bericht op haar telefoon zien van een man uit Nigeria, die uren vast had gezeten aan de Oekraïense zijde van de grens. De man schrijft: ‘Mijn vrouw is Oekraïens, ze hebben haar snel laten gaan. Maar ik bracht de hele nacht door opgesloten in een kantoor, samen met andere Afrikanen. We mochten pas in de ochtend naar buiten.’

Volgens Zlonkiewicz ligt het maar net aan de grenswachter die je voor je hebt of je als zwarte vluchteling goed wordt behandeld. Aanhoudingen zoals die van de Nigeriaanse man zijn geen onderdeel van het beleid, maar vinden wel plaats. De willekeur waarmee dat gebeurt ziet ook Witold Klaus, hoogleraar aan het Instituut voor Rechtenstudies aan de Poolse Academie van Wetenschapper, die ook onderzoeker is in het Centrum voor Migratieonderzoek aan de Universiteit van Warschau. “Het migratiebeleid van de (conservatief-rechtse, red.) Poolse regering is gebaseerd op xenofobie en afkeer tegenover mensen van kleur”, zegt Klaus.

Sommige Poolse vrijwilligers weigeren zwarte vluchtelingen te helpen

Maar Klaus ziet ook een positieve ontwikkeling: “Er is een verschuiving in de houding van politici. De retorica is veranderd. Eerst sprak de Poolse regering van ‘vluchtende Oekraïners’. Nu hebben ze het over ‘mensen die Oekraïne ontvluchten’.” Het leek een kwestie van tijd voor de politici begrepen dat er ook mensen zonder Oekraïens paspoort probeerden het land te ontvluchten.

Klaus merkt wel dat niet alle Polen meegaan in die beweging. Sommigen blijven met argwaan kijken naar niet-Oekraïense vluchtelingen uit Oekraïne. “Op het busstation in Warschau zien we al dat bepaalde vrijwilligers weigeren zwarte mensen te vervoeren. Ze maken onderscheid tussen ‘echte’ en ‘neppe’ vluchtelingen. Zelfs ambtenaren zie ik dat doen. Dat is gevaarlijk, zo’n onderscheid nestelt zich in de publieke opinie. En dan gaan mensen zelf bepalen wie recht heeft op humanitaire hulp en asiel, en wie niet.”

Oekraïne cms 1
Vluchtelingen warmen zich aan een vuur buiten het station, maandagavond 28 februari. De vluchtelingen op deze foto komen niet voor in dit verhaal. Beeld door: Marek Kowalczyk

Niet de eerste poging

De Kameroense Albert zorgt dat hij samen met drie vrienden – allen twintigers – dicht bij de ingang naar het perron blijft. Twee van hen zijn aan de telefoon, de ander zit op een koffer. Ze zullen vandaag niet voor het eerst een poging ondernemen Oekraïne uit te komen. Een paar dagen eerder waren ze al aan de grens met Polen. Ze probeerden die te voet over te steken, omdat de auto’s vastzitten in kilometerslange files. Maar zonder succes. Nu proberen ze met de trein te vluchten.

Albert begint net te vertellen dat veel van zijn kennissen uit Senegal, Nigeria en Kameroen in dezelfde penarie zitten. Maar dan zegt een van de vrienden die aan de telefoon hing iets en rennen de vrienden met hun rugzakken en koffers weg, het perron op.

* De geïnterviewden in dit artikel wensten niet met hun achternaam genoemd te worden. Amahle wenste geheel anoniem te blijven. Haar naam is gefingeerd. Haar echte naam is bekend bij de redactie.

image (1)

Frontex: Europa’s dodelijke grensleger

Zeker 2000 migranten stierven door gewelddadige 'pushbacks'.

CMS format polen

‘We weten nooit wat we in het bos vinden: levende mensen, of lijken’

Krzysztof en Barbara* zoeken op de Pools-Belarussische grens naar vluchtelingen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Over de auteur

Ula is journalist en storyteller. Ze studeerde literatuur en onderzoeksjournalistiek en schrijft graag over migratie en duurzaamheid.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief